Preek zondagmorgen 25 november 2018

Preek zondagmorgen 25 november 2018

Voorbereiding viering Heilig Avondmaal
Hebreeën 10:19-39
Tekst: vers 22

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In de tijd dat ik predikant was in Noord-Holland had ik een begrafenis
van iemand die wel lid was van de kerk, maar nooit de kerkdiensten bezocht.
Ik had de man nooit gekend en moest de informatie van de familie hebben.
Boven de rouwkaart stond een leus die kenmerkend voor de man geweest was:
I did it my way – Ik heb mijn leven op mijn eigen eigenzinnige manier geleefd.
Ik trek mij niets aan van anderen vinden. Ik trek mijn eigen plan, het is mijn eigen leven.
Ik kwam dat daar wel meer tegen (natuurlijk niet bij iedereen, maar ik proefde het wel):
de angst dat iemand iets van jouw leven vindt.
Je bemoeide je maar niet met hoe het er bij je buurman aan toe ging,
zelfs niet als het echt mis ging op een boerenerf,

want stel dat de buurman dacht hij zich ook met jouw leven kon bemoeien.

I did it my way – Ik kom dat hier niet zo snel tegen.
Er zullen er weinigen zijn die zullen zeggen:  
Ik doe mijn leven op mijn eigen eigenzinnige manier
en wat anderen daarvan vinden, daar heb ik niets mee te maken.
Hier telt toch mee wat je doet voor elkaar, dat je je inzet voor de gemeenschap.
Het telt positief als je betrokken bent bij een van de sportverenigingen,
als je meedoet met de muziek of als je je voor de kerk inzet, of voor een van de kernen.
Dat heeft iets moois, als je elkaar veel tegen komt en met elkaar kunt meeleven,
Je kunt iets voor elkaar doen en je hoort ergens bij: bij de gemeenschap op het dorp.
Het kan ook iets beklemmends hebben als anderen veel van je zien.
Het kan je een druk geven dat je iets moet doen wat je eigenlijk niet kan,
dat je veel ballen in de lucht moet houden, omdat anderen dat ook doen:
je gezin, je werk, de familie en vrienden, de sportvereniging die wat van je verwacht, de kerk.
Eigenlijk is het te veel, maar toch ga je maar door, want anderen doen het ook.
Anderen lijken het ook te kunnen, dus je moet niet zeuren en de schouders eronder zetten.
Van de week hoorde ik het voorbeeld:
Ik kan overdag geen boek lezen, want stel dat ik met een uurtje met een boek op de bank zit
en de postbode komt langs en die ziet dat ik alleen maar in een boek zit te lezen,
wat zal die postbode dan wel niet denken?
Wie zo denkt, zal niet denken: ik ga het eens op mijn eigen manier doen
en trek me lekker niets aan van wat anderen van mij vinden,
maar houdt rekening met wat anderen vinden.
Geen I did it my way, maar Zo doen we dat hier! We!

In het avondmaalsformulier en ook in Hebreeën 10 gaat het over wij.
Opdat wij tot onze troost het avondmaal vieren mogen
Geen verhaal over dat je het op je eigen manier kunt doen.
Geen: op je eigen manier omgaan met het avondmaal
en ook niet: wat zij daar in de kerk doen op de avondmaalszondag,
maar ik ben thuis en laat het aan mij voorbij gaan.
Wij beproeven onszelf – ieder gaat het weliswaar voor zichzelf na,
maar we gaan allemaal na hoe we in het geloof staan,
hoe wij tegenover de Heere staan en wat wij er van hebben gemaakt in de afgelopen tijd,
Wij allemaal zien onze zonde eerlijk onder ogen.
Niemand kan zeggen: Ik hoef niet in de spiegel te kijken, ook niet mijn eigen hart na te gaan
want het avondmaal is niets voor mij.
En ook niet: ik weet toch wel dat het bij mij goed zit.
Wie blijven daarbij ook niet staan, maar gaan verder, om bij Christus uit te komen.
Dat kan en dat moet ieder voor zichzelf afzonderlijk doen, ieder voor zich,
maar we komen daar wel met elkaar uit, daar horen we gezamenlijk uit te komen,
zodat we komende zondag met elkaar als gemeenschap van Christus hier in Oldebroek
met elkaar, samen, daar aan de tafel te zitten, samen ook met onze Heere Jezus Christus.

