Een selectie maken uit de Bijbel voor het onderwijs

Een selectie maken uit de Bijbel voor het onderwijs
Een pleidooi voor de ‘canon van de canon’.

big_25433743_0_333-250

De Bijbel is een omvangrijk boek. Te omvangrijk om als geheel in het godsdienstonderwijs aan de orde te komen. Als men de Bijbel in het onderwijs aan de orde wil stellen, zal men dus een selectie moeten maken.

Nu is het godsdienstonderwijs niet het enige die tegen dit probleem aanloopt. Op veel terreinen van de geloofsopvoeding komt men het probleem van de omvang van de Bijbel tegen: van de kinderbijbel tot de Bijbelgedeelten die in de preken aan de orde komen. In de praktijk wordt reeds een selectie gemaakt.

Kinderbijbel
In een kinderbijbel bijvoorbeeld wordt geregeld een selectie gemaakt van verhalen, waarbij bepaalde delen van de Bijbel niet aan de orde komen. Bij het niet-geselecteerde deel gaat het om een omvangrijk deel van de Bijbel: de voorschriften uit de Pentateuch, de profeten, wijsheidsliteratuur en nieuwtestamentische brieven vallen haast altijd buiten de boot.

Redenen
Er zijn verschillende redenen aan te geven, waarom een groot deel van de Bijbel buiten de boot valt:
– een tekst wordt in cognitief of emotioneel opzicht als te moeilijk voor kinderen en jongeren ervaren.
– wat er in een tekst beschreven is, wordt gezien als in tegenspraak met hedendaagse normen en waarden of wetenschappelijke inzichten.
– een tekst roept (te) moeilijke theologische vragen op, zoals de vraag naar God en het lijden.
De andere kant is dat wat er verwoord wordt, voor kinderen en jongeren niet geheel vreemd is.

Selecteren
Om de Bijbel te kunnen gebruiken, moet er een selectie worden gemaakt. Deze selectie dient niet, zoals vaak het geval is bij leerdoelen voor catechese of godsdienstonderwijs of bij het schrijven van kinderbijbels, subjectief en willekeurig te zijn. Een selectie behoort beredeneerd te zijn.
In de discussie van de Bijbeldidactiek zijn de volgende selecties voorgesteld:
– gebaseerd op basisinformatie (Horst Klaus Berg: ‘Grundbescheide’)
– gebaseerd op de basismotieven (Gerd Theiβen)
– gebaseerd op sleutels om de Bijbel te kunnen lezen.
Recent is op deze selecties kritiek gekomen van degenen die zich geïnspireerd weten door de canonieke exegese: deze selecties doen geen recht aan de Bijbelse canon.

Leeftijdspecifiek?
Binnen de Bijbeldidactiek is er vooral veel discussie over de selectie van gedeelten uit het Oude Testament. In de discussie komt men tegengestelde resultaten tegen. Zo kan bij de ene methode het verhaal van Noach gekozen worden vanwege de constructieve betekenis, bij de andere methode juist overgeslagen omdat de betekenis destructief is. In de ene methode geldt het verhaal van Job als geschikt voor kinderen; de andere methode vindt dat kinderen daarbij overvraagd worden.

big_25324840

Canon voor het onderwijs van de Bijbel
Eigenlijk zou er – analoog aan de canon van de geschiedenis – een canon voor het onderwijs van de Bijbel moeten komen. Een bereflecteerde ‘canon binnen de canon’ zogezegd. (Het geheel van de Bijbel heet immers ook ‘canon.) Zo’n ‘canon van de canon’ laat het elementaire van de Bijbel zien en kan door deze selectie en reductie tot het wezenlijke een brug slaan naar de leefwereld van de leerlingen. Dit pleidooi voor de ‘canon van de canon’ sluit aan bij het inmiddels in de Duitse godsdienstpedagogiek niet meer weg te denken principe van de elementarisering.
In die canon’ voor het onderwijs van de Bijbel zouden zowel bekende als onbekende teksten opgenomen moeten worden. Ook voor Bijbelverhalen en Bijbelteksten geldt dat het vreemde meer aantrekkingskracht heeft dan het (over)bekende.

canon

Canon voor de geschiedenis als voorbeeld
Een voorbeeld voor de canon voor het onderwijs van de Bijbel zie ik zelf in de canon voor de geschiedenis. Ook voor de Bijbelse canon zouden 50 vensters opgesteld kunnen worden. Bij die vensters zou aangegeven kunnen worden op welke manier deze thematiek, dit verhaal of deze personen verder in de Bijbel voorkomen. Bij een kenmerkend verhaal wordt een elementaire uitleg gegeven, waarbij uitgelegd wordt op welke manier er een brug geslagen kan worden naar de leefwereld van de kinderen en jongeren. Bij zo’n venster zou ook opgenomen kunnen worden hoe een verhaal, passage of persoon in kunst, literatuur, songs of (andere) media-uitingen aan de orde is gesteld.
De uitgeverij De Lubas heeft naar aanleiding van de canon voor de geschiedenis kinderboeken uitgebracht, die in de tijd van een bepaald venster spelen: de serie Terugblikken. Het zou mooi zijn als zo’n canon voor het onderwijs van de Bijbel een uitdaging voor kinderboekenschrijvers vormt om een verhaal bij een venster te schrijven. Ook zou het mooi zijn als zo’n canon bijdraagt tot een meer evenwichtigere kinderbijbel, waarbij onderbelichte delen van de Bijbel ook aan de orde komen.

