Preek zondagmorgen 28 augustus 2016

Preek zondagmorgen 28 augustus 2016
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Schriftlezing: Deuteronomium 4:1-11

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

U wordt vanmorgen voor de keuze gesteld:
Wilt u de Heere God dienen – of niet?
Heeft u alles voor Hem over
en bent u bereid om Hem te dienen met alles wat u hebt?
Dat is niet zomaar een keuze.
De keuze voor God – om Hem te dienen
is de weg naar het leven.
Alleen zo blijft uw leven behouden.
Als Mozes het volk Israël toespreekt,
houdt hij hen een keuze voor: de keuze tussen dood en leven.
Wie de weg van God gaat, wie naar Hem luistert
in het land dat ze zullen gaan betreden, trouw en loyaal aan de Heere,
die blijft in Zijn gemeenschap en heeft het leven gevonden.
Wie een andere weg gaat, mist het leven
en kiest een weg die uiteindelijk naar de dood leidt.
Is het ook voor ons een keuze tussen leven of dood?
Omdat de gevolgen van die keuze niet direct zichtbaar zijn,
kun je zeggen: het valt wel mee
en kun je het voor je uitschuiven:
Ik hoef nu nog geen keuze te maken, zo nauw komt het niet.
Het zal zo’n vaart niet lopen.
God is toch vol liefde?

Vergis je niet, houd Mozes het volk Israël toe.
Met zulke geestelijke gemakzucht ben je op de verkeerde weg.
Dan heb je God niet in je leven
en dan ben je ook niet op weg naar het leven,
maar loop je je ondergang tegemoet.
Door het volk toe te spreken, wil hij hen ervan doordringen
dat hun keuze gevolgen voor hen heeft,
wil hij hen waarschuwen
om het vertrouwen dat ze nu op God hebben,
niet te verwaarlozen en God niet door geestelijke achteloosheid kwijt te raken.
Heb jij, hebt u dat ook nodig,
om net als het volk Israël weer aangesproken te worden,
erop gewezen te worden, dat u een keuze moet maken voor God,
misschien weer opnieuw,
omdat je eerder eens een keuze maakte, vol enthousiasme,
omdat je wat van de Heere God ervaren had, waardoor je op Zijn weg verder ging,
maar is het allemaal gewoon geworden en laat je het erbij zitten.

Het kan ook zijn dat je bij jezelf denkt:
“Ik ben al zo vaak gewaarschuwd.
Vroeger hadden de preken altijd een waarschuwende strekking.
Zo’n waarschuwing doet me niets meer,
ik heb dat zo vaak gehoord, ik ben afgestompt.
Elke keer als die lijst met zonden in het avondmaalsformulier gelezen wordt,
voel ik weer die benauwende sfeer van vroeger,
Ik wil het er niet meer over horen.
Als ik zo’n waarschuwing hoor, sluit ik mijzelf ervoor af.”

Mozes heeft een goede reden
om zo bij het volk aan te dringen op trouw en loyaliteit aan God.
Hij waarschuwt niet, omdat er bepaalde mensen zijn bij het volk
die graag horen dat hij het volk het nog eens goed aanzegt,
maar hij zegt dat, omdat het volk op de grens staat,
vlak voor Kanaän, het land dat de Heere had beloofd aan Abraham, Izak en Jakob.
Het volk staat op het punt dat beloofde land binnen te gaan.
Maar Mozes is er niet gerust op
hoe het volk van God zal omgaan met God
als ze eenmaal in het land zijn, als alles rustig is, het hele land veroverd
en de herinnering aan Egypte en de woestijnreis
en alles wat de Heere voor Israël haast of helemaal vergeten is.
Daarom prent hij het volk het nog eens in:
Jullie zijn een bijzonder volk, door God uitgekozen.
Moet je eens kijken hoe bijzonder jullie band met God is.
Als je tot Hem bidt, dan is Hij er
en mag je zeker zijn van Zijn steun, van Zijn hulp.
Weet je wel hoe jaloers de volken om ons heen zijn
op onze band met God,
Zo dichtbij, leven met de enige, ware God, de God die leeft,
die oren heeft en niet doof is voor onze gebeden,
die ogen heeft en dag en nacht over ons waakt,
onze Bewaarder die nooit Zijn ogen sluit.
die een mond heeft, die tot ons spreekt – Woorden van leven.