Moet je daar niet eerst voor jezelf ervaren dat je mag komen?
Dan komen het ‘wij’ uit Hebreeën 10 om de hoek kijken.
Wij hebben die vrijmoedigheid ontvangen – laten wij dan naderen.
Ook hier een gezamenlijkheid, met elkaar, samen.
De vrijmoedigheid om aan het avondmaal te gaan
En daar te zitten om te gedenken en te vieren dat Christus voor je zonden gestorven is,
is niet een vrijmoedigheid die aan een enkel gemeentelid alleen gegeven wordt.
Wij hebben vrijmoedigheid om tot God in de hemel te naderen.
Als wij die permissie hebben, als we toestemming hebben, mogen komen
tot God die in de hemel is, dan hebben we ook de permissie, toestemming om te komen
tot Hem hier op deze aarde en aan Zijn tafel te zitten.
Christen-zijn is het privilege om het hemels heiligdom binnen te gaan,
geloven, christen-zijn is het voorrecht om bij de heilige God in de hemel te komen
en voor Hem te staan..
Juist als over die permissie, toestemming wordt gesproken om voor God te mogen komen
wordt er gesproken over wij en over broeders&zusters.
Wij hebben dat voorrecht, dat privilige.
Broeders: we spreken elkaar dringend er op aan om van dat privilege gebruik te maken.
Werp voor jezelf geen barrières op. Doe voor jezelf geen deuren dicht die God opent.

Broeders&zusters: slechts enkele keren in Hebreeën.
We horen bij elkaar en zijn er voor elkaar en zijn aan elkaar gegeven.
Niet omdat we hier samen in Oldebroek wonen of omdat veel mensen ergens familie zijn,
maar omdat Jezus naar de aarde kwam en geboren werd als mens,
omdat Hij stierf aan het kruis, Zijn leven gaf,
is iedereen die in Hem gelooft familie van elkaar.
Je behoort tot hetzelfde gezin: het gezin van onze Hemelse Vader.
Avondmaal vieren is ook vieren dat we door Christus en om Christus heen één gezin zijn.
Hier in Oldebroek gaan er gelukkig veel naar de kerk.
Ook hier in de kerk zullen er zijn, die als het gaat om geloven en naar de kerk gaan
de enige van het gezin of zelfs  van de hele familie te zijn.
Maar voor de meesten is het gelukkig zo, dat ze met meerderen zijn
en dat je uit de kerk met elkaar kunt praten over hoe het in de kerk was
en samen kunt spreken over het leven met de Heere Jezus Christus.
Maar als je als de omgeving vijandig is,
als je familie niet accepteert dat je christen geworden bent,
sta je er alleen voor en heb je medechristenen nodig die voor jou een gezin vormen.
Komende week gaat het op de moederkring over christenzijn en zendeling zijn
in een land dat hoog staat in de lijst van landen waarin christenen vervolgd worden.
In zulke landen is een gemeenschap van broeders en zusters van belang
om de weg te gaan, om het vol te houden, om ervaringen te delen, elkaar te bemoedigen,
om als je het even niet ziet zitten, aangespoord te worden om de weg te vervolgen.
Ook hier in Oldebroek, waar er veel meer vrijheid is om naar de kerk te gaan
hebben we elkaar nodig en is het van belang om samen gemeenschap te vormen.
Laten wij tot Hem naderen. Samen.
Want we delen met elkaar in de vrijmoedigheid.
Wat is vrijmoedigheid?
Zonder angst naar iemand toe gaan, je weet dat je mag komen.
Als je op de middelbare school je teamleider moet hebben.
Je hebt gehoord dat je mag komen en dan sta je voor een deur die dicht is.
Zal ik kloppen? Wie weet komt het helemaal niet uit?
Hoe zal ze het vinden als ik aanklop? Ze zegt het wel, maar ben ik echt welkom?
Laat ik maar kloppen, want ik heb haar nodig op dit moment.
Dat is vrijmoedigheid. Dat je doorzet, ondanks allerlei aarzelingen en gedachten.