N.a.v. Sabine Pemsel – Maier, ‘Der Kanon im Kanon’, in: Mirjam Zimmermann & Ruben Zimmermann (Hg.), Handbuch Bibeldidaktik (Tübingen: Mohr Siebeck, 2013) 91-99.

Kerkpedagogiek

Kerkpedagogiek
In aanraking brengen met het christelijk geloof door het kerkgebouw te laten ervaren

Een kerkgebouw fascineert. Zowel van de buitenkant als van de binnenkant. Zeker een oude, monumentale kerk. In de afgelopen tijd is bij kerken het besef ontstaan dat mensen zich graag laten rondleiden om meer van het gebouw te weten te komen, om de sfeer te proeven of om het effect van het kerkgebouw te ondergaan.

dyn001_original_640_427_jpeg_2546155_82896877c7d6f079dbece222aef25da3

De populariteit van rondleidingen binnen kerken is niet onopgemerkt gebleven. In de afgelopen tijd is er een heuse stroming kerkpedagogiek opgekomen. Dat is een stroming binnen de godsdienstpedagogiek, die uitgaat van de pedagogische kracht van het kerkgebouw. Het belangrijkste kenmerk van deze kerkpedagogiek (of pedagogiek van de kerkruimte) is dat men de bezoekers van het kerkgebouw deze ruimte wil laten ervaren.

Geloof
Het kerkgebouw getuigt in de opbouw, in de ruimte en in het gebruik door de eeuwen heen. Juist het gebouw kan degenen, die niet met het christelijk geloof bekend zijn, in aanraking brengen met kernelementen van het geloof. Door het kerkgebouw te ervaren, kunnen bezoekers ook een idee krijgen van wat het geloof inhoudt. Voor veel van onze tijdgenoten is het kerkgebouw de eerste kennismaking met het christelijk geloof en met de kerk. Het kerkgebouw zelf spreekt van het geloof. Christian Möller schreef eens over de prediking van de stenen.

In de afgelopen jaren zijn enkele publicaties verschenen op het terrein van de kerkpedagogiek:

Symbool voor de onzichtbare kerk
Het eerste boek over kerkpedagogiek verscheen in 1998: de godsdienstpedagoog Jörg Ohlemacher schreef samen met kunstenares Margarete Luise Goecke-Seischab het boek Krichen erkunden – Kirchen erschlieβen. Hierin wordt de lezer door zelf te oefenen ingewijd in de methoden van het ontsluiten van een kerkgebouw en de betekenis ervan.
De auteurs nemen hun uitgangspunt in de symboliek van de kerk. Het zichtbare kerkgebouw is een symbool voor de onzichtbare kerk. De betekenis van de architectuur wordt gekoppeld aan de grote heilshistorische lijnen en aan de Bijbel:

* als afbeelding van het hemelse Jeruzalem
* als een weg die de gelovige voert van het donker naar het licht
* als gebouw dat een eeuwige harmonie van de getallen in de kosmos symboliseert
* als plaats waar het kruis van Christus herinnert aan Zijn lijden en opstanding.

De auteurs laten aan de hand van de verschillende stijlperioden (barok, classicisme, enz) zien hoe men in die tijd geloofde en welke voorstellingen men van God en geloof had. Een kerkgebouw is dan niet zozeer een afbeelding van het hemelse Jeruzalem, maar een afbeelding van hoe mensen in een bepaalde tijd dat hemelse Jeruzalem voorstellen.

250px-05787_Ilpendam_PKN._vm.NHK._15e_Kerkstraat_19_NH._opname_23-08-1997_foto._Alie_Stok-Britting._Krommenie_(8)

‘Bezoek’ aan de Bijbel
Juist de kritische reflectie op hoe men in een bepaalde tijd kijkt, kan een stap zijn om de Bijbel erbij te pakken. De ‘tekst’ van het kerkgebouw kan met de ‘oertekst’ van de Bijbel vergeleken worden. Het kerkgebouw kan leiden tot een instap in bepaalde Bijbelgedeelten. Door het kerkgebouw te laten ervaren, kan men ook bezoekers van een kerkgebouw ook uitdagen om een ‘bezoek’ aan de Bijbel te brengen.

Belangrijke publicaties na dit boek zijn:
– Hartmut Rupp (Hg.), Handbuch der Kirchenpädagogik (2006)
– Birgit Neumann / Antje Rösener, Kirchenpädagogik (2003)
(Zie ook het artikel van Hartmut Rupp, ‘Bibel und Kirchenraum, in: Mirjam Zimmermann / Ruben Zimmermann (Hg.), Handbuch Bibeldidaktik (Tübingen: Mohr Siebeck, 2013) 582-589)

KIA050422_cf30f

Theologische betekenis van de kerkruimte
Binnen de protestantse traditie is nog lang niet iedereen doordrongen van de theologische betekenis van de kerkruimte. In 2002 werd over deze betekenis een bundel Kirchen – Raum – Pädagogik uitgegeven onder redactie van Sigrid Glockzin – Bever en Horst Schwebel. In deze bundel komen veel tegengestelde meningen aan het woord.

