Preek hemelvaartsdag 2019

Preek hemelvaartsdag 2019
Daniël 7:7-14 en Mattheüs 28:16-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Ze krijgen de opdracht om zich te melden in Galilea.
De laatste keer dat ze als groep bij elkaar waren, was in de tuin van Gethesemané,
toen Jezus opgepakt werd.
In plaats van Jezus bij te staan, zijn ze allemaal weggevlucht
en lieten ze Jezus in de steek.
En nu komt het verzoek om weer bij elkaar te komen.
Niet als voorstel van een van de andere leerlingen om als reünie bij elkaar te komen
en met elkaar te bespreken hoe ze de aanhouding en dood van Jezus kunnen verwerken,
maar een opdracht die tot hen komt van Jezus zelf. Hij is opgestaan!
De vrouwen kwamen het bericht brengen:
Ga naar Galilea en daar zullen jullie Hem ontmoeten.

Zo komen ze bij elkaar op die berg in Galilea.
Hier is het voor hen begonnen. Hier kwamen ze Jezus tegen en begonnen Hem te volgen.
Ze kijken elkaar onzeker aan.
De vorige keer dat ze bij elkaar waren, was Jezus er nog bij
en hadden ze hun mond vol over het bij Jezus blijven:
Al moest ik met U sterven, ik zal U beslist niet verloochenen, had Petrus gezegd
En de anderen hadden die uitspraak van Petrus beaamd:
Wij zullen U niet in de steek laten!
Nu ze zo bij elkaar zijn, herinneren ze zich dat ze zo overtuigd waren
van hun eigen moed en standvastigheid
en ze kijken elkaar beschaamd aan, omdat ze van elkaar weten:
We hebben dat niet waar kunnen maken. We zijn allemaal op de vlucht gegaan.
Allemaal hun eigen kant opgegaan.
Terwijl ze zich schamen over wat er is voorgevallen,
merken ze ook dat het een bijzondere situatie is: ze zijn weer als groep bij elkaar.
Er is iets dat hen samenbrengt: de kracht van de opgestane Heer.
Ze voelen aan dat er iets bijzonders gaat gebeuren: een nieuw begin.
Ze herinneren zich zijn woorden: Waar 2 of 3 in mijn Naam bij elkaar zijn,
ben Ik in hun midden.
Zou Jezus zelf komen? Of is Hij er al nu ze zo bij elkaar gekomen zijn?

Jezus is er inderdaad.
Hun Heer – opgestaan uit de dood.
Er is heel wat gebeurd nadat ze Hem voor de laatste keer zagen.
Ze hebben Hem de rug toegekeerd.
Ze hebben verhalen gehoord over hoe Jezus werd veroordeeld en gekruisigd.
Hoe Hij stierf en begraven werd.
En nu staat Hij weer in levende lijve voor hen.
Petrus, Johannes en Jakobus stoten elkaar aan.
Zoals Jezus aan hen verschijnt, dat komt hen bekend voor,
Toen ze met Jezus mee waren op een andere berg
en Jezus van gedaante veranderde: ze zagen Hem toen in Zijn hemelse heerlijkheid.
Toen bogen ze vol ontzag voor hem neer
en Petrus stelde enthousiast voor om een onderkomen te bouwen,
zodat ze Jezus samen met Elia en Mozes voor altijd bij zich konden houden
in die heerlijkheid, die hemelse glans en glorie die hen omstraalde.
Jezus wilde niet dat ze iets voor Hem en Mozes en Elia zouden bouwen.
Nu begint er iets te dagen, waarom ze dat toen niet mochten doen.
Jezus moest een andere weg gaan, die ze toen nog niet begrepen
en nu eigenlijk ook nog niet echt: de weg naar het kruis, de dood in.
Maar nu is Hij opgestaan en leeft en kunnen ze Hem hier ontmoeten.
Met z’n drieën ervaren ze weer dat bijzondere als toen op die berg
en nu gaan ze weer op de knieën, vol ontzag: U bent onze Heer.