Kunt u zich voorstellen dat er mensen zijn,
die jaloers zijn op uw band met God,
met een God die zo nabij is,
die uit de hemel neerdaalde om onder ons te zijn, als mens,
om u van de zonde, om u uit de macht van de duivel te bevrijden.
Hij werd zelf gebonden, opdat Hij u kon vrijkopen.
Daar kunt u toch van meepraten?
Dat hoeft niet een heel bijzonder verhaal te zijn.
Het is al bijzonder genoeg als je kunt vertellen,
dat je mag geloven dat onze Heer ook voor jou, voor u naar de aarde kwam
om voor jou, voor u te sterven aan het kruis, voor uw zonden, om jou vrij te maken
en weer thuis te brengen bij God.
Vergeving voor jou, omdat Hij met Zijn leven voor jou betaalde.
Raak dat allemaal niet kwijt!
Raak God niet kwijt!
Raak God niet door eigen toedoen kwijt,
omdat het leven met God zo gewoon geworden is,
of omdat het leven hier op deze aarde nog zo trekt,
waardoor je het leven met God voor je uitschuift.

In het formulier voor het avondmaal wordt een lijst genoemd
van degenen die opgeroepen worden om niet aan het avondmaal te gaan
en als eersten worden de afgodendienaars genoemd.
Dan kunt u uw schouders ophalen:
afgodendienaars, dat is iets van vroeger uit de tijd van de Bijbel.
Maar zo makkelijk kunt u zich daar niet vanaf maken.
We gaan heel makkelijk mee in de verleiding
om de Heere niet het belangrijkste in ons leven te maken.
Dat kan zomaar gebeuren, als je het goed hebt,
je opgaat in je werk, carrière maakt, genoeg te doen hebt.
Dat is allemaal heel goed, maar het wordt een afgod als het te belangrijk voor je wordt.
Als je je daardoor niet meer kunt bezighouden met de Heere.
of als je daardoor gaat denken: het leven is hier nog zo goed hier op aarde.
Mozes zei dat tegen een volk dat een nieuw bestaan in een nieuw land moest opbouwen.
Jullie krijgen het druk genoeg, een flinke tijdsinvestering,
de handen uit de mouwen, hard werken in de komende jaren.
Maar vergeet daarbij niet, dat je een God hebt, die je dit allemaal gegeven heeft.
Een God die niet op een afstand staat,
maar heel dicht bij je is.
En ook niet zomaar dichtbij – maar in jullie midden.
Hij dacht aan Gods aanwezigheid in de wolk die voor het volk uitging
en aan de tabernakel en de ark – tekenen van Gods aanwezigheid.
Wij mogen dat ook zeggen, belijden dat God in ons midden is.
We mogen dan denken aan de eredienst, waar we bij God thuis mogen zijn,
aan de liederen, aan de preek waarin God tot jou spreekt,
aan de Bijbel waarin je voor jezelf kunt lezen of met elkaar op Bijbelkring,
waardoor God ook met je in gesprek is, steeds weer opnieuw als je de Bijbel opendoet.
Dat mogen we merken volgende week als de avondmaalstafel klaar gezet is,
en Christus zelf onze gastheer is die ons uitnodigt aan Zijn tafel,
dat mag je merken als je in de komende week de drang voelt om aan te gaan,
als je Zijn stem niet meer kunt weigeren – niet meer mag weigeren:
Want Hij roept je, je Heer die Zijn leven gegeven heeft,
Hij daalde voor jou af, Hij gaf voor jou Zijn leven en Hij roept je persoonlijk:
Ga niet meer die weg zonder Mij, maar kom bij Mij!

