Preek zondagavond 3 september 2017

Preek zondagavond 3 september 2017
Romeinen 1:1-20
Tekst: vers 11-12
Nabetrachting Heilig Avondmaal

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In het avondmaal worden we versterkt in onze band met Christus
en in onze band met elkaar.
We kunnen onze band met Christus niet versterken
als daar ook niet de onderlinge band in wordt meegenomen.
Ik word niet in mijn eentje opgebouwd en niet alleen mijn geloof wordt versterkt.
Daar aan de tafel zijn we een gemeenschap
en niet alleen als we aan de tafel zitten.
Zij die niet konden aangaan, zijn niet buitengesloten van deze gemeenschap.
Steeds weer kom ik onder de indruk van het bijzondere van de kerk als gemeenschap.
Het is makkelijk om te zeggen dat we als kerk geen een geheel zijn, geen gemeenschap,
maar ik kom daar steeds weer iets van tegen:
dat we als kerk bij elkaar horen, een gemeenschap met elkaar, om Christus heen.
Je hoeft maar in het ziekenhuis te komen bij een gemeentelid en de kaarten te zien.
Je hoeft maar een seizoen mee te draaien op de belijdeniscatechisatie
of een aantal jaar op de Bijbelkring om te zien hoe waardevol het is
om met elkaar het geloof te beleven, te belijden.
Steeds weer ontdek ik dat juist in dat samen optrekken zoveel genade gegeven wordt.
Je kunt bijvoorbeeld van elkaar leren,
van hoe iemand in zijn geloof staat,
bemoedigd worden door wat iemand vertelt over wat er is gebeurd in zijn of haar leven.
je kunt van elkaar leren hoe je omgaat met de dingen die je niet goed afgaan,
je worstelingen die je steeds het idee geven dat je niet verder komt
en dan hoor je een ambtsdrager of een ouder gemeentelid vertellen
dat zij die worstelingen maar al te goed kennen en daar soms nog wel te maken hebben.
Dat zijn de dingen die je ziet en die je hoort.
Er is ook een kant van de gemeenschap die je niet ziet, soms wel ervaart,
maar er wel degelijk is.
Bijvoorbeeld in het gebed voor elkaar.
Ik hoor dat wel eens terug dat er gemeenteleden zijn,
die in de week voor mij bidden of op zaterdagavond.
Dat is trouwens niet altijd makkelijk te aanvaarden,
want als ik in een slechte bui ben, denk ik:
je vertelt aan God dan ook hoe ik zou moeten preken.
Maar daarbij ga ik er aan voorbij dat zij voor mij bidden
en dat zij op hun eigen manier meewerken aan de preek
door mij bij God te brengen.
Het zou best eens een vorm van trots kunnen zijn
om de gebeden van een ander niet te kunnen verdragen.
Wat dat betreft kunnen we heel wat leren van Paulus.
Ik ben steeds weer onder de indruk van Paulus,
zo’n intelligente theoloog, zo’n grootse denken, zo’n harde werker.
Zijn grootheid, zo ontdek ik steeds meer, is dat hij voor zich laat bidden,
dat gebed nodig heeft
en omdat hij weet dat hijzelf dat gebed nodig heeft,
Steeds weer voor de gemeente bidt
vol dankbaarheid voor wat de Heere in de gemeente werkt.
Hij heeft daar oog voor; hij staat daar bewust bij stil.
En dat vind ik ook het bijzondere aan Paulus:
Dat hij zich niet verheven voelt boven anderen, meer dicht bij Christus,
maar dat hij andere mensen om zich heen nodig heeft,
een gemeenschap die voor hem bidt,
een groep mensen in wie hij kan zien hoe God bezig is.

