Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

Een pleidooi om de Bijbel te lezen en te bestuderen in een (post)seculiere samenleving .

In 2003 werd in Duitsland het Jaar van de Bijbel gehouden. Ter gelegenheid daarvan schreef de nieuwtestamenticus Gerd Theißen een
bijbeldidactiek. Ik herlees dit boek, omdat ik begonnen ben aan een project met alternatieve invalshoeken voor het proces van het voorbereiden van de preek.

Gerd Theißen (ook wel geschreven als Gerd Theissen) was voordat hij hoogleraar Nieuwe Testament werd docent aan een middelbare school. Hij gaf Duits en godsdienst. Zowel als docent aan een middelbare school als hoogleraar Nieuwe Testament stimuleert hij anderen de Bijbel te lezen en te bestuderen. Dat is ook wat bijbeldidactiek moet doen: werven voor het lezen en bestuderen van de Bijbel.

home_2015
(bron: http://www.bijbelingewonetaal.nl)

Tegen de stroom in
Theißen beseft dat hij tegen de stroom in moet roeien. Het lezen in de Bijbel is niet meer populair. In ieder geval niet in de vrijzinnig-progressieve stroming van de kerk, waarin hij thuis hoort. Daarnaast heeft hij ook de tijd niet mee. Kan in een seculier tijdperk nog wel een pleidooi voor het lezen en bestuderen van de Bijbel gehouden worden.

gerd theissen
Gerd Theißen (bron: SCM Press)

De Bijbel heeft het imago ook niet mee. Voor jongeren is de Bijbel een boek voor volwassenen of voor ouderen. Als de jongeren het lezen van de Bijbel niet mee krijgen, zullen ze dat ook op school niet meekrijgen. Godsdienstdocenten staan vaak nog kritischer ten opzichte van de Bijbel dan de jongeren zelf. De Bijbel is bovendien een boek uit een heel andere tijd. Waarom dan in deze tijd de Bijbel lezen en bestuderen?

636240795271128496-1921481598_25376-reading_bible-1200

Vitaliteit
Een bijbeldidactiek moet op deze kritiek een weerwoord hebben, vindt Theißen. Die is in zijn ogen ook te geven: Het lezen en bestuderen van de Bijbel is altijd een kenmerk van vitaliteit van het protestantisme geweest. Dat de Bijbel niet meer geopend wordt, is in zijn ogen een teken dat het niet best met het protestantisme gesteld is.

Postseculier
Daarnaast is het tekort door de bocht om onze tijd seculier te noemen. We leven eerder in een postseculier tijdperk, waarin gelovigen, die tot verschillende godsdiensten te rekenen zijn, en ongelovigen in één samenleving leven. Deze samenleving is ook nog eens mede gevormd door de Bijbel. Alleen al vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan de Bijbel niet gesloten blijven. Anders begrijpt men de eigen cultuur niet meer. Daarnaast spreekt de Bijbel ook vandaag de dag nog mensen aan, zowel gelovig als niet-gelovig, zowel christelijk als niet-christelijk.

Religieuze vragen
En al is de Bijbel een oud boek, de Bijbel heeft wel iets extra’s: de Bijbel zet mensen aan tot nadenken en reflectie, daagt mensen uit om contact te zoeken met God. Ook in deze postseculiere tijd worden religieuze vragen gesteld. Daarom is het nog maar de vraag of jongeren echt zo negatief over de Bijbel zijn, of dat het negatieve oordeel een gevolg van onkunde is.

De Bijbel is er ook voor andersgelovigen en niet-gelovigen
De Bijbel behoort niet alleen toe aan christenen. Ook Joden en moslims hebben (een deel van) de Bijbel. Ook hindoes en boeddhisten lezen in de Bijbel. Ook ongelovigen lezen in de Bijbel. Dat past ook wel bij de Bijbel. De canon van de Bijbel is – zeker wat het Oude Testament betreft –  gevormd met het oog op buitenstaanders (Ezra 7; de brief aan Aristeas). Het Nieuwe Testament is dan wel ontstaan voor intern gebruik, maar het Vroege Christendom was missionair ingesteld. Het lezen van de Bijbel door andersgelovigen of ongelovigen past bij de Bijbel.

Open bijbeldidactiek
Theißen wil daarom met een
open bijbeldidactiek komen: een bijbeldidactiek die zich niet alleen richt op christenen, maar ook andersgelovigen en niet-gelovigen uitdaagt om de Bijbel te lezen en te bestuderen. De Bijbel is niet alleen onderdeel van de religieuze vorming en ontwikkeling, maar zelfs onderdeel van de algemene vorming en ontwikkeling.

