Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

In 2003 werd in Duitsland het Jaar van de Bijbel gehouden. Ter gelegenheid daarvan schreef de nieuwtestamenticus Gerd Theißen een
bijbeldidactiek. Ik herlees dit boek, omdat ik begonnen ben aan een project met alternatieve invalshoeken voor het proces van het voorbereiden van de preek.

Gerd Theißen (ook wel geschreven als Gerd Theissen) was voordat hij hoogleraar Nieuwe Testament werd docent aan een middelbare school. Hij gaf Duits en godsdienst. Zowel als docent aan een middelbare school als hoogleraar Nieuwe Testament stimuleert hij anderen de Bijbel te lezen en te bestuderen. Dat is ook wat bijbeldidactiek moet doen: werven voor het lezen en bestuderen van de Bijbel.

home_2015
(bron: http://www.bijbelingewonetaal.nl)

Tegen de stroom in
Theißen beseft dat hij tegen de stroom in moet roeien. Het lezen in de Bijbel is niet meer populair. In ieder geval niet in de vrijzinnig-progressieve stroming van de kerk, waarin hij thuis hoort. Daarnaast heeft hij ook de tijd niet mee. Kan in een seculier tijdperk nog wel een pleidooi voor het lezen en bestuderen van de Bijbel gehouden worden.

gerd theissen
Gerd Theißen (bron: SCM Press)

De Bijbel heeft het imago ook niet mee. Voor jongeren is de Bijbel een boek voor volwassenen of voor ouderen. Als de jongeren het lezen van de Bijbel niet mee krijgen, zullen ze dat ook op school niet meekrijgen. Godsdienstdocenten staan vaak nog kritischer ten opzichte van de Bijbel dan de jongeren zelf. De Bijbel is bovendien een boek uit een heel andere tijd. Waarom dan in deze tijd de Bijbel lezen en bestuderen?

636240795271128496-1921481598_25376-reading_bible-1200

Vitaliteit
Een bijbeldidactiek moet op deze kritiek een weerwoord hebben, vindt Theißen. Die is in zijn ogen ook te geven: Het lezen en bestuderen van de Bijbel is altijd een kenmerk van vitaliteit van het protestantisme geweest. Dat de Bijbel niet meer geopend wordt, is in zijn ogen een teken dat het niet best met het protestantisme gesteld is.

Postseculier
Daarnaast is het tekort door de bocht om onze tijd seculier te noemen. We leven eerder in een postseculier tijdperk, waarin gelovigen, die tot verschillende godsdiensten te rekenen zijn, en ongelovigen in één samenleving leven. Deze samenleving is ook nog eens mede gevormd door de Bijbel. Alleen al vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan de Bijbel niet gesloten blijven. Anders begrijpt men de eigen cultuur niet meer. Daarnaast spreekt de Bijbel ook vandaag de dag nog mensen aan, zowel gelovig als niet-gelovig, zowel christelijk als niet-christelijk.

Religieuze vragen
En al is de Bijbel een oud boek, de Bijbel heeft wel iets extra’s: de Bijbel zet mensen aan tot nadenken en reflectie, daagt mensen uit om contact te zoeken met God. Ook in deze postseculiere tijd worden religieuze vragen gesteld. Daarom is het nog maar de vraag of jongeren echt zo negatief over de Bijbel zijn, of dat het negatieve oordeel een gevolg van onkunde is.

De Bijbel is er ook voor andersgelovigen en niet-gelovigen
De Bijbel behoort niet alleen toe aan christenen. Ook Joden en moslims hebben (een deel van) de Bijbel. Ook hindoes en boeddhisten lezen in de Bijbel. Ook ongelovigen lezen in de Bijbel. Dat past ook wel bij de Bijbel. De canon van de Bijbel is – zeker wat het Oude Testament betreft –  gevormd met het oog op buitenstaanders (Ezra 7; de brief aan Aristeas). Het Nieuwe Testament is dan wel ontstaan voor intern gebruik, maar het Vroege Christendom was missionair ingesteld. Het lezen van de Bijbel door andersgelovigen of ongelovigen past bij de Bijbel.

Open bijbeldidactiek
Theißen wil daarom met een
open bijbeldidactiek komen: een bijbeldidactiek die zich niet alleen richt op christenen, maar ook andersgelovigen en niet-gelovigen uitdaagt om de Bijbel te lezen en te bestuderen. De Bijbel is niet alleen onderdeel van de religieuze vorming en ontwikkeling, maar zelfs onderdeel van de algemene vorming en ontwikkeling.

