Preek zondagavond 26 augustus 2018

Preek zondagavond 26 augustus 2018
Viering 100 jaar Maranathakerk

Schriftlezing (1): 2 Kronieken 29:20-30
Dit gedeelte werd gelezen in de inwijdingsdienst van 17 december 1966, waarbij het orgel en de uitgebreide Maranathakapel (weer) in gebruik werd genomen.
Ds. H.A. van Bemmel sprak hierover. Orgel en kerk werden overgedragen aan dhr. B. Brink, president-kerkvoogd. Ds. A. Noordegraaf sprak een dankwoord uit.

Schriftlezing: 1 Korinthe 16:13-24.
Bij de officiële opening op 11 augustus 1918 sprak ds. G.H. Beekenkamp over 1 Korinthe 16:22. De andere predikant, ds. Vonk, had ook zullen spreken, maar kon door ziekte niet aanwezig zijn.

Zie voor de geschiedenis van de Maranathakerk

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vandaag staan we er als Hervormde Gemeente Oldebroek – ‘t Loo erbij stil
dat de Maranathakerk 100 jaar geleden in gebruik werd genomen.
Op 8 augustus 1918 werd dit gebouw in gebruik genomen,
eerst als lokaal waarin kerkdiensten gehouden werden en zondagsschool.
Eerst was het een evangelisatiegebouw,
gericht op de mensen uit de buurtschappen om de Maranathakerk heen:
’t Loo, Stuivezand, Vreeweg, Vierschoten, de Lapstreek en de Hogenbrink.
Na de verbouwing was het eerst een kapel en met de torenspits een echte kerk.
De reden waarom de kerk gebouwd werd – het was eerst een gebouwtje van de diaconie,
was dat ds. Beekenkamp, de toenmalige predikant, in deze buurtschappen
heel wat mensen tegenkwam die niet naar de Dorpskerk kwamen.
De afstand was te groot, of men was te arm, had geen geld voor schoenen of een muts.
Deze predikant bracht dat op de kerkenraad ter sprake
en er werd voor deze mensen een gebouwtje neergezet, bij hen in de buurt.
Ik vind het een mooie gedachte: Als de mensen niet naar de kerk kunnen gaan,
moeten de mensen maar naar de kerk gaan,
als kerk zijn waar de mensen zijn.
Als er de afstand een belemmering is om te gaan,
zorgen voor een ruimte bij hen in de buurt

zodat ze in hun eigen nabijheid een plek hebben om een eredienst te hebben.
Een gebouwtje, een lokaal was het eerst nog, waar ze konden komen
met klompen aan, als ze geen geld hadden voor schoenen,
waar de vrouwen konden komen zonder een muts, waar het geld niet voor was.
100 jaar lang al een eenvoudig gebouw, later uitgebouwd tot kapel en kerk
een tastbare herinnering dat een kerkelijke gemeente de leden hoort op te zoeken,
ook al ze uit zichzelf niet komen,
want ook de leden die niet komen zijn schapen van de kudde van de Goede Herder.
Daarmee gaf de gemeente een goed beeld van haar Herder,
die ook op zoek ging naar dat ene schaap dat verloren was geraakt.

In 1966 las ds. Van Bemmel
(de predikant die na zijn vertrek op jonge leeftijd zou overlijden,

nog voor hij in Huizen bevestigd werd,)
bij de ingebruikname een gedeelte uit 2 Kronieken 29.