Niet heilsnoodzakelijk
In dat boek geeft Horst Schwebel aan dat een kerkgebouw geen theologische betekenis heeft, want een gebouw is niet heilsnoodzakelijk. Volgens hem is een gebouw geen middel dat het heil doorgeeft (medium salutis) en is het gebouw ook niet noodzakelijk voor de verhouding tot God. De betekenis van een gebouw is vooral die er door mensen aangegeven wordt (antropologisch). Kerkpedagogiek is voor hem wel van belang, omdat een gebouw het geloof uit het verleden laat zien en die distantie kan ook voor ons vandaag de dag heilzaam zijn.

watergang_wkansel-01

Sporen
In diezelfde bundel kiest Klaus Raschzok een ander spoor. Hij benadrukt dat de gemeente een gebouw nodig heeft om over een langere tijd de eredienst te kunnen houden. Dan is een kerkgebouw wel degelijk van belang voor de relatie met God. Raschzok gaat nog een stap verder: in een kerkgebouw zijn sporen te vinden van de eredienst, van het gebed en ook van de aanwezigheid van Christus. Hoe nadrukkelijker die sporen aanwezig zijn, hoe meer een gebouw met kracht geladen is.
Deze gedachte roept gelijk een aantal vragen op: om welke kracht gaat het en wat zijn die sporen? Werkt de kracht in het gebouw of in de gemeente die in dit gebouw samenkomt om te bidden, te zingen, de sacramenten te gebruiken? Wat is ervanuit de Bijbel hierover te zeggen?

In ieder geval is het duidelijk dat een kerkpedagogiek op basis van Raschzoks spirituele verstaan van een kerkgebouw er anders uitziet dan een kerkpedagogiek op basis van het antropologische model van Schwebel.

N.a.v. Werner Weiland, ‘… mehr als ein Schweinestall. Kirchenraum und Kirchenpädaogik’, Theologische Beiträge 38/1 (2007) 41-47.

Zie ook: uw kerk vertelt van geloof

De Catechismus voor kinderen

De Catechismus voor kinderen

SONY DSC

De Heidelberger Catechismus heeft eeuwenlang kerken en gelovigen, die deel uit maken van de gereformeerde traditie, beïnvloed. Veel ouderen in Duitsland, Zwitserland en Nederland hebben de vragen en antwoorden uit het hoofd moeten leren. Lange tijd was de tweede kerkdienst op zondag gewijd aan een gedeelte uit de deze catechismus. Kan de Heidelberger Catechismus ook nog aan een nieuwe generatie doorgegeven worden? Of is het onderhand tijd om afscheid te nemen van dit geschrift?

In feite is al in de praktijk op grote schaal afscheid genomen van dit belijdenisgeschrift. In de catechese en het godsdienstonderwijs, in de prediking en in het geleefd geloof van de gemeenteleden speelt de Catechismus zelden nog een rol van betekenis.

zinvol
Toch is het in mijn ogen zinvol om de Heidelberger Catechismus door te geven aan een volgende generatie. Het is heel zinvol om je eigen traditie te kennen, zodat je weet waar je vandaan komt en waar je wortels liggen. Daarnaast is het heel zinvol om je eigen traditie te kennen, zodat je in contact met anderen voor jezelf weet en onder woorden kunt brengen wat je gelooft. Met deze catechismus heb je ook een klein ‘boekje’ dat je kunt gebruiken om het geloof aan je kinderen over te dragen en hen bepaalde onderdelen van het christelijk geloof kunt leren.

bidden_meisje_groot

Manieren
Het doorgeven van de Catechismus kan op verschillende manieren:

(1) In de traditionele verwoording, zoals deze is opgenomen in het psalmboek

(2) een vereenvoudiging die erop gericht is om de begrippen uit de Catechismus te leren begrijpen

(3) een herschrijven van de Catechismus die dezelfde opbouw heeft, maar met een nieuwe formulering van de vragen en de antwoorden

(4) een hele nieuwe catechismus.

De laatste optie, een hele nieuwe catechismus opstellen, is een mooie uitdaging. Vooral als het een catechismus is die kinderen helpt door een antwoord te vinden op de vragen die zij hebben . Of juist door hen het vragen stellen te leren. Een catechismus die de kindertheologie en het theologiseren met kinderen serieus neemt, maar hen ook antwoorden geeft die hen verder in het christelijk geloof inwijden.

Herschrijven
Daarnaast denk ik dat een herschrijven van de Heidelberger Catechismus met dezelfde opbouw en gedachtengang, maar met grondige herformulering ook een grote waarde kan hebben. In die herformulering zouden andere woorden en omschrijvingen voor troost, ellende, rechtvaardiging en misschien ook wel zonde gevonden moeten worden.

De catechismus voor kinderen
Een poging om de Heidelberger Catechismus aan een volgende generatie door te geven is gedaan door prof. dr. W. Verboom: De catechismus voor kinderen (2011). Verboom is een warm pleitbezorger van deze catechismus én is langdurig met de catechese en geloofsoverdracht bezig geweest. Het aardige van deze catechismus voor kinderen is dat het gebruikt kan worden bij gezinsmomenten, zoals na het eten of bij het na bed gaan.

Heidelbergse Catechismus

Begrippenkader
Verboom heeft De catechismus voor kinderen wellicht bedoeld als een poging voor wat ik hier ‘optie 3’ noem: het herschrijven van de Heidelberger Catechismus met het oog op de generatie. In het gebruik valt mij op, dat het boekje eerder een voorbeeld is van ‘optie 2’. Het is in de uitwerking een poging om het begrippenkader van de Catechismus wat uit te leggen.
Dat is jammer, want dat bemoeilijkt de geloofsoverdracht wel. Want daardoor zijn vragen en antwoorden niet altijd direct duidelijk. Hoe moet een kind de vraag opvatten: ‘Wat is je enige troost?’ Zo’n vraag wordt in deze opzet plompverloren gesteld. Is het nog zinvol om vast te houden aan woorden als ellende en middelaar of Woord van God?

