Preek zondag 29 september 2019 – Avonddienst

Preek zondag 29 september 2019 – Avonddienst
Dankzegging Heilig Avondmaal
Schriftlezing: 1 Korinthe 1:1-17

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een apostel, die blij is dat hij niet zoveel mensen heeft gedoopt.
Hoe kan Paulus daar nu blij mee zijn, dat hij niet zoveel mensen heeft gedoopt?
Trouwens, de opluchting dat hij niet zoveel mensen heeft gedoopt,
zal in de tijd dat hij werkte een heel ander gevoel zijn geweest:
een gevoel van hard moeten ploeteren zonder veel resultaat te halen.
Een tijd lang daar in Korinthe moeten werken,
zonder te merken dat zijn boodschap zo veel had uitgewerkt.
Slechts een enkeling uit Korinthe die ging geloven.
Pas nadat Paulus na een lange tijd van bijna vruchteloos evangelisatiewerk verder trok
en na hem andere apostelen kwamen, zoals Apollos en Petrus,
begon de gemeente te groeien doordat mensen tot geloof kwamen
en zich lieten dopen in de naam van Jezus Christus.
Paulus moet wel een sterke persoonlijkheid geweest zijn met een ruim hart
als hij niet jaloers wanneer Apollos komt met enthousiaste verhalen
over hoeveel mensen er onder zijn prediking tot geloof komen en zich lieten dopen.
Paulus heeft alleen maar geplant en Apollos mocht begieten.
Paulus strooide het zaad van het evangelie en Apollos mocht oogsten
en mocht het water van de doop over de nieuwe gelovigen gieten.
Vanwege de ruime oogst, die Apollos mocht binnenhalen,
stond Apollos in hoger aanzien dan Paulus. Ze hadden liever dat Apollos kwam dan Paulus.
Ondanks alle kritiek die veel gemeenteleden hadden op Paulus
en duidelijk lieten blijken dat zij meer hadden met Apollos,
heeft Paulus wel een zwak voor deze gemeente
en is hij dankbaar voor wat er in de gemeente gebeurt,
voor wat de Heere in de gemeente doet.
Daar dankt Paulus elke keer de Heere royaal voor.
Als Paulus zegt, dat hij blij is dat hij zo weinig mensen heeft gedoopt,
is dat niet een zure opmerking, waarbij hij tussen de regels door
wil laten merken dat de houding van de Korinthiërs hem kwetst,
dat hij ook een mens is met gevoelens, die gekwetst kan worden.
Het gaat Paulus om het grotere doel: dat er in Korinthe een gemeente is ontstaan,
volwassenen en kinderen, die bij Christus zijn gaan horen,
die de doop hebben ontvangen,
waardoor zichtbaar werd dat ze het oude leven achter zich lieten
en een nieuw leven in Christus ontvingen.
Dat zijn bijdrage maar klein geweest is, dat houdt hem niet zo bezig.
Hij heeft gezaaid. Dat is voor hem genoeg geweest.
Hij is vooral dankbaar dat er nu een oogst mag zijn, dat er vrucht is, geloof in Christus.
Hij ziet daarin dat God in de gemeente werkt,
dat de genade van God ook in de gemeente van Korinthe ontvangen mag worden.
Vanavond zijn we bij elkaar gekomen om God te danken voor wat Hij gegeven heeft.
We kunnen dankbaar zijn voor wat wij zelf, persoonlijk hebben ontvangen.
