Preek Goede Vrijdag 2019

Preek Goede Vrijdag 2019
Schriftlezing: Mattheüs 27:33-56

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de beschrijving, die Mattheüs van het gebeuren op Golgotha geeft,
krijgt het kruis de minste aandacht.
Meer aandacht is er voor wat er om het kruis gebeurt:
Hoe de mensen, die zich om het kruis verzameld hebben, zich gedragen
en op de gebeurtenissen die plaatsvinden rondom het kruis.
Het enige dat Mattheüs vertelt over Jezus aan het kruis
is dat Hij weigert om te drinken, dat Hij de regel uit Psalm 22 uitroept:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten
en dat Hij vrij snel daarna overlijdt.
Voor de rest laat hij vooral het tafereel om het kruis zien.

Het begint al met de aankomst op de heuvel Golgotha.
De naam die de mensen aan deze plek hebben gegeven,
geeft aan dat het geen fijne plek is om te verkeren.
Schedelplaats betekent deze naam.
Het is niet helemaal duidelijk of de naam afkomstig is van de vorm van de heuvel,
die op een schedel zou lijken
of van de schedels die daar kunnen liggen, afkomstig van de mensen die gekruisigd zijn.
Meestal werden degenen, die gekruisigd werden niet begraven,
maar liet men hen hangen tot ze vergaan waren, of werden ze in de buurt neergegooid.
De naam geeft in ieder geval aan, dat het een lugubere plaats is om te zijn,
een plek waar een macabere sfeer hangt, de sfeer van de dood, van verdoemd-zijn.
Dit is het koninkrijk van deze koning: een rijk dat ten dode is opgeschreven.
Hier in dit land dat mag Hij koning zijn.
Alles wat er verder gebeurt,
is bedoeld om de vernedering van deze koning compleet te maken.
Bij aankomst op de heuvel Golgotha, waar het kruis opgericht zou worden,
krijgt Jezus een wat te drinken, alsof hij door kameraden wordt onthaald,
die samen willen vieren dat Hij als koning de troon zal bestijgen.
Maar in de wijn, die Jezus aangeboden krijgt, hebben ze iets gedaan,
waardoor de wijn niet te drinken is: met gal gemengd.
Voor het oog is het vriendschap die aangeboden wordt, kameraadschap.
Maar met het aanbieden van dit gemixte drankje,
wijn gemengd met spot, minachting, wordt Jezus op de ziel getrapt
en nog eens meer vernederd dan al gebeuren zal aan het kruis.
Het is wat in Psalm 69 beschreven wordt: Ze mengden gif door mijn eten
en lesten mijn dorst met azijn.
Alles wordt aangegrepen om Jezus nog eens extra te vernederen.
Jezus wil echter niet drinken: Hij weigert deze beker.
Niet omdat Hij de steek onder de gordel opmerkt in de beker die aangereikt wordt,
maar omdat Hij het lijden met volle bewustzijn wil ondergaan.
Hij heeft ingestemd om die andere beker leeg te drinken,
de figuurlijke beker die Hem door de Vader in de hemel is aangereikt
en omdat Hij daarmee instemde, die te zullen drinken.
Aan het kruis brengen en Hem koning maken van dit macabere koninkrijk
is nog niet vernederend genoeg. De vernedering gaat door.
Om aan te geven dat Hij helemaal niets voor voorstelt en zich niets hoeft in te beelden
Wordt het laatste dat Hij heeft, Zijn meest persoonlijke eigendom, Zijn kleren