Dat met elkaar bezig zijn met de dingen van de Heere – dat is het mooie aan de kerk.
Ik weet niet of in de afgelopen week in de voorbereiding van het avondmaal
alleen maar bezig geweest bent met uzelf.
Het kan zijn dat u de handen vol hebt aan uzelf, of u wel aan zou kunnen gaan.
In de week voor het avondmaal bid ik extra voor de gemeente,
voor degenen die naar het avondmaal uitkijken
en mijn gebed is dat die gemeenteleden, dat u, dat jij, sterker in het geloof wordt.
Ik bid voor degenen die aarzelen, die de worsteling kennen
en mijn gebed is dan dat u de ruimte ervaart om de uitnodiging aan te nemen
en dat u weet dat er ook voor u, voor jou bij de Heere aan de tafel een plek is.
En ook voor degenen die niet aan kunnen gaan,
of die op die zondagmorgen niet naar de kerk komen bid ik.
Het is bijzonder om zo voor bij de tafel te staan om te zien, hoe gemeenteleden opstaan
en de gang naar de tafel maken, naar voren komen.
Dan merk je de verbondenheid, ook omdat je van een aantal de achtergrond weet
of hebt mogen zien hoe ze in de afgelopen tijd zijn gegroeid,
bijvoorbeeld door belijdeniscatechisatie te volgen,
door mooie dingen die gebeurden: een huwelijk, een geboorte, of juist door tegenslag.
Het is bijzonder om te zien welke manieren de Heere gebruikt
om iemand verder te laten groeien in het geloof.
Ik kan me goed voorstellen dat het Paulus’ verlangen is om naar Rome te mogen gaan.
Want het is een voorrecht om te zien hoe de Heere werkt.
Dat zou ik ook willen meegeven aan de broeders
die door de kerkenraad op de lijst zijn geplaatst voor de verkiezing ambtsdragers
en ook tot degenen die opgelucht zijn, omdat zij juist niet op de lijst geplaatst zijn.
Ambtsdrager zijn is niet alleen een last, een opgave, natuurlijk dat kan het ook zijn,
maar ambtsdrager zijn is ook een genade en een voorrecht:
Het voorrecht om getuige te mogen zijn van wat God in een mensenleven doet.
Het is een extra voorrecht, omdat je zelf ook weer bemoedigd wordt
als je ziet hoe iemand verder komt in het geloof.
Hoeveel de gemeente voor Paulus betekent, blijkt wel in zijn gebed
en in de vele praktische aanwijzingen aan het einde van elke brief voor de gemeente.
Geloven heeft voor Paulus alles te maken met hoe je in de gemeente met elkaar omgaat,
hoe je je naar elkaar opstelt, of je bereid bent om een stapje terug te doen,
juist om de ander dichter bij Christus te brengen,
om de ander in staat te stellen God te leren kennen of beter te leren kennen.

