Preek zondag 7 juli 2019

Preek zondag 7 juli 2019
Schriftlezing: 1 Johannes 2:12-17, 3:1-6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Heb de wereld niet lief! schrijft Johannes aan de gemeente.
Dat is wel een heel radicale opmerking, waarbij we wel zouden kunnen denken:
Het kan ook minder. Je kunt je toch niet helemaal aan de wereld onttrekken?
Je leeft in de wereld, je hebt ermee te maken.
De wereld zie je om je heen, hoor je om je heen, ervaar je elke dag weer.
Daar leef je middenin.
Daar kun je toch niet zo makkelijk afstand van nemen.

Maar we begrijpen het als een man,
die alleen maar druk is met zijn werk en daar helemaal in opgaat,
en geen tijd meer heeft voor zijn vrouw en voor zijn gezin,
door zijn vrouw tot de orde wordt geroepen:
En nu ga je het anders doen. Anders moet je het zonder ons gaan doen.
Het kan ook omgekeerd: dat een man vindt dat zijn vrouw met zoveel dingen bezig is,
met werk, met allerlei andere activiteiten, dat hij tegen haar zegt:
Ja, hallo! Ik ben er ook nog.

Als een getrouwde man veel met een andere vrouw optrekt,
daar steeds op ongebruikelijke momenten is en vaker daar is dan thuis,
kunnen we het begrijpen dat zijn eigen vrouw gaat zeggen:
Nu moet je een keuze maken tussen haar en mij.
Dit gaat zo langer niet.

Als Johannes aan de gemeente schrijft, dat ze de wereld niet mag liefhebben,
bedoelt hij daarmee aan te geven dat God geen concurrentie duldt van de wereld.
Het is óf-óf: óf God óf de wereld. Het gaat niet samen op.

Daarom is voor ons de vraag: waar gaat je hart naar uit?
Wat houdt jou het meeste bezig?
Johannes schrijft aan zijn gemeente: als je nou serieus bezig bent met God,
als je met Hem wilt leven, dan is er geen ruimte om in de wereld op te gaan.
Je liefde mag niet naar de wereld uitgaan.
Wat bedoelt Johannes hier met de wereld?
Is dat de wereld waarin je leeft? En bedoelt Johannes dat je je daarvan moet afzonderen?
Alleen maar met de kerk en met geloof bezig zijn?
Bedoelt Johannes dat je met mensen, die niet geloven, moet breken
en alleen moet omgaan met andere christenen? 
Moet je het isolement kiezen en terugtrekken van de wereld?
Heel kort zou je de wereld kunnen uitleggen als:
dat deel van onze werkelijkheid dat met God niets te maken wil hebben.
Maar dan hebben we het nog niet helder, nog niet concreet.
Je moet in aan ongelovige mensen denken, tenzij ze heel bewust bezig zijn
om je aan te praten dat geloof onzin is en niet rusten voor jij breekt met God.
De wereld, zoals Johannes het hier bedoeld, is een soort sfeer, die je beïnvloed.
Die je opsnuift, die je om je heen ziet.
Bijvoorbeeld dat je het prima redt zonder God, dat je echt niet naar de kerk hoeft te gaan
en dat je niets mist als je de kerkdienst overslaat.
De wereld, dat is wat je voorgeschoteld krijgt in reclames:
dat het in het leven erom gaat dat je geniet, dat je wat je wil hebben kunt aanschaffen,
dat je geld meer wordt zonder dat je er veel voor hoeft te doen.
Wat je voorgeschoteld krijgt in films, via Netflix, via de personen die op tv komen.
Je visie op relaties, op je eigen relatie, op seksualiteit, op hoe je met elkaar omgaat,
Waar komt die vandaan: uit de Bijbel of wordt die aangereikt ergens anders vandaan?
Van de week was ik met een aantal collega’s bij elkaar, op een studiedag voor de IZB.
Iemand vertelde hoe vrienden uit elkaar gingen – christelijke vrienden
met als argument: je wilt toch niet zeggen dat wat in films getoond wordt niet waar is.
Maw: Als stellen in films uit elkaar gaan, waarom zou ik dat dan niet mogen.
Er is bijna geen enkele film, waarbij een relatie standhoudt, bijna altijd gaat het mis.
Dat is zomaar een voorbeeld van wat voorgeschoteld wordt:
Je hoeft niet te vechten voor je relatie, maar kies de makkelijkere weg,
Want jij moet gelukkig worden, jij moet tot je doel komen. Het gaat om jou.
Je leeft maar één keer.
En dan is de thematiek van relaties en seksualiteit maar één voorbeeld.
Dat zouden we kunnen rekenen tot wat Johannes hier de begeerte van het vlees noemt.

