Preek zondagmorgen 24 juni 2018

Preek zondagmorgen 24 juni 2018
Handelingen 6:8-15, 7:54-60

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als je op zondagmorgen de drempel van de kerk overgaat,
besef je lang niet altijd wat er op het spel staat.
Of beseft u dat wel dat van u als christen gevraagd kan worden
om alles te geven, dat het zelfs uw leven kan kosten?
Hier in ons land zal dat niet zo’n vaart lopen en kunnen we ons geloof vrijuit beleven,
maar er zijn heel wat landen op deze wereld waarin het heel wat kost om christen te zijn.
Waar je in een strafkamp terecht kunt komen,
of lang in de gevangenis kunt verblijven zonder dat er uitzicht is op vrijlating.
Er zijn landen waar je als christen met de dood bedreigd kunt worden.
Hier hoeven we geen gevaar te vrezen.
En zolang we maar niet beginnen over wat de juiste kerk is,
hoeven we ook niet bang te zijn voor zo’n heftige discussie als waarin Stefanus is beland.
In een veilig Oldebroek, waar kerkgang en het dienen van Jezus ons niets hoeft te kosten
horen we over Stefanus die zijn trouw aan Jezus moet bekopen met de dood.

Stefanus heeft deze dood niet gezocht.
Hij is niet iemand die bewust het gevaar heeft opgezocht,
maar was alleen maar iemand die vol was Christus, gedreven door de Geest
en de aandacht trok door wat hij in de naam van Christus mocht doen:
Door Gods genade en kracht kon hij bijzondere dingen doen: wonderen en tekenen.
Wonderen, dat wil zeggen: het geloof in Jezus Christus heeft iets bevrijdends,
het bevrijd je uit de macht van de duivel, bevrijding uit banden die knellen.
Het geloof in Jezus Christus heeft iets helends:
het is mogelijk om door Christus genezing, heling te ontvangen.
Het optreden van Stefanus heeft dat bevrijdende, dat helende.
Hij had daarmee de aandacht op zichzelf kunnen vestigen
en laten zien hoe bijzonder hij is en welke bijzondere kracht hem gegeven is.
Als een dienaar van zijn Heer wijst hij echter van zichzelf af.
De wonderen die hij doet zijn ook tekenen: ze wijzen naar Jezus, naar zijn Heer,
naar het Koninkrijk van God dat met Christus gekomen is.
Niet iedereen ziet het mooie ervan, niet iedereen is God dankbaar voor de bijzondere kracht,
voor de genezing van zieken, voor de bevrijding van degenen die door de duivel bezeten zijn
van daden waardoor iedereen onder de indruk komt van Gods goedheid en liefde.
Stefanus heeft tegenstanders en door die tegenstanders wordt hij uiteindelijk gedood.
Kan dat ons ook overkomen?
Kan het ook ons gebeuren dat we onze passie voor Christus met de dood moeten bekopen?
Ja, dat kan ons ook overkomen.
Een van de redenen waarom het verhaal van Stefanus in de Bijbel is opgenomen
is om aan alle christenen te laten weten, dat de mogelijkheid bestaat
dat je gevraagd wordt om alles te geven voor je Heer.
Vraagt u zich dan niet af hoe u het er vanaf zou brengen als u in zo’n situatie zou komen?
Ik vraag het me geregeld af, zeker als ik weer verhalen over de vervolgde kerk hoor:
Hoe zou ik het er vanaf brengen? Zou ik de moed van Stefanus kunnen opbrengen?
Nou, daar gaat het net niet om, in dit gedeelte.
Het gaat niet om de moed van Stefanus, niet om hoe geweldig dapper hij is.
Stefanus is wel een voorbeeld voor ons, maar dan een voorbeeld van hoe de Geest werkt.
Als de Heilige Geest in je werkt, ben je tot verrassende dingen in staat.
Dan doe je iets, dat je niet van jezelf verwacht, dan kun je boven jezelf uitstijgen.
De Geest is in staat om een standvastigheid te geven, waardoor je trouw blijft, volhoudt.
Want met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur,

zingt David in Psalm 18
en ook hier gaat het niet om het bijzondere wat David doet,
dat hij in zijn eentje de vijand kan verslaan en een geweldige sprong doet,
maar net als bij Stefanus zingt David ons voor, wat er kan gebeuren
als God aan je zijde staat, de uitredding die God biedt.
Hier bij Stefanus is de uitredding niet dat de dood bespaard blijft
En op een wonderlijke manier aan de dood kan ontkomen,
maar dat als hij gedood wordt, Christus reeds in de hemel op hem staat te wachten
met de armen wijd, om hem door de dood heen te dragen naar Zijn heerlijkheid.
Vrees niet voor degenen die het lichaam kunnen doden.
Dat is heel wat en ik denk dat Christus dat goed aanvoelde dat we bijna allemaal
wel zouden vrezen voor degenen die zoveel geweld kunnen gebruiken
dat we het er niet levend vanaf zouden brengen.
De garantie van Christus is dat er dan ook een uitweg is, een weg door de dood heen.
Hier bij Stefanus kunnen we dat zien:
in zijn laatste minuten ziet hij de hemel open, ziet hij in de hemel boven zich
zijn Heer, zijn Heiland staan.
Hij staat: klaar om Stefanus welkom te heten in de hemelse heerlijkheid.
Kom in, gij gezegende, over weinig ben je getrouw geweest, over veel zal Ik je zetten.

