Preek Tweede Kerstdag 2018

Preek Tweede Kerstdag 2018

Lukas 2:8-14; Hebreeën 1. Tekst: Hebreeën 1:5-6

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie
‘Met Kerst eet ik boerenkool,’ zei iemand deze week met een uitdagende toon.
Geen kerstrecept uit Allerhande of met anderen gourmetten, maar boerenkool.
Toen ik dat hoorde, vond ik dat maar apart.
Dat had ermee te maken dat ik in die dagen juist bezig was
met de tekst uit Hebreeën waar gesproken wordt
over Christus die door de engelen feestelijk onthaald werd.
Als Christus feestelijk wordt bejubeld en toegezongen worden,
zal daarna vast geen boerenkool worden geserveerd
en ik reageerde dat ik boerenkool niet echt een gepast recept vindt
om zo’n belangrijk feest als het Kerstfeest is op te luisteren.
Ik proefde in die uitdagend bedoelde opmerking om met Kerst boerenkool te eten
ook iets van een soort weerzin tegen het Kerstfeest en alle feestelijkheden daarbij
en daar kan ik niet goed tegen,
omdat ik vind dat we met Kerst echt iets belangrijks vieren.

Dat de boerenkool op tafel zou komen, was de reactie van de ander,
had te maken met al die kerstrecepten die in de bladen van de supermarkten
en op websites met recepten voorgesteld worden.
Alsof het belangrijkste van Kerst is dat je met elkaar als familie en vrienden lekker eet.
De boerenkool met Kerst was bedoeld als protest tegen die kerstmenu’s,
omdat door de nadruk op een bijzondere maaltijd vergeten wordt
waar het met Kerst om draait.
In de ogen van diegene die ik sprak was dat niet zozeer het terugdenken
aan het Kind dat in Bethlehem geboren werd,
maar hebben we als kerk vooruit te kijken,
naar de dag waarop Christus weer hier op aarde verschijnt,
niet als kind, maar als hemelse rechter.

De uitdagende opmerking: bij ons komt er boerenkool op tafel met Kerst
heeft te maken met een belangrijke vraag: Hoe eren wij als gelovigen onze Heer?
Welke manier van eren en feestvieren past bij wat Christus op aarde kwam doen?
Hoor je dat op een sobere manier te doen,
waarbij je je afsluit van alle feestelijkheden, die je om je heen ziet
in de winkels, op tv, in reclames, in tijdschriften?
Of maak je juist gebruik van al die feestelijkheden om Christus je Heer te eren?
Welke eer komt Hem toe? Dat is al een belangrijk punt – welke eer Christus toekomt,
maar er speelt nog iets mee:)
Door feest te vieren, krijg je toegang tot wat er in Bethlehem gebeurde.
kun je heel dicht bij Christus komen, hoor je voor je gevoel de engelen zingen
en loop je met de herders mee naar de stal en kniel je aan de kribbe neer voor Hem.
(2) Het lukt de gemeente van toen niet om Christus te eren (page 1)
Juist dat speelt in de gemeente, waaraan de brief van de Hebreeën geschreven is:
de vraag: nu Christus niet meer op aarde te vinden is, hoe kom ik bij Hem?
Hoe kan ik met Hem in contact komen?
Hoe kan ik Hem bereiken, als ik Hem niet in levende lijve kan zien?
Er zijn momenten waarop zo’n vraag niet speelt.
Als je bijvoorbeeld iemand hebt, die mooi kan vertellen alsof je er zelf bij bent geweest.
U kent vast de oude Simon Kalf nog.
Als ik bij hem op bezoek kwam, vertelde hij wel eens over een meester die hij had gehad
die erg goed kon vertellen, alsof het voor je ogen ziet gebeuren en je er zelf bij bent.
Als je zo iemand hebt, die over Christus vertelt,
Dan ben je zelf een van de herders in Bethlehem, die de engel horen spreken
Je hoort dan in je verbeelding de engelen het Ere zij God over de velden zingen
en je gaat met de andere herders mee naar Bethlehem,
waar je aan de kribbe neerknielt.
Je ervaart het wonder, je voelt de eerbied voor het Kind in je, alsof je er zelf bij was.