Toch was dat niet genoeg voor het volk Israël.
Kunt u dat begrijpen, dat het volk niet gelukkig was
met de manier waarop God bij hen was, ontevreden.
Mozes roept de plaats waarop dat gebeurde in herinnering
om het volk eraan te herinneren,
hoe gemakkelijk het bij de Heere wegraakte
ondanks al die zichtbare tekenen dat God bij hen was,
ondanks dat Hij hen als een Vader gedragen had vanuit Egypte, door de woestijn,
tot hier toe.

Baäl-Peor was een plaats in Moab.
De koning van Moab was bang geworden voor het volk Israël
en haalde Bileam van ver om het volk te vervloeken.
Bileam – hij mocht alleen mee als hij Israël zou zegenen.
En tot grote frustratie van Balak kon hij het volk Israël alleen maar zegenen,
omdat de Heere niet anders wilde.
Nadat de Heere voor Israël gestreden had,
viel het als een blok voor de afgoden.
Ja, niet direct.
Verleiding werkt vaak niet direct.
De duivel valt je vaak niet direct aan, maar via-via,
via een zwakke plek. waar je niet zo makkelijk weerstand biedt.
In Baäl-Peor waren het de vrouwen uit Moab die de Israëlieten zo ver kregen
om mee te doen aan hun feesten voor hun goden.


Mozes spreekt het volk toe, dat toen niet meeging in de verleiding
en op het cruciale moment in staat was om nee te zeggen
en houdt hen voor: vergis je niet, ook voor jullie kan de verleiding komen,
wellicht op een andere manier.
Dat is in de week van de voorbereiding ook goed om te beseffen:
Waardoor word ik van God weggeleid?
Wat brengt mij van de weg van God af
en zet voor mij de redding, de zaligheid op het spel,
waardoor ik zeg, in mijn hart, of in wat ik doe: voor mij hoeft Gods weg niet zo nodig.
Maar beseft u dan niet wat u kwijtraakt
als u God kwijtraakt?
Beseft u dan niet dat u alles kwijtraakt?

Daarom vieren we avondmaal
om het besef levend te houden dat er ook voor ons gestreden is – op Golgotha.
Dat er voor ons, voor u, voor jou strijd geleverd is,
Waarbij een groot offer gebracht moet worden.
Door dat offer dat Christus op Golgotha bracht,
is dat leven voor ons mogelijk geworden: behoud
een leven hier op aarde al met God en straks in de hemel in Zijn heerlijkheid.
Raak dat niet kwijt! Raak God niet kwijt! Raak je redding niet kwijt!
Laat je aanspreken – net als Israël: Hoor!

In onze vakantie waren wij in Luxemburg.
Ik was me daar niet zo van bewust,
maar in de Tweede Wereldoorlog heeft Luxemburg erg geleden
onder de Duitse bezetting en vooral ook tijdens het Ardennenoffensief,
De strijd in de laatste winter.
Dat ontdekte ik door de monumenten die er zijn,
waarop de offers die in de oorlog waren gebracht zijn herdacht,
De monumenten die er zijn, waarmee men de dank aan de Amerikanen levend wil houden,
die in een intense oorlog zo heldhaftig hadden gestreden,
met tienduizenden doden en nog meer gewonden.
In musea waar het lot van de Luxemburgers werd verteld,
die gedwongen werden in het Duitse leger te dienen,
of massaal afgevoerd werden naar een concentratiekamp in Rusland.
Er is gestreden voor de vrijheid – dat kom je in al die plekken tegen.
Een groot offer is gebracht.
Maar na zoveel jaar van vrede kan die dankbaarheid vervlakken.
Hoe houd je het besef levend dat vrijheid iets kostbaars is
waarvoor een groot offer is gebracht?