Er zijn andere discipelen die nog niet zo ver zijn.
Ze zouden wel willen buigen, net als de andere discipelen al doen,
maar ze aarzelen.
Is dit wel de Jezus die ze kennen?
Er is een tweestrijd in hen: Ze voelen zich naar Hem toegetrokken en willen Hem aanbidden
Voor Hem op de knieën vallen
En toch is er iets in hen dat hen ervan weerhoudt.
Dit moment is te groots, om zo Jezus de opgestane Heer te ontmoeten.
Ze weten niet waar ze goed aan doen.
Kunnen ze wel voor Jezus buigen, nadat ze Hem de laatste keer in de steek lieten?
En met welke Jezus hebben ze te maken?
Wie is Hij? Toen ze in Caesarea Filippi waren, wisten ze het: U bent de Zoon van God!
Maar nu, nu Hij geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, neergedaald in de hel,
opgestaan – Wie is Hij, die nu voor hen staat?
Wat is de gepaste reactie? Hoe ga je Jezus tegemoet?
Twijfel zorgt vaak voor innerlijke verwarring: Heb ik met Jezus te maken of niet?
Moet ik me neerbuigen Hem aanbidden? Of vergis ik me en heb ik niet met Jezus te maken?
Ze komen er niet uit. Wie helpt hen om te zien dat het echt om Jezus gaat?
Dat ook zij kunnen buigen voor Hem, net als de andere discipelen dat al wel kunnen.

Dan komt Jezus op hen toe.
Jezus, de opgestane, koning van hemel en aarde komt hun wereld binnen.

Niet met een heerlijkheid die hen verblindt,
of een macht die hen op een afstand houdt, of over hen heen walst.
Hij stapt op hen af. Hij stapt hun wereld in,
de wereld van de leerlingen, die niet goed raad weten met hun reactie,
die zich verscheurd voelen door de twijfel, waardoor ze niet kunnen buigen,
de wereld van de leerlingen, die weten dat ze de laatste keer dat ze bij Jezus waren
Er niet al te best voor de dag kwamen, die faalden als leerlingen van Jezus.
Zie ons voor U staan, zondig en onrein.

Vader, vol van vrees en schaamte,  buigen wij voor U.

Heel Uw werk, door ons vertreden, klaagt ons, mensheid aan bij U.
Christus maakt zich kleiner, zodat wij Hem kunnen ontmoeten,
zodat Hij bij ons kan zijn en wij Hem kunnen verdragen,
kunnen ontmoeten, kunnen aanbidden.
Hij treedt ook onze wereld binnen, onze kleine wereld, ons leven,
zodat wij Hem kunnen ontmoeten en aanbidden.
Dat is het enige antwoord op onze twijfel, op ons wel willen maar niet kunnen
dat Jezus zelf op ons toetreedt en zegt: Ik ben het, twijfel niet langer, geloof!
Waar er 2 of 3 in mijn naam bij elkaar zijn, daar ben Ik in het midden.
Zo treedt Jezus ons vanmorgen tegemoet,
Terwijl Hij in de hemel is, is Hij hier op aarde bij Zijn gemeente aanwezig.
Er is veel gediscussieerd over de vraag wat de hemelvaart betekent
voor Christus’ aanwezigheid op aarde.
Is Christus dan niet bij ons tot aan het einde van de wereld, zoals Hij ons beloofd heeft?
Wordt in de Heidelberger Catechismus gevraagd.
Dat is niet zomaar een theoretische vraag.
Dat is een vraag die ons geloof diep raakt: We kunnen niet zonder Zijn aanwezigheid.
En het raakt ook Jezus diep in Zijn wezen, in Wie Hij is.
Als Hij niet meer op aarde is, dan klopt de belofte niet die Hij gegeven heeft.
Dan kunnen we niet op Hem bouwen en staan we er alleen voor.
Daarom zegt de Catechismus: Zijn lichaam is in de hemel,
maar naar Zijn God-zijn, Zijn majesteit, Zijn genade, Zijn Geest is Hij hier op aarde.
Zo treedt Hij ook ons vanmorgen tegemoet.
Als Heer, die in de hemel woont en toch hier bij ons kan en wil Zijn,
als onze God en Heer, met Zijn macht en majesteit,
met Zijn genade, die Hij aan ons allemaal wil geven,
Aan ons, die net als de leerlingen zo vaak twijfelen en niet kunnen buigen,
al willen we soms wel, maar lukt het niet, of herkennen we Jezus niet.
Genade voor jou en mij, ons allemaal.
Zijn Geest die ons geloof geeft, leert geloven, helpt om Hem te beamen.
Zoals Jezus op de leerlingen afstapt en in hun wereld komt,
zo heel vertrouwd net als voorheen en toch zo anders, omdat Hij nu verheerlijkt is,
de hemelse Heer, die dood geweest is en zie: Hij leeft!