We kunnen in deze dienst van dankzegging ook kijken
hoe Gods genade hier in de gemeente uitgedeeld mag worden.
Gemeenteleden die vanmorgen met ons hun zonden bij het kruis brachten
om bij Christus genade en vergeving te ontvangen.
Het is bijzonder om te zien dat ook in onze gemeente het kruis een kracht heeft
om gemeenteleden te roepen tot Christus, tot de gemeenschap aan Zijn tafel.
Steeds weer is het bijzonder om te merken dat de roepstem van het kruis
gehoor vindt in onze gemeente.
Daar mogen we de Heere voor danken, voor die genade die ons als gemeente gegeven is.
Die dank voor wat God in de gemeente doet gaat bij Paulus altijd voorop.
Hij kan heel wat aan te merken hebben op de gemeente – en dat blijkt ook wel,
maar het eerste wat Paulus doet als hij de gemeente een brief schrijft,
is om te laten merken dat hij dankt voor Gods werk.
Het avondmaal vieren helpt ons ook om te zien, dat de Heere hier in de gemeente werkt.
We kunnen heel wat op de gemeente aan te merken
en toch is het goed om allereerst de blik omhoog te doen en te zien hoe God hier bezig is.
We kunnen dat gemakkelijk uit het oog verliezen.
De neiging kan er zijn om eerst te kijken naar wat niet zo goed gaat,
Wat je als gemeentelid mist, wat je voor je geloof tekort komt aan gevoed worden.
Ik heb dat wel meegemaakt, dat in een bepaalde gemeente gevraagd wordt
naar één punt waar men dankbaar is  als het om de eigen gemeente gaat
en een punt van zorg of kritiek,
dat de lijst met zorg en kritiek al snel een hele waslijst werd,
maar dat het moeilijk werd om iets aan te dragen waarvoor men dankbaar was
in deze gemeente – alsof er niets was om dankbaar voor te zijn.
Danken betekent dat je oog krijgt voor wat heel gewoon lijkt
en toch heel bijzonder is omdat je dat kunt rekenen tot wat de Heere nu hier doet.
Dat uzelf naar voren kwam en dat u zag dat degenen die naast u zaten ook gingen.
Dat degenen, die niet naar voren kwamen, omdat ze de moed niet hadden,
stilletjes in hun eigen hart avondmaal gevierd hadden.
Ze zagen hoe gemeenteleden vooraan zaten aan de tafel van Christus,
Ze zaten weliswaar zelf niet aan,
maar brachten zelf ook hun zonden aan de voeten van Christus.
Daar kunnen we de Heere niet genoeg voor danken.
Die dank is ook belangrijk, want het helpt ons ook te zien hoe God in onze tijd werkt.
Er kan een behoefte zijn om te zien waar de Heere werkt.
Vaak wordt daarbij wat in onze ogen gewoon is over het hoofd gezien,
Want dat vinden we gewoon en zien het bijzondere er niet van.
Paulus ziet in de gemeente van Korinthe wel het bijzondere,
Wat voor de gemeenteleden van Korinthe zelf misschien niet eens bijzonder meer is.
Paulus is dankbaar voor iedereen, die in de gemeente betrokken is geraakt,
voor iedereen, die is gaan geloven en de doop mocht ontvangen,
al was de echte groei van de gemeente pas gekomen nadat hij was weggegaan
En zal hij bij de doop van veel gemeenteleden niet zelf aanwezig zijn geweest