Stimuleren
Daarnaast volgt deze opzet de catechismus op de voet en is vooral gericht op het vinden van een juist antwoord. Vragen die er tussen gevoegd zijn om kinderen te stimuleren om zelf met een antwoord te komen, hadden de uitgave verrijkt. Daarnaast zou het ook niet verkeerd zijn om soms het Bijbelgedeelte waar de Catechismus naar verwijst er op een creatieve manier bij te betrekken. Met deze opmerkingen wil ik De catechismus voor kinderen niet afschrijven. Tijdens het gebruik aan tafel word ik als opvoeder mij van mijn taak bewust en denk ik: welke vragen over God, Christus, de Bijbel, het geloof e.d. zou ik aan mijn kinderen willen stellen? En ook: hoe help ik ze een antwoord te vinden op hun eigen vragen?

Catechismus_voor_kinderen

N.a.v. Dr. W. Verboom, De catechismus voor kinderen (Heerenveen: Uitgeverij Groen, 2011).

Geen zin

Geen zin

DSCN4431

Afgelopen anderhalf jaar zat onze zoon op voetbal. Hij was een keer door een vriendje meegenomen naar een oefenles. Als ouders dachten we dat het geen vaart zou lopen. Toen we hem ophaalden, bleek hij fanatiek meegedaan te hebben en wilde hij niets liever dan op voetbal gaan. Het eerste half jaar was geen probleem: een uurtje op zaterdagmorgen en gratis omdat het kaboutervoetbal was. Aan het einde van het seizoen kregen wij te horen dat hij mee kon doen bij een f-team. Daarop draaide hij een heel jaar mee.

Zijlijn
Je doet daar langs de kant aardig wat mensenkennis op. Daarnaast was het leuk om elke zaterdag mee te gaan naar zijn wedstrijden. Een talent is hij niet. Als statistici zouden uitrekenen hoeveel balcontact hij had, zou het een laag aantal zijn. Scoren deed hij niet. Ook niet in de penaltyserie na afloop van de wedstrijd. Maar elke wedstrijd kon ik wel zien, wat hij op training had geleerd. Tijdens de training leerde hij veel en stak hij veel op. Bovendien ging zijn conditie met sprongen vooruit. En ik genoot ook van het plezier dat hij had.

DSCN4298
(training door soldaten ivm 200jarig bestaan Koninklijke Landmacht)

Maar dat jaar was ook lastiger dan hij van tevoren had bedacht. Want op woensdagmiddag moest hij trainen. Als met een vriendje wilde spelen, moest hij daar dus rekening mee houden. Op vrijdag moest hij op tijd naar bed, omdat hij de volgende morgen vaak vroeg moest spelen. Dit seizoen begon hij te mopperen. Wanneer hij op vrijdag te horen kreeg hoe laat hij de volgende dag moest spelen, riep hij: ‘Nee he, ik heb er geen zin in.’ Maar ’s zaterdagmorgens mopperde hij zelden. Op weg naar het voetbal was hij al volop met het voetballen bezig en tijdens de wedstrijden had hij het duidelijk naar zijn zin.

Stoppen
Aan het einde van het seizoen was het de vraag: gaat hij door of stopt hij? Mijn vrouw was van mening, dat hij moest stoppen want hij voetbalde met tegenzin en dat wilde zij niet. Zelf gaf ik aan dat hij tijdens de zaterdagen juist van het voetbal genoot. Je moest hem alleen op tijd meedelen wanneer hij moest voetballen. Dan kon hij zich erop voorbereiden. Mijn vrouw heeft gewonnen.

Kerkgang
Tijdens dit seizoen heb ik mij geregeld afgevraagd: gaat het met kerkgang ook zo? Dat de kinderen aangeven dat zij geen zin hebben om naar de kerk te gaan? Bij ons wel als ze horen dat ze mee naar de kerk moeten omdat er deze zondag geen zondagschool is. Ik vraag me dan af: Hoe gaat dat in andere gezinnen? Besluiten ouders dan om hun kinderen thuis te houden, omdat ze niet willen dat ze met tegenzin naar de kerk gaan? Nu is een kerkdienst op zondagmorgen een andere belevenis dan een voetbalwedstrijd op zaterdagmorgen. De overeenkomst is dat onze kinderen van tevoren mopperen, maar achteraf best prettig vonden om in de kerk te zijn.

Zwemles
Hij stopte omdat hij op zwemles ging. Maar of dat echt iets verandert? Afgelopen vrijdag haalde ik hem van school. Hij zou die middag naar zwemles moeten gaan, maar de zwemles ging niet door: ‘Gelukkig!’ zei hij, ‘want ik had helemaal geen zin in zwemles.’

Geschreven voor HWConfessioneel

Hemelvaartsdag

Hemelvaartsdag

b3-75

Hemelvaartsdag leeft veel minder dan Pasen en Kerst. In sommige kerken wordt er op deze dag zelfs geen dienst gehouden en slaat men deze feestdag over. In de kerken waar er wel een dienst gehouden wordt, is deze dienst veel minder bezocht dan de dienst met Kerst en Pasen. Om mensen te trekken naar de kerkdienst wordt er geregeld iets bijzonders georganiseerd, zoals dauwtrappen.

Het zou goed zijn wanneer Hemelvaartsdag meer als feest gevierd en beleefd wordt dan nu gebeurt. Er zijn verschillende redenen om Hemelvaartsdag meer als een feest te vieren en te beleven dan nu gebeurt:

* Datgene waar het bij Hemelvaartsdag om gaat komt meer in de Bijbel dan welk ander accent ook en dus meer nog dan Kerst, Pasen en Pinksteren.