Er zijn naar zijn idee 3 manieren van gebruik van de Bijbel, waarin de drieslag van de praktische theologie zoals Dietrich Rössler die voorstaat zichtbaar wordt: kerkelijk, persoonlijk en publiek.

  • De Bijbel als belijdenisboek – de Bijbel is een boek van de kerk, een zichtbaar symbool dat het mogelijk is om in contact te komen met God.
  • De Bijbel als boek om te mediteren – de Bijbel voor persoonlijk gebruik.
  • De Bijbel als boek van algemene vorming en ontwikkeling – de Bijbel als publiek boek. 

N.a.v. Gerd Theißen, Zur Bibel motivieren. Aufgaben, Inhalte und Methoden einer offenen Bibeldidaktik (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2003) 12-26.

Ik heb al eerder over Gerd Theißen geblogd hier en hier. Zie voor bijvoorbeeld voor een vertaling van dit eerste hoofdstuk: hier.

Advertenties

God in het godsdienstonderwijs

God in het godsdienstonderwijs

In een handleiding voor leraren bij een lesboek over het Thema: God staat: ‘De vraag naar God kan gelden als de kernvraag van elk godsdienstonderwijs.’

Georg Plasger (hoogleraar Systematische theologie) plaatst hier in het Handboek Bijbeldidactiek een kanttekening bij: vanuit Bijbels perspectief gaat het niet op, dat God in het middelpunt staat. Dan zou God slechts een antwoord zijn op een vraag die al eerder is gesteld. In de Bijbel is het andersom: God is Degene die van mensen een antwoord verwacht. God bevraagt de mens.

Gods vrijheid
Vanaf het begin tot het einde van de Bijbel wordt een grote geschiedenis van God verteld: God handelt, regeert, redt. Reeds aan het begin wordt duidelijk dat God handelt. God begint te handelen zonder externe reden: Hij schept de wereld, kiest Israël als Zijn volk, leidt Israël uit de slavernij in Egypte, komt in Zijn Zoon naar deze wereld.
De enige reden voor dit handelen is steeds: omdat God zelf dit wilde. God is niet gedwongen om te handelen. Om in theologische vaktermen te spreken: God handelt in vrijheid. Deze vrijheid is een vrijheid tot handelen (en geen vrijheid als beperking, zoals vrijheid in modernere zin betekent).

Naam
In Exodus 3:14 geeft God een antwoord op de vraag van Mozes naar Gods naam: IK BEN DIE IK BEN (HSV); IK ZAL ER ZIJN (NBV). In het Hebreeuws: JHWH.
Van groot belang is dat hier de naam van God onthuld wordt. Er wordt geen definitie gegeven. De Bijbel gaat ervan uit dat er maar één God is en dat die God deze naam heeft. Het is deze God die als enige te eren en te dienen is.
Vanuit Bijbels perspectief is het onjuist om eerst een (menselijke) definitie of typering van God te bedenken en vervolgens de kenmerken van die ‘god’ op God toe te passen.

Schepper
Deze God kiest Israël als Zijn volk. In het Nieuwe Testament komt de kerk erbij louter en alleen door Gods verkiezend handelen. God is Degene die kiest.
De God die Israël gekozen heeft, is ook de schepper van hemel en aarde. God en mens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gods handelen stopte niet na de schepping. Na de schepping heeft God de wereld die Hij geschapen had niet losgelaten: vanaf de tijd dat Hij schiep, heeft God is in Zijn zorg met de wereld bemoeit. In theologische termen: God bewaart de schepping. Hij waakt over Zijn schepping.

Het scheppend handelen is niet alleen in het Oude Testament te vinden. Ook in het Nieuwe Testament wordt gesproken over schepping. Aan de ene kant komt Christus naar voren als degene door wie God de wereld geschapen heeft (Jezus Christus als scheppingsmiddelaar, zie Kol. 1:15-20). Aan de andere kant kunnen de wonderen en genezingen van Jezus vanuit de schepping begrepen worden: de schepping is onderdanig aan Jezus en Zijn genezend handelen is een teken van Zijn volmacht en geven aan dat het rijk van God in Hem is aangebroken.

Beelden en beeldverbod
Opvallend is dat de Bijbel vooral over God vertelt. In de Bijbel wordt weinig over Gods ‘zijn’ of ‘wezen’ gespeculeerd. Er wordt vooral verteld hoe Hij door Zijn handelen laat zien wie Hij is. Het Nieuwe Testament volgt dit spoor. In het NT wordt niet gespeculeerd over het ‘zijn’ van Jezus, maar wordt in verhalen verteld hoe Jezus door Zijn handelen laat zien wie Hij is.