Het lokaal was weer eens uitgebreid, het harmonium vervangen door een pijporgel.
Uit het gedeelte dat ds Van Bemmel had uitgekozen, kunnen we opmaken
hoe belangrijk het was dat de Maranathakerk – toen nog gebouw of kapel –
een plek was om erediensten te kunnen houden.
Het gedeelte gaat over offers die worden gebracht:
verschillende soorten offers, die gebracht werden vanuit het besef
dat het volk steeds weer opnieuw vergeving en reiniging van de zonde nodig had.
Dat het weer goed komt met het volk, nadat het eerst was afgedwaald.
Verzoening van het volk met God.
verzoening betekent dat de breuk weer is geheeld, dat het goed gemaakt is.
niet door het offer. Het offer is alleen een vraag aan de Heere, of Hij het goed wil maken.
Door daar bij die splitsing, tussen de verschillende buurtschappen in
een ruimte te maken waar erediensten gehouden kunnen worden,
liet de kerkenraad weten dat het ook voor de mensen die hier woonden
het noodzakelijk is dat het weer goed kwam tussen hen en de Heere.
Ik weet niet hoe het beeld in die tijd was van ‘t Loo, Stuivezand, de Lapstreek, Vierschoten, Hogenbrink
maar het signaal was: ook voor de mensen hier is het nodig
dat ze weer bij Christus komen, dat ze horen dat Christus ook voor hen gestorven is
en dat ze dat niet alleen horen, maar ook zien en ervaren,
doordat er in hun eigen nabijheid een gebouw komt voor erediensten,
waar zij op hun eigen manier tot de Heere kunnen naderen.
Een eredienst is ook een plek waar gezongen wordt.
We lezen over priesters en Levieten die voor muziek zorgden.
Koperblazers en koren.
Ook de Maranathakerk kreeg een orgel om de gemeentezang te begeleiden
en er waren koren die in de zalen bij elkaar kwamen om te repeteren
en nog steeds op de zaterdagavond het uurtje zingen hier in de kerk.
Nu vandaag staan we er als gemeente bij stil dat dit gebouw 100 jaar wordt gebruikt
op deze manier, als een plaats om God te ontmoeten en te eren en te prijzen
als een herinnering hier bij de mensen in de buurtschappen
dat God onder mensen wil wonen, ook tussen hen.
100 jaar lang gebruikt de Heere dit gebouw voor Zijn koninkrijk
en vandaag willen we Hem daarvoor eren.

En toch … natuurlijk, feest, terecht feest. En toch … knaagt er iets.
Want die naam Maranatha betekent een oproep aan Christus om te komen:
Kom Heere Jezus!
Bij alle dankbaarheid voor de 100 jaar dat dit gebouw wordt gebruikt,
betekent ook dat er 100 jaar lang gewacht wordt op de Wederkomst
en dat Christus nog steeds niet is gekomen
en wij nog net zo als ds. Beekenkamp en de kerkenraad destijds uitkijken
naar de dag dat Christus terugkomt om bij ons te zijn.
Honderd jaar geleden werd er al naar uitgekeken
en het is bijzonder en mooi dat het ons samenbindt met de hervormden van die tijd.
Wat was het mooi geweest als we dit jubileum niet hadden,
omdat het niet meer nodig was dat er een tempel was of een kerkgebouw,
maar Christus zelf bij ons, teruggekomen uit de hemel tot Zijn gemeente, Zijn bruid.
Honderd jaar lang is de naam een herinnering, een heenwijzing
dat de wereld niet blijft zoals deze wereld is, maar dat er een betere wereld wacht,
de tijd die aanbreekt als Christus hier op aarde komt,
een mooi vooruitzicht voor degenen die Hem verwachten,
maar een waarschuwing voor hen die zonder Christus leven.

Ik weet niet wat de inhoud was van wat ds Beekenkamp sprak
tijdens de opening in 1918.

Koos hij dit gedeelte, omdat dit het enige gedeelte in de Bijbel was
waarin het woord Maranatha voorkomt?
Of koos hij dit gedeelte ook vanwege de waarschuwing die er naar voren komt?
Als iemand de Heere Jezus niet liefheeft, laat hij dan vervloekt zijn.
Dat zijn woorden die je niet bij de opening van een kerkgebouw zou verwachten.
Misschien had ds. Beekenkamp ontdekt wat een van u ooit eens tegen mij zei:
‘Je hoeft er niet omheen te draaien. Als het nodig is, moet je ons bij de lurven grijpen.’
De waarschuwing hoort er ook bij.
voor wie de Bijbel kent is en weet welke woorden er staan voor het woord Maranatha,
beseft dat dit gebouw met deze naam ook een vermaning is, een waarschuwing:
Leef niet zonder Christus! Kies niet voor een leven waarin je Hem buitensluit.
U kunt dat niet uit de vertaling halen,
maar de manier waarop Paulus deze waarschuwing verwoordt, is bijzonder.
Als Paulus schrijft over liefde, gebruikt hij meestal het woord agapè.
Dat woord heeft voor hem de betekenis van dienen, belangeloos leven tov de ander.
Maar dat woord gebruikt Paulus niet.
Als Paulus hier schrijft: wie de Heer niet liefheeft, bedoelt hij:
wie bewust kiest voor een leven waarin je Christus buiten sluit,
je hart expres voor Hem dicht doet, je wilt Hem gewoon niet in je leven.
Het gaat hier niet om tekort aan liefde,
waar je je als gelovige schuldig onder kunt voelen,