Die aarzelingen en gedachten kunnen er ook zijn als je naar God toe wilt gaan,
je wilt bij Hem op de deur kloppen, maar je denkt: Mag ik wel?
God is zo heilig en ik doe zoveel zonden.
Ik heb al zo vaak geprobeerd om te leven zoals Hij dat wil, maar toch is het weer misgegaan.
Zal Hij me niet afwijzen en zeggen: Breng eerst je leven maar op orde.
We hebben vrijmoedigheid, toestemming van God zelf om te komen tot Hem.
Tot God komen – dat is nogal een weg. Hoe kom je daar, vanuit de aarde in de hemel?
Het is een vraag die kinderen bezig kan houden als een opa of oma overleden is.
Hoe kan opa of oma, die in de kist ligt, in de hemel komen.
Hoe kunnen wij als mensen, die hier op deze aarde leven, in de hemel komen,
waar de troon van God staat?
In de tijd van het Oude Testament was de tempel de plek waar de aarde open was
Voor de hemel, waar er een plek op aarde was, waar je de hemel kon binnengaan.
Er was één stuk van de tempel waar niemand mocht komen,
dat was te heilig – het allerheiligste, het heilige der heiligen.
Daar stond de ark met de engelen (cherubim) – de troon van God.
God die troont op de cherubim.
God was te heilig om zomaar even naar toe te gaan.
Alleen één keer per jaar mocht alleen de hogepriester die ruimte binnentreden.
Op de Grote Verzoendag, als er vergeving voor alle zonden van het volk werd gevraagd.
Al die andere dagen was de ruimte afgesloten met een gordijn: het voorhangsel.
Er is in het Oude Testament een sterk verlangen om tot God te naderen,
maar er is altijd wel een afstand, het gaat alleen maar via-via: via offers, via priesters.

We hebben toegang tot God, omdat er op Golgotha een kruis stond, waar Jezus hing,
Waar Hij Zijn leven gaf voor ons, waar Hij stierf voor onze zonden,
waar Hij onze schuld op zich nam, waardoor we niet hoeven te steken bij de eerste stap,
het overdenken van onze zonde, maar dat we verder mogen gaan naar de vergeving.
Laten we dan tot Hem naderen.
Het bijzondere van het kruis op GOlgotha is, dat er daardoor een weg is
van de aarde naar de hemel om bij God te komen.
Zowel praktisch, dat je van de aarde God in de hemel kunt bereiken,
maar dat er ook de toestemming is.
Hoe kom je daar dan?
Christus is de weg – een nieuwe weg, een weg die er eerst nog niet was.
Vroeger ontstonden wegen doordat mensen er vaak overheen liepen.
Je ziet dat nu nog als je ergens een stukje kunt afsnijden met de fiets,
dan zie je in het gras een pad ontstaan.
In de Romeinse tijd, de tijd waarin Hebreeën geschreven is,
legden Romeinen op veel plaatsen nieuwe wegen aan, waar geen wegen waren,
zodat soldaten en handelaars zich makkelijk konden verplaatsen.
Zo’n weg was niet goedkoop.
Er waren daarom sponsors, die het mogelijk maakten dat er zo’n weg was.
Bij de opening van de weg werd de naam van de sponsor met ere genoemd
En misschien ook wel een bord met de naam of de weg naar de sponsor genoemd.
Een nieuwe weg door Christus. De weg draagt Zijn naam, want Hij is die weg.
Aan het kruis op Golgotha heeft Hij die weg naar de Vader, Zijn vader, ingewijd.
Volgende week zondag vieren we dat er een weg is, dat Hij die weg is,
dat Hij die weg, die er eerst niet was, aanlegde, en dat wij daarover mogen gaan
om bij God aan te komen en bij Hem te zijn.
Hoe kom je dan van de aarde in de hemel bij God in de hemel voor Zijn troon?
Daar komen we door de Heere Jezus.
Omdat we met Hem verbonden zijn, kunnen we over die weg.
Om over die weg te gaan, hoeven we niet te wachten totdat we sterven
om van een aards bestaan op een hemels bestaan over te gaan,
maar kunnen we nu al voor God komen – door te bidden
en omgekeerd: God komt naar ons toe als we als broeders en zusters,
als Zijn gemeenschap, Zijn gezin samen komen, om Hem te loven en te aanbidden.
Als we avondmaal vieren, hebben we al een stukje hemel op aarde,
net als elke kerkdienst dat is, omdat dan het verschil tussen hemel en aarde even wegvalt
omdat God in ons midden aanwezig is en Christus aan het hoofd van de gezinstafel zit.
Hij nodigt, Hij deelt uit, het is op kosten van Hem!
Laten wij dan naderen.