In de Bijbel worden veel beelden voor God en Jezus gebruikt: herder (Ps 23), hen (Mt. 23:37), rechter (Ps 7:9), arts (Ex 15:26). Deze beelden laten zien dat God op mensen gericht is. Tegelijkertijd bevat de Bijbel ook een beeldverbod: het 2e gebod van de Tien Geboden. Dit gebod waarschuwt voor het gevaar om God vast te leggen met een bepaald beeld. De begrippen en beelden die voor God gebruikt worden hebben het gevaar van eenzijdigheid in zich en dienen steeds gecorrigeerd te worden door het Bijbelse spreken over God.

God redt
Het is van belang om de concreetheid waarmee de Bijbel over God spreekt niet te verliezen. De rode draad in de Bijbel is het reddend handelen van God. De door God geschapen wereld wordt steeds als een bedreigde wereld getypeerd. Israël wordt bedreigd door vijandelijke buurvolkeren maar vooral door zichzelf.
Ook het Nieuwe Testament laat zien dat mensen bedreigd zijn en nog sterker dan het Oude Testament wordt hier getoond dat de mens door zichzelf wordt bedreigd, omdat hij niet volgens de wil van God en niet in vrede met zichzelf leeft (=zonde).
Typerend voor God is dat Hij zich ontfermt, dat Hij komt om te redden, dat Hij mensen niet aan het verderf overlaat. Zelfs het oordeel is – bij de profeten – een onderdeel van Zijn reddend handelen.

Donkere kanten
En de donkere kanten van God (zie de boeken van Christian Link en Walter Dietrich over De donkere kanten van God). Daarin wordt willekeur en geweld ervaren. Hierbij helpt het ook niet, zoals Luther deed, om een onderscheid te maken tussen de verborgen God (deus absconditus) en de geopenbaarde God. Dit onderscheid roept vragen op: Is Jezus dan de ‘eigenlijke’ God? Heeft de God die wij ervaren en die zich aan ons voordoet ook nog een andere kant? Uiteindelijk is God niet te verklaren.

Drie-enige God
In de Bijbel komen formuleringen tegen die wijzen op een drie-enige God. Een uitgewerkte leer over Gods drie-eenheid kent de Bijbel echter niet. De besluiten die concilies in de Vroege Kerk namen over de drie-eenheid van God en over de verhouding tussen de menselijke en goddelijke natuur in Christus kunnen gezien worden als een commentaar op de Bijbel.

Voor de schrijvers van het Nieuwe Testament is de Schrift niet meer te lezen zonder de ervaring van de gekomen Messias. Daarom is de Zoon van God reeds van eeuwigheid de Zoon van God en niet (op aarde of bij Zijn sterven) tot Zoon gemaakt of geworden. Vanuit christelijk perspectief is de God die in Oude Testament bekend is reeds de drie-enige God. De leer over de drie-enige God integreert verschillende aspecten:

– God is van eeuwigheid reeds een God in relatie
– God heeft de schepping niet nodig gehad om in relatie te leven; toch wilde Hij Zijn schepping
– God verbond Zich onlosmakelijk met Zijn schepping, zodat Zijn schepping niet meer als god-loos te duiden is
– In de Heilige Geest keert God zich tot de individuele mens en tot de kosmos in het geheel

De leer over de drie-enige God is een hulpmiddel bij het begrijpen van de Bijbel. In deze leer gaat het niet om abstracties, maar om de God die zich in reddend handelen tot de wereld wendt en in deze wereld gekomen is.

God in het godsdienstonderwijs
Het Bijbelse getuigenis over God en de vraag van mensen – en ook van kinderen en jongeren – naar God is te onderscheiden.
Kan men in het huidige onderwijs nog veronderstellen dat kinderen en jongeren naar God vragen? Plasger is sceptisch en vraagt zich af of in de toenemend seculiere maatschappij de verlangens over het leven en de vraag naar de zin van het bestaan nog wel met de vraag naar God geïdentificeerd kan worden. Bovendien: doet dat ook wel recht aan de mens die niet naar God vraagt?

Een belangrijk doel van het godsdienstonderwijs is volgens Plasger: vasthouden aan de vreemdheid van de Bijbelteksten en voorkomen dat Bijbelteksten geclaimd worden. De verhalen vertellen ons geschiedenissen en daarin de ene geschiedenis van God met de wereld. De verhalen dagen ons uit om in gesprek te treden met de Bijbelse overlevering.

Basisonderwijs
In het basisonderwijs (Primarstufe) komen volgens de leerplannen vooral de verhalen uit de Bijbel aan de orde. Van belang is het wel om deze verhalen als geschiedenissen over God te begrijpen. De verhalen zijn vaak concreet, maar in de concreetheid ook verhalen over God.