* Het vieren van Hemelvaartsdag kan helpen om een belangrijke vraag van kinderen over Christus te beantwoorden, namelijk de vraag: Waar is de Here Jezus nu?

* Hemelvaartsdag wijst bovendien vooruit naar de Wederkomst en naar het komende Koninkrijk van God. Door Hemelvaartsdag te vieren, oefent de gemeente zich in het uitzien naar de komst van Christus en in het uitzien naar de komst van dat Koninkrijk.

De plaats van Christus aan de rechterhand van de hemelse Vader en het geloof dat aan Zijn koninkrijk geen einde komt, hoort voor de christelijke gemeente een levende werkelijkheid te zijn: daar hoort de gemeente vanuit te leven. Door Hemelvaartsdag als een feest te vieren beleeft de gemeente dat ook als een levende werkelijkheid.

Verbeelding
Hemelvaartsdag heeft wel een probleem wat verbeelding betreft: hoe kan iemand van de aarde opgenomen worden in de hemel? Een van de redenen waarom Hemelvaartsdag verlegenheid geeft, is volgens mij ook de verbeelding.
Toch moet deze moeite met verbeelding niet overdreven worden. Ook wanneer het lichaam van een overledene begraven wordt, is er de vraag hoe het voorgesteld moet worden dat de persoon in de hemel bij God is maar het lichaam op aarde in het graf. Voor kinderen, die een begrafenis hebben meegemaakt van bijvoorbeeld een opa of een oma, is dat een belangrijke vraag. De hemelvaart van Christus is wel een andere weg: een opgenomen worden en ook een troonsbestijging.

Andere dimensie
De verbeelding van Christus’ hemelvaart luistert nauw. Zeker als afbeelding. Zo’n afbeelding dient wel aan te geven dat Christus in een andere dimensie overgaat: van het aardse in de hemelse heerlijkheid. Elke afbeelding die dat accent niet heeft, zet kinderen op het verkeerde spoor. Een afbeelding of een tekening waarbij Jezus alleen maar in de lucht hangt, laat zien dat het verhaal van Jezus’ hemelvaart niet begrepen is en zorgt ervoor dat kinderen bij het ouder worden gaan worstelen met een verkeerd aangeleerd wereldbeeld.
Het schilderij van de hemelvaart van Christus door Rembrandt (zie boven) is dan een betere verbeelding. Of afbeeldingen van het Laatste oordeel, waarbij Christus als koning-rechter is afgebeeld, zoals bijvoorbeeld bij de Notre Dame van Amiens.

Cathedrale_d'Amiens_-_tympan_central_-_Christ_du_Jugement_Dernier

Geschreven voor HWConfessioneel

‘Waarom hangt die man nog steeds aan dat kruis?’

‘Waarom hangt die man nog steeds aan dat kruis?’

Binnenkort is het Goede Vrijdag. Dan staan we stil bij het lijden en sterven van Christus op Golgotha. Kinderen die op een christelijke school zitten of naar de kerk of kindernevendienst gaan, zullen stil staan bij dat lijden en sterven. Door de paasvieringen die er zijn. Door de verhalen die worden verteld. Krijgen kinderen op die momenten ook mee dat het sterven van Christus verzoening en verlossing tot stand bracht?

Dat hangt van verschillende dingen af: Op welke manier en met welke betekenis worden de lijdensverhalen doorverteld? Wat is de betekenis van Jezus’ sterven voor ouders en leerkrachten? Welke liederen worden er aangeleerd en gezongen? Zijn de symbolen die met de kruisdood ook in de leefwereld van kinderen aanwezig? Hoe wordt er naar Goede Vrijdag toegeleefd?

Het sterven van Christus op Golgotha is een belangrijke kern van het christelijk geloof. Toch is het niet vanzelfsprekend dat de verhalen aan de orde komen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat aan kinderen wordt uitgelegd dat Jezus Zijn leven gaf als offer voor onze zonde – dat Hij stierf voor onze redding en om ons met God te verzoenen.

Ouders of leerkrachten kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met het geweld en het bloed in deze verhalen. Zij vinden de verhalen over het lijden en sterven van Jezus niet geschikt om aan hun kinderen te vertellen. Of zij hebben moeite met de gedachte dat Christus Zich als offer gaf. Daardoor kan het voorkomen dat kinderen niet begrijpen wat de betekenis is van de dood van Christus aan het kruis en waarom deze dood tot de kern van het christelijk geloof behoort. De onkunde en de misverstanden kunnen voortleven.

Wat als je het als predikant of leiding van een club, zondagsschool of vakantiebijbelweek kinderen iets meer wil duidelijk maken? Op welke manier zou je dat dan kunnen doen? Het model van lesvoorbereiding voorgesteld door de godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer kan behulpzaam zijn:

(1) Basale structuren: In het Nieuwe Testament komt de kruisiging op verschillende manieren aan de orde en heeft de dood van Christus verschillende aspecten. Bijvoorbeeld: verzoening, offer, voorbeeld. Kies door concentratie en vereenvoudiging uit wat wezenlijk is voor de betekenis.

(2) Basale ervaringen: Bij deze stap gaat het om waarneming van analogieën in de leefwereld van kinderen. In eerste instantie zal het niet eenvoudig zijn om het kruis als offer, verlossing of verzoening uit te leggen, omdat deze woorden voor kinderen te abstract zijn. In hun leefwereld zijn wel overeenkomsten te vinden. Zelfs voor het fenomeen offer: ook in kinderfilms zijn er personages die bereid zijn om hun leven te geven, zodat anderen gered kunnen worden.