verdeeld onder de soldaten die aan het kruis moeten waken
om te voorkomen dat de aanhangers van Jezus komen om Jezus van het kruis te halen.
Het laatste dat Jezus bij zich had, wordt Hem nog afgenomen.
Hij heeft geen volgelingen meer.
Ja, alleen wat vrouwen die in de verte kijken wat er gebeurt.
Ook geen eigendommen meer, zelfs geen kleren meer.
Hier hangt geen mens meer, maar minder dan een mens
van al het menselijke ontdaan.
Nog meer vernedering, steeds verder tot de diepste vernedering is bereikt.
Mattheüs, de evangelist, registreert wat er gebeurt, maar ziet ook met de oog van het geloof.
Hij ziet dat in de diepste vernedering waarin Jezus af moet dalen
tegelijk ook Gods plan ten uitvoer wordt gebracht, de Schriften worden vervuld (Ps 22).
Twee uitersten komen hier samen: het verwerpen van Gods Zoon,
waarmee God zelf door de mensen verworpen wordt
en het plan van God om de mensen te redden door deze dood.
Jezus die door de mensen verworpen en vernederd wordt, brengt juist daardoor redding.
Voor de mensen die daar lopen is dat niet zichtbaar.
Ze kunnen en ze willen dat niet zien.
Ze zien een machteloze man, die een te grote pretentie had, zichzelf Messias noemde
en vooral Mensenzoon, de goddelijke rechter die aan het einde van de tijden zou komen.
Moet je Hem daar zien hangen! Als dit een koning is…
Het is eerder een parodie op wat een koning hoort te zijn.
Zijn eer en waardigheid is Hem afgenomen.
Hij regeert niet vanaf een troon over een heel koninkrijk,
maar vanaf het hout op deze kleine heuvel,
Waar alleen maar opstandelingen en misdadigers aan het kruis worden getoond
om het volk te laten weten, dat het niet in hun hoofd moesten halen om in opstand te komen.
Hij – redding brengen? Hij kan zichzelf nog niet eens redden.
Wat had die Man aan het kruis ook al weer gezegd?
Dat Hij de tempel kon afbreken en in drie dagen weer op kon bouwen?
Mattheüs vermeldt nergens dat Jezus heeft gezegd dat Hij de tempel zal afbreken.
Als Jezus voor de hogepriester staat en zich moet verantwoorden,
wordt ook als beschuldiging naar voren gebracht:
Hij heeft gezegd dat Hij de tempel van God kan afbreken en in 3 dagen opbouwen.
Je proeft de verontwaardiging in die woorden:
het meest heilige gebouw dat er op de wereld bestaat, de plaats waar God woont,
waar Zijn aardse troon staat – afbreken en snel herstellen.
Als de brand van de Notre Dame al diep raakt,
dan kunnen we voorstellen dat het spreken over het afbreken van de tempel
nog dieper snijdt in de harten van de Joden.
De tempel afbreken betekent dat God er niet meer is,
dat Zijn woonplaats op aarde overbodig is geworden
of ontheiligd is, niet meer waardig om de heilige God te huisvesten.
Hoe durft Hij te zeggen, dat de tijd van God in Jeruzalem voorbij is
en de tempel geen functie meer heeft en daarom afgebroken kan worden.
En hoe kan zo’n gebouw, waar jaren aan gewerkt is, weer in 3 dagen opgebouwd worden?
Nu Jezus aan het kruis hangt, zie je hen daar onder het kruis over gniffelen:
Heeft Hij dat werkelijk gezegd? Hoe heeft Hij dat kunnen bedenken?