Wanneer het onderwijs erin slaagt dat de kinderen de verhalen waarnemen als een geschiedenis over God en zij leren om de vragen die zij zelf hebben of de vragen die hen aangereikt worden te stellen aan de hand van de in deze geschiedenis geopenbaarde God, zal de vraag naar God steeds concreter worden.
En dat betekent ook dat de vraag naar de – drie-enige – God steeds meer verweven raakt met het leven van de kinderen.

Onderbouw
Ook in de onderbouw van de middelbare school (Sekundarstufe I) is God steeds opnieuw een thema. Vanuit het perspectief van de Bijbel gaat het erom, dat de in de Bijbel specifieke getuigenis over God een stem is die niet in te wisselen is.
Als het godsdienstonderwijs alleen vanuit een godsdienstwetenschappelijke invalshoek (d.w.z. als een neutrale beschouwing over godsdienst) doet geen recht aan het getuigenis van de Bijbel. Daarom is het goed als de Bijbelse stemmen gehoord worden als een uitdaging. Door middel van de Bijbelse stemmen worden de reeds aanwezige godsbeelden die iedereen in de les aan (Bijbelse) kritiek onderworpen.

Besluit
In het godsdienstonderwijs treffen de veelstemmige Bijbelse getuigenissen over God en de situatie van de scholieren met hun op het heden gerichte vragen elkaar. Dat maakt het godsdienstonderwijs zo uitdagend. Deze ontmoeting of confrontatie kent immers twee kanten: om de vraag van de kinderen en jongeren naar God en om Gods vraag aan hen.

N.a.v. Georg Plasger, ‘Gott’, in: Mirjam Zimmermann & Ruben Zimmermann (Hg.), Handbuch Bibeldidaktik (Tübingen: Mohr Siebeck, 2013) 99-106

Een selectie maken uit de Bijbel voor het onderwijs

Een selectie maken uit de Bijbel voor het onderwijs
Een pleidooi voor de ‘canon van de canon’.

big_25433743_0_333-250

De Bijbel is een omvangrijk boek. Te omvangrijk om als geheel in het godsdienstonderwijs aan de orde te komen. Als men de Bijbel in het onderwijs aan de orde wil stellen, zal men dus een selectie moeten maken.

Nu is het godsdienstonderwijs niet het enige die tegen dit probleem aanloopt. Op veel terreinen van de geloofsopvoeding komt men het probleem van de omvang van de Bijbel tegen: van de kinderbijbel tot de Bijbelgedeelten die in de preken aan de orde komen. In de praktijk wordt reeds een selectie gemaakt.

Kinderbijbel
In een kinderbijbel bijvoorbeeld wordt geregeld een selectie gemaakt van verhalen, waarbij bepaalde delen van de Bijbel niet aan de orde komen. Bij het niet-geselecteerde deel gaat het om een omvangrijk deel van de Bijbel: de voorschriften uit de Pentateuch, de profeten, wijsheidsliteratuur en nieuwtestamentische brieven vallen haast altijd buiten de boot.

Redenen
Er zijn verschillende redenen aan te geven, waarom een groot deel van de Bijbel buiten de boot valt:
– een tekst wordt in cognitief of emotioneel opzicht als te moeilijk voor kinderen en jongeren ervaren.
– wat er in een tekst beschreven is, wordt gezien als in tegenspraak met hedendaagse normen en waarden of wetenschappelijke inzichten.
– een tekst roept (te) moeilijke theologische vragen op, zoals de vraag naar God en het lijden.
De andere kant is dat wat er verwoord wordt, voor kinderen en jongeren niet geheel vreemd is.

Selecteren
Om de Bijbel te kunnen gebruiken, moet er een selectie worden gemaakt. Deze selectie dient niet, zoals vaak het geval is bij leerdoelen voor catechese of godsdienstonderwijs of bij het schrijven van kinderbijbels, subjectief en willekeurig te zijn. Een selectie behoort beredeneerd te zijn.
In de discussie van de Bijbeldidactiek zijn de volgende selecties voorgesteld:
– gebaseerd op basisinformatie (Horst Klaus Berg: ‘Grundbescheide’)
– gebaseerd op de basismotieven (Gerd Theiβen)
– gebaseerd op sleutels om de Bijbel te kunnen lezen.
Recent is op deze selecties kritiek gekomen van degenen die zich geïnspireerd weten door de canonieke exegese: deze selecties doen geen recht aan de Bijbelse canon.