(3) Basale toegang: Kinderen brengen hun eigen manier van verstaan mij. Zij geven zelf op hun eigen manier betekenis aan de gebeurtenissen die rondom de kruisiging worden verteld. Zij geven hun eigen interpretatie van de kruissymbolen. Een voorbeeld: een kind loopt langs het crucifix van hun dorp. Het vraagt aan zijn moeder: ‘Waarom hangt die man nog steeds aan dat kruis?’ In het gesprek dat er op volgde gaf het kind aan, dat het een teken van hoop was als de man eens van het kruis af kwam.

(4) Zoeken naar basale vormen van leren: het zoeken naar bij de thematiek passende en creatieve werkvormen, die rekening houden met de verschillende aspecten van het leren (cognitief, affectief, handelingsgericht). Hierbij gaat het ook om het stimuleren van het eigen leerproces van een kind.

(5) Basale waarheden: Het gaat hier om de existentiële dimensie van het geloof. Wat is mijn enige houvast in leven en sterven? Wat is echt betrouwbaar?

Het zou wel eens kunnen zijn, dat niet de verhalen op zichzelf de kinderen bij de betekenis van Christus’ sterven brengen, maar de beelden en metaforen die in de Bijbel worden gebruikt.

Een gesprek op een peuterspeelzaal:
Juf: ‘Weten jullie waarom Jezus is gestorven?’
Kind 1: ‘Ze hebben hem gedood.’
Kind 2: ‘Toen kwam hij in een graf met een steen ervoor.’
Kind 1: ‘Hij had een kroon gekregen, een doornenkroon.’
Kind 3: ‘Hij werd aan het kruis gespijkerd.’
Juf: ‘Wat is er gebeurd?’
Kind 4: ‘Daarna zei hij: Ik ben niet meer dood.’
Kind 2: ‘Hij was weer opgestaan.’
Juf: ‘Wat heeft dat met de graankorrel te maken?’
Kind 5: ‘Omdat dat hetzelfde is.’
Juf: ‘Hetzelfde?’
Kind 5: ‘Ook de graankorrel moest eerst dood worden om weer levend te worden.’

Jongerenbijbel – Herziene Statenvertaling

Jongerenbijbel – Herziene Statenvertaling

Zaterdag 5 oktober wordt de HSV- Jongerenbijbel gepresenteerd. Deze Jongerenbijbel is bedoeld om jongeren te helpen om de Bijbel te lezen. De Jongerenbijbel bevat:
– De Bijbeltekst in de vertaling van de HSV
– Een inleiding bij elk Bijbelboek
– Bij elk Bijbelboek een uitleg van de belangrijkste thema’s die in dat Bijbelboek voorkomen.
– Een lijst met de belangrijkste woorden uit de Bijbel en daarbij de uitleg van dat woord. Bijvoorbeeld: genade, hoop, volharding, enz
– Een korte uitleg bij ingewikkelde teksten
– Verwerkingsopdrachten om een Bijbeltekst op het eigen leven toe te passen
– Thema’s uit de leefwereld van jongeren worden aan de Bijbel gekoppeld. Bijvoorbeeld: vriendschap, beroepskeuze, milieu
– Illustraties en kleurenfoto’s.
– Wanneer het aan de orde is een verwijzing naar de Heidelbergse Catechismus

(Van deze HSV-Jongerenbijbel is ook een app gemaakt, zodat wie een tablet of een smartphone heeft daarop ook gebruik kan maken van de HSV-Jongerenbijbel. Voor de kenners: deze werkt op Android.)
Prijs: € 49,- voor de HSV-Jongerenbijbel in boekvorm; € 39,99 voor de app. (Of € 9,99 bij de aanschaf van de papieren versie). Een behoorlijke prijs, maar het leek mij de moeite waard om deze jongerenbijbel onder de aandacht te brengen.
Voor meer informatie: http://www.hsvvoorjongeren.nl/

De Broekzakbijbel

De Broekzakbijbel

Een leuk idee bij onze oosterburen: een kleine kinderbijbel die in een de broekzak van een kind past. Daarom de Broekzakbijbel (Hosentaschenbibel). Een kinderbijbel van 7 x 7 cm. Met illustraties van Gabriele Hafermaas.

big_27818215_0_350-262

Het leuke van deze kinderbijbel is dat deze bedoeld is om de ouders zelf te laten vertellen over het Bijbelverhaal. Ook kunnen ouders samen met kinderen de afbeeldingen bekijken en aan de hand van deze illustraties met elkaar doorpraten over het verhaal.

Op elke bladzijde is ook een schildpad getekend: Zappi. Hier wordt Zappi op de Abrams wagen getild, zodat hij ook de reis kan maken naar het land dat God Abram wees:

big_25433834_0_350-256

Zappi is ook beschikbaar als handpop, zodat de verteller Zappi kan laten vertellen over zijn belevenissen. Of zodat kinderen met Zappi in de hand in het verhaal kunnen kruipen.

big_25433743_0_333-250

Het mooie is bovendien, dat Horst Heinemann, de initiatiefnemer van dit kinderbijbeltje ook een aantal extra boeken heeft gemaakt om deze Broekzakbijbel heen:
* een boek met verteltips bij de desbetreffende illustratie
* een boek met verhalen bij de desbetreffende illustratie
* een Schooltasbijbel (Schulranzenbibel)
* een boek waarin nagedacht wordt over het vertellen van bijbelverhalen aan kinderen

Enkele voorbeelden:

big_25324832
Jakob droomt te Bethel

big_25324840
Het visioen van Jesaja

big_25324861
Paulus op weg naar Damaskus

Voor meer informatie: http://www.hosentaschenbibel.de/index.html
(de afbeeldingen zijn ook afkomstig van deze website)

Welke Nederlandse uitgever haalt deze kinderbijbel naar Nederland?

