Tijdens huisbezoek de geloofsopvoeding aan de orde stellen

Tijdens huisbezoek de geloofsopvoeding aan de orde stellen

Wim Hogenbrink is net bevestigd als ouderling als de kerkenraad het besluit neemt om dit seizoen aandacht te besteden aan geloofsopvoeding binnen de gezinnen. Bij het besluit hoort ook dat de ouderlingen op huisbezoek dit thema aan de orde stellen. Tijdens het gesprek op de kerkenraad ging het door Wim heen: ‘Maar hoe dan?’ Omdat hij nog maar net bevestigd is, durfde hij dat niet goed aan de orde te stellen. Eerst er maar eens voor zichzelf over nadenken. Onderweg naar huis piekert hij verder: Hoe gaat de geloofsopvoeding in zijn eigen gezin eigenlijk? Hoe vertelt hij aan zijn eigen kinderen over Christus? En wat pikken ze van hem op? Hij begint zich ineens zorgen te maken over hoe hij het zelf als vader de geloofsopvoeding van zijn kinderen doet. En dan moet hij aan andere ouders gaan vertellen hoe het moet?

Geloofsopvoeding is een breed begrip. Het helpt Wim als geloofsopvoeding concreet gemaakt wordt om op huisbezoek erover te beginnen. Bij geloofsopvoeding kunnen we denken aan:

  • Lezen in de Bijbel of de kinderbijbel, bijvoorbeeld bij de afsluiting van de maaltijd.
  • Ouders die bidden voor hun kinderen, met hun kinderen of hun kinderen leren bidden.
  • Met elkaar doorpraten over wat er zojuist in de Bijbel gelezen is of op zondag over de kerkdienst en de preek.
  • Ouders die iets vertellen over hun eigen leven met Christus om zo hun kinderen te laten zien hoe zij zelf Christus kunnen leren kennen en om te laten zien hoe hun geloof kan groeien.
  • Vaste gebruiken: het bidden voor en na het eten, voor het slapen gaan, bij het opstaan, Bijbel lezen, gebed voor het slapen gaan, het lezen in een dagboekje.
  • Het in het gezin vieren van bijzondere dagen, zoals Kerst, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren, verjaardagen en de doopdagen van de gezinsleden.


Wanneer Wim op huisbezoek gaat, is het van belang dat hij beseft dat alle gezinnen waar hij komt in ieder geval een of meerdere vaste gebruiken heeft. Ook als hij komt bij gezinnen die minder actief bij de kerk betrokken zijn. Uit een Zwitsers onderzoek bleek dat 75% van de ouders, ook van niet-kerkelijk betrokken ouders, een avondritueel hadden waarbij een gebedje een vast onderdeel was.


Het kan zijn dat Wim hen wel moet helpen ontdekken dat ook dat een vorm van geloofsopvoeding is die ze aan hun kinderen meegeven. Ik kwam een keer bij een gezin. De vader zei bij toen ik was gaan zitten: ‘Wij zijn niet zo gelovig.’ Ik ging er niet gelijk op in, maar onthield die uitspraak wel om er later op terug te komen. Nadat ik wat verder in het gesprek was gekomen, zei ik: ‘U zegt dat u niet zo gelovig bent. Maar hoe onderhoud u dan uw geloof?’ ‘O, maar wij lezen wel uit de Bijbel en bidden ook.’ ‘Maar u zei: “Wij zijn niet zo gelovig.” Hoe zit het dan?’ ‘Wij gaan niet naar de kerk.’ ‘En op zondag?’ ‘Dan luisteren we naar een kerkdienst op de radio.’ ‘Dan komt het helemaal niet, dat u zegt: “Wij zijn niet zo gelovig.” U doet alles wat een gelovige doet. U gaat alleen niet naar de kerk. Niet dat kerkgang onbelangrijk is, maar als u de rest wel doet dan bent u best veel bezig met het geloof.’