Leeftijdspecifiek?
Binnen de Bijbeldidactiek is er vooral veel discussie over de selectie van gedeelten uit het Oude Testament. In de discussie komt men tegengestelde resultaten tegen. Zo kan bij de ene methode het verhaal van Noach gekozen worden vanwege de constructieve betekenis, bij de andere methode juist overgeslagen omdat de betekenis destructief is. In de ene methode geldt het verhaal van Job als geschikt voor kinderen; de andere methode vindt dat kinderen daarbij overvraagd worden.

big_25324840

Canon voor het onderwijs van de Bijbel
Eigenlijk zou er – analoog aan de canon van de geschiedenis – een canon voor het onderwijs van de Bijbel moeten komen. Een bereflecteerde ‘canon binnen de canon’ zogezegd. (Het geheel van de Bijbel heet immers ook ‘canon.) Zo’n ‘canon van de canon’ laat het elementaire van de Bijbel zien en kan door deze selectie en reductie tot het wezenlijke een brug slaan naar de leefwereld van de leerlingen. Dit pleidooi voor de ‘canon van de canon’ sluit aan bij het inmiddels in de Duitse godsdienstpedagogiek niet meer weg te denken principe van de elementarisering.
In die canon’ voor het onderwijs van de Bijbel zouden zowel bekende als onbekende teksten opgenomen moeten worden. Ook voor Bijbelverhalen en Bijbelteksten geldt dat het vreemde meer aantrekkingskracht heeft dan het (over)bekende.

canon

Canon voor de geschiedenis als voorbeeld
Een voorbeeld voor de canon voor het onderwijs van de Bijbel zie ik zelf in de canon voor de geschiedenis. Ook voor de Bijbelse canon zouden 50 vensters opgesteld kunnen worden. Bij die vensters zou aangegeven kunnen worden op welke manier deze thematiek, dit verhaal of deze personen verder in de Bijbel voorkomen. Bij een kenmerkend verhaal wordt een elementaire uitleg gegeven, waarbij uitgelegd wordt op welke manier er een brug geslagen kan worden naar de leefwereld van de kinderen en jongeren. Bij zo’n venster zou ook opgenomen kunnen worden hoe een verhaal, passage of persoon in kunst, literatuur, songs of (andere) media-uitingen aan de orde is gesteld.
De uitgeverij De Lubas heeft naar aanleiding van de canon voor de geschiedenis kinderboeken uitgebracht, die in de tijd van een bepaald venster spelen: de serie Terugblikken. Het zou mooi zijn als zo’n canon voor het onderwijs van de Bijbel een uitdaging voor kinderboekenschrijvers vormt om een verhaal bij een venster te schrijven. Ook zou het mooi zijn als zo’n canon bijdraagt tot een meer evenwichtigere kinderbijbel, waarbij onderbelichte delen van de Bijbel ook aan de orde komen.

N.a.v. Sabine Pemsel – Maier, ‘Der Kanon im Kanon’, in: Mirjam Zimmermann & Ruben Zimmermann (Hg.), Handbuch Bibeldidaktik (Tübingen: Mohr Siebeck, 2013) 91-99.

De Bijbel in je gezin

De Bijbel in je gezin

Volgende week denk ik na met een aantal moeders uit onze gemeente over de Bijbel in je gezin

De opzet zal als volgt (ongeveer) zijn:

(1) Lezen en voorlezen in je gezin
Voordat we nadenken over het lezen uit de Bijbel denken we eerst na over lezen in het algemeen.
* Lees je voor aan je kind?
* Houd je kind van lezen? Of juist niet?
* Houd je zelf van lezen? Of kom je er niet aan toe?
* Zou je je kind stimuleren om te lezen?

(2) Eigen ervaringen als kind met de (kinder)bijbel
Zoals alles in de opvoeding maakt het uit wat je eigen ervaringen zijn als kind. Dat geldt ook voor het lezen uit de Bijbel:
* Kijk je daar met plezier op terug? Of juist niet?
* Hielp het je op de weg in je geloof? Of juist niet?

(3) Jij & de Bijbel
Wat is eigenlijk je eigen band met de Bijbel? Kom je er aan toe om voor jezelf te lezen? En wat lees je dan?

(4) De Bijbel in je gezin
Een groot deel van de morgen zal gaan over de Bijbel in je gezin.
- Ervaringen
- Ideeën
– Gesprekken met kinderen over een bijbelgedeelte
– Zelf een Bijbelverhaal vertellen aan je kind
– Alleen de kinderbijbel of ook de Bijbel (NBV of HSV)?