Er zijn naar zijn idee 3 manieren van gebruik van de Bijbel, waarin de drieslag van de praktische theologie zoals Dietrich Rössler die voorstaat zichtbaar wordt: kerkelijk, persoonlijk en publiek.

  • De Bijbel als belijdenisboek – de Bijbel is een boek van de kerk, een zichtbaar symbool dat het mogelijk is om in contact te komen met God.
  • De Bijbel als boek om te mediteren – de Bijbel voor persoonlijk gebruik.
  • De Bijbel als boek van algemene vorming en ontwikkeling – de Bijbel als publiek boek. 

N.a.v. Gerd Theißen, Zur Bibel motivieren. Aufgaben, Inhalte und Methoden einer offenen Bibeldidaktik (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2003) 12-26.

Ik heb al eerder over Gerd Theißen geblogd hier en hier. Zie voor bijvoorbeeld voor een vertaling van dit eerste hoofdstuk: hier.

Advertenties

Jongerenbijbel – Herziene Statenvertaling

Jongerenbijbel – Herziene Statenvertaling

Zaterdag 5 oktober wordt de HSV- Jongerenbijbel gepresenteerd. Deze Jongerenbijbel is bedoeld om jongeren te helpen om de Bijbel te lezen. De Jongerenbijbel bevat:
– De Bijbeltekst in de vertaling van de HSV
– Een inleiding bij elk Bijbelboek
– Bij elk Bijbelboek een uitleg van de belangrijkste thema’s die in dat Bijbelboek voorkomen.
– Een lijst met de belangrijkste woorden uit de Bijbel en daarbij de uitleg van dat woord. Bijvoorbeeld: genade, hoop, volharding, enz
– Een korte uitleg bij ingewikkelde teksten
– Verwerkingsopdrachten om een Bijbeltekst op het eigen leven toe te passen
– Thema’s uit de leefwereld van jongeren worden aan de Bijbel gekoppeld. Bijvoorbeeld: vriendschap, beroepskeuze, milieu
– Illustraties en kleurenfoto’s.
– Wanneer het aan de orde is een verwijzing naar de Heidelbergse Catechismus

(Van deze HSV-Jongerenbijbel is ook een app gemaakt, zodat wie een tablet of een smartphone heeft daarop ook gebruik kan maken van de HSV-Jongerenbijbel. Voor de kenners: deze werkt op Android.)
Prijs: € 49,- voor de HSV-Jongerenbijbel in boekvorm; € 39,99 voor de app. (Of € 9,99 bij de aanschaf van de papieren versie). Een behoorlijke prijs, maar het leek mij de moeite waard om deze jongerenbijbel onder de aandacht te brengen.
Voor meer informatie: http://www.hsvvoorjongeren.nl/

Laten zien hoe de Bijbel ervaringen verwoordt

Laten zien hoe de Bijbel ervaringen verwoordt
Jongeren en de Bijbel (3)

De Bijbel kan voor jongeren dichterbij komen als zij ontdekken, hoe de Schrift hen helpt om ervaringen te verwoorden. Dat stelde ik in mijn vorige bijdrage. Alleen, hoe ontdekken jongeren dat de Bijbel hen helpt? De vraag is dan: op welke manier kunnen jongeren in aanraking met de Bijbel worden gebracht, die hen raakt en verder helpt? 

Deze vraag kunnen we bijvoorbeeld vanuit de didactiek benaderen: welke lessituatie is geschikt om dit verband te leggen tussen het leven van een jongere en de woorden of de tekst van de Bijbel?
Een catecheseles wordt vaak in fasen verdeeld: een introductie op het thema, een fase waarin de inhoud wordt overgedragen en een fase waarin de verwerking plaatsvindt. De eerste neiging zou zijn om een Bijbelgedeelte in de fase van de kennisoverdracht aan de orde te stellen. In de introductie van de les zou begonnen kunnen worden met een stelling of het tonen van een cartoon, een schilderij of een andere afbeelding. De catecheet of de leerkracht heeft van tevoren al bedacht welke inhoud hij aan de orde wil stellen en hoopt op deze manier de jongeren zover te krijgen, dat zij de inhoud in zich willen opnemen en verwerken. Het is wel van belang dat jongeren de vrijheid hebben om hun eigen weg in geloof gaan of hun eigen mening te vormen.
In de catechesemethode Reflector wordt bij het thema ‘feest’ het verhaal van Belsazar (Daniël 5) aangeboden.


