Geloof in praktijk

Geloof in praktijk

En de twaalf riepen de menigte van de discipelen bij zich en zeiden: Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God te verkondigen om de tafels te dienen. (Handelingen 6:2)

Onrust in de gemeente van Jeruzalem. Was er eerder een eenheid van hart en ziel, die eenheid staat nu op het spel. Er is namelijk een klacht dat vrouwen overgeslagen worden. Het gaat om vrouwen die niet het Hebreeuws of het Aramees machtig zijn, maar alleen Grieks spreken. Het is niet helemaal duidelijk waar ze bij worden overgeslagen. Krijgen ze minder dan de vrouwen die wel Hebreeuws of Aramees spreken? Of gaat het erom, dat ze niet betrokken worden bij het uitdelen van de gaven? Het wordt niet gemeld. Lang is gedacht dat het hier gaat om de organisatie bij het uitdelen niet op orde is en dat daarom bepaalde groepen overgeslagen worden. Tegenwoordig wordt er ook wel rekening mee gehouden, dat op een of andere reden deze vrouwen niet voor taken binnen de gemeente benaderd worden.
Er kunnen verschillende redenen zijn, waarom deze vrouwen niet gezien worden. Het kan zijn dat de organisatie inderdaad niet op orde is. De gemeente is zo gegroeid en de apostelen kunnen het niet meer behappen. Net als bij Mozes is het nodig dat er anderen betrokken worden in de organisatie en leiding van de gemeente. Het kan zijn dat de taal een barrière is. Als je een andere taal spreekt, kan dat een belemmering zijn. Dat lijkt echter niet voor de hand te liggen, omdat in die tijd veel Joden in Jeruzalem het Grieks goed beheersten. Het ligt dan meer voor de hand dat de weduwen die alleen Grieks spreken in het buitenland zijn opgegroeid, in de diaspora. Ze zijn dan later naar Israël getrokken. Mogelijk dat ze zich in eigen synagogen hebben georganiseerd, waar Grieks werd gesproken in de erediensten. In dat geval missen ze het netwerk dat anderen binnen de gemeente hebben. Ze worden minder gezien en daardoor sneller overgeslagen, bij zowel de taken die vervuld moeten worden als de gaven die verstrekt worden. In het geval van taken kan het ook zijn dat deze vrouwen niet benaderd worden, omdat ze een wat minder strikte levensstijl hebben. In het buitenland, waar veel minder gelovigen zijn, is het lastiger om een strikte levensstijl te houden dan in Israël. Net zoals het nu voor gelovigen in gebieden die minder kerkelijk zijn soms andere gewoonten hebben, bijvoorbeeld wat invulling van de zondag betreft. Deze vrouwen zouden dan een belemmering kunnen vormen voor de Joden die wel opgegroeid zijn met een strikte levensstijl en nadat ze christen zijn geworden die levensstijl willen behouden. Joden die christen werden bleven vaak Joden.
Het gaat voor de apostelen niet om een kleinigheid. Het is een zaak die de hele gemeente aangaat. Voor de apostelen staat of valt de kerk met deze kwestie. Wordt dit niet goed opgelost, dan is de kerk geen kerk meer, geen gemeente van Jezus Christus. Daarom wordt in het eerste vers ook gesproken over het aantal leerlingen dat toeneemt: gelovigen die leerling willen zijn van Jezus Christus. In hun handelen, in hun denken willen ze de woorden van Jezus in praktijk brengen. Geloven is niet alleen maar een innerlijk gebeuren, een gevoel. Geloven is niet alleen maar iets van het verstand. Wie leerling van Jezus is laat zijn of haar hele leven bepalen door de woorden van Christus.
