Preek zondag 25 augustus 2019

Preek zondag 25 augustus 2019
Genesis 25:19-34

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In mijn begintijd in Oldebroek, nu bijna 8 jaar geleden, had ik een manier
om te achterhalen hoe het wonen in Oldebroek werd beleefd.
Ik vroeg aan de stelletjes, die ik ging trouwen
of ze blij waren om in Oldebroek te kunnen wonen
of dat ze juist blij waren om weg te kunnen uit Oldebroek.
In het ene geval zei het toekomstige bruidspaar: ‘We zijn blij om weg te zijn.’
In het andere geval: ‘We willen voor geen goud weg uit Oldebroek.’
Twee heel tegengestelde reacties.

Wellicht herken je je in een van die reacties:
Als ik straks voor mijzelf kan kiezen, dan ben ik blij dat ik weg kan gaan.
Helemaal opnieuw beginnen, zonder dat de anderen hier al weten wie ik ben,
me in een hokje stoppen waar ik niet in pas
en als ik iets geks doe daar gelijk over beginnen te roddelen.
Ik wil zo snel mogelijk weg hier.

OF je hebt juist die andere reactie: Ik moet er niet aan denken om weg te gaan.
Hier ben ik opgegroeid. Hier heb ik mijn familie en vrienden.
Ik weet hier hoe de mensen in elkaar zitten.
Dit is mijn thuis. Hier hoor ik.
Hier kom ik weg, veur mien hiele leben

Ben ‘k met dizze horizon verweben


In dit verhaal over Ezau en Jakob gaat het om de vraag:
Hoe kijk je naar de plek waar je vandaan komt?
Hoe waardeer je de plek waar je geboren bent en opgegroeid?
Is dat een plek, die je zo snel je kunt achter je wilt laten,
op zoek naar een plek waar je jezelf kunt zijn, zonder de beperkingen van hier?
Of ben je blij dat je hier geboren bent en ervaar je dat de Heere je hier geplaatst heeft?

Dan niet zozeer deze locatie, maar vooral je thuisbasis in geloof:
Wat je meegekregen hebt thuis aan geloof, aan kennis over God, het leven in de Bijbel, bidden, geloven, het leven met de Heere.
Je krijgt het wel van je ouders mee, maar het pakt je niet, het doet je niets,
je ziet niet in waarom het voor jou is, je zou dat liever achter je laten
en op zoek gaan naar wat wel bij je past.

In het verhaal is Ezau degene die het thuis niet kan vinden.
Ezau heeft een andere levensstijl dan zijn ouders en zijn broers.
Ezau heeft namelijk een bepaalde kennis die zijn ouders niet hebben:
Hij heeft kennis van het jagen. Hij is goed thuis in de jacht.
Daarbij moeten we niet denken aan een hedendaagse jager,
die het jagen vaak als hobby heeft, naast zijn baan, een vaste woonplaats heeft
en alleen op bepaalde dagen gaat jagen.
In Oldebroek heb ik heel wat verhalen gehoord van de oudere generatie,
die zelf jaagden of meehielpen bij de jacht: samen een dag de polder in
en dan afsluiten met een gezamenlijke borrel en dan weer naar huis.
Ezau’s levensstijl is een andere.
Het is een thuis niet kunnen aarden bij zijn ouder en broer.
Dat was geen probleem geweest als hij niet uit een bijzondere familie kwam,
een familie die door de Heere uit een heel ander deel van de wereld hier gebracht was,
een land dat aan hen beloofd was, om hier op deze plek voor andere volken tot zegen te zijn
door het leven met de Heere voor te leven,
te laten zien wie God is en te laten zien welke manier van leven de Heere vraagt.
Als oudste zoon is hij de drager van de erfenis en toch kiest hij ervoor om erop uit te trekken
en thuis voor thuis te laten en alleen maar bezig te zijn met zichzelf.
Koningen in het Oude Nabije Oosten lieten zich graag als jagers afbeelden
om te laten wat voor een geweldenaar ze waren,
Dat niemand tegen hen opgewassen was en niemand aan hen kon ontsnappen.
Hier in dit gedeelte zegt het gegeven dat Ezau kennis van de jacht heeft
ook dat hij voor zichzelf leeft, dat zijn familie hem niets ze zeggen heeft
En al helemaal de zegen van God niet.
Van zijn familie los, van God los. Ik leef voor mijzelf alleen.
De anderen kunnen mij niet schelen.
De roeping die God mij en mijn familie geeft – ik heb er niet zoveel mee.
Ik stippel mijn eigen weg wel uit. Ik ben baas over mijn eigen leven.
De opdracht van God om tot zegen te zijn beperkt mij om te leven zoals ik wil.
Ik hoef mijn thuis niet in God te hebben, maar ik trek rond in de wereld
op zoek naar wat mij aanspreekt, waarvan ik vind dat het mij gelukkig maakt.
Misschien is het jagen ook wel zo aantrekkelijk, omdat je voelt dat je leeft.
De spanning die je hebt als je op jacht gaat: kom ik een dier tegen dat ik kan schieten,
of zal ik met mijn val erin slagen om een dier in de valstrik te lokken?
Op zijn zwerftochten als jager zal hij tot ver in de omgeving hebben rondgetrokken
en gezien hoe het leven bij de Kanaänieten was.
Dat blijkt ook wel later, als hij een vrouw uit de Kanaänieten neemt
en daarmee helemaal openlijk aangeeft, dat hij voor de wereld kiest en niet voor God.
Dat hij zijn achtergrond prijsgeeft, zijn opvoeding van thuis
en dat hij liever kiest voor de Kanaänitische levensstijl,
de stijl die in de Bijbel altijd egocentrisch is, op jezelf gericht, hard en wreed voor anderen,
een levensstijl om de ander te onderwerpen.