Omdat dit verhaal een negatief beeld van feest neerzet, wordt jongeren de vrijheid ontnomen zelf een positief gevoel bij het thema te hebben. Bovendien wordt op deze manier een Bijbelverhaal ondergeschikt gemaakt aan de persoonlijke mening van de auteur van deze methode. Niet alleen de jongeren missen de vrijheid om met de Schrift bezig te zijn, ook de Schrift wordt de vrijheid om op de jongeren in te werken ontnomen.
Een Bijbelgedeelte dat in de inhoudsfase aangeboden wordt, kan alleen van betekenis zijn als het jongeren stimuleert, uitdaagt, prikkelt of zelfs provoceert om hun eigen weg in geloof te gaan. Daarbij is niet de catecheet of de methode de stimulator of de prikkel, maar de Bijbeltekst. Een methode of een catecheet kan wel behulpzaam zijn door verschillende perspectieven te laten zien of achtergrondinformatie te geven. Als het maar dienstbaar is aan de ontmoeting of confrontatie tussen de jongere en de Bijbeltekst.
Maar waarom zou een gedeelte uit de Bijbel niet al aan het begin van een les aan de orde komen? Een Bijbeltekst als Jesaja 9:1 kan genoeg oproepen: Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Dit is een tekst die verschillende vragen kan oproepen: Is deze uitspraak een feit of een belofte? Verwoordt het een ervaring uit het verleden of een toekomst? En wat is duisternis? In de tijd voor Kerst (de donkere dagen!) roept de duisternis andere associaties op dan wanneer deze tekst op het bord geschreven wordt in een tijd van Tweede Kamerverkiezingen. De catecheet kan de jongeren stimuleren om verder na te denken wat die duisternis inhoudt. Door bijvoorbeeld verschillende afbeeldingen te laten zien en een keuze te maken welke het beste erbij past.


Käthe Kollwitz, Die Gefangenen (1908)

Door de jongeren zelf te laten tekenen of schilderen. Of door hen een gedicht te laten maken over de duisternis. Er kan een gesprek ontstaan naar aanleiding van vragen als: Wat als die duisternis zelf is veroorzaakt? Of juist andersom: duisternis als een macht die je overweldigt (zoals depressiviteit). 
 Renu Röthlisberger, Richtung Berlin 4 (2008)

Er kan een gesprek ontstaan over de betekenis en de werking van het licht. Wat kan het licht bewerkstelligen in deze duisternis? Daarbij kunnen de jongeren zelf of de catecheet inbrengen dat het mogelijk is om Christus als dit licht te beschouwen. Wat is daar de betekenis van? (De afbeeldingen of de tekenopdracht kan ook na dit gesprek gegeven worden, waarbij ze verwerken wat het effect is van het licht op het volk in de duisternis.)
De catecheet kan inbrengen dat Jan Willem Schulte Nordholt een geschiedenis schreef van de zwarte inwoners van Amerika met de titel: Het volk dat in duisternis wandelt en daarbij het gesprek brengen op slavernij en onderdrukking en daarbij het gesprek brengen op het perspectief van daders en slachtoffers.
Het is ook mogelijk om muziek te laten horen. Jesaja 9:1 is op verschillende manieren berijmd of op muziek gezet. Wat vinden zij van de berijmingen of de melodieën die in het Liedboek van de Kerken zijn opgenomen? Is er een Bachcantate met deze Bijbeltekst, een Engels koorwerk, een hedendaags klassiek werk, een popsong? Welke muziek past het beste? Hoe zouden zij het zelf doen?
Op deze manier ontdekken jongeren dat een Bijbeltekst niet alleen hun ervaringen kan verwoorden, maar hen ook uitdaagt om na te denken over zichzelf en de wereld waarin zij leven.

ds. M.J. Schuurman

Bijbel lezen in een pastoraal gesprek

Bijbel lezen in een pastoraal gesprek

Wanneer een gesprek afgesloten wordt met het lezen uit de Bijbel, is het mooi als dat gedeelte aansluit op het gesprek. Dat kan op verschillende manieren:

(1) Verwoorden van ervaringen of emoties
In een gesprek kunnen veel ervaringen verteld worden. In een gesprek kan het ook gaan over wat er in de ander omgaat.
Ervaringen en emoties worden in de Bijbel vaak verwoord. In veel psalmen worden verschillende ervaringen en emoties verwoord: angst, eenzaamheid, tegenstand, gevangenzijn.
Wanneer iemand hoort dat zijn ervaringen of emoties verwoord worden in de Bijbel, geeft dat erkenning: wat ik voel of meemaak, doet er toe. Bovendien kan zo’n Bijbelgedeelte helpen om deze ervaringen en emoties naar God toe uit te spreken. Het begin van Psalm 69 vind ik zelf altijd een mooi voorbeeld.

Ik luister bijvoorbeeld naar iemand, die vertelt dat zijn collega hem een gemene streek heeft geleverd. Het woord ‘gemeen’ neemt hij echter niet in de mond. Hoewel ik merk dat hij erg gekwetst is door die streek, praat hij voorzichtig-afwegend, bijna respectvol. Opeens vraag ik hem: ‘Bent u eigenlijk helemaal niet geërgerd?’ Hij: ‘Geërgerd?’ Hij lacht als een boer met kiespijn. Daarop zeg ik: ‘Ik moet aan een paar gedeelten uit de Bijbel denken. Daar gaat het er toch anders aan toe…’ Zijn reactie: ‘Wat bedoelt u?’ Ik zeg (zo kort mogelijk) iets over het ‘gebed tegen de ander’. Ik spreek over de ‘eenzijdigheid’ daarvan en over de ‘mogelijkheid om na te denken voor scheldwoorden voor de ander’. Vaak moet ik dan nog een voorbeeld noemen, vaak werkt deze opmerking als introductie om meer te vertellen over datgene wat verborgen aanwezig is.
Soms spreekt ik direct over de wraakpsalmen. Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Het komt mij voor dat er met u iets aan de hand is, wat ik ook uit bijbelse wraakpsalmen ken.’ Ook het zonder waardeoordeel uitspreken van het woord ‘wraak’ door de predikant (!) heeft vaak tot gevolg dat men zich gesterkt voelt om meer te vertellen. Maar het kan ook anders gaan, dat het woord ‘wraak’ namelijk vooral de weerstand vergroot: ‘Wraak? Dat is het werkelijk niet. Ik vraag u…’ Ook dit kan verder helpen, want vaak helpen de overdrijvingen die door een pastor worden ingebracht, om de blik van de ander te wenden. Daarna kan iemand in een discussie met deze overdrijving zijn eigen positie bepalen. Als pastor kan ik hier op inhaken: ‘U zegt, dat het geen wraak is, wat is het dan wat u wenst?’ Daarop zegt de ander: ‘Ik vind het stom, dat hij kan uithalen wat hij wil en dat hij steeds er weer goed van af komt…’
Een andere reactie op het begrip wraakpsalm kan gewoon zijn: ‘Wat bedoelt u daarmee?’, of ook: ‘Wat houdt dat in?’ Na een korte inleiding (‘Dat zijn gebeden van mensen, die zich heel onrechtvaardig behandeld voelden’) noem ik en citeer ik enkele kenmerkende uitspraken. En opnieuw: vaak is dit voor een gesprekspartner voldoende stimulans om van zijn of haar kant meer te vertellen over wat er aangedaan is. Om te vertellen wat men zo woedend maakt en wat men die ander allemaal zou kunnen aandoen. En dat is, zoals vaak benadrukt is, een belangrijke stap in het leren om te gaan met pesterijen.
Uit: Peter Bukowski, De Bijbel ter sprake brengen, p. 72-73.

Op verschillende stations van de begeleiding probeer ik terug te grijpen op de psalmen als spraakhulp, waarbij ik in dit geval bewust de geschreven tekst als hulp neem. In de inleiding zeg ik bijvoorbeeld: ‘Ik merk, hoe moeilijk het voor mij is om uw moeiten te begrijpen’ – u moet het goed begrijpen: ik benoem mijn moeilijkheden, niet die van mijn gesprekspartner – ‘ik zou u graag een gebed willen voorlezen. Misschien zegt het iets over hoe u zich voelt.’ Ik lees dan bijvoorbeeld:

Van verdriet kwijnt mijn oog, mijn ziel en mijn lichaam. (…)
mijn kracht struikelt (…)
Voor allen die mij benauwen, ben ik tot een smaad geworden,
voor mijn buren allermeest,
en voor mijn bekenden tot een schrik (…)
Vergeten ben ik, uit het hart, als een dode;
ik ben geworden als gebroken vaatwerk.’ (Ps. 31:10-13)

Vaak kunnen zulke klaagwoorden, die komen uit de diepte van de ziel, mijn gesprekspartner bereiken: Een gesprekspartner kijkt mij, nadat ik deze woorden heb voorgelezen, aan en zegt: ‘Dat klopt.’ Ik vraag terug: ‘Hoe bedoelt u?’ Daarop zegt zij: ‘Dat van die buren…’ En ze begint te vertellen, hoe steeds meer vrienden en buren haar mijden, omdat duidelijk is geworden dat haar ziekte niet meer genezen kan worden. Hoe langer zij vertelt, des te meer bespeur ik teleurstelling en bitterheid.
Een ander werd door een enkel beeld aangesproken. Hij verwijst daarnaar: ‘Ja, dat van dat gebroken vaatwerk…’ Ik stimuleer hem om te schilderen wat hij beleeft. Ik heb daarbij de ervaring opgedaan, dat het begrip gebed, dat door deze psalmteksten wordt ingebracht, vaak werkt als permissie gevoelens en omstandigheden te vertellen, terwijl men hiervoor dacht dat men zich ervoor diende te schamen.
Het zij nog een keer met nadruk gezegd: deze fase van het zich klagend uitspreken is ongelooflijk belangrijk en mag niet onderbroken worden door een goedbedoelde belofte. Daarom lees ik de passages die over de dank en het vertrouwen gaan, die aan het einde van de psalm zijn te vinden (zoals Ps. 22:23-32) in dit stadium niet voor. Op een later tijdstip kan het zinvol zijn om de bijbelse beelden van vertrouwen of hoop in het gesprek in te brengen. Vaak vraagt een gesprekspartner hoe zo’n geciteerd gebed verder gegaan zou zijn en of het de bidder heeft geholpen. Maar het kan ook zijn, dat ik zelf nog een keer verwijs naar de psalmen. Het gaat mij er vooral om het bijbelse realisme in het gesprek in te brengen, dat met betrekking tot verandering en hoop rekening houdt met een lange weg. Dit realisme heeft er weet van, dat genade en geluk samen gaan: ‘al ga ik door een dal van diepe duisternis’, God is bij mij. Het is heilzamer om de eigen levensweg als een woestijnreis leren te zien, dan om steeds weer op te breken door droombeelden van een snelle ommekeer.
Uit: Peter Bukowski, De Bijbel ter sprake brengen, p. 76-78

(2) Vinden van zingeving en identiteit
Ingrijpende gebeurtenissen zorgen ervoor dat iemand heel anders tegen zichzelf (of de wereld waarin hij leeft) gaat aankijken. De Bijbel kan ook helpen om een (nieuwe) zin van het leven te vinden. Of een Bijbelgedeelte kan helpen bij de zoektocht naar identiteit. Een Bijbelgedeelte kan helpen om anders tegen iets of tegen zichzelf aankijken (dit heet: reframing).

Een gesprek met een alcoholist: de man klaagt tegen mij over zijn leed. Omslachtig vertelt hij wat het effect van zijn verslaving is op zijn leven met zijn familie en in zijn beroep. Hij heeft al vaak geprobeerd om te breken met zijn verslaving, maar het wil steeds maar niet lukken. Natuurlijk heeft hij ook gedacht aan een ontwenningskuur, maar dat is een te grote stap. Bovendien hoort men veel negatieve berichten over de instelling en anderen is het ook gelukt zonder zo’n kuur. Het gesprek beweegt zich in een kring van jammeren en besluiten die niet van harte onder ogen worden gezien. Daarna vervalt hij weer in zelfspot en zelfmedelijden. Ook op mijn vraag of hij iets van mij verwacht , antwoordt hij dubbel: ‘Ik zoek toch op de een of andere (!) manier hulp.’ (Stilte) ‘Maar raad heb ik niet nodig. Mijn oren tuten nog van goede raad.’ (Stilte)
Na een poosje zeg ik: ‘Nu u dat zo allemaal vertelt, schiet mij een verhaal te binnen: iemand die al heel lang ernstig ziek is, praat met Jezus. Hij zegt: “Help mij!” Maar Jezus zegt tegen hem: “Wilt u dan werkelijk gezond worden?” (Zie Joh. 5:6) Mijn gesprekspartner antwoordt: ‘Dat is wel heel erg wrang. En als ik het zo zeggen mag, dan vind ik die vraag van die Jezus ook wel een beetje dom. Als die zieke niet gezond zou willen worden, dan had hij er niet om gevraagd.’
‘Ik geloof, dat Jezus eerst zeker wil zijn, of de zieke werkelijk wil,’ antwoord ik.
‘Wat bedoelt u met ‘werkelijk wil’?’ vraagt de ander.
Hieruit ontstaat een gesprek over het verschil tussen wensen en willen. Uit het gesprek volgt, dat willen iets te maken heeft met besluiten en met verantwoordelijkheid, die genomen dient te worden. (Alleen als ik werkelijk iets wil, dan ben ik in staat om andere dingen daarvoor na te laten….)
Uit: Peter Bukowski, De Bijbel ter sprake brengen, p. 50-51.