(5) Soorten Bijbels / kinderbijbels
Tot slot: waar moet je op letten bij de keuze van een (kinder)bijbel?
* Inhoud
* Lengte van de verhalen
* Illustraties
* ed

Een godsdienstpedagogische commentaar op de Bijbel (1)

Een godsdienstpedagogische commentaar op de Bijbel (1)

Vorig jaar verscheen er een godsdienstpedagogisch commentaar op de Bijbel. Verschillende godsdienstpedagogen en exegeten werkten hier aan mee. Zij kregen de taak mee om een artikel te schrijven over één bepaald Bijbelboek vanuit de vraagstelling: op welke manier wordt de hedendaagse godsdienstpedagogische waarneming uitgedaagd door dit desbetreffende Bijbelboek. Het commentaar wil meer bieden dan een actuele stand van zaken in de exegese van een Bijbelboek. Het gaat om de uitdaging die vanuit dat Bijbelboek op de leef- en denkwereld van jongeren opkomt. Op welke manier wordt onze waarneming van hun leef- en denkwereld uitgedaagd, kritisch bevraagd, tegengesproken of gestimuleerd?
De Bijbel is voor onze cultuur een belangrijk boek. Onze cultuur is in grote mate gestempeld door de Bijbel. In de ogen van de redacteuren Bernhard Dressler en Harald Schroeter-Wittke is dat geen afdoende basis om de Bijbel in onderwijs en geloofsopvoeding aan de orde te laten komen. Sterker nog, ze zijn van mening dat deze insteek bijdraagt aan een musealisering van de Bijbel. Het behandelen van de Bijbel gebeurt dan vanuit een historische blik, een terugkijken: toen was de Bijbel (nog) van belang.
Dressler en Schroeter-Wittke zijn van mening dat de Bijbel een plaats in opvoeding en onderwijs moet krijgen, omdat de Bijbel ons vandaag de dag nog veel te zeggen heeft. De Bijbel laat een licht schijnen over onze leefwereld. De Bijbel kan helpen om onze wereld te ontsluiten en te begrijpen. De Bijbel is een bron van kracht, die ons oriëntatie biedt in onze wereld. In het onderwijs en de opvoeding gaat het niet alleen om het leren kennen van de Bijbel, maar voor om de verbinding van de Bijbel met existentiële vragen en met de onze waarneming van de wereld waarin wij leven. De didactiek van de Bijbel zou erop gericht moeten zijn om deze verbinding te bewerkstelligen.
De Bijbel heeft weliswaar onze cultuur gestempeld, maar steeds meer wordt de Bijbel een boek dat ons vreemd is. Omdat het stamt uit een cultuur die ons vreemd is. Omdat het op een manier over God spreekt die in onze cultuur steeds meer vreemd geworden is. Deze vreemdheid kan leiden tot onbegrip of irritatie. Het fascinerende van de hedendaagse godsdienstpedagogiek is dat die vreemdheid ook productief en stimulerend kan werken. Wat anders is, kan ook een bepaalde aantrekkingskracht hebben. Een nieuw perspectief kan tot nadenken stemmen. Een onverwachte vraag kan ontregelen, maar ook uitdagen.
Bij een project waaraan verschillende auteurs meewerken, zal niet alles even boeiend zijn. Zo gaat het in het artikel over Handelingen alleen over de wonderverhalen. In de artikelen over de Torah en de eerste boeken van de Bijbel komt naar voren dat de veelvoud aan hypothesen een behoorlijke belemmering is. In de artikelen kan het vaak ook slechts om aanzetten gaan.
Daarnaast zijn er genoeg interessante invalshoeken en leidt de ontmoeting of confrontatie van Bijbeltekst en godsdienstpedagogische waarneming tot een boeiende reflectie. In het artikel over het evangelie van Mattheüs wordt de insteek genomen in de vragen van scholieren. In de ontmoeting van de vragen van leerlingen en de tekst van het evangelie valt op dat in dit evangelie vragen een grote rol spelen. Zo kan deze ontmoeting ook voor de exegese verrijkend zijn.

N.a.v. Bernhard Dressler / Harald Schroeter-Wittke (Hg.), Religionspädagogischer Kommentar zur Bibel (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2012).

Geschreven voor HWConfessioneel. In het vervolg wil ik een aantal boeiende zaken uit dit commentaar naar voren halen

Literatuurlijst Bijbeldidactiek

Literatuurlijst Bijbeldidaktiek

Enige tijd geleden heb ik enkele artikelen gewijd aan bijbeldidaktiek: hoe kunnen kinderen en jongeren gestimuleerd worden om de Bijbel te lezen en te gebruiken. Daarbij had ik aangegeven dat ik zou afsluiten met een literatuurlijst. Hierbij alsnog de literatuurlijst.