Er kunnen echter momenten zijn,
waarop je niet meegenomen wordt in een verhaal over Christus
en niet meegaat met de herders naar Bethlehem,
maar hier in de kerk op je stoel of in de bank achterblijft
en dat je bij jezelf dacht: Kon ik maar.
Juist dat speelt in de gemeente, waaraan de brief van de Hebreeën geschreven is.
In de gemeente is het enthousiasme van het eerste uur verdwenen
en  is daarvoor ongemak in de plaats gekomen.
Ze komen nog wel bij elkaar – al komt niet iedereen meer,
maar het zegt hen veel minder dan voorheen:
De liederen die gezongen worden, de preek, het gebeuren van de dienst raakt hen niet meer
zoals dat eerder gebeurde, ze worden er niet in opgenomen.
Het wordt voor hen een probleem dat ze hun Heer niet voor zich kunnen zien.
Hoe ze ook over Hem zingen, hoe ze ook over Hem spreken, wat ze over Hem horen
– Hij blijft onzichtbaar
en ook ver weg in de hemel, waar Hij voor hen, die op aarde zijn, niet bereikbaar is.
Ze weten niet of Hij naar hen kijkt, ze zien niet hoe Zijn gezicht staat,
Er is een crisis in deze gemeente gekomen
– alle brieven in het Nieuwe Testament zijn geschreven omdat er een crisis is,
omdat het niet zo lekker loopt in de gemeente waaraan de brief geschreven is –
en de crisis hier in deze gemeente heeft te maken met de onbereikbaarheid van Christus,
omdat Hij niet meer te zien is.
De verhalen over Bethlehem, over Jozef en Maria in de stal, over de herders die komen
omdat er een engel aan hen verscheen
– het zijn mooie verhalen, maar ze vertellen hen niet of Jezus nu nog onder hen is.
Of ze nog iets van Hem te horen krijgen, nu Hij in de hemel is.

Hebreeën is niet zo’n makkelijk Bijbelboek,
maar je kunt het beter begrijpen als je bedenkt dat het hier sprake is van een geloofscrisis.
Die geloofscrisis doet een aanval op hun voorstellingskracht, op hun verbeeldingsvermogen.
Het lukt hen gewoon niet meer om Christus voor zich te zien nu Hij in de hemel is
en daardoor lopen ze vast in hun geloof.
Want hielp eerst hun verbeeldingskracht, hun voorstellingsvermogen hen nog
om de afstand van de aarde naar de hemel te overbruggen
En stelden ze zich voor hoe het was toen Jezus geboren werd
nu lukt het niet en voelen ze zich verweesd op aarde achtergebleven.
Ik denk dat het wel iets weg heeft van wanneer iemand gestorven is, van wie je veel hield
en eigenlijk nog steeds veel houdt en die je nog steeds niet kunt missen.
Je probeert je voor te stellen hoe diegene het in de hemel heeft, maar het lukt je niet.
Je bent te verdrietig – en degene van wie je zoveel gehouden hebt, raakt nog verder weg.
Je kunt er niet bij, je ervaart dat je van de aarde niet in de hemel kunt komen.
Het is voor het pastoraat een van de belangrijkste vragen:
‘Waar is mijn man nu hij is overleden?” “Hoe heeft mijn moeder het in de hemel?”
Je probeert je voor te stellen hoe het in de hemel is,
maar je voorstellingsvermogen schiet tekort.

(3) Het lukt ons niet om Christus te eren (page 3)
Hoe kom je in contact met Christus,
als je niet meer leeft in de tijd van de herders en de wijzen uit het oosten,
die naar Bethlehem konden gaan om Christus in levende lijve te aanbidden.
Het is een vraag die in de eerste gemeenten speelden, nadat Christus naar de hemel ging
en die vraag is altijd gebleven: Hoe kom dan ik bij Hem?