De heer K. laat merken dat hij er ernstig over nadenkt om zelfmoord te plegen. Ik ken zijn lijdensverhaal, dat hem zo vertwijfeld laat zijn. Daarom heb ik alle reden om zijn poging serieus te nemen. Twee motieven keren in allerlei variaties steeds weer terug, in datgene, wat hij mij vertelt: ‘Ik heb toch al zo veel dingen geprobeerd. Nu is het genoeg.’ En: ‘Ik kan het niet meer aan om anderen tot last te zijn. Ik ben nutteloos.’ Ik krijg snel door dat een bemoediging geen resultaat boekt. Hij is zo gevangen in zijn vertwijfeling dat er niet valt te denken aan het gezamenlijk ontwikkelen van perspectieven. Ook voor een geestelijke bemoediging is hij op een bepaalde manier immuun. Hij is afkomstig uit een piëtistische familie (freikirchlich) en die afkomst is een onderdeel van zijn probleem. Ik krijg steeds meer de indruk dat het werkelijk ‘genoeg’ is voor meneer K. (Ik moet denken aan het gedicht van Rilke over de panter: ‘Het is hem, alsof er duizend tralies zijn en achter de tralies geen wereld.’) En toch heb ik tegelijkertijd een grote angst om het gesprek te beëindigen, omdat hij de laatste stap van zijn vertwijfeling daadwerkelijk zou kunnen doen. Ik vraag me af hoe ik ‘tijd zou kunnen rekken.’
Tenslotte zeg ik: ‘Hoe u nu zo over uzelf praat, dat lijkt op, wat de mensen eens over een boom zeiden, toen Jezus erbij was. De boom was helemaal verdord en gaf geen vruchten meer. De bezitter zei: “Hij is nutteloos. Weg ermee!” (Zie Luc. 13:6vv) ‘Precies,’ zegt meneer K., ‘weg ermee!’ (Het leek mij, dat hij opgelucht was, dat ik met hem ‘instemde’. Zoekt hij het gesprek met mij op om uiteindelijk zichzelf ervan te overtuigen, dat ook een predikant uit de Landeskirche hem niet kan helpen?) Ik ga verder: ‘Jezus gaf als antwoord: “Geef hem nog een jaar!”
Ik had niet verwacht, dat mijn gesprekspartner zo geraakt zou worden door deze zin. Hij mompelt deze zin nog enkele keren voor zich uit. Dan herhaalt hij de zin nog een keer hardop en zegt dan tegen mij: ‘Een goede zin!’ Ik vraag hem wat hij zo goed vindt aan deze zin. Hij antwoordt dat hij de tip van dat ene jaar erg goed vindt. Hij vond het beter, dan alleen een mogelijk bevel van Jezus om de boom zo te laten staan. ‘Een jaar – daarin kan nog veel gebeuren. En wanneer er niets gebeurd, dan is het einde te overzien.’ Later vraag ik hem, of hij zichzelf nog een jaar zou willen geven. Ik spreek een vervolggesprek af, waarin wij zouden overleggen, hoe hij deze tijd zou kunnen gebruiken. Tot slot schrijf ik de uitgesproken zin nog op een kaartje en ik vraag hem, of hij dit kaartje steeds bij zich wil dragen.
Uit: Peter Bukowski, De Bijbel ter sprake brengen, p. 52-53.