Je bent nooit uitgeleerd, niet als beginnend gelovige, niet als ambtsdrager,
als ouderling of als predikant en ook niet als apostel.
Steeds weer heb je die gemeenschap om je heen nodig,
om meer te leren van de weg die Christus met mensen gaat.
Paulus schrijft dat graag naar Rome wil komen om zelf ook bemoedigd te worden.
Er zit iets wederzijds in – samen, we bemoedigen elkaar.
Geloven doe je niet alleen, maar met elkaar in een gemeente
en wanneer je wegblijft houd je iets wezenlijks achter voor je gemeenteleden,
namelijk hoe de Geest in jou bezig is
en laat je de mogelijkheid onbenut dat je voor een ander tot voorbeeld bent,
dat jij er aan mag bijdragen dat je het geloof van een ander versterkt.
Bemoedigd worden gaat voor Paulus niet één kant op, maar gaat twee kanten op:
Ik bemoedig de ander en de ander bemoedigt mij
en uiteindelijk komt die bemoediging van de Heere vandaan
– we worden bemoedigd samen, namelijk door God
en daar gebruikt Hij mensen voor, zoals Paulus, zoals een ouderling of een predikant,
iemand op de Bijbelkring of iemand die catechese geeft
of meedoet met de kindernevendienst of een morgen op zondagsschool leiding geeft,
maar ook degenen die maar een hele kleine taak heeft
of zelfs helemaal geen taak binnen de gemeente, maar alleen op zondag aanwezig is.
God gebruikt ons allemaal om elkaar te bemoedigen.
Daarom hoop ik trouwens dat er aanmeldingen zullen zijn
voor de belijdeniscatechisatie – om de Heere beter te leren kennen.
Juist als u voor uw gevoel niet zoveel te brengen hebt, dan bent u welkom.
Want juist het er open voor staan, het op zoek gaan om meer te weten
de bereidheid om te leren – maakt steeds weer indruk op mij
en het is mooi om te zien hoe iemand groeit in geloof,
van een aarzelend geloof, een geloof met misschien wel weinig kennis
naar een geloof dat bereid is om van Christus te zeggen: U bent mijn Heer, mijn Redder.
Bovendien: geloof is nooit een prestatie van onszelf, niet iets dat wij zelf moeten doen
en geloof is dus ook nooit een niveau dat we kunnen bereiken uit onszelf.
Geloof is voor Paulus een geschenk – en hij heeft dat zelf ervaren
toen hij op de weg naar Damaskus stil gezet werd.
Misschien is het wel een voordeel als u er weinig van weet,
en als u er niet zo goed in bent om het geloof in praktijk te brengen,
want dan staat u er misschien meer voor open om het geloof te ontvangen.
Veel kennis kan ook een belemmering worden, als het gepaard gaat met een trots,
een belemmering als je te trots bent om te buigen, omdat je het zo goed weet.
En ook dat kan een bemoediging zijn, als je ziet dat iemand die te trots is om te geloven
nederig wordt en bereid is om neer te knielen en zich over te geven aan God.
Laat het in ieder geval geen trots zijn, waardoor u niet verder komt in het geloof.
Want trots is nooit zo goed voor het geloof, eerder een belemmering.
Ik las in deze week bij een schrijfster die geregeld kloosters bezoekt,
dat deel uit maken van een klooster een oefening is in nederigheid.
Deze schrijfster was protestants opgevoed, maar van de kerk afgehaakt
omdat ze haar eigen weg wilde volgen, zichzelf ontwikkelen.
Als ze vastloopt in haar leven begint ze kloosters te bezoeken.
Juist om die wereld vreemd voor haar is, vallen de dingen op.
Als ze een keer het ontbijt klaar maakt voor een monnik, met wie ze bevriend raakt,
vraagt ze hem hoe hij zijn ei bij het ontbijt wil.
Hij kijkt haar verbaasd aan en weet eigenlijk niet goed wat hij moet zeggen.
Hij is dat niet gewend dat die keuze aan hem gevraagd wordt.
Hij krijgt zijn eten steeds voorgeschoteld zonder een keuze te kunnen maken.
De behoefte van de gemeenschap gaat voor het individu.
Ze voegt daar de waarneming aan toe dat het juist in deze tijd zo moeilijk is
om gelovig te leven, omdat alles in onze maatschappij erop gericht is
om je eigen keuze te maken, zelfs als dat ten koste gaat van de gemeenschap.
Eerst mijn eigen behoefte bevredigen en wat dat met de ander te maken heeft
dat zoekt die ander maar uit, dat is niet mijn pakkie-an.
Ik las dat gisteren in twee columns in Trouw terug:
de ene column ging over de politiek,
over de presidentsverkiezingen in de VS en de verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Hoe je in die verkiezingen kunt zien, dat de ontwikkelingen in de afgelopen 50 jaar
ertoe hebben bijgedragen aan de vrijheid van het individu,
maar dat dat wel ten koste gaat van de gemeenschap en
dat zowel Trump als Clinton geen visie hadden hoe de gemeenschap gediend kan worden.
En dat we dat ook bij de kabinetsformatie kunnen zien
dat er steeds minder partijen bereid zijn om te denken aan het geheel van ons land
en alleen nog maar in achterbannen.
De ander ging over voetbal, dat je in de huidige generatie niet meer de bereidheid ziet
om jezelf dienstbaar te stellen in het bredere geheel.
Ik noem dit alleen om aan te geven, hoe kostbaar het evangelie is
en hoe zuinig we moeten zijn op de kerk als gemeenschap
en dat het niet iets vanzelfsprekends is dat we binnen de kerk elkaar dienen
en dat we daar steeds weer aan moeten werken
dat we steeds moeten beseffen dat we kwetsbaar zijn
als eigenbelang en trots vrij spel krijgen en niet bestreden worden.