In de gemeente van Jeruzalem gaat het op dat punt mis. Heel concreet: aan de tafel. Dat kan de gewone tafel zijn. Dat kan de avondmaalstafel zijn. Christenzijn komt tot uitdrukking aan de tafel: elke andere gelovige is een broeder of zuster. Je mag een broeder of zuster niet mijden. Je mag een broeder of zuster niet verwaarlozen of overslaan. De hele gemeente krijgt te horen dat het niet goed is als de apostelen zich met de kwestie van aan tafel gaan bezig houden. Niet dat de tafelkwestie minderwaardig is en daardoor door minder belangrijke personen afgedaan kan worden. Nee, juist omgekeerd: aan de tafel wordt zichtbaar of je je in je gedrag laat leiden door Christus. Aan de tafel wordt het zichtbaar dat Christus je Heer is.
Ik heb wel eens gelezen dat het nergens moeilijker is om te evangeliseren dan op een dorp, omdat op een dorp alles van je zichtbaar is. In de stad kun je je terugtrekken in je eigen wereld. Op een dorp niet, want ze zien alles van je. Ze zien niet alleen dat je naar de kerk gaat, maar ook wanneer je naar je werk gaat. De buren horen hoe je met je man of vrouw en je kinderen omgaat. Ze weten hoe je bent als je het terrein van de voetbalvereniging opstapt. De apostelen roepen de gemeente bij elkaar om aan te geven dat het juist daar aan de tafels zichtbaar wordt wat christenzijn inhoudt. Christenzijn wordt heel concreet. Als dat niet in praktijk gebracht wordt, heeft het voor de apostelen geen zin dat ze onderwijs geven en dat ze over Christus vertellen. Als harten niet veranderd worden en karakters niet bekeerd, wordt het leerling-zijn van Jezus wel heel vrijblijvend. Als je binnen de gemeente je eigen vriendenclubje houdt, ontstaat er een kerkje-binnen-de-kerk. Maar dat is dan geen kerk meer, maar een vereniging van ons-soort-mensen. Er moeten mannen gezocht worden die op toezien hoe het evangelie van Jezus Christus in het leven van alledag in praktijk gebracht wordt. Zeven mannen die betrouwbaar zijn. Mannen die ook het vertrouwen hebben van de Griekssprekende weduwen, die nu nog niet in beeld zijn. Mannen die wijs zijn: mannen die zien wat er tussen mensen gebeurt. Die merken wanneer er iemand – bewust of onbewust – buitengesloten worden. Mannen die in de manier waarop mensen aan tafel zitten kunnen zien wanneer er iemand buitengesloten is. Die de moed hebben en de tact om daar iets van te zeggen en aan te doen. Daarom hebben ze de Heilige Geest nodig: de Geest helpt om onderscheid te maken tussen een gemeenschap en kliekjesvorming, onderscheid tussen vriendschap die dienstbaar is aan de hele gemeenschap en vriendschap die alleen maar bondjes sluit. Daarom zijn er mannen nodig die zelf door de Goede Herder als verloren schapen zijn thuisgebracht, een ervaring die hen aanzet om andere verloren schapen op te zoeken en bij de kudde te brengen.
Wanneer deze mannen er niet zijn en hun werk niet doen, als de gemeente dit laat lopen, dan kunnen de apostelen wel verkondigen en bidden, maar dan is het allemaal zinloos. Het werk van deze 7 mannen is niet minderwaardig ten opzichte van de apostelen, maar is er dienstbaar aan. Het onderwijs van de apostelen wordt er geloofwaardiger van als het ook in praktijk gebracht wordt. Deze zeven mannen zien er op toe en helpen de gemeente erbij om hun geloof in praktijk te brengen. Daar groeit de gemeente ook weer van. Lukas zegt het heel specifiek: het Woord van God groeit. Het Woord van God bereikt harten en verandert die harten, vormt die harten naar het beeld van Christus. Een bekering niet alleen van hart, maar ook van karakter. Een geloof dat niet zonder daden blijft, maar heel concreet in praktijk gebracht wordt. Die praktijk maakt indruk op anderen. Maakt anderen nieuwsgierig, brengt ze over de streep. Zelfs priesters treden tot de gemeente toe, omdat ze zien hoe de Geest mensen veranderd in ware gelovigen, echte leerlingen van Christus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s