Een kerk vertelt van het geloof

Een kerk vertelt van het geloof

Brengt u tijdens uw vakantie met uw kinderen ook een bezoek aan een kerk? Een bezoek aan een kerkgebouw is een goede gelegenheid om kinderen in aanraking te brengen met het christelijk geloof. Door de ruimte van een kerkgebouw binnen te stappen kunnen zij ervaren hoe mensen God door de eeuwen door hebben gezocht en gediend. Zij kunnen de stilte en de akoestiek ondervinden. Binnen en buiten is voor hen vaak veel te zien, dat hen kan vertellen over Christus en het leven met Hem.

Christian Möller schreef eens over de ‘prediking van de stenen’: het kerkgebouw zelf vertelt over het geloof en geeft aan kinderen de gelegenheid om de wereld van het geloof binnen te stappen.

dyn001_original_640_427_jpeg_2546155_82896877c7d6f079dbece222aef25da3

In de jaren-’90 heeft men ontdekt dat het de moeite was om het kerkgebouw te gebruiken om volwassenen en kinderen in aanraking te brengen met christelijk geloof en het in te wijden in wat christenen geloven en vieren. Sindsdien is de kerkpedagogiek in opmars: het rondleiden van volwassenen en kinderen om hen kennis te laten maken met het kerkgebouw, de betekenis van wat er in een kerkgebouw te vinden is uit te leggen en hen te laten ervaren hoe het is om in een kerkgebouw het geloof te beleven.

Deze opmars heeft verschillende oorzaken: Het aantal bezoekers van een kerkdienst mag wellicht afnemen, het aantal bezoekers van een kerkgebouw niet. Velen die geen kerkelijke binding meer hebben bezoeken graag als toerist een kerkgebouw en raken gefascineerd door wat de kerkelijke ruimte hen te bieden heeft. Daarnaast zal de opmars van de kerkpedagogiek te maken hebben met het besef, dat kerkgebouwen (kunst)historische waarde hebben. In Duitsland kreeg de kerkpedagogiek ook een Schwung door restauratie van kerken, die in de tijd van de DDR waren verwaarloosd. Met als bekend voorbeeld de heropbouw van de Frauenkirche in Dresden.

67-Frauenkirche-Dresden

Een mooie suggestie voor een rondleiding die de kerk zelf van het geloof laat spreken kwam ik tegen bij Christian Möller. Deze rondleiding is naar mijn idee ook heel geschikt voor kinderen. Hij noemt deze rondleiding door de kerk: Een kerk vertelt over het geloof. Een rondleiding voor toeristen, die de tijd hebben en graag meer willen weten over de kunstgeschiedenis van de kerk maar ook open staan voor de boodschap die deze kerk vertelt.

Deze rondleiding begint bij de doopvont. Vroeger stond de doopvont buiten de kerk, omdat de doop vroeger de toegang tot de kerk bood. Er zijn doopvonten die bijvoorbeeld door middel van houtsnijwerk een hele dooptheologie laten zien: van de zondvloed en de uittocht uit Egypte via de doop van Jezus en het bevel uit Mattheüs 28 tot aan de ark als metafoor voor de doop (1 Petr 3:20). Bij het doopvont zou de groep een dooplied kunnen zingen en het water en de doopvont aanraken (eventueel als een herinnering aan hun eigen doop).

watergang_wkansel-01 watergang_wkansel-05

De groep maakt dan een gang door het kerkgebouw om de ruimte van het gebouw te ervaren: een wijdse ruimte, die toch geborgenheid geeft. Hierdoor kunnen de bezoekers, zonder dat het hen nadrukkelijk gezegd wordt, een ervaring hebben van Gods grootheid en zich toch bij Hem geborgen voelen. Veel kerken zijn in oostelijke richting gebouwd, omdat vandaar de zon opkomt: een heenwijzing naar de opstanding van Christus. Veel kerken zijn zo gebouwd, dat het licht van de opkomende zon de kerk binnenvalt. De gids kan hier vertellen dat de kerk is leeft en gedragen wordt door de opstanding van Christus. De groep neemt plaats in de banken om te ervaren hoe het is om onderdeel te zijn van een vierende gemeente. Ze ervaren hoe hun ogen worden getrokken naar de kansel en het altaar of de avondmaalstafel en krijgen te horen dat dat niet voor niets is: de preek en het avondmaal zijn belangrijke onderdelen van de eredienst. De kinderen mogen voor één keer de kansel beklimmen. De kansel biedt de gelegenheid om te vertellen, waarom de preek zo’n grote plaats inneemt in de reformatorische liturgie. De gids zou de groep kunnen uitleggen hoe de gemeente in de preek het Woord van God verneemt. Bij het altaar of avondmaalstafel kan brood en wijn worden getoond. De gids kan hier vertellen wat de heilsbetekenis is van Christus’ sterven aan het kruis.
Zo kunnen de ruimte, alles wat in het gebouw aanwezig is, de bouwgeschiedenis spreken van het leven van God met mensen en omgekeerd.