Als ik de brieven van Paulus lees, voelt hij het haarscherp aan,
dat trots en eigenbelang haaks staan op het dienen van Christus.
Het moet wel dat hij dat zelf heeft herkend dat trots met je aan de haal kan gaan.
Paulus houdt mij daarom steeds weer een spiegel in – om te strijden tegen die trots,
Paulus die zelf gedwongen werd om te knielen,
omdat hij vanuit zijn trots tegen God streed in plaats van voor God werkte.
Paulus is dienaar geworden, je zou het ook kunnen vertalen als slaaf:
Hij heeft Christus een Meester gekregen die over zijn leven bepaalt.
Als hij schrijft dat hij niet kan komen, is dat niet omdat er geen financiën waren
en ook niet omdat hij een te volle agenda is, of dat het bezoek er bij in geschoten is,
Nee, Paulus heeft verscheidene keren plannen gemaakt,
maar hij kreeg geen groen licht van zijn Meester, hij mocht niet gaan,
omdat hij elders nodig was, waarschijnlijk op plekken waar het evangelie nog niet gebracht was, en Rome was minder nodig, want daar was al een gemeente ontstaan.
Groeien in geloof is voor Paulus groeien in gehoorzaamheid, in overgave,
groeien in nederigheid en niet meer denken vanuit je eigen belang,
en niet meer je laten leiden door je trots, maar Christus op de eerste plaats stellen.
Dat is groei in geloof.
Gebed voor de gemeente, voor elkaar is na de avondmaalszondag niet voorbij.
Het gaat er nu om te leven uit wat u gekregen hebt.
Vergeving van zonden is heel mooi, een kostbaar geschenk,
maar je verwaarloost dat geschenk ook weer als je die vergeving niet ziet
als een aansporing om in de komende tijd wel weer te proberen te leven in gehoorzaamheid.

laat ieder zijn of haar geweten onderzoeken of u ook gezind bent voortaan met uw hele leven waarachtige dankbaarheid aan God de Heere te bewijzen en oprecht te wandelen voor Gods aangezicht. En eveneens of u, terwijl hij van harte alle vijandschap, haat en afgunst aflegt, zonder enig huichelen, een ernstig voornemen heeft voortaan in waarachtige liefde en eensgezindheid met uw naaste te leven.


Ondanks dit alles, omdat wij door de genade van de Heilige Geest van harte bedroefd zijn over zulke gebreken en wij verlangen tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven,

Ook daarom hebben we elkaar nodig,
om elkaar hierbij te helpen de weg van Christus te gaan,
om te strijden voor wat we kunnen, met hulp van de Heilige Geest
Zo word je door elkaar bemoedigd in het geloof.

Samen te strijden in woord en in werk.
Eén zijn in U, dat alleen maakt ons sterk.
Delen in vreugde, in zorgen, in pijn,
als uw kerk, die waarachtig wil zijn.

Zo samen in liefde te gaan, schouder aan schouder te dienen in Gods wijngaard,
is een voorrecht, die ons door God wordt gegeven,
want zo met elkaar kunnen we bij elkaar zien wie God is.

Heer, wat een voorrecht om in liefde te gaan,
schouder aan schouder in uw wijngaard te staan,
samen te dienen, te zien wie U bent.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s