    
* Ingo BaldermannEinführung in die Bibel (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1988)
Wer hört mein Weinen? Kinder entdecken sichselbst in den Psalmen (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 1986 – 10e druk 2011).

[Ooit een voorlopige vertaling geplaatst: https://mjschuurman.wordpress.com/2009/12/15/ingo-baldermann-kinderen-psalmen-hoofdstuk-1/]

Ich werde nicht sterben sondern leben. Psalmen als Gebrauchstexte (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 1990 – 5e druk 2011).
Gottes Reich – Hoffnung für Kinder. Entdeckungen mit Kinder in den Evangelien (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 5e druk 2005).
Einführung in die biblische Didaktik. (Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 1996 – 4e druk 2011
Auferstehung sehen lernen. Entdeckendes Lernen an biblischen Hoffnungstexte (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 1999).

 

* Desmond Bell / Heidi Lipski – Melchior / Johannes von Lüpke (Hg.)Menschen suchen – Zugänge finden. Auf der Suche nach einen religionpädagogisch verantworteten Umgang mit der Bibel. Festschrift für Christine Reents (Wuppertal: Foedus Verlag, 1999).


* Horst Klaus BergEin Wort wie Feuer. Wege lebendiger Bibelauslegung (Stuttgart: Calwer Verlagm 1991).
Grundriβ der Bibeldidaktik. Konzepte, Modelle, Methoden (München: Kösel Verlag, 1993).
Altes Testament unterrichten. 29 Unterrichtsvorschläge (München: Kösel Verlag, 1999).


* Bibel und Bibeldidaktik. Jahrbuch für Religionspädagogik 23 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 2007).

* Christoph Bizer, ‘Die Schlüsselerfarung der christlichen Bibel’, in: Jahrbuch für Religionspädagogik 6 (1993) 87-106.

* Frieder Harz
, ‘Die Bibel verstehen lernen – Anregungen zu einer religionspädagogisch verantwortenen Rezeption historisch-kritischer Forschung’, in: Werner Ritter / Martin Rothgangel (Hg.), Religionspädagogik und Theologie. Enzyklopädische Aspekte. Festschrift für Wilhelm Sturm (Stuttgart / Berlin / Köln: Verlag W. Kohlhammer, )

* Horst Heinemman
, Kindern biblische Geschichten erzählen (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2004).

* Evert JonkerAan het Woord komen. Hoe gemeenteleden van 17 jaar en ouder  in gesprek raken met de Bijbel. Bouwstenen en gebruiksmateriaal (Zoetermeer: Boekencentrum, 1992 – 2e druk 1999).
Van verstaan naar vertolken. Een praktisch-theologische analyse van de voorbereiding van een preek of een catechese over de Openbaring van Johannes (proefschrift – uitgegeven in eigen beheer).

* Ulrich Kropač  – ‘Biblisches Lernen’, in: Georg Hilger / Stephan Leimgruber / Hans-Georg Ziebertz, Religionsdidaktik. Ein Letfaden für Studium, Ausbildung und Beruf (München: Kösel Verlag, )

* Godwin Lämmermann / Christoph Morgenthaler u.a. (Hg.)Bibeldidaktik in der Postmoderne. Festschrift Klaus Wegenast (Stuttgart / Berlin / Köln: Kohlhammer, 1999).

* Michael Meyer-Blanck – ‘Alles ist möglich: Bibel und Unterricht’, deze bijdrage die ik ooit van internet gehaald had, is opgenomen in zijn boek Religion zeigen.

* Friederun Rupp-Holmes / Heide ReinhardGrundkurs Bibel. Biblische Grundmotive entdecken – verstehen – darstellen. 15 Lernstationen ab Klasse 10 – mt CD-Rom (München: Calwer Verlag, 2012)

* Gerd TheiβenZur Bibel motivieren. Aufgaben, Inhalte und Methoden einer offenen Bibeldidaktik (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2003)

Zie hiervoor ook: https://mjschuurman.wordpress.com/2009/12/08/gerd-theisen-schreef-een-bijbeldidactiek/

Ooit heb ik een voorlopige vertaling op mijn blog geplaatst:
* hoofdstuk 1: ‘Taken van een open bijbeldidaktiek’ https://mjschuurman.wordpress.com/2009/12/16/gerd-theissen-bijbeldidactiek-hoofdstuk-1-voorlopige-vertaling/
* hoofdstuk 2: ‘De Bijbel in de algemene ontwikkeling’ https://mjschuurman.wordpress.com/2009/12/16/gerd-theissen-bijbeldidactiek-hoofdstuk-2-voorlopige-vertaling/ 
* hoofdstuk 3: ‘De Bijbel in het godsdiensonderwijs’  https://mjschuurman.wordpress.com/2009/12/16/gerd-theissen-bijbeldidactiek-hoofdstuk-3-voorlopige-vertaling/ 

