Preek zondagmorgen 18 juni 2017

Preek zondagmorgen 18 juni 2017
Handelingen 17:15-34

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Als Paulus in Athene moet wachten op zijn medereizigers Silas en Timotheüs,
gebruikt hij die tijd om de stad Athene te verkennen.
Hij zwerft door de stad, bekijkt de belangrijke gebouwen die er zijn,
hij bezoekt de verschillende wijken:
de rijke wijken in het centrum waar de belangrijkste mensen wonen,
hij komt in de armere wijken waar de toeristen niet snel zullen komen.
Hij komt bij markten waar handelswaar verkocht wordt
en bij pleinen waar mensen bij elkaar zijn om de laatste nieuwtjes uit te wisselen.
Als hij zo door de stad zwerft, valt hem iets op.
Geloof en godsdienst heeft in deze stad een bijzondere plek.
Geen gebouw, straat of plein, of er staat wel een beeld van een god, een tempel of altaar.
Als hij bij het stadhuis komt, staan daarvoor een groot beeld van de godin Pallas Athene,
de beschermgodin van deze stad, de godin van wijsheid.
En hoeveel tempels Paulus niet is tegengekomen.
Hij kan geen god bedenken, of ze hebben hier in Athene er wel een tempel voor.
En waar hij komt: standbeelden die een god uitbeelden.
Als hij een winkel binnenstapt, of bij een markt kijkt, overal staat er wel een beeld.
Als hij bij het ziekenhuis kijkt, de haven, bij de poorten van de stad, langs de handelsroutes.
Ook als hij in de wijken verder van het centrum komt,
elke straat heeft wel iets, waarmee men een god of godin kan vereren.
Het laat hem niet koud, het raakt hem steeds weer als hij zo’n beeld ziet,
zo’n tempel in het straatbeeld ziet opdoemen.
De mensen zijn hier helemaal niet onverschillig.
Voor alle goden die er op de wereld zijn, is hier een plaats ingeruimd.

Maar of ze God ook kennen – de enige God die er is: Vader, Zoon en Heilige Geest,
die deze wereld geschapen heeft en ook de hemel,
die aan elk mens, ook de Atheners hier, het leven heeft gegeven.
Hij vraagt het ook aan de mensen die hij tegenkomt,
die bij elkaar staan en druk praten over wat hen bezig houdt:
Heb je ook gehoord van Christus, die is opgestaan uit de dood?
Heb je ook gehoord van God die naar de aarde kwam om mens te worden
en te sterven aan het kruis?
Als hij daarover begint met de mensen in Athene kijken ze hem aan.
De reactie is steeds verschillend: de een is verbaasd, nee nooit van gehoord.
Een ander weer verontwaardigd: opgestaan uit de dood, een god?
Hoe kun je zoiets verzinnen?
Een ander bezorgd: Christus, gestorven, waar heb je het over?
Wat voor nieuwerwetse ideeën kom je hier in Athene brengen.
Zulke revolutionaire ideeën horen niet in Athene, de stad van de eerbiedwaardige wijsheid,
die al eeuwen meegaat en over heel de wereld wordt geroemd
en waarvoor de mensen over heel de wereld in deze stad komen als toerist.
Die boodschap wat die Joodse man, die Paulus komt brengen, kan nooit goed zijn.
als Paulus zo verschillende mensen aanspreekt, gebeurt er wat in dat grote Athene.
Mensen beginnen ongerust te worden, nieuwsgierig, maar vooral argwanend.
Wat komt hij doen, welke boodschap en welke God komt hij brengen.
Christus, Opstanding?
Hier moeten we meer van weten.
Dan komen ze bij elkaar,
mensen met bevoegdheid om een oordeel uit te spreken in godsdienstige zaken
en ze gaan Paulus vragen op wat hij nu in deze stad komt doen
en of zijn boodschap passend is bij deze situatie.
Paulus kan er de humor van inzien: jullie vragen naar wat ik kom doen.
Daar zijn jullie steeds mee bezig.
Daar zijn jullie in Athene goed in heb ik gemerkt:
die nieuwsgierigheid, het naadje van de kous willen weten.
Jullie bevragen alles en zagen iedereen door
en nu ik jullie iets kom vertellen over de God die voor julie onbekend is,
een God die jullie ook willen dienen tussen al die goden die jullie hebben,
zijn jullie ineens wantrouwend en wil je meer weten?