Johannes schrijft over meer: begeerte van de ogen.
Daarbij kun je denken aan verleidingen, die je ziet,
je ogen die de verleiding, die er in de wereld te koop is, indrinkt.
Je kunt dat ook ruimer opvatten, die begeerte van de ogen.
Namelijk: alleen maar serieus nemen wat je ziet, dat je geloof laten bepalen.
Als we in onze Noord-Hollandse tijd naar de kerk gingen,
gingen de meeste mensen die op straat waren niet naar de kerk.
Ze gingen hardlopen of fietsen.
Er zaten meer mensen op de dijk met een hengel te vissen in het kanaal
dan dat er mensen in de kerk zaten.
Als je dat ziet, dan kun je heel snel gaan rekenen:
De meeste mensen gaan niet naar de kerk en zullen de kerk niet van binnen zien.
De kerk stelt niet veel meer voor.
Vanmorgen reed ik naar Drenthe.
Ik reed iemand voorbij met een witte blouse en een stropdas. Vast een collega.
De meeste mensen die op de weg waren, zullen vast ergens anders naartoe zijn gegaan.
De begeerte van de ogen is dan kijken zonder rekening te houden met God.
Je gaat denken dat het niet veel meer is.
Vanmorgen in die gemeente kwamen we bij elkaar: een eenvoudige kerk
en als ik de mensen zo inschatte vooral eenvoudige mensen.
Ik heb ze niet geteld, maar meer dan 40 zullen het niet geweest zijn.
Maar je moet ook niet tellen, maar kijken wat er gebeurt: dat Christus er op aarde is,
als gastheer aan de tafel, Hij de hemelse Heer, die brood en wijn aanreikt,
en in dat brood en die wijn zichzelf geeft.
Als je met de ogen van het geloof kijkt, dan zie je dat al is de kerk op bepaalde plekken klein
God groot is en Zijn werk ontzagwekkend en de toekomst zeker.
Heb de wereld niet lief!  Want op korte termijn kan het je veel lijken te brengen,
maar op langere termijn, en ook als het gaat om je bestemming, je eeuwig heil,
dan kom je tekort.

Johannes kijkt niet alleen naar de toekomst: ook nu kom je tekort als je voor de wereld kiest.
Als je je liefde voor God inruilt voor liefde voor de wereld.
Hij spreekt de gemeente aan om hen te laten zien, hoeveel ze nu al van de Heere krijgen.
Johannes spreekt de kinderen, de ouderen en de jongeren omstebeurt aan.
Mooi toch, als iedereen afzonderlijk wordt aangesproken.
Allereerst de kinderen, die worden als eerste aangesproken, nog voor de volwassenen.
Wat betekent het voor jullie, kinderen, dat je niet van de wereld mag houden?
Dat God het belangrijkste in je leven moet zijn.
Belangrijker dan wat je later gaat worden. Belangrijker dan school, sport, vrienden.
Dat komt op de tweede plaats. Dat blijft wel belangrijk, maar het allerbelangrijkste blijft God.
Soms betekent dat, dat je niet mee kunt doen:
je kunt niet meedoen als gevloekt wordt, als er gepest wordt,
als anderen naar de winkel gaan om iets te stelen, mag je niet meedoen.
Van de wereld houden, betekent dat je God niet nodig hebt.
Dat je bijvoorbeeld zo snel bidt voor je eten, dat je nog geen 2 seconden je ogen dicht hebt
en eigenlijk helemaal niet beseft dat je bidt.
Dat doe je als je bij jezelf denkt dat je ook wel zonder bidden kunt.
Toen ik 7 jaar was, brak ik een keer mijn arm toen ik van een schommel viel.
Die zondag erop was er zondagsschool
en een zondagsschoolmeester wilde danken, dat ik bewaard was.
Ik wilde geen aandacht en zei dat het niet nodig was om voor mij te bidden of te danken.
Toen ik dat zei, schaamde ik mij gelijk.
Want ik gaf eigenlijk aan: ik kan ook wel zonder gebed.
Heb de wereld niet lief! schrijft Johannes. Hij zegt het ook tegen jou persoonlijk.
Want je zonden zijn vergeven. Als God je al zoveel geeft,
Dat alles wat je verkeerd gedaan hebt, je vergeven wordt,
Dat God daar niet meer aan denkt, dat Hij daar niet meer met je over begint,
omdat het ook weg is, vergeven,
dat je dan toch van de wereld houdt.
Je zonden zijn vergeven, schrijft Johannes, Christus is ook voor jou gestorven.