De vragen die ik in dit gesprek stelde, waren nieuwsgierig, vanuit betrokkenheid bedoeld. Wanneer Wim op bezoek gaat, is het belangrijk dat hij ook een betrokken nieuwsgierigheid laat zien. Hij moet het gezin dat hij bezoekt niet gaan beoordelen of ze het wel goed doen en of ze wel genoeg tijd besteden. Het is zinvoller om hen te stimuleren in wat ze reeds doen en (voorzichtig) uit te dagen om ook iets anders op te pakken.


Om geloofsopvoeding in het huisbezoek aan de orde te stellen is de sfeer van het gesprek belangrijk. Dat is des te belangrijker omdat Wim namens de kerk komt en zijn insteek in het gesprek ook bepalend kan zijn voor het oordeel van het gezin over de kerk. Als Wim respectvol en betrokken is, op een positieve manier doorvraagt, kan er de benodigde openheid voor het geloofsgesprek komen. Het kan best zijn dat de ervaring van de vorige huisbezoeken in het gezin een rol spelen. Was het vorige huisbezoek goed, dan kan Wim daarvan profiteren in zijn bezoek. Was het een voor het gezin beroerd bezoek, dan moet Wim alle zeilen bijzetten om openheid te krijgen. Dan helpt oprechte belangstelling en respect om het vertrouwen te winnen.

Als Wim welkom is, mag hij erop vertrouwen dat het gezin waar hij op bezoek is er rekening mee houdt dat hij naar hun omgang met God vraagt. Zelfs bij leden die minder betrokken zijn. Als dat op een open, respectvolle manier gebeurt, vinden kerkleden het nogal eens fijn dat de ouderling erover begint. Vaak vinden ze het moeilijk om er zelf over te beginnen en wachten af tot de ouderling er tijdens huisbezoek over begint. Daar kan Wim gebruik van maken. Hij kan bijvoorbeeld het gesprek over de geloofsopvoeding inleiden met:

  • ‘U weet wellicht waar ik voor gekomen ben. Ik zou het ook willen hebben over uw band met God, maar ik vond het belangrijk om eerst met elkaar kennis te maken. Lukt het wel eens om tijd te nemen voor God?’
  • ‘We hebben als kerkenraad afgesproken om dit jaar op huisbezoek geloofsopvoeding aan de orde te stellen. Dan moet u denken aan Bijbel lezen, bidden, samen praten over de Heere Jezus. Ik ben eigenlijk wel benieuwd: hoe gaat dat hier?’

Belangrijk is dat er een open vraag komt, die uitnodigt om te vertellen, zonder dat de leden van dit gezin zich hoeven af te vragen welk antwoord gewenst is. Het kan voor Wim heel behulpzaam zijn om van tevoren na te denken over de manier waarop hij dit thema in het gesprek introduceert.

Er ontstaat een mooi gesprek als Wim daarop weet voort te borduren. Hij kan bijvoorbeeld vragen naar een mooi voorbeeld dat een van de gezinsleden altijd is bijgebleven. Hij kan vragen waar ze tegenaan lopen en dan met hen nadenken wat zij zelf al doen aan deze belemmeringen. Wanneer hij hoort dat ze best wat pogingen ondernemen om verder te komen, kan hij hen daar erkenning voor geven en eventueel laten zien hoe hij die belemmeringen zelf herkent en hoe hij er zelf in zijn gezin mee omgaat.

Wim geeft een extra waarde aan het huisbezoek als hij verdieping aanbrengt door te vragen naar de band die er met Christus is. Merken de ouders dat hun eigen band met Christus meer gaat leven of wordt versterkt door er zo mee bezig te zijn? Zien de ouders dat de manier waarop zij in hun gezin bezig zijn met Christus ook bij hun kinderen iets doet? Groeit er een eigen band van de kinderen met Christus? Groeit er verlangen om Hem te dienen en Hem beter te leren kennen?

Na een mooi gesprek kan er gedankt worden voor wat de ouders doen voor hun kinderen. In dat gebed bidt Wim om een zegen over het gezin en om de hulp van de Heilige Geest voor alle gezinsleden.

Geschreven voor HGJB Generator

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s