Dat naderen is niet persé een bijzondere ervaring, geen mystiek-intense ervaring,
zoals je volgende week bij het avondmaal niet persé een intense ervaring hoeft te hebben.
Het kan zijn dat je op dat moment heel intens bewust bent van je zonden,
of juist van de nabijheid van Christus,
het kan zijn dat je op dat moment weinig of niets ervaart en dat het toch goed is
dat je daar bent – laten we naderen!

Om te kunnen komen aan het avondmaal, maar ook om tot God in de hemel te komen
heb je wel wat nodig: een waarachtig hart.
Een hart dat uit één stuk bestaat: alleen maar op God gericht.
Geen hart dat daarbij ook de neiging heeft om bij God weg te lopen,
I did it my way – op mijn eigen eigenzinnige wijze en niet de weg die Christus is.
Ons hart is het probleem – ons hart dat ons leven aanstuurt, dat maakt wie we zijn.
De eerste stap in de voorbereiding van het avondmaal is
inzien, onderkennen dat er vanuit je hart een neiging is
om het allemaal niet zo nauw te nemen, of bij God vandaan te vluchten,
door te denken dat je helemaal niet voor God hoeft te komen, want je hebt je leven hier.
Een waarachtig hart is een hart dat gereinigd is door het bloed van Christus,
Die niet alleen de weg baande om waarover wij kunnen gaan,
maar ook ons veranderde, reinigde waardoor we voor de heilige God kunnen staan
en aan de heilige tafel van Christus kunnen zitten,
de waardigheid die God ons schenkt.
Dat waarachtig hart, de zekerheid die we hebben in geloof, het geweten gereinigd,
we ontvangen dat uit Gods hand.
Gemeente, broeders en zusters, we hebben het,
we hebben het omdat we het hebben gekregen, ontvangen.
Daarom hebben we het nog wel – hebt u het. Het wordt u, jou gegeven.
We hebben Jezus Christus en daarmee hebben we alles gekregen wat we nodig hebben.
Laten we naderen – laten we elkaar aansporen om te gaan, om te komen
En er geen genoegen mee nemen dat we het op onze eigen manier doen.
Niet door elkaar de druk op te leggen – zo doen we het hier,
maar om te merken dat Christus het zo voor elkaar heeft gemaakt en het zo geeft.
In het gedeelte is er een vrolijkheid over Christus,
Wij hebben een hogepriester in het huis van God.
Wij hebben iemand bij God door Wie we bij God mogen komen en die ons daar brengt.

Door uw genade, Vader, mogen wij hier binnengaan.
Niet door rechtvaardige daden, maar door het bloed van het Lam.

U roept ons in uw nabijheid en dankzij uw Zoon;
dankzij het bloed dat ons vrijpleit, komen wij voor uw troon.         

Nooit konden wij zonder zonde    voor U staan.
Maar in uw Zoon zijn wij schoon door het bloed van het Lam.      

Laten wij naderen.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s