 

Verwoording van ervaringen en gevoelens

Verwoording van ervaringen en gevoelens
Jongeren en Bijbel lezen (2)

Hoe kunnen jongeren gestimuleerd worden om de Bijbel te lezen? Daarvoor moeten zij met de Bijbel in aanraking komen op een manier die vooroordelen doorbreekt en negatieve ervaringen doet vergeten. Het is een uitdaging om een jongeren te laten zien, dat de Bijbel hen wel wat te zeggen kan hebben.  Een belangrijke verbinding tussen het leven van de jongeren en de tekst van de Bijbel loopt via de ervaring.

De meeste jongeren zullen deze verbinding niet uit zichzelf leggen. Mijn indruk als ik met jongeren lees in de Bijbel dat zij eigenlijk niet weten wat zij aan het doen zijn. Het komt mij over alsof zij in een vreemde wereld stappen en niet weten wat zij er van moeten denken. Dat betekent in mijn ogen dat jongeren ook geholpen moeten worden bij het lezen van de Bijbel. Door bijvoorbeeld te laten ervaren of te laten zien, dat de Bijbel een boek vol ervaringen is.
Die ervaringen worden vaak met behulp van beelden en metaforen uitgedrukt. Een mooi voorbeeld vind ik zelf Psalm 69. Deze psalm begint met:
Red mij, God, het water staat aan mijn lippen,
ik zink weg in bodemloos slijk
en vind geen grond voor mijn voeten,
ik ben in diep water geraakt,
de stroom sleurt mij mee.

Om ons de situatie in te denken, hoeven we niet veel verbeeldingskracht te hebben. We kunnen ons een situatie voorstellen. Elke jongere kan een voorbeeld vertellen van wanneer het water letterlijk aan de lippen staat of waarin iemand letterlijk geen grond onder de voeten heeft. Het is de moeite waard om dan erover door te praten wat iemand voelt en beleeft. Op basis van dit gesprek kan een stap verder gemaakt worden. De psalm verwoordt niet alleen een letterlijke ervaring. De ervaring kan ook figuurlijk zijn. Ik lees de beginregels van deze psalm vaak als mensen te horen hebben gekregen dat zij ziek zijn of te maken hebben met een andere ingrijpende ervaring. De ervaringen die beschreven worden zijn: bijna verdrinken, meegesleurd worden, geen grond meer onder de voeten. Deze ervaringen kunnen ook toegepast worden op situaties, waarbij er een ingrijpende gebeurtenis plaatsvindt en het gevoel is dat er op dit moment geen enkele zekerheid meer is.
De ervaringen die in de Bijbel verwoord zijn doorbreken ook bepaalde taboes. Een van de taboes is de ervaring van Gods afwezigheid of de ervaring dat God Zich tegen je gekeerd lijkt te hebben. Veel gelovigen zijn van mening dat zij deze ervaring niet mogen hebben. Mijn indruk is dat veel jongeren vanwege deze taboes stagneren op hun geloofsweg. De ervaringen die zij hebben mogen niet zo zijn. Er zijn verschillende psalmen die zich afvragen waarom de Here zich afzijdig houdt:
ik ben als een gesneuvelde in een massagraf,
aan wie u niet langer denkt, losgerukt uit uw hand
. (Psalm 88:6)

Jongeren bevinden zich vaak in een periode van heftige emoties en gevoelens en zullen deze verwoorde emoties op zijn minst aan kunnen voelen. Wellicht herkennen zij deze gevoelens, omdat zij deze ook hebben. Psalm 88 gaat overigens nog verder: U hebt mij onder in de kuil gelegd, in het duister van de diepte  (vers 7). Psalm 88 is een van de heftigste psalmen, omdat deze psalm een van de weinige is die niet afsluit met de dank. Juist daarom is deze psalm geschikt voor veel jongeren. Zeker voor degenen die te maken hebben met depressiviteit of met teleurstellingen. Het mooie van deze psalm is dat niet alleen ervaringen en gevoelens verwoord worden, maar dat deze gevoelens en ervaringen uitgesproken worden naar God toe. Deze psalm daagt ons uit om onze negatieve gevoelens en ervaringen naar God toe uit te spreken. Ook onze teleurstelling over de weg die God met ons gaat of de klacht dat wij niets van Hem ervaren. Het uitspreken van de klacht naar God toe kan een weg zijn om Hem weer te vinden in tijden waarin Hij afwezig is. Psalmen kunnen ons helpen om woorden te vinden voor wat er in ons omgaat en kunnen ons helpen om dit naar God uit te spreken.
Niet alleen in de psalmen is de Bijbel een boek waarin ervaringen en gevoelens verwoord worden. Ook in de verhalen, de profetische teksten, de brieven, de evangeliën worden ervaringen en gevoelens verwoord. Daarvoor is het soms wel nodig om inzicht te hebben in het soort teksten.