Nu worden de kinderen aangesproken, maar zijn we in de kerk niet allemaal kinderen?
Ook als je al lang in de kerk meedraait en veel preken gehoord hebt,
kun je het gevoel hebben, dat je nog maar net komt kijken, een beginneling bent.
Als je voor je gevoel nog maar net begint met geloven, blijf je kwetsbaar
voor de verleiding van de wereld en ga je er zo in mee.
Daarom schrijft Johannes: bedenk wat je allemaal gekregen hebt van je Heer.
Dat wil je toch niet kwijtraken door weer voor de wereld te kiezen, zonder God te leven?

Kinderen in de gemeente, of ze nu echt de leeftijd van een kind hebben,
of dat je nog maar net het evangelie hebt ontdekt, een pril geloof
hebben steunpilaren nodig.
Andere gemeenteleden, die de Bijbel kennen, die het geloof voorleven,
laten zien hoe je het leven met Christus in praktijk brengt.
MEt de ouderen in de gemeente bedoelt Johannes de steunpilaren in de gemeente.
Gemeenteleden die de verleiding van de wereld kunnen doorzien
en anderen daarvoor waarschuwen: Pas op!
Toen ik studeerde, was ik lid van een studentenvereniging.
In het eerste jaar waren er oudere studenten, die soms al 7 of 8 jaar studeerden.
Als jongerejaars had je er veel aan.
Ze vertelden hoe je bepaalde dingen moest zien
En hoe je kon voorkomen, dat bepaalde lastige thema’s nadelig uitpakten voor je geloof.
Na verloop van jaren namen die ouderejaars afscheid, omdat ze klaar waren met de studie
En ik weet nog, dat toen ik zelf in het 4e jaar kwam, ik opeens het besef had
dat ik nu zelf een ouderejaars was, een voorbeeldfiguur werd,
een soort steunpilaar moest zijn.
Je kunt niet kind blijven. Je moet opstaan en voortouw durven nemen.
Misschien heeft dat inzicht ook wel geholpen om predikant te worden.
Er is een moment waarop je niet meer kunt zeggen: Ik ben nog maar een beginneling.
Nee, er moet leiding gegeven worden.
Een moment, waarop je anderen, die minder ervaren zijn, raad moet geven, ondersteunen.
Uit moet leggen, hoe je in deze tijd afstand kunt bewaren tot de wereld.
Hoe je wel in deze wereld bent, zonder deze wereld lief te hebben.
Hoe je wel hier je plek hebt, leeft, contacten hebt, vrienden en collega’s,
maar dat je hart bij Christus blijft liggen.
Johannes spreekt de ouderen aan, de ervarenen in het geloof,
omdat ze het kinderlijke hebben afgelegd en iets stabiels hebben, een robuust geloof.
Want u kent God, zegt Johannes tegen die verder gevorderden.
Ik kijk degenen die al langer naar de kerk gaan aan.
Nu wil dat niet zeggen, dat als je lang naar de kerk gaat
ook zo’n stabiel voorbeeldfiguur bent.
Maar misschien zou u, zou jij het ondertussen al wel moeten zijn
en verschuil je je nog te gemakkelijk achter de gedachte: wie ben ik, ik kom maar net kijken.
U kent God, zegt Johannes. Hoe is dat met u en met jou?
Kun je dat nazeggen? Kun jij dat zelf ook zeggen: Ik ken God?
Kennen betekent hier niet: met je verstand kennen en alles over God kunnen uitleggen,
want God is te groot om door ons helemaal gekend te zijn.
Kennen betekent hier: relatie hebben.
Als ik aan een man zou vragen, ken je je vrouw?
Dan zal hij niet gaan vertellen over de schoenmaat en kledingmaat,
niet over de bankrekening, of wanneer ze jarig is.
Maar zal hij gaan vertellen over haar karakter en waarom ze zo bijzonder is
En wat ze voor hem betekent – dat is kennen.
In de Bijbel heeft kennen altijd een intieme betekenis, met iemand omgaan.
Kennen betekent: bidden, lezen uit de Bijbel en daarover nadenken, avondmaal vieren,
de kerkdienst bezoeken en je daar gesterkt voelen, je vertrouwen stellen op God.
Als je zo leeft, groeit ook je vertrouwen in God
en heb je de wereld ook niet nodig hoef je de wereld ook niet lief te hebben
En doorzie je de wereld en de nadelige gevolgen daarvan voor je geloof.
Je weet wat je aan God hebt en dat wat je omgang met God je biedt
De wereld je nooit kan bieden.
Johannes kan trouwens ook schrijven, dat kinderen de Vader kennen.
Dat is dus niet voorbehouden aan de doorgewinterden in het geloof.