Die gevoeligheid voor die harde, wrede stijl van de Kanaänieten zal er al jong in.
Als hij geboren wordt, ziet hij er rood uit.
Dat heeft niet met zijn haar te maken, maar met zijn huid.
Een rode huid is een teken, dat er iets bijzonders is.
Deze jongen kan uitgroeien tot een held. Je mag bijzondere verwachtingen hebben.
Hij heeft ook een andere kant: harig.
En dat geeft hem iets dierlijks.
Twee kanten: een heldhaftige kant en een dierlijke kant – welke kant van hem zal winnen?
Zal hij inderdaad de held worden en iedereen versteld doen staan?
Of zal hij iemand zijn die je vreest, waar je voor uitkijkt, waar je voor uit de weg gaat?
Als hij jager wordt, heeft dat er veel van weg dat het dierlijke aspect wint.
Iemand waar je voor op de hoede moet zijn, die zijn instincten volgt,
op jacht gaat naar een prooi.

In dit verhaal gaat het ook om ons.
Ook wij kunnen twee kanten hebben: een kant die ons boven onszelf doet uitstijgen.
Dan zweef ik op de wind, gedragen door uw Geest en door de kracht van uw liefde.
Of zoals in Psalm 18 staat: Want met U ren ik door een legerbende,

met mijn God spring ik over een muur. (Psalm 18:30)

Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.
Sinds de zondeval ook een andere kant: dat dierlijke,
geneigd om onze driften hun gang te laten gaan,
ons te laten leiden door onze boosheid of verongelijktheid, onze lust, onze pijn.
Een leven zoeken waarop wij meer krijgen voor onszelf,
al moeten we daarvoor ons met de ellebogen omhoog werken
en anderen naar beneden trappen.
Welke kant heeft in ons de overhand. Wat wint er bij ons?
Twee wegen: Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen.
Of de weg van mijn manier?
Worden we een Jakob of een Ezau?