Misschien kent u dat kerstverhaal, wat lang geleden geschreven werd door W.G. vd Hulst:
Een rijke boer wil indruk maken op de boeren in zijn omgeving
door hen met Kerst uit te nodigen bij hem op de Scholtenhoeve
en hen iets bijzonders aan te bieden,
zodat iedereen die bij hem te gast is onder de indruk komt van zijn rijkdom.
Deze rijke boer heeft een zoontje van 5, die net het Kerstverhaal heeft gehoord
van het Kind Jezus dat in een stal te vinden was.
Dat verhaal heeft deze kleine Jan zo aangesproken, dat hij het Kind ook wil vinden.
Hij besluit op de dag waarop zijn vader dat speciale feest wil geven
op zoek te gaan naar het Kerstkind en raakt zo onvindbaar voor allen die hem zoeken.
Voor de schrijver W.G. van der Hulst had er een speciale boodschap mee,
want de kleine Jan kwam uit bij een arme vrouw, die niet mocht komen,
omdat ze niet paste in de allure van het feest, die de rijke boer voor ogen had.
Maar het gaat mij om die kinderlijke verbeelding van die kleine jongen:
Als ik op zoek ga, kan ik het Kind in de kribbe vinden.
Dat is zijn manier om de afstand tussen aarde en hemel te overbruggen
– in onze ogen een kinderlijke manier -.
Je zou misschien willen, dat het zo werkte, dat je bij Jezus uit zou komen.
Ik heb in de afgelopen dagen verschillende manieren gezien
waarop geprobeerd wordt om bij Jezus te komen
en misschien werken ze op een bepaalde manier ook bij u of bij jou
en helpen ze u om heel dicht bij Christus te komen alsof je er toen bij was.
De school van onze kinderen had een kerstwandeling gemaakt,
Waarbij je als gezin langs verschillende fasen van het kerstverhaal kon lopen,
uitgebeeld door de leerkrachten van de school.
Ze waren verkleed als Romeinse soldaten, als herders,
als heraut die de opdracht van Augustus meldde, Jozef en Maria op verschillende tijden.
Misschien is bij jullie ook wel zo’n kerstwandeling georganiseerd en heb je meegelopen.
Het kan best indruk gemaakt hebben, je geholpen hebben om bij Christus te komen,
alsof je er zelf bij was, toen.

Een andere vorm om dicht bij Jezus te komen, zag ik door de EO aangekondigd:
een programma dat in deze dagen wordt uitgezonden,
Waarin de programmamaker Kefah Allush dicht bij Jezus wil komen.
Jezus van Nazareth, een persoonlijke zoektocht.
Er zijn er die ook zo’n persoonlijke zoektocht hebben gemaakt
Door naar het land Israël te gaan, bijvoorbeeld met een gemeentereis.
Om zo te komen op de plaatsen waar Jezus geweest is
Dan kun je ook in Bethlehem komen, waar op de plek waar Jezus geboren zou zijn
een kerk is gebouwd: de Geboortekerk.
Ik heb gemeenteleden gesproken, voor wie het geloof meer ging spreken
nadat ze in Israël waren geweest, omdat ze zich de verhalen nu beter konden voorstellen.

(4) God geeft Christus meer eer dan de engelen (Page 3)
Bij de zoektocht hoe je Christus in de hemel moet voorstellen haakt Hebreeën aan.
Wat de gemeente moet leren, is dat het niet kunnen zien bij het geloof hoort.
Dat is de omschrijving van geloven, die in hoofdstuk 11 wordt gegeven:
in geloven gaat het niet om zien – nee, juist wat je niet kunt zien:
God kun je nu nog niet zien, nu je nog op aarde bent.
Het geloof weet wel dat er een moment komt, dat je wel mag zien:
Als je in de hemel aankomt, of als Christus terugkomt.
En dat geeft de Hebreeënbrief aan ons door:
Je ziet nu nog niet – dat is toekomstmuziek, maar je mag wel doen alsof je al ziet.
Je mag wel de hoop hebben, en dat is niet een misschientje, maar zekerheid
dat je Christus zult zien naar wie je verlangd hebt.
En dan wordt er een beroep gedaan op onze verbeeldingskracht:
Kijk, hoe Christus aankomt in de hemel en hoe Hij alle eer van God ontvangt.
Een hogere positie dan de engelen, meer eer dan de engelen ontvangt Hij van God.
God geeft Hem Zijn eigen naam – samen Eén.
Misschien kun je je dat niet voorstellen, hoe dat is: de Vader en de Zoon één.
En denk je bij jezelf: Hoe moet ik dat zien dat Christus in de hemel aangekomen is.
Dan zegt de Hebreeënbrief: begin dan bij de engelen.
Probeer je eens een engel voor de geest te halen.
Een engel, zoals hij gezonden werd aan Maria, aan Jozef in een droom,
Aan de herders in de velden van Efratha, het engelenkoor dat aan de hemel zong.
Dat moet al bijzonder geweest zijn – nou, nog bijzonderder moet het met Christus zijn.
Er is wel eens gedacht, dat in de gemeente waaraan deze brief geschreven werd,
engelen aanbeden werden – in plaats van Christus.
Dat ze de verkeerde hemelse machten aanbaden.
Ik denk dat het niet zo is.
Ik denk dat het meer zo is, dat er tegen ons gezegd wordt:
Als je de heerlijkheid van Christus in de hemel niet voor je kunt zien,
probeer dan een stapje lager: denk eens aan de engelen.
Misschien kun je je daar een voorstelling van maken en van daar uit Christus voor je zien.
Jaap Zijlstra schrijft in zijn meditatie voor Eerste Kerstdag,
die hij in zijn Bijbels Dagboek Toekomst schreef, over een ontdekking die hij deed
met betrekking tot de engelen in Lukas 2.
Hij ontdekte dat er niet staat dat ze zongen, maar ze proclameren.
Het is geen engelenkoor, maar een engelenleger, de hemelse legermachten,
een grote massa van niet te tellen engelen
en ze proclameren, ze roepen het uit over de aarde, dat de aarde van Christus zal zijn,
nu nog bezet gebied, maar de aarde wordt door Christus terugveroverd,
al komt Hij op de meest kwetsbare manier.
Wat Hebreeën verwoordt, is dat de missie, waarmee Jezus gezonden werd, geslaagd is.
In Hebreeën 1:6 gaat het niet over de komst van Christus naar de aarde,
– dat dacht ik eerst en daarom had ik dit gedeelte voor Tweede Kerstdag uitgekozen.
Het gaat om het ontvangst in de hemel, nadat het werk erop zit.
En juist dat is de bemoediging voor de gemeenteleden, die het zich niet kunnen voorstellen:
Er is wel wat gebeurd! Christus kwam naar de aarde, Deed wat Hij moest doen
En al kun je misschien niet voorstellen hoe het ontvangst in de hemel is,
maar je hebt wel de verhalen over Bethlehem en Golgotha, over de Olijfberg.
En als je eigen verbeelding tekort blijft schieten, als je het nog steeds niet voor kunt stellen,
dan komt er hulp van de Andere kant, vanuit de hemel,
God spreekt je aan: dit is Mijn geliefde Zoon, zie Hem.
Hij wordt nu al geprezen, door de engelen in de hemel.
Als overwinnaar is Hij binnengehaald en zit op de troon.
En al kun je het niet voorstellen, het is waar.