Ook hier moet Mattheüs aan eerdere woorden uit de Schrift denken, woorden uit Ps 22:
Ze kijken vol leedvermaak naar mij. Ze schudden hun hoofd als ze mij zien.
Het is leedvermaak waarom ze daar bij het kruis blijven staan:
Hoe heeft Hij dat allemaal kunnen bedenken? Zoon van God, Zoon des mensen?
waar is toch uw almacht thans, waar uw goddelijke glans?
Kan de spot je dieper raken dan wanneer ze over je machteloosheid beginnen
en je daarom uitlachen?
Anderen kon Hij wel helpen, maar nu Hij zelf in nood is, blijkt er van Zijn macht niets meer.
Anderen kon Hij op de goede weg helpen, maar nu er voor Hem geen uitweg meer is,
is Hij alleen en wordt Hij door niemand geholpen.
Zelfs God heeft Hem in de steek gelaten.
Hij vertrouwde toch op God?
Kan een vernedering dieper raken dan wanneer mensen je geloof raken,
je vertrouwen op God en zeggen dat de God in wie je gelooft er niet is,
zich niet laat zien, je in de kou laat staan.
‘De spotters die hem omringen wachten met huiverende sensatiebelustheid
op het ingrijpen van God, die toch zeker zijn messias niet de dood zal laten ingaan.
Een wending in de laatste minuut: (….) dat zou een bewijs zijn dat God hem goedgezind is.’
Als er al een antwoord van God komt is dat een duisternis die over het hele land valt
op het toppunt van de dag, er van uitgaande dat God de hand heeft in de schepping
en dat wat er gebeurt niet buiten Hem om gaat.
Alleen voor wie is die duisternis en wat heeft die duisternis te zeggen?
Duisternis is er op de aarde aan het begin van de schepping,
als God het licht nog niet geroepen heeft om te schijnen en het duister te verdrijven.
Het is een duisternis dat de wereld steeds kan bedreigen.
Duisternis is er in Egypte als de farao weigert om te buigen
en het gevecht aangaat met de God van Israël en Israël weigert te laten gaan.
In die duisternis moet de farao ervaren dat de God van Israël sterker is dan hij
en aan hem en zijn machtige rijk Zijn wil kan opleggen.
Duisternis is er op de berg Sinaï als de Heere daar verschijnt en Zijn geboden geeft,
een duisternis die aangeeft dat God te heilig is om zomaar tot Hem te komen.
Duisternis zal er zijn, zegt de profeet Amos als de Dag des Heeren aanbreekt,
de dag waarop God terug zal komen om de wereld en ook Israël te oordelen.
Het zal de dag zijn, waarop de Zoon des mensen terugkeert
om op de rechterstoel in Jeruzalem plaats te nemen en iedereen zal oordelen.
Wat voor duisternis valt er over het kruis heen?
Voor Jezus is de stilte de afwezigheid van God,
Want na 3 uur klinkt er een luide schreeuw van Jezus naar de Vader:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten.
De luide stem geeft aan dat Jezus nog bij volle bewustzijn is
en weet wat Hem overkomt, wat Hij moet doorstaan:
de duisternis die er over de aarde is als God er niet meer is.
Temidden van de spot en de hoon van de mensen aan de voet van het kruis,
laat God Jezus ook alleen zijn in het donker en trekt zich terug.
Dit is de beker die Jezus moet leegdrinken,
de beker van de toorn die voor Zijn volk bedoeld is
En die door de Koning van Israël plaatsvervangend wordt leeggedronken.
Bijna is het moment dat Hij Zijn leven geeft als offer voor de zijnen.
Voor Hij sterft, is er nog een keer de spot van degenen onder aan het kruis.
Ze moeten de tekst hebben herkend als een tekst uit de Bijbel,
maar ze doen net of ze Jezus verkeerd verstaan
en op dit heilige moment voor Jezus en voor de Vader in de hemel
komen degenen voor wie Jezus lijdt en Zijn leven opgeeft niet meer bij van het lachen.
Elia? Op dit moment? Ze stoten elkaar aan, hikkend van de lach: Hoor je om wie Hij roept?
Er is er een die denkt: Laat ik Zijn lijden verlengen door hem te drinken te geven,
maar de anderen duwen hem weg:
‘Laat dat. Wacht of Elia ook werkelijk komt om deze Koning te bevrijden.’
Maar het is al te laat, want terwijl ze zich opmaken om op Elia te wachten,
laat Jezus met een luide roep weten dat Zijn einde gekomen is
en zich overgeeft in de dood.
Voor de aanwezigen mag Zijn heengaan wellicht onverwacht komen,
voor Jezus zelf niet.
Dit is het moment.
Nee, Hij heeft zichzelf niet willen redden,
al moet de verleiding groot geweest zijn, omdat de omstanders de woorden gebruiken,
Waarmee de duivel aan het begin van Jezus rondgang op aarde naar Hem toe kwam:
Als je de Zoon van God bent, als je werkelijk door God gestuurd bent,
Als je een missie hebt, kom dan van het kruis af en wij zullen in je geloven.
Dan heb je ons, dan vallen we voor u op de knieën.
Dan is er geen lijdensweg nodig, maar gaan we achter u aan naar de troon in Jeruzalem.
Maar nee, Jezus slaat deze verleiding af en blijft volhouden op de weg,
De weg die voor Hem doodloopt, maar voor ons leven geeft.
Hij wilde zichzelf niet redden, omdat Hij niet aan zichzelf dacht,
maar aan al die anderen voor wie Hij leed, voor wie Hij daar aan het kruis hangt,
die door het offer aan het kruis gered kunnen worden,
Die aan de macht van de dood kunnen ontkomen, omdat Hij zich overgeeft in de dood,
die bij God kunnen horen, omdat Hij door God verlaten werd.
Die vergeving kunnen ontvangen, omdat Hij daar in de duisternis hing
en onze zonden wegdroeg.

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

hangt ten spot van snode smaders.

Zoon des Vaders,

waar is toch uw almacht thans,

waar uw goddelijke glans?

 

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen,

mij ten zegen.

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.

Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s