Ja, Jakob staat er niet goed op, omdat hij op een zwak moment van Ezau,
als hij uitgeput, meer dood dan levend, het tentenkamp behaalt
en Jakob zijn kans grijpt om Ezau iets afhandig te maken,
dat alleen Ezau heeft en Jakob zo graag zou willen hebben:
de eerste plek in het gezin en daarmee de erfenis:
het bezit van zijn vader dat later voor een groot deel van Ezau zal zijn.
Jakob wordt vaak gezien als iemand die zijn plek niet kent en meer wil
en niet in staat is om te wachten tot God geeft,
Wat de Heere voor hem, Jakob, bedoeld heeft.
Ik houd ook een andere uitleg voor mogelijk.
Jakob die ziet dat Ezau zijn verantwoordelijkheid als oudste zoon ontloopt
en niets geeft om de opdracht van God om tot zegen te zijn
en zijn schouders ophaalt bij de zegen die God beloofd heeft.
En Jakob maakt zich zorgen, dat als Ezau zo doorgaat,
het gedaan is met zijn familie, zich vermengt met de mensen in de omgeving
en oplost, niet meer bestaat.
En daarmee is ook de weg van God een mislukking – einde voor God op aarde.
Jakob neemt die verantwoordelijkheid wel door niet erop uit te trekken
en voor eten te zorgen.
Dan op een keer ziet hij dat Ezau thuiskomt.
Het kan zijn dat hij Ezau er wel op aangesproken heeft:
Ezau, jouw manier van leven berokkent ons schade, is een minachting voor God,
Ezau, je bent mijn broer, maar jouw manier van leven brengt je niets.
Want de weg van de goddeloze loopt dood.
Ezau, op de weg die jij gaat, vind je de dood. Daar vind je het leven niet.
Het brengt je niets.
Er is een bijzonder gezang voor het Liedboek voor de Kerken,
dat sinds ik het voor het eerst hoorde mij altijd is bijgebleven,
omdat het iets van het rusteloze zoeken van mensen verwoordt:
Hij overmant de wilde dieren,
vaart uit op zeeën en rivieren,
doorzoekt der aarde donkre schoot.
Ja, hij snelt voort op hoge winden
om de allerlaatste grens te vinden.
Zo vindt hij onverhoeds de dood.
Altijd maar op zoek gaan. Altijd maar kijken of je niet meer kunt vinden.
Als een grens wordt aangegeven, niet stoppen, maar kijken of je toch verder kunt.
Zo vindt hij onverhoeds de dood.
Zo is het met Ezau ook: meer dood dan levend komt hij aan.
Zijn manier van leven, zijn kennis van de jacht, levert het niets op,
laat hem gruwelijk in de steek.
Het scheelt niet veel of zijn leven is voorbij.
In die conditie klopt hij thuis aan.
Als een verloren zoon, die beseft dat hij te ver gegaan is,
met zijn manier van leven zo’n groot risico genomen heeft,
maar dat risico altijd weggewuifd heeft, omdat hij in zichzelf geloofde.
Hij hoefde God niet, want hij kon zichzelf wel bedruipen.
Zo vindt hij onverhoeds de dood.
Maar dan is thuis er nog. Zo klopt hij thuis aan,
De man die niet thuis wilde zijn, maar erop uit trok om elders te vinden.
Nu heeft hij thuis nodig om in leven te blijven, om überhaupt te kunnen bestaan.
Maar zijn manier van thuiskomen heeft iets onverschilligs:
Geef me dat rode daar.
En als Jakob voorstelt om het eten te ruilen voor het eerstgeboorterecht,
laat hij zien dat het eerstgeboorterecht hem niets kan schelen,
zo gefixeerd is hij op het eten:  als hij maar in leven blijft.
Het dierlijke komt in hem boven. Hij wil dat rode opschrokken, als een dier.
Al het menselijke is hij kwijt.
Meer een wolf, die leeft door zijn instinct om te eten en zo in leven te blijven.
Dan maakt het niet uit wat je eet en welke prijs je ervoor betaald.
Ik sluit niet uit, dat het een test van Jakob is,
een provocatie om tot Ezau door te dringen.
Ezau, jager die ondanks al je kennis van de jacht met lege handen thuis komt,
lucht en leegte, alleen meer leegte, jouw manier van leven.
Weet je dan niet dat je hier een taak hebt,
Een taak die God je opgedragen heeft, omdat je als eerste geboren werd.
Wat maak je ervan waar?
Steeds zijn er twee wegen, twee manieren van leven waaruit je als mens kunt kiezen.
De ene is de weg die God wijst, die de Heere opdraagt om te gaan.
De andere is de weg, die je als mens zelf kiest, omdat je Gods weg niet wil gaan,
Gods opdracht om op zijn manier te leven als een beperking wordt ervaren
en niet als een manier van leven, waarop je door God gezegend wordt,
omdat Hij meegaat.

Wat Jakob hier Ezau voorhoudt, zijn ook de twee wegen
die Christus voorhoudt uit Mattheüs 7: de brede en de smalle weg.
De brede weg is makkelijk te vinden en velen kiezen voor die weg.
De smalle weg is moeilijk te vinden, die ga je voor je gevoel alleen,
niemand die met je meegaat.
Het is de opdracht die Jozua voorhoudt: Kies heden wie u dienen wilt.
Welke weg kiest u, kies jij?
Er is één weg die het leven brengt, de weg van God.
Jakob begreep dat, al was ook hij gevoelig om zelf zijn weg uit te stippelen.
Ezau haalde zijn schouders op/
Het wordt ons niet verteld om nu eens een stevige mening over Ezau te hebben,
maar zodat wij naar onszelf gaan kijken.
Het is God die ons die keuze voorhoudt.
Het is Christus die ons roept om de juiste weg te gaan,
die de juiste weg heeft voorgeleefd en voor ons gebaand.
Zodat ook wij die weg kunnen gaan.

 

Heer, wijs mij uw weg en leid mij als een kind

dat heel de levensweg slechts in U richting vindt. 

Als mij de moed ontbreekt om door te gaan,

troost mij dan liefdevol en moedig mij weer aan.

 

Heer toon mij uw plan; maak door uw Geest bekend

hoe ik U dienen kan en waarheen U mij zendt.

Als ik de weg niet weet, de hoop opgeef,

toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.
Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s