ds. M.J. Schuurman

Serie over jongeren en Bijbellezen – introductie

Serie over jongeren en Bijbellezen – introductie

Voor het leven met God is de bijbel van essentieel belang. In de bijbel spreekt God tot ons mensen. Wie aan jongeren vraagt, of zij wel eens uit de bijbel lezen, loopt een grote kans om een ontkennend antwoord te krijgen. De jongeren die wel voor zichzelf lezen uit de bijbel, hebben vaak moeite om er een betekenis voor henzelf uit te halen. Ze lezen wel de bijbel, maar begrijpen in veel gevallen niet wat zij lezen. Hoe kunnen jongeren gestimuleerd worden om de bijbel zelfstandig te lezen? Hoe kunnen ze op weg geholpen worden om de bijbel op hun eigen leven toe te passen? Tot aan Pasen komt in deze rubriek een serie, waarbij we op zoek gaan naar antwoorden op deze vragen.

Op zoek naar antwoorden op deze vragen ga ik de grens over om te kijken wat er in Duitsland is geschreven over Bijbeldidactiek. Deze Duitse publicaties zijn vaak in Nederland onbekend. In deze serie zullen inzichten en methodes van bijvoorbeeld Ingo Baldermann, Horst Klaus Berg en andere Duitse godsdienstpedagogen verwerkt worden. In de laatste bijdrage zal ook een literatuurlijst worden opgenomen.
Er zijn verschillende redenen waarom jongeren de bijbel niet lezen. Een belangrijke reden is dat jongeren vaak niet meer lezen. Als ik een nieuwe groep catechisanten krijg, vraag ik altijd of ze nog lezen en wat ze lezen. Wat mij opvalt, is dat er boven de 14 jaar nog maar weinigen zijn die lezen. Wie niet meer gewend is om te lezen, zal ook moeite hebben om de bijbel te lezen en daar de betekenis van te begrijpen. Daarbij komt nog dat de bijbel niet het gemakkelijkste boek is dat er is. Die moeilijkheidsgraad geldt overigens niet alleen voor de inhoud. Ook de opmaak van veel Bijbeluitgaven is nauwelijks geschikt voor jongeren. De moeilijkheidsgraad geldt niet alleen voor jongeren. Ook volwassenen hebben vaak veel moeite met het lezen van de bijbel.
Een andere reden is dat jongeren geregeld het idee hebben dat de bijbel niet over hun leven gaat. Ze hebben geen verwachting dat ze in de bijbel iets zullen aantreffen, wat met hun leven te maken heeft.
Wie jongeren wil stimuleren om de bijbel te lezen, moet hen laten zien dat de bijbel wel degelijk iets over hun leven te zeggen heeft. In deze serie zal onder andere aan bod komen hoe de bijbel ons kan helpen om onze ervaringen te verwoorden en hoe de bijbel ons kan helpen de zin van ons leven te ontdekken. Daarmee wordt de kloof tussen toen en nu overbrugd. Bijbellezers zijn ook gebaat om te zien welke verschillende genres er zijn en hoe die genres gelezen dienen te worden. Een verhaal dient anders gelezen te worden dan een gedeelte uit de profeten of de wijsheidsboeken. Door inzicht te verkrijgen in de verschillende genres kunnen jongeren toegang krijgen tot moeilijkere Bijbelgedeelten. Wat gebeurt er eigenlijk als jongeren de bijbel lezen? Is hun exegese de moeite waard of moet hun uitleg steeds gecorrigeerd worden? In de serie komt ook aandacht voor jongeren als exegeet.
De Bijbel is niet zomaar een boek. In het lezen van de bijbel komt God naar ons toe. Daarom zal er ook aandacht zijn voor de manier waarop de bijbel ons helpt om te leven met God en een thuis te vinden in het (christelijk) geloof.

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor HWConfessioneel