maar om je verzetten tegen deze Heer.
Zoals Paulus dat eerst ook deed, toen hij nog niet geloofde in Christus,
al was hij zich er toen niet bewust van
en moest Christus dat hem hardhandig duidelijk maken op weg naar Damaskus.
Zo staat het gebouw er ook als waarschuwing:
Het gaat wel ergens naar toe.
Kun je straks deze Heer, van wie deze kerk is, ontmoeten?
Of heb je hem buiten gesloten? Leef je zonder Hem?
Maar wat gebeurt er dan met je, als Hij terugkomt en je hart niet van Hem is?
Weet je dan niet wat er met je gebeurt, als Christus terug komt?
Je hoort er dan niet bij.
Je bent dan net als die 5 meisjes, die tevergeefs aankloppen op de deur
en tegen wie de bruidegom zegt: Ik ken jullie helemaal niet.
Maranatha – Christus die komt, is niet alleen de goede Herder,
maar is ook de hemelse rechter.
Je zult rekenschap afleggen van wat je met je leven hebt gedaan.
Van wat het woord dat je hier in de kerk hebt gehoord in je uitwerkte.
Van al die keren dat je langsfietste of langsreed en je eraan herinnerd werd
dat er een Heer is, die zich bekommert om jou en deze verloren wereld,
die afdaalde om je te redden en ook voor jou kwam.
In de vakantie liepen wij langs verschillende indrukwekkende kerken in Rouen,
heuse kathedralen, met indrukwekkende beelden aan de buitenkant.
Boven de kerkdeur was een troon, met daarop Christus – rechter!
In de kerk gaat het wel ergens om: Om wat er van jou gaat worden
En om hoe je nu bent, van wie jij nu bent, wie er woont in jouw hart
en de baas is in jouw leven.

Dat kan natuurlijk heel gemakkelijk opgevat worden
als een deur die dicht gedaan wordt,

De suggestie gewekt: als je niet tot onze club behoort,
als je je niet kunt vinden in onze manieren dan hoor je er niet bij.
Maar nee, voor Paulus gaat het hier niet om een deur die dicht gegooid wordt,
maar om een allerlaatste waarschuwing:
Als je zo leeft, dan loop je alles mis.
Maar daarmee sluit hij de brief niet af.
Als hij schrijft, dat wie zonder Christus leeft, bewust, opzettelijk, er niet meer bij hoort,
niet bij Christus hoort en daarom niet in de hemel kan komen,
doet hij dat niet om eens haarfijn te laten voelen dat hij goed zit.
Integendeel, hij weet maar al te goed dat je verkeerd kunt zitten.
Nee, hij doet juist de deur weer helemaal open, een brede uitnodiging,
want hij gaat spreken over de genade van Christus.
En die genade is er niet voor een enkeling, nee:
voor heel de gemeente, voor ieder die deze woorden hoort en leest:
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u.
Opeens, royaal, de genade uitgestrooid, als een uitnodiging voor iedereen:
Pak die uitgestoken hand, kom aan boord! Ook voor jou is er een plek.
Je moet die verzen niet los van elkaar lezen, maar ze horen bij elkaar.
Zonder Christus heb je niets, en moet je vrezen voor het oordeel,
en Hij komt! Ook om te oordelen,
maar zolang Hij nog niet gekomen is, is er hoop.
Ook voor jou en voor u, voor iedereen die van Hem wil weten,
voor de mensen in de buurtschappen die niet naar de kerk konden komen
en voor wie de kerk naar hen komt,
omdat deze genade de kerk dringt om hier naar toe te komen,
Bij de mensen te zijn om hen te vertellen, te laten horen en te laten ervaren
dat die genade er ook voor hen is.
Zodat de dag waarop Christus komt niet een dag die met vrees tegemoet gezien wordt,
maar een dag van verlangen:
O hoe blijde zal ik wezen, op te trekken met die stoet,
juichend met ontelbre zaalgen, onze Bruigom tegemoet.

Jezus leeft in eeuwigheid en als Hij komt, mag ik binnen gaan,
voor Zijn troon staan en vol dankbaarheid zingen, waar ik nu al van mag zingen,
alsof ik dat nu al heb, maar dan volledig zal krijgen:
Hij is de Heer van mijn leven, het loflied omdat mijn verlangen is vervuld,
het verlangen dat zovelen hadden en hebben: Maranatha.
Heer, U bent gekomen. Uw sjaloom wordt werkelijkheid.
Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s