Er is ook een tussengroep – tussen de kinderen en de steunpilaren: jongeren.
De jongeren, dat zijn degenen die net zelfstandig zijn, hun eigen leven kunnen leiden,
opgeroepen kunnen worden als het oorlog is om het land te verdedigen.
Nog niet helemaal klaar om een steunpilaar te zijn, daarvoor moeten ze nog groeien,
maar ze zijn ook geen kind meer.
Ze kunnen al wel verantwoordelijkheid nemen,
ze kunnen al heel wat aan en heel wat betekenen.
Je zou kunnen zeggen: dat zijn degenen die net belijdenis hebben gedaan.
Of binnenkort belijdenis zouden kunnen doen.
Op weg naar een stabiel en robuust geloof.
Af en toe gaan ze nog onderuit en verliezen ze het doel uit het oog,
maar ze groeien: jullie zijn sterk, zegt Johannes.
Jullie hebben de wereld overwonnen.
Je kent de aantrekkingskracht van de wereld, maar je bent in staat om nee te zeggen,
om ondanks de verleidingen die er in de wereld om je heen zijn,
de weg te gaan van Christus.
Je praat met je vrienden, die niet naar de kerk gaan, omdat je met hen bewogen bent,
het zijn altijd vrienden geweest en nu je zelf bent gaan geloven, houd je contact,
omdat je gunt dat ook zij gaan geloven.
Je weet dat ze zonder God leven en God niet eens missen.
Je raakt er niet meer door uit het lood, zoals eerst, omdat je nu weet wat je aan God hebt.
Omdat je ervaren hebt, dat Christus voor jou Zijn leven gaf en je redde.
Je kent de verleidingen van de wereld, maar je kent nog meer je Heer.
Je weet hoe films, reclames, boeken, de wereld waarin je leeft, je wil beïnvloeden,
maar je hebt het door en je bent er daardoor tegen bestand.
Je draagt een geheim in je dat je sterk maakt, waardoor je kunt overwinnen:
Gods Woord. God zelf doet je overwinnen. Hij zorgt ervoor dat je sterk bent,
dat je volhoudt tot het einde toe.
Je weet: deze wereld is niet alles, gaat voorbij.
Nee, God is mijn geluk. Hij is mijn Heer, mijn leven.
Je hebt het geleerd, ontdekt: Vertrouw op de HEER met heel je hart,
steun niet op eigen inzicht.
Denk aan hem bij alles wat je doet. Dan baant hij voor jou de weg.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s