Zo komt Hij naar hen toe.
Hij heeft hen iets te zeggen, woorden die allereerst aangeven Wie Hij is.
Zijn woorden hebben gezag. Hier is niet een mens aan het woord, maar de Zoon van God.
Uit Zijn mond klinkt niet een veroordeling,
maar een bekendmaking die hen bemoedigt:
Aan mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Het zijn woorden die hen bekend voorkomen.
Niet dat Jezus al eerder, voordat Hij aan het kruis ging, zo gesproken heeft in die woorden,
maar nu begrijpen ze wel waarom Jezus steeds, toen Hij rondwandelde op aarde
sprak over de Zoon des mensen en dat Hij daarmee Zichzelf bedoelde.
De woorden van Christus die hen toespreekt herinneren hen aan Daniël 7,
Waarin aangekondigd wordt hoe iemand in de gestalte van een mens uit de hemel neerdaalt
namens God om God op aarde te brengen:
de persoon die uit de hemel komt wordt daarom ook wel Zoon des mensen genoemd.
Hun meester sprak er vaker over, toen Hij met hen optrok en onderwijs gaf.
Hij sprak toen over zichzelf:

Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap,

en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden,

en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Die heerschappij is nu aan Mij gegeven, zegt Jezus om hen te bemoedigen
op dat moment dat sommigen nog niet goed weten wat ze moeten.
Geloof me maar! Je kunt Me vertrouwen! Je kunt je leven aan Mij geven!
Die macht om te heersen over heel de aarde heb ik gekregen.
Niet van de duivel, die aan het begin van Mijn optreden op aarde, na Mijn doop
Mij wilde verleiden, waarbij Ik dan voor hem zou moeten knielen.
De macht over heel deze aarde heb Ik ontvangen van Mijn hemelse Vader,
die Mij zond naar de aarde en ook jullie hemelse Vader is.
Hij heeft mij alle macht gegeven.
Ik heb jullie leren bidden: Uw wil geschiede in hemel en op aarde.
Nu Ik ben opgestaan uit de dood heb ik dat gezag ook gekregen
om te regeren, koning te zijn over hemel en aarde.
Bij Mijn geboorte kwamen wijzen uit het oosten om de pasgeboren koning te aanbidden,
om net als jullie te knielen, toen aan het begin van Mijn leven, knielden ze bij de kribbe.
Aan het kruis gaf Pilatus dat aan de mensen te kennen: Koning van Israël.
Hij wist niet dat Ik meer was: koning van de hele wereld, meer dan zijn heerser in Rome
en ook koning in de hemel.
Ik regeer en vanaf nu regeer ik vanuit de hemel ook over de aarde.
Waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader.
De koning die aan het kruis hing en daar door iedereen bespot werd,
heeft de troon in de hemel bestegen.
Ieders oog zal Hem zien,ook degenen die Hem doorstoken hebben.