Ik maak de toepassing op het offer dat Christus bracht.
Hoe houden we dat besef levend dat er een offer voor ons is gebracht?
Hoe voorkomen we dat het kruis op Golgotha een vage herinnering wordt
uit een grijs verleden dat ons niets meer zegt.
Daarom vieren we Golgotha,
om onze Heiland en Heere te danken,
om nu op aarde al iets te proeven van de vrijheid die Hij gaf,
om nu op aarde te ervaren hoe het is om in Zijn gemeenschap te leven.
Avondmaal is bedoeld om ons geloof te vernieuwen,
de trouw aan God, de loyaliteit aan de Heere te voeden,
onszelf weer toe te wijden, schoon schip te maken
en alles wat ons bij God vandaan houdt, weg te doen.

Gemeente, er is een groot offer voor u gebracht.
Dat laat u toch niet koud?
Laat het niet zover komen dat u gemakzuchtig wordt in uw geloof.
Gebruik dan deze week om u te laten aanspreken door Christus: luister naar Mij.
Kies voor de weg van God.
Alleen dan heeft u de weg die naar het leven leidt.
Die weg is er niet voor niets.
Die weg is er niet voor een enkeling,
maar voor een ieder die wil
– ja, niet uit zichzelf, maar door de Heilige Geest.
Ja. Heere. U bent mijn God.
U maakt mij de weg naar het leven bekend en die weg wil ik gaan.
Dank U voor Uw genade, waardoor U ook mij roept. Amen

Afgoden

Afgoden

Elke keer als wij met onze kinderen uit de Bijbel een verhaal over afgoden lezen, merk ik dat zij ten diepste niet begrijpen waar het bij het dienen van afgoden om gaat. Ze kennen de verhalen en kunnen vertellen wat er mis ging met het volk Israël. Maar niet waarom die afgoden zo’n aantrekkingskracht hadden op Israël. Ook kunnen ze niet aangeven wat hedendaagse afgoden zijn.

Waarom waren afgoden zo aantrekkelijk?
Voor ons is het niet zo eenvoudig om aan te voelen wat de aantrekkingskracht van die afgoden was. Voor ons is het daarom niet zo eenvoudig om te begrijpen waarom Israël steeds – ondanks alle afgoden – andere wegen ging.
Afgoden raken aan een belangrijke vragen die gelovigen vandaag de dag ook nog hebben: Waar is God? Hoe kom ik in contact met God? Ziet God mij? Hoort Hij mijn gebeden?

Beeld
Wanneer in het Oude Nabije Oosten een beeld van een god werd gemaakt, geloofde men dat die god door middel van dat beeld te benaderen was.
Men geloofde dat er een speciaal soort mensen door de goden waren geschapen om deze beelden te maken. De goden bestuurden de handen van deze mensen. Nadat een beeld vervaardigd was, kwam er een uitgebreid ritueel om het beeld in te wijden. Tijdens dat ritueel trok de godheid in dat beeld. De god was weliswaar nog in de godenwereld, maar ook aanwezig in dat beeld.
Gelovigen konden naar de tempel gaan om dat het beeld te aanschouwen. Wanneer het zonlicht door dit godsbeeld weerkaatste, wist je als gelovige dat de genade en het heil je door deze god werd geschonken. Beeldjes had men in huis, in de buurt. Door deze beeldjes geloofde men dat de godheid heel makkelijk te benaderen was.

goudkalf

Oude Testament
In het Oude Testament worden de afgoden nietigheden genoemd. Ze lijken heel wat voor te stellen, maar zijn uiteindelijk schijn. Afgoden zijn een illusie, goden in schijn:
Ze hebben oren maar horen niet
Ze hebben ogen maar zien niet
Ze hebben een mond maar spreken niet
Ze hebben handen maar doen niets
Ze hebben voeten maar staan stil

