Preek zondagmorgen 3 september 2017

Preek zondagmorgen 3 september 2017
Romeinen 1:16b –  Viering Heilig Avondmaal

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als we het eerste deel van het avondmaalsformulier lezen,
eindigen we altijd met een zin die niet zo makkelijk te begrijpen is:

wij zullen  er nochtans ten volle van verzekerd zijn dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, ons kan verhinderen dat God ons in genade aanneemt en ons zo deze hemelse spijs en drank waardig en deelachtig maakt.

God maakt ons het brood en de wijn waardig en deelachtig.
Het is jammer dat die zin zo onbegrijpelijk is – ik moet die zin eens gaan aanpassen,
want juist die zin is de clou van de uitleg die over het avondmaal wordt gegeven.
Er wordt bedoeld dat God ons de waardigheid geeft om aan het avondmaal te gaan.
We hebben die waardigheid niet uit onszelf,
want de zonde heeft ons tegenover God geplaatst.
Door die zonde kunnen we niet meer bij God horen.
Maar er is iets gebeurd, waardoor God aan ons – ondanks onze zonde-
de waardigheid wil geven om te komen, om aan te gaan.
Niemand heeft uit zichzelf die waardigheid,
niemand kan zeggen: ik ben waardig genoeg, heilig genoeg, gelovig genoeg.
Niemand heeft die waardigheid, maar we kunnen die waardigheid wel krijgen.
Die waardigheid wordt gegeven.
Gegeven aan iedereen die gelooft, dat de Heere Jezus genoeg gedaan heeft,
iedereen die gelooft: Christus is ook voor mij gestorven,
Mijn zonden kunnen mij vergeven worden, van mij afgenomen worden,
want Christus stierf voor mijn zonden, in mijn plaats.
Aan het kruis nam Hij mijn zonden mee, Hij nam mijn zonden over.
Het is een ruil van Christus, eigenlijk een ongelofelijke ruil,
omdat Christus zoveel inlevert bij deze ruil.
Hij neemt onze zonden over – dat is wat Hij van ons krijgt,
en wat wij van Hem krijgen is zo ontzettend veel meer:
We krijgen Zijn heiligheid, Zijn waardigheid.
Wie aan het avondmaal zit daar alsof je Christus zelf bent
De waardigheid om aan de tafel te zitten wordt ons door Christus gegeven.
Hij geeft die aan ons, zonder dat we er recht op hebben
en we hebben er niet veel tegenover te stellen dan alleen onze zonden, een hele berg,
Maar Christus zegt: kom maar, geef maar, geef Mij maar je zonden,
want die heb ik meegenomen op Golgotha
en ik heb ook wat voor jou, dat veel beter is dan je zonden, veel beter dan je oude mens.
Geef die maar aan Mij en je krijgt er iets veel mooiers voor terug,
waardoor je bij Mij en bij Mijn Vader aan tafel mag zitten.
Het is als met de entree bij een feest: eigenlijk mag je er niet komen,
niet eens omdat je daar het geld niet voor hebt, maar ook omdat je een gebiedsverbod hebt:
je mag er niet komen – weggestuurd uit het paradijs,
maar daar is Christus en Hij komt op ons af:
Ik heb een uitnodiging voor jou, voor u.
Je had er wellicht helemaal niet op gerekend, maar je mag komen.
Ik zeg dit namens Mijn Vader en ik heb het in orde gemaakt
en Mijn Vader, die je ooit eens weg moest sturen, is het er mee eens,
het is zelfs Zijn idee om jou, om u uit te nodigen.
Hij wil niets liever dan dat je komt,
dat je komt om je zonden af te geven en mijn heiligheid te ontvangen,
de waardigheid te ontvangen om bij Mij aan tafel te zitten.
Ook je zonden niet, die je niet weg hebt kunnen krijgen in de afgelopen tijd,
waaraan je vast zat en waar je zo mee worstelde,
Waardoor je voelde: zo kan ik niet bij God komen
– kom maar, want die zonde kan die waardigheid niet wegnemen.
Ook als je beseft, mijn geloof schiet tekort – het maakt de uitnodiging niet ongedaan.
Kom maar, want het avondmaal is er juist voor
om je geloof te versterken,
om bij Mij te zijn – alleen dat al: bij Mij aan tafel, je hoort weer bij Mij,
je houdt weer van Mij – omdat ik van jou, van u houdt
en Mijn liefde heeft in jou, in u die liefde weer gevonden,
je hebt Mijn liefde beantwoord, misschien heel schuchter, of aarzelend.
Kom maar, want Ik ben het die je dat brood geeft – brood uit de hemel dat Ik je zelf aanreik.
En als je het aanpakt en proeft, denk er dan aan hoe Ik voor je gestorven ben.
Wijn dat je eraan herinnerd hoe Ik Mijn bloed gegeven hebt
Als je dat proeft, dan weet je weer: Mijn zonden zijn van me afgewassen. Ik ben van Hem!
Het evangelie is een kracht tot behoud,
want het zorgt ervoor dat je weer bij God kunt komen,
niet meer tegenover Hem, niet meer halfslachtig, op een afstand,
maar bij Hem aan tafel, omdat je bij Hem wilt horen van Hem wil zijn.
Het is een kracht die in je werkte, misschien heel klein begonnen,
omdat je iets ging missen in je leven, omdat er geloof voorzichtig begon te groeien
en het groeide door, omdat je ontdekt hebt: ik kan niet zonder Christus,
want zonder Christus ben ik zonder God en mis ik het belangrijkste
en kan ik God niet onder ogen komen, nu niet en ook niet als mijn leven ten einde is,
maar nu heb ik iets ontvangen, waardoor ik mag komen, nu
en ook straks als mijn leven voorbij is en ik voor God moet verschijnen,
ook dan kijkt Hij naar mij alsof ik Christus ben en mag ik komen,
niet omdat ik het zelf verdiend heb, maar omdat ik het gekregen heb.
Waardigheid ontvangen – en ook deelachtig gemaakt:
Dat betekent niets anders dan dat je het brood en de wijn ontvangt
van Christus zelf, dat ze je in gedachten meenemen naar Golgotha
en dat je het voor je ziet: Christus, die daar hangt, met je zonden.
Niet alleen bedoeld als een beeld dat je confronteert met wat er mis is, dat ook,
maar vooral ook om je te laten weten: Daar op Golgotha werden je zonden weggedragen.
Daar op Golgotha is het gebeurd, waardoor je nu mag komen,
bij Christus, bij Hem hier ook aan de tafel. Het wordt ons geschonken: Kom! Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s