Over de vraag of wij ons leven kunnen geven, of we bereid zijn om te sterven voor Christus
hoeven we dan gelukkig niet na te denken, wel is de vraag aan ons:
Kunnen we die trouw opbrengen? Hebben we alles voor Hem over?
In deze dienst had de Heilige Doop bediend kunnen worden,
dat was ingepland voor deze dienst.
Bij de doop is er ook het besef dat het leven met Christus niet maar iets simpels is.
Opdat zij hun kruis in de dagelijkse navolging van Christus met vreugde mogen dragen. Opdat zij Hem toegewijd zijn met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.
Opdat zij dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven,
door Uw genade getroost mogen verlaten en onbevreesd voor de rechterstoel van Uw Zoon, Jezus Christus, mogen verschijnen.
Er is door de gemeente gebeden, toen u, toen jij gedoopt werd,
dat alles wat je voor Christus doet, dat je dat met vreugde mag doen,
dat als je een kruis te dragen hebt, dat je dat met vreugde doet,
dat als je te maken hebt met tegenstand, omdat je gelooft,
Dat je dan niet moedeloos wordt of teleurgesteld, maar blij en dankbaar
omdat je dan beseft dat je gedragen wordt, dat God zich dan juist laat zien,
dat je dan in de voetsporen van Christus gaat, die ook het kruis gedragen heeft.
als we dopen, brengen we niet alleen kinderen bij Christus
en plaatsen we ze ook op de weg van Christus,
met alle risico’s die deze weg met zich meebrengt,
een weg waarop ze heel wat kunnen tegenkomen aan tegenstand, wellicht vervolging zelfs
en toch zetten we hen op deze weg en laten we hen
net als wijzelf die weg gaan, de weg van Christus gaan, achter hem aan,
een weg van kruisdragen en we vragen God aan het begin van deze weg
terwijl we weten dat het hen veel zal gaan kosten, dat ze met vreugde over deze weg gaan.
Vreugde als ze net als Stefanus bestreden worden,
een vreugde die niet eindigt als ze net als Stefanus weten, dat hun leven zal eindigen.
Het houvast dat we hebben en dat we onze kinderen kunnen meegeven,
dat we zo ook kunnen voorleven is dat we in leven en sterven eigendom zijn van Christus,
dat het sterven niet het laatste is en dat je zelfs dan nog een houvast en troost hebt.
Leeft u dat uw kinderen ook voor?
Kunnen ze aan u merken als vader of als moeder dat deze kracht u draagt,
dat deze troost het fundament onder uw leven is?
Dat je leeft met een open hemel, waar Christus is,
staande bij de troon van God, klaar om je op te wachten als je einde gekomen is
en ook klaar om in te grijpen, om als het Zijn wil is je te bewaren voor de dood.
Die Heer die in de hemel staat, bij de troon van God, in de heerlijkheid van God,

is zelf in de dood geweest en weer opgestaan.
Daar ging de discussie met de tegenstanders juist over,
Stefanus haalde een uitspraak van Jezus aan, die over Zichzelf gezegd had:
breek deze tempel af en Ik zal die tempel weer opbouwen.
Jezus had niet bedoeld dat Hij wilde dat de tempel afgebroken zou worden.
Hij had aangegeven dat het hen niet hielp als ze Hem zouden doden,
want net zoals de tempel die verwoest was weer opgebouwd was,
zou Jezus weer opkomen uit het graf, verrijzen.
Die Jezus die door hen is gedood, staat daar in de hemel, in een bijzondere gestalte:
Als de Zoon des mensen, Christus als rechter, die oordeelt over ons leven,
die bepaalt of wij in Zijn heerlijkheid kunnen komen, of dat we verloren gaan.
Het zijn niet mensen op aarde die over ons gaan,
maar Christus in de hemel die bepaalt wat er met ons gaat gebeuren.
Dat is ons houvast, dat is onze toekomst – ons lot is in Zijn handen.
Hij bepaalt wat ons te wachten staat.
aan Stefanus zien we dat we daar niet in onzekerheid over hoeven te verkeren.
Stefanus krijgt de zekerheid: Christus staat daar, klaar om recht te spreken.
Hij kan zich overgeven, Zijn leven in de handen van Christus leggen:
In uw handen beveel ik mijn geest.

Hiermee geeft Stefanus niet aan, dat zijn leven ten einde is, dat het nu voorbij is,
maar dat hij in Christus’ nabijheid verder leeft
en dat als Christus wil dat hij, Stefanus zal leven, dan zal hij leven.
Dat al wordt zijn leven nu afgebroken door de stenen die tegen hem aan gegooid worden,
hij zal weer opgebouwd worden, zoals Christus als afgebroken tempel herbouwd werd
in de opstanding – Pasen niet alleen voor Jezus, maar ook voor Zijn volgeling.
In uw handen beveel ik mijn geest
– het was het lied waarmee Joodse kinderen gingen slapen.
Ze vertrouwen zich toe in de handen van de Eeuwige, de Schepper.

Maak Uwe weldaan wonderbaar,
Gij, die Uw kindren wilt behoeden.
Voor ’s vijands macht en vreeslijk woeden,
En hen beschermt in ’t grootst gevaar.
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;
Uw zorg bewaak’ mij van omhoog;
Bewaar m’ als d’ appel van het oog;
Wil mij met Uwe vleuglen dekken.

In uw handen beveel ik mijn geest – al word ik afgebroken en vernietigd,
Gods werk wordt niet vernietigd, maar gaat door.
Al lijkt de kerk een slag te krijgen met de dood van deze Stefanus
die in woorden en daden zoveel voor de kerk mag betekenen:
Zijn opvolger staat al klaar.
Het is de meest onwaarschijnlijke opvolger die er is.
Het is degene in wie de haat tegen Christus oplaait, die instemt met de dood van Stefanus
En die het vonnis over Stefanus doortrekt naar andere volgelingen van Jezus.
Zij moeten ook gedood worden.
Saulus, die er bij staat, begint een vervolging van christenen zoals er nog niet was.
Zoals Stefanus gedood wordt, zo moet Christus’ gemeente vernietigd worden.
Juist hij is degene die gegrepen wordt, juist via hem werkt de Geest verder.
Hij is degene die door de Geest als opvolger van Stefanus bedoeld is.
Niet alleen voor mijzelf geldt dat ik in leven en sterven geborgen ben bij Christus,
dat geldt ook voor de kerk.
Totdat Christus terugkomt, zal er een kerk zijn, omdat Christus waakt over de kerk.
De kerk, dat is niet de gemeenschap van allemaal geweldenaars,
Voor al degenen die uit zichzelf wel even op een vijandelijk leger afstormen,
of zelf zo handig zijn, of krachtig om over een hoge muur te kunnen komen,
de kerk dat is de gemeenschap van degenen die hun kracht in Christus zoeken,
die het van Hem verwachten,
die een open hemel boven zich weten, juist als er op aarde geen uitweg meer is

Toen Jezus geboren was, kwam er een engel die het goede nieuws kwam brengen.
Hij bracht ook het licht mee: de heerlijkheid van God kwam over de herders.
Zij stonden in het licht van Gods heerlijkheid.
God kwam op aarde in al Zijn heerlijkheid en de herders mochten daar in delen,
zij werden daarin opgenomen.
Nu ziet Stefanus diezelfde heerlijkheid, niet op aarde maar in de hemel,
maar hij ziet ook dat die heerlijkheid toegankelijk is voor wie gelooft, benaderbaar,
een poort wijd open.
Stefanus wordt zelf een engel die het goede nieuws brengt aan de mensen
die hem zullen gaan doden.
Hij waarschuwt hen, maar geeft ook in zijn heengaan een getuigenis:
Reken hen deze zonde niet toe.
Hij weet, dat ook zij eens voor Christus moeten verschijnen. En dan?
Er staat wat op het spel: voor hem, Stefanus,
maar ook voor degenen die hem gaan doden.
Ook zij kunnen delen in Gods heerlijkheid, daarin opgenomen worden.
Ze kunnen het ook afwijzen, ook zijn boodschap die voor hen bedoeld is afwijzen,
zoals ze eerder steeds alle profeten hebben gedood.
Stefanus beseft dat ze die last niet kunnen dragen: Reken hen die zonde niet aan.
Zij kunnen daarmee niet voor U verschijnen. Dat kunnen ze niet.
Zou ik dat kunnen, dat gebed bidden dat Stefanus bidt,
de woorden van Jezus nasprekend die ook om vergeving bad
voor degenen die Hem aan het kruis brachten?
Kan ik die trouw opbrengen van Stefanus?
Gij wilt uw kinderen behoeden.
En tegelijkertijd, zolang we nog op aarde zijn, hoort het gebed er bij:
Wil mij Uw bijstand niet onttrekken;

Uw zorg bewaak’ mij van omhoog;

Bewaar m’ als d’ appel van het oog;

Wil mij met Uwe vleuglen dekken.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s