(5) (Page 4)
Zolang je nog op aarde bent, blijft het behelpen met ons voorstellingsvermogen
dat steeds tekortschiet om te verbeelden hoe het in de hemel is.
Maar er komt een dag, waarop Christus zichtbaar wordt.
Dan hoef je je niet meer te behelpen met een kerkdienst of een kerstwandeling,
dan hoef je niet meer na te denken over de vraag
of je Christus meer eert met boerenkool te eten of door toch te gaan gourmetten.
Want dan zal er een feest zijn in de hemel, waar wij zelf niets voor hoeven te organiseren,}
het wordt voor ons georganiseerd in de hemel.
Kijk daarnaar uit!
Tijdens de jaren in Ilpendam-Watergang had ik een verhaal dat me op de been hield.
Ik denk dat ik in die tijd vaak zelf nog zo worstelde
omdat ik er juist tegenop liep, dat ik het niet kon verbeelden, niet voor me kon zien
dat het waar was dat Christus nu al in de hemel is aangekomen, als overwinnaar
en het werk dat Hij in Bethlehem begon voltooid heeft.
Ik heb het denk ik ook wel eens in een preek gebruikt:
Er was een priester in de oude Sowjetunie,
in een tijd waarin kerkgang bespot werd en op plekken tegengewerkt en verboden.
Deze priester was de enige van zijn dorp die naar de kerk ging.
Elke zondag deed hij in zijn eentje dienst,
en elke zondag voerde hij alleen de hele liturgie uit.
Hij werd erop aangesproken of hij dat niet eens moe werd
om steeds in een verder lege kerk die dienst te leiden, zonder dat er iemand aanwezig was.
Verbaasd keek de priester degene die de vraag stelde aan:
Alleen? Tijdens de dienst ben ik in de hemel, in gezelschap van de Vader, Zoon en Geest
en de duizenden engelen die in de hemel voor de troon van God zijn.
Ik ben niet alleen.
Ieder ander die komt, zal de feestvreugde alleen maar groter maken, maar alleen ben ik niet.

Feestvreugde, samen met de engelen in de hemel,
het wordt beloofd en soms hier op aarde al ervaren.
Ik hoop dat de feestvreugde, die u met Kerst mag beleven, u dicht bij het Kind mag brengen.
En als het niet gaat, wanhoop niet, want de dag breekt aan
Dat er in de hemel feest zal zijn, met al degenen die verlost zijn, samen met de engelen
en dan klinkt het: Ere zij God en is er vrede op aarde. Amen

 



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s