Daarentegen is de God van Israël de levende God. Heeft Hij een lichaam? Heeft Hij oren, ogen, een mond, handen en voeten? Er kan wel in antropomorfe taal over God gesproken worden:
* Hij neigt Zijn oor
* Mijn oog zal op u zijn
* Israël is uitgeleid door Gods uitgestrekte arm en sterke hand
* God zal opstaan tot de strijd

Israël mocht geen beeld van God maken: het tweede gebod. In het verhaal van de ark op het slagveld zien we waarom. De ark was de troon van God, waarop de Heere van de legers troonde. Door de ark mee te nemen naar het slagveld dacht Israël om de Heere zelf, om Zijn aanwezigheid mee te nemen. Dan staat God aan mijn kant. Een beeld van God veronderstelt dat wij als mensen bepalen wie God is, waar Hij is, wat Hij doet en hoe Hij naar onze wensen en verlangens luistert.

Hedendaagse invulling
Hoe krijgen we een hedendaagse invulling van het begrip afgoden? In de Grote Catechismus doet Luther een poging: een afgod is alles waar een mens zijn vertrouwen op stelt. Het nadeel is niet dat deze Grote Catechismus uit de 16e eeuw komt. Het nadeel van deze definitie is dat afgoden in dit geval vooral iets voor volwassenen is. Het zijn volwassenen die het moeilijk vinden om hun vertrouwen op God te stellen. Kinderen accepteren zoals het gaat, omdat ze gewend zijn om afhankelijk te zijn.

Bij een hedendaagse invulling moeten we kijken naar wat God belooft voor ons te doen. Als mensen zoeken wij datgene dat God ons belooft ergens anders:

* Alleen God kan ons gelukkig maken, maar we zoeken het op veel andere plaatsen: in onze materiële welvaart, in ons werk, in onze gezondheid.

* De waarde van ons mensen is gelegen in het gegeven dat we beeld van God zijn. Maar wij zoeken onze waarde vaak elders: in onze prestaties, in de aandacht die we van anderen krijgen.

* We willen gezien en gehoord worden. We zoeken dat niet in een relatie met God, in het gebed. Maar we zoeken het bij mensen, bijvoorbeeld het aantal positieve reacties, het aantal volgers op Twitter, likes op Facebook.

* We willen het gevoel hebben dat we bestaan. Ook dat kan in een leven met God. Maar het wordt vaak gezocht in een groots en meeslepend leven.

* We hebben de behoefte  om onszelf te rechtvaardigen: onze daden en misschien zelfs wel ons bestaan. We gaan daarbij niet naar de Heere, maar ook hier zoeken we het elders. We gaan er bovendien aan voorbij, dat God de goddelozen rechtvaardigt. We gaan er vaak vanuit dat God ons aanneemt als wij wat voor Hem betekenen.

Aanvechting
Het is goed te begrijpen, waarom we als mensen het elders zoeken en niet bij God. Want geloven is niet eenvoudig. We horen Gods stem  niet, we weten niet zeker of Hij ons hoort en ziet. In theologentaal: geloven gaat gepaard met aanvechting.

Het zoeken van (hedendaagse) afgoden is een vorm van het uit de weg gaan van de aanvechting. Door grip te hebben op Gods ‘functies’ proberen we een zinvol leven te vinden.

Illusie
Ook hier geldt, dat het een illusie is, een leven in schijn. Het gaat goed, zolang het in het leven goed gaat. Maar bij tegenslag, bij twijfel, als we echt niet in onszelf kunnen geloven, merken we pas hoezeer het schijn is. Wij kunnen als mensen niet voor onszelf bewerkstelligen wat God ons geeft. Daarom: hoezeer het ook een leven vol aanvechting is, een leven met God is beter dan een leven waarin we onze eigen illusie najagen. Want God doet wat Hij belooft. Weliswaar niet op onze tijd. Maar Hij doet het wel.

(Waarmee ik niet wil zeggen, dat het leven met God eenvoudig is. Het is een leven vol aanvechtingen.)