Zie ook: http://www.ptz-stuttgart.de/uploads/media/Bibeldidaktik_01.pdf

De Bijbel als gids bij levensvragen

De Bijbel als gids bij levensvragen
Jongeren en Bijbellezen (4)

Op allerlei manieren is een jongere bezig met levensvragen. Levensvragen van jongeren hebben onder andere te maken met hun eigen identiteit en hun toekomst. Een jongere de eigen levensweg wel verschillende raadgevers om zich heen hebben: ouders (of verzorgers), vrienden, leraren. Ook de Bijbel kan helpen om na te denken over deze levensvragen. Daarbij gaat het er lang niet altijd om dat de Bijbel een antwoord geeft op levensvragen, maar de Bijbel het eigen leven in een ander perspectief plaatst (reframing). In de literatuur over pastoraat en godsdienstpedagogiek zijn daar indrukwekkende voorbeelden van te vinden.
Een voorbeeld uit een boek dat ik zelf vertaalde:

J., een jongeman van 19 jaar, heeft mij over zijn problemen verteld, preciezer: van een warboel van problemen, die cirkelen om de vraag naar zijn verdere toekomst wat beroep betreft. Hij zou – vertelt hij ademloos – tegen de wil van zijn ouders het conservatorium willen gaan doen, nu hij klaar is met zijn opleiding tot elektricien. Tegelijkertijd is hij er bang voor dat hij de breuk met zijn ouders niet aan kan. Daarom werkt hij voorlopig nog. Zo lang hij echter werkt, heeft hij geen tijd om zich voor te bereiden op het toelatingsexamen. Maar wanneer hij niet slaagt, zou het moeilijker zijn om nog een poging te wagen. Wanneer hij zijn wens voor deze studie opgeeft, dan heeft hij het gevoel, het ‘eigenlijke’ van zijn leven te missen, maar aan de andere kant vraagt hij zichzelf af of hij wel verstandig bezig is. Kan ik als musicus wel mijn brood verdienen? In het verdere verloop van het gesprek wordt het mij duidelijk, dat zijn eerste opgave eruit bestaat om eerst eens alles op een rijtje te zetten en te kijken op welk niveau de problemen zich bevinden. Hij moet prioriteiten stellen en zich realistische doelen stellen, in plaats van alles steeds weer door zijn hoofd te laten malen, waardoor hij zich steeds overvraagt en blokkeert. Aan het eind van het gesprek verklaart J.: ‘Nu, ik zal maar naar huis gaan en daar eerst opschrijven wat ik eerst moet doen en wat ik daarna moet besluiten.’ Ik antwoord: ‘Ik ben van mening, dat je nu alles op een rijtje moet zetten en dat je er dan niet voortdurend over na moet blijven denken.’ Ik voeg er aan toe: ‘Er schiet me iets te binnen. Je herinnert je vast het Onze Vader. Een van de beden luidt: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Dat “heden” is belangrijk. Wij krijgen zoveel kracht als wij nodig hebben voor een dag. Daarom moeten wij ons niet meer gaan voornemen, dan er mogelijk is op een dag.’ Daarop zegt J.: ‘Dan zou het beter met mij gaan.’ Ik antwoord: ‘Alles op een rijtje zetten is al een goede eerste stap.’ Later, nadat wij een nieuwe ontmoeting hebben afgesproken, zeg ik bij het afscheid: ‘Ik zal de komende dagen, wanneer ik het Onze Vader bidt, bij het woord “heden” aan jou denken.’ (Uit: Peter Bukowski, De Bijbel ter sprake brengen, p. 88-89)

De Bijbel staat vol verhalen, beelden, zinsneden die helpen om de levensvragen te doordenken of vanuit een bepaald perspectief te laten zien. Jongeren zijn niet altijd gewend om de Bijbel hun zoektocht door het leven te betrekken. Het is dus van belang om jongeren te laten zien op welke manier de Bijbel voor hen een gids kan zijn bij levensvragen. Dat vraagt aan de ene kant een respectvolle openheid naar het levensverhaal van de jongere en aan de andere kant een respectvolle vertrouwdheid met de verhalen, de beelden en de formuleringen die de Schrift bevat. Bovendien is het nodig dat er moment geschapen worden, waarbij het levensverhaal van de jongere en de woorden van de Schrift met elkaar verbonden worden.

Ds. M.J. Schuurman