Naar een nieuwe onbevangenheid

Naar een nieuwe onbevangenheid

Lange tijd leek de secularisatie aan de Gereformeerde Bond voorbij te gaan. Althans voor andere delen binnen de Protestantse Kerk in Nederland, voor wie de Bond als heel stellig en robuust overkwam. Intern in de Gereformeerde Bond is het thema secularisatie al enige tijd wel degelijk een thema, waarover intensief wordt nagedacht. Alle conferenties voor predikanten voor predikanten binnen de Gereformeerde Bond, die ik in de afgelopen jaren heb meegemaakt, zijn allemaal te verbinden met het thema secularisatie. De ene keer is dat thema ligt de nadruk op wat er van de kerk verwacht wordt in een geseculariseerde omgeving. De andere keer ligt de nadruk op een missionaire houding. Op de onlangs gehouden predikantenconferentie lag de nadruk op de verlegenheid, die de secularisatie oplevert.

Die verlegenheid werd nog wel keurig verpakt in mooie lezingen, die de aandacht vroegen voor welke ontwikkelingen in de cultuur plaatsvinden. Tussen de regels door, in de nabespreking en in de wandelgangen was voor een goede verstaander de verlegenheid te merken. Er is sprake van afnemend kerkbezoek. In de meeste gevallen gaat het om de middagdienst, die minder bezocht wordt. Predikanten spreken gemeenteleden van wie de kinderen afgehaakt zijn. Of spreken gemeenteleden, die zelf aan het afhaken zijn of niet meer komen, omdat het geloof hen niets meer zegt. Vooral deze laatste ervaring zorgt voor veel verwarring en voor onzekerheid. De preken die voorbereid zijn, de diensten die gehouden worden, de bijeenkomsten die georganiseerd zijn, slaan dood op de onverschilligheid die er is als het gaat om God. Hij is niet meer nodig.

Als je met zo’n houding van onverschilligheid geconfronteerd wordt, heb je niets meer aan de gebruikelijke antwoorden. Een van de gebruikelijke reacties was de vraag naar een genadig God een veel dieper gravende vraag was dan de vraag of God bestaat. Maar als je te maken krijgt met mensen voor wie God geen issue is, dan hoef je ook niet aan te komen met de vraag of je wel voor God kunt bestaan.God doet er niet toe.
Op de conferentie zou het niet alleen gaan over de verlegenheid. De aandacht zou ook uitgaan naar wat uit onze traditie je als predikant op de been houdt. Dat is geen eenvoudige overgang: van de verlegenheid naar een element uit je traditie of een houding waarbij je je als predikant om weet te gaan met die verlegenheid bij jezelf en de onverschilligheid die je bij anderen waarneemt. Dat vraagt allereerst het toelaten van die verlegenheid. Dat vraagt ook te accepteren dat de tot dan toe gevolgde strategie om de gevolgen van de secularisatie te negeren, omdat ze vooral in andere delen van de kerk spelen, niet helpt.

Zulke ervaringen stemmen wel tot nadenken. In de huidige omgeving waar ik werk kom ik het niet direct tegen. Ik ben wel begonnen in een omgeving waarin voor de meeste mensen, die niet meer naar de kerk toe gaan, God er niet toe doet. Dat was voor mijzelf niet altijd eenvoudig. Het was allereerst een cultuurschok toen ik vanuit Veenendaal, waar de kerk er nog redelijk vanzelfsprekend bij hoorde, in een omgeving kwam waar de kerk slechts door enkelen werd bezocht. Ook voor de gemeenten die ik diende was dat niet eenvoudig. Al waren ze het wel gewend om als een van de weinigen uit hun eigen omgeving nog met geloof bezig te zijn. Ze waren zelf opgegroeid in een tijd waarin geloof er nog gewoon was en hadden gezien dat vrienden en familie de kerk vaarwel zeiden. Wat mij zelf altijd is bijgebleven is dat ik niet voorbereid was op het werken in zo’n omgeving, waarin geloof er niet meer bij hoort. Ik had er ook niet over nagedacht wat het betekent voor de kerk. Ik kwam er in die tijd ook nog niet aan toe, omdat ik nog volop bezig was om te ontdekken wat mijn taak en rol als predikant was.

Nu terugkijkend op die periode kan ik wel wat thema’s bedenken, die van belang zijn om op te pakken als het geloof nietszeggend aan het worden is. Het vraagt om nadenken over de eredienst en de preek: hoe kan de eredienst en de preek zo vorm gegeven worden dat de kerkganger in het geloof gevoed wordt, ook als je maar met weinigen bij elkaar bent? De inhoud van de preek moet er op gericht zijn om niet de nostalgie te voeden, maar om op de onbevangen manier van geloven weer te herontdekken. Dat vraagt om het serieus nemen en toelaten, dat het geloof lang niet iedereen wat zegt. Tegelijkertijd vraagt het ook om je vertrouwen op God niet te laten ondergraven door je verlegenheid. Zoals ik zei was ik er niet op voorbereid. De cultuurschok deed mij enorm twijfelen en ik slaagde er niet in om die twijfel buiten mijn preken te houden. Ik bedoel daar niet mee, dat twijfel niet in preken verwerkt mag worden. Wel dat de twijfel geen eindresultaat moet zijn. Twijfel bouwt de gemeente alleen op, als daarmee de weg naar God gevonden wordt. Bij mij raakte die weg juist geblokkeerd.

Terugkijkend had ik ook mensen om mij heen nodig, zoals collega’s, met wie je ervaringen deelt, die je begrijpen, maar die er ook in slagen om je uit de twijfel te leiden naar een nieuwe onbevangenheid.
Door de predikantenconferentie besefte ik dat die zoektocht naar een nieuwe onbevangenheid, waarbij de verlegenheid toegelaten wordt, een gezamenlijke zoektocht is geworden. Daarin kunnen we elkaar van dienst zijn. Door te luisteren naar elkaars onmacht en verlegenheid. Door samen te zoeken naar Gods wil en Gods aanwezigheid in deze tijd. Niet alleen binnen eigen kring, maar ook samen met andere delen van de kerk, waarin deze ervaring herkenbaar is en waar wellicht al wegen gevonden zijn naar die nieuwe onbevangenheid.

In gewijzigde vorm gepubliceerd in het Christelijk Weekblaad

2 thoughts on “Naar een nieuwe onbevangenheid

  1. Het woord “verlegenheid” vind ik te maskerend > laat de Bondse dominee gewoon zelf vertellen wat hij nu gelooft en waar zijn twijfels zijn, waarmee hij worstelt en vragen als vragen kan laten. Menig Bondspreek die ik heb gehoord lijkt los te staan van degene die de preek uitspreekt.

    • Het is in bepaalde kringen vrij gebruikelijk om die verlegenheid in de preek te verwerken. Ik weet niet of dat altijd even zinvol is. Voor een keer kan ik dat prima snappen, maar altijd? Soms kun je stevige preken binnen de Bond ook zien als een antwoord op die verlegenheid. In zo’n preek is dan alleen het eindproduct zichtbaar en niet de weg er naar toe. Of dat weer homiletisch verstandig is, kun je je afvragen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s