Literatuur:
– Christian Möller, “Die Predigt der Steine. Zur Ästhetik der Kirche”, in: Jürgen Seim / Lothar Steiger (Hg.),
Lobet Gott. Beiträge zur theologischen Spiritualität.FS Rudolf Bohren (München: Chr. Kaiser, 1990) 171-178.
– Birgit Neumann / Antje Rösener, Kirchenpedagogik. Kirchen öffnen, entdecken und verstehen. Ein Arbeitsbuch (Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2009 – 4e druk).
– Hartmut Rupp (Hg.), Handbuch der Kirchenpädagogik. Kirchenräume wahrnemen, deuten und erschließen (Stuttgart: Calwer Verlag, 2008 – 2e druk).

‘De Heilige Geest is zo vaag…’

‘De Heilige Geest is zo vaag…’

‘Ik zou niet goed weten wat ik mij bij de Heilige Geest moet voorstellen. Bij God de Vader heb ik nog wel een beeld en bij Jezus kan ik mij van alles voorstellen, maar bij de Heilige Geest niet. De Heilige Geest is zo vaag.’
Dat was een reactie van een van de belijdeniscatechisanten toen de Heilige Geest aan de orde kwam. De andere deelnemers herkenden zich in deze opmerking.

Deze opmerking houdt mij sindsdien bezig. Mensen die heel concreet en beeldend denken kunnen dus moeite hebben met (onderdelen van) onze geloofsleer. In de gemeente zijn er heel wat die behoefte hebben aan concrete beelden: kinderen en jongeren, gemeenteleden met een verstandelijke beperking en ook een deel van de volwassenen. Dit zijn gemeenteleden die tijdens de preek of tijdens de catechisatie zich graag van iets van wat er wordt gezegd een voorstelling willen kunnen maken .

Abstract
Een concrete voorstelling van de Heilige Geest is nog niet zo eenvoudig. Door de bovengenoemde opmerking over de vaagheid van de Heilige Geest valt mij op, dat het theologisch nadenken over de Heilige Geest vaak op een abstracte manier gebeurt. Dan gaat het over de relatie tussen de Geest aan de ene kant en de Vader met de Zoon aan de andere kant. Of over hoe de Geest in ons werkt. Dan gaat het over de vraag wat de overeenkomsten en de verschillen zijn tussen de Heilige Geest en de menselijke geest. Of tussen het werk van de Geest en de tijdgeest. De moeite om concreet iets bij de Heilige Geest iets voor te stellen komt vaak zelfs niet eens aan de orde. In de boeken over geloofsopvoeding of godsdienstonderwijs komt deze problematiek ook niet aan de orde.

Beelden
Nu zijn er veel beelden van de Geest. Het Hebreeuwse woord voor Geest (‘ruach’) kan ook wind of (levens)adem betekenen. In het Nieuwe Testament kan de Geest ook worden vergeleken met de wind of als een kracht. De Geest verschijnt in een vorm van een duif of met vuurvlammen. Dit zijn echter metaforen of vergelijkingen. Zo kan de wind, een vuurvlam of de duif een metafoor voor de Geest zijn. Dat houdt in dat de Geest niet de wind, of een vuurvlam of een duif is, maar dat kenmerken van de Geest kunnen worden uitgelegd met kenmerken van de wind, een vuurvlam of een duif. Deze beelden vragen een denkstap: de Geest is niet de wind, maar is als de wind. Wanneer zijn kinderen en jongeren in staat om deze vergelijkingen die een extra denkstap vragen adequaat te begrijpen?

Verhaal
Een extra moeilijkheid bij het Pinksterfeest is dat het verhaal bij dit feest voor kinderen niet direct begrijpelijk is. Er moet nogal wat uitgelegd worden: de reden waarom al die mensen aanwezig zijn en dus ook de Joodse betekenis van het Wekenfeest, de tekenen van wind, vuur en het spreken in andere talen. Ook bij het navertellen van Handelingen 2 geldt dat het niet eenvoudig is het gebeuren van de uitstorting van de Heilige Geest voor te stellen. Hoe moeten wij ons bijvoorbeeld de vuurvlammen boven de hoofden van de mensen voorstellen?
Overigens, kan het spreken in een andere taal wellicht een mooie invalshoek zijn om het Pinksterfeest voor de kinderen in de basisschoolleeftijd aan de orde te stellen. Kinderen vinden het vaak interessant om in aanraking te komen met een vreemde taal.

Geloofsopvoeding
Voor de geloofsopvoeding heeft de moeite om de Geest concreet voor te stellen wel gevolgen. De Heilige Geest is niet een leuk extraatje (dat eventueel kan worden gemist). De Heilige Geest is voor het christelijk geloof fundamenteel: Hij stelt Christus present in deze wereld; de Geest verbindt ons aan Christus en brengt Christus in ons hart.
In de geloofsopvoeding en (in de prediking!) staan we dus voor de uitdaging om na te denken op welke manier de Geest concreet te maken is. Hoe moeten wij ons de Heilige Geest voorstellen?
Daarnaast staan we dus voor de uitdaging om kinderen, jongeren en volwassenen te oefenen in het maken van de denkstappen van een vergelijking. De Heilige Geest is als …

Feest
Ook het Pinksterfeest kan een manier zijn om de Geest ‘dichterbij’ te brengen. Al is de Geest moeilijk voor te stellen en zijn de verhalen over de Heilige Geest niet eenvoudig te begrijpen, het Pinksterfeest is elk jaar een reden om niet alleen stil te staan bij de Heilige Geest, maar ook om zijn aanwezigheid en Zijn werk te vieren. Als er dan belijdenis wordt gedaan met Pinksteren kunnen kinderen en jongeren in ieder geval concreet het resultaat van de Geest zien: Hij verbindt mensen met Christus.