en alleen van horen zeggen wie er bij de gemeente zijn gekomen
doordat ze gedoopt werden in de naam van Christus.

Danken voor de gemeente wil niet zeggen dat je geen kritiek mag hebben.
Paulus schrijft zijn brieven steeds uit bezorgdheid over hoe het in de gemeente gaat.
Die bezorgdheid heeft te maken met de dank voor de gemeente,
met de genade die aan de gemeente geschonken is,
aan het zichtbaar zijn van het werk van God in die gemeente.
De eerste brief aan Korinthe is een vrij lange brief, waaraan we kunnen merken
Dat er best wat in de gemeente heeft gespeeld
En wie de brief doorleest, zal merken dat de gemeenteleden of de kerkenraad
niet altijd onder ogen heeft willen zien welke problemen er zijn.
De gemeente, waar Paulus voor dankt,
de gemeente waar Paulus op een afstandje zoveel ziet van het effect van genade,
Van kracht dat het kruis heeft – een kracht tot behoud, schrijft hij in vers 18.
Een gemeente die onderdeel is van de gemeenschap met Christus.
Toch zorgt die dankbaarheid er niet voor dat Paulus de ogen sluit voor de misstanden.
We lazen over groepen in de gemeente:
De ene groep die naar Apollos trekt, de andere groep die Petrus op het schild heft,
Een andere groep die de voorkeur uitspreekt voor Paulus,
Een vierde groep die weer een heel andere keuze heeft
en zegt dat ze met de kerkleiding die er is niets te maken heeft,
niet met Paulus, niet met Petrus, niet met Apollos,
maar puur en alleen aan Christus verbonden is
en schermt met die verbondenheid met Christus,
alsof zij binnen die gemeente een exclusieve groep zijn,
die zich van anderen niets hoeven aan te trekken, met hen niet hoeven samen te komen,
en niet met de anderen hoeven mee te leven.
Ik ben van Christus
– dan niet in de zin van dankbaarheid dat ze gered zijn van een verloren bestaan,
en dat ze beseffen dat ze in het oordeel van God vrijgesproken kunnen worden,
maar als een groep die hen exclusief maakt en apart zet van andere gelovigen.
Als een soort elite binnen de gemeente, een speciaal niveau,
een hoog level dat je niet zomaar bereikt.
Dan maak je van genade een status
En redding van verlorenheid een exclusief gebeuren, waarin jij alleen speciaal wordt.
Dat is nu precies het omgekeerde.
Daarmee doe je als gelovige het kruis tekort en doe je de betekenis teniet.
Want Christus stierf niet voor onze zonden om ons nu eens op het schild te heffen,
Want dan zouden we zwak blijven voor de zonde van hoogmoed
en van neerkijken op anderen
en de zonde om toch uiteindelijk niet voor God te willen knielen.
Paulus heeft ontdekt dat het kruis je nederig maakt.
Dat was een harde, confronterende les, waarbij hij alles wat hij dacht te hebben,
kwijtraakte, zelfs zijn status als gelovige moest inleveren,
omdat het alleen maar buitenkant was, schijn.
Hij dacht God te hebben en God te dienen,
maar toen hij Christus ontmoette besefte hij dat het leeg was bij hem van binnen.
En toch was er ook voor hem genade
zelfs voor hem, die de gemeente van Christus vervolgde
En daarmee Gods werk dwarsboomde.
De genade ging zelfs nog verder: Hij werd geroepen om als apostel te dienen.
Om erop uit te gaan het verhaal te vertellen over Christus,
van het kruis en de opstanding, van de straf die Christus droeg
en de vrijspraak in het oordeel die is te ontvangen.
Misschien is het wel die eigen ervaring,
die intense ervaring, die heel zijn leven op zijn kop zette
wel die hem fijngevoelig maakt voor de genade die in de gemeente werkt
en waardoor hij haarscherp aanvoelt hoe die genade
binnen de gemeente onder druk kan komen te staan.

Zo komt de vreemde uitspraak van Paulus, dat hij blij is
dat hij er maar weinig gedoopt heeft in de gemeente in een ander licht te staan.
Het gaat er niet om wie er gedoopt heeft.
Natuurlijk, je mag een speciale band hebben met een predikant
die je kinderen doopte, bij wie je zelf belijdenis deed, met wie je in de kerkenraad zat.
Paulus zal met bepaalde mensen ook een speciale band gehad hebben.
Hij had in ieder geval contact met Chloë en degenen die bij haar hoorden,
haar huisgezin, of degenen die met of voor haar werkten.
En van hen krijgt hij informatie over hoe het in de gemeente gaat.
Het gaat er niet om, wie er doopt of bij wie je belijdenis doet.
Het gaat allereerst om Christus, wiens naam je belijdt, in wiens naam gedoopt wordt.
Dat je in Hem gelooft, dat je toetreedt tot de gemeenschap met Hem, onze Heere.
Dat je van Hem wordt – Jezus Christus mijn getrouwe heiland eigen ben.
Je kunt niet bij de hemelpoort komen en zeggen: Ik ben door die dominee gedoopt.
Of bij die predikant heb ik belijdenis gedaan.
Het gaat erom of je van Christus bent, dat je verbonden bent aan Hem,
die Zijn leven gaf op Golgotha, die vanmorgen brood en wijn aanreikte.
Die de genade in de gemeente laat werken.
DAt je op de dag waarop Christus terugkomt, voor Hem kunt verschijnen:
onberispelijk, zegt Paulus.
Dat er niets op je aan te merken is.
Dat kan allleen maar als je met Hem verbonden bent, van Hem geworden bent.
Als dat zo is, dan mag je aan het avondmaal,
dan is de toegang tot het koninkrijk van God open en mag je binnengaan
omdat Christus je binnenlaat: voor jou ben ik aan het kruis gegaan.
Dan mogen we voor eeuwig loven en prijzen.
Dat loven, die dankbaarheid, de lofprijzing begint nu al, omdat we nu al mogen merken
dat God werkt en Zijn genade geeft en dat die genade ontvangen wordt
opgenomen wordt met dankbaarheid en blijdschap, geloofd wordt.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s