Tegen Zijn leerling zegt Hij: Jullie zijn nu mijn dienaren. Jullie staan in Mijn dienst.
Als koning van deze wereld, als jullie Heer heb Ik een opdracht voor jullie.
Ik heb jullie ooit een gelijkenis verteld over een koning, die zijn knechten erop uit zond
om gasten uit te nodigen voor de bruiloft van zijn zoon.
Zo stuur Ik jullie erop uit, over heel de wereld om zoveel mogelijk mensen te vertellen
over Mij: dat Ik over deze wereld regeer, dat de boze verdreven is, dat Ik heb overwonnen.
Houd het nieuws niet voor jezelf, maar vertel het overal waar je komt.
Laat iedereen het weten.
Nodig ze uit om naar het feest te komen.
Vertel zo over Mij, dat ze bij Mij willen horen, Mij willen dienen en volgen.
Zo verovert deze Koning de wereld: niet door geweld te gebruiken,
maar door Zijn dienaren, die net tevoren nog geaarzeld hebben of ze wel konden buigen,
die van binnen tweestrijd ervoeren.
Zij worden erop uit gestuurd om te vertellen, om uit te nodigen,
om anderen op te roepen Jezus te volgen, Zijn koninkrijk binnen te gaan.
Geen enkel volk is buitengesloten.
De Romeinen niet, die met hun bruut geweld de wereld veroverden niet.
Amerikanen en Russen niet.
De volken op de eilanden in Oceanië, voorbij Australië niet.
De volken uit Groenland en het noorden van Canada niet, de Inuït.
Degenen die op het verste puntje op deze wereld wonen niet.
Geen enkel volk wordt buitengesloten.
Of ze nu in tropische gebieden wonen of bij de poolcirkel.
Of ze nu in makkelijk bereikbare gebieden wonen, of dat ze moeilijk te bereiken zijn.
Ook hier zijn de zendelingen gekomen en hebben verteld.
Ook hier is over deze Heer verteld en zijn er volken gedoopt.
Vaak weten we niet zo veel van ons voorgeslacht, hooguit wat generaties terug.
Misschien komt u wel uit een familie, waar eeuw in eeuw uit al de kinderen werden gedoopt

in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Wellicht is dat nog niet zo lang geleden,
hebben je ouders zich als eersten van hun familie laten dopen.
Of ben je zelf de eerste, die de stap waagde om deze Jezus te volgen.

Als je bij Jezus hoort, ben je nooit uitgeleerd.
Steeds weer moet je ontdekken wat het betekent, dat Jezus over de aarde regeert.
Je raakt dat zo snel weer kwijt.
Vandaar dat die twijfel die de discipelen bezig houdt voor ons herkenbaar is.
We zeggen dan: gelukkig, ook zij waren niet de perfecte gelovigen.
Als zij hun zwakten hadden, soms ook faalden, dan is er ook voor ons hoop
en kunnen ook wij de weg van Jezus gaan.
Op de weg van Jezus leren we steeds weer wat het betekent om Zijn wil te doen.
Toen Jezus aan het begin van Zijn rondwandeling op aarde rondtrok
vertelde Hij al hoe Hij dat voor zich zag: Zijn leerlingen die Zijn wil deden.
Een licht in een donkere wereld door je manier van leven,
door hoe je je opstelt naar anderen toe.
Door je geloof, je hoop, je liefde het licht deze koning te verspreiden.
Als kerk als gemeenschap zo uit deze hoop te leven, zo te geloven, zo lief te hebben,
dat het zichtbaar wordt voor alle mensen, dat je van Christus bent.

Ja, dat laten zien, zo leven en getuigen. Wat brengen we ervan terecht?
En wie zijn wij, gelovigen die vaak wel willen, maar niet kunnen,
of die soms geen zin hebben, er niet op uit willen trekken. Of niet durven.
Nee, zegt Jezus, je moet niet naar jezelf kijken, naar wat jij te zeggen hebt, of durft.
Weet je niet dat Ik mee ga. Ik ben wel in de hemel, maar ook op aarde, bij jou.
Als jij in mijn naam ga, ga ik met je mee.
Er zal geen dag zijn zonder Mij. Alle dagen ben Ik bij je.
Ik geef je Mijn kracht, ik geef je Mijn aanwezigheid. Ik ben met je, alle dagen.
En eens zal deze wereld voorbij zijn. Zal de tijd erop zitten.
Het zal een tijd zijn, waarin heel wat gebeurt, met de aarde, met de kerk.
Als je die tijd meemaakt, zal het geen eenvoudige tijd zijn,
Niet eenvoudig zijn om vol te houden in geloof.
Maar je hoeft niet te wanhopen. Want ook dan ben Ik bij je.
Ik raak jou en deze wereld niet kwijt.
Voor altijd, tot deze wereld ten einde gaat,
dat is de dag waarop Ik terug kom op deze aarde. Houd moet en ga in mijn naam!
Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s