Ik ben benieuwd wat Paulus zou constateren als hij in Oldebroek zou komen.
Wat zou hij opmerken, wat zou hem raken
als hij het gemeentehuis binnenstapt, de Emté, Strijkert, de kledingwinkels, de boekhandels,
wat zou hij signaleren bij de bouw van de Boni en de appartementen erboven?
Wat zou hij opmerken als hij de kerken van Oldebroek binnenstapt
en zwerft over de straten van Oldebroek,
Als hij door de Van Pijkerenlaan loopt en over de ds Otto Veeninglaan,
als hij in de nieuwbouw komt, door de buitengebieden,
als hij over via Vierschoten door ‘t Loo komt naar het vakantiepark?
Wat zou hij daarna zeggen over wat hij hier heeft gezien, wat hij opmerkt?
Zou hij ook hier zeggen: ik zie dat jullie heel godsdienstig zijn?
Ik merk dat op elke plek die ik kom?
Grote kans dat Paulus dat kan zeggen.
Zal hij ook moeten zeggen, net als bij de Atheners zich hardop moeten afvragen
Jullie zijn heel godsdienstig, maar kennen jullie de echte God ook:
Vader, Zoon en Geest – de enige God die er is, die regeert tot in alle eeuwigheid?
Of is het het nodig, dat ik over Hem kom vertellen?
Persoonlijk kom ik weinig mensen tegen die niet op de een of andere manier
toch met God verbonden zijn, al is het soms een dun lijntje, het is er.
Ik kan me niet herinneren dat ik een begrafenis heb gehad
waarbij de kinderen of de familie zeiden: met God had hij helemaal niets.
Zou hij iets anders opmerken: Jullie zijn wel godsdienstig
en Christus speelt een grote rol in jullie leven en de kerk ook,
maar wat ik waarneem, is dat het geloof een apart onderdeel is van je leven:
iets dat je vooral op zondagmorgen doet en ‘s avonds voor je je bed instapt,
dat je nog even een gebedje doet en als je niet te moe bent nog een stukje uit de Bijbel.
Ik zie dat jullie veel voor de kerk over hebben, niet beroerd zijn om je in te zetten,
maar wat ik zie is dat je weinig tijd neemt om echt naar de Heere te luisteren.
zou het zo gaan, ik weet het niet, ik ben Paulus niet
en Athene, de wereldstad vol Griekse filosofie is een andere plek
dan een dorp aan de rand van de Veluwe,
waar God nog een belangrijke plek in het dagelijks leven heeft.

In Athene wordt Paulus ook kritisch bevraagd,
terwijl Paulus hier misschien met open armen ontvangen zou worden
en hier een bereidheid zou zijn om serieus naar zijn woorden te luisteren,
nieuwsgierig naar wat Paulus over onze situatie zou vertellen als gezant van Christus.
In Athene wordt Paulus met argwaan ontvangen: waar kom je ons mee opzadelen?
Paulus grijpt zijn kans om over God te vertellen,
aan mensen die heel wat andere goden kennen,
maar de kennis over de enige, de ware God missen.
‘Ik heb door jullie stad gelopen en ik heb heel wat gezien.
Wat ik vooral gezien heb is dat religie een belangrijke plek in jullie leven inneemt.
Maar ik wil het hebben over die ene God voor wie jullie een altaar hebben neergezet,

de God die voor jullie onbekend is.
Dat is de God over wie ik kom vertellen en die ik jullie kom bekendmaken.
Jullie hadden die God kunnen kennen, want Hij is het die de hemel en de aarde maakte.
Hij is het die aan jullie het leven gaf.
Deze God is zo groot, dat de wereld Hem niet kan bevatten.
En wat voor een tempel jullie ook voor Hem zouden bouwen, Hij zou er niet in passen.
Er is van Hem geen beeld te maken, want materiaal dat in mensenhanden is geweest,
is niet in staat om iets weer te geven van deze God:
Wij als schepselen zijn niet in staat om iets af te kunnen beelden van onze Schepper.
Hij heeft alles geschapen en heeft ook aan alle mensen een plek toegewezen.
Dat jullie hier in Athene wonen en dat Athene in de geschiedenis een belangrijke stad is,
vanwege die enorme historische erfenis door de Romeinen met eerbied behandeld,
anders dan de andere steden die door de Romeinen veroverd zijn,
dat hebben jullie aan deze God te danken.
En dat heeft Hij gedaan, zodat ieder mens die op aarde leeft
op zoek zou gaan naar God, op zoek naar Degene die de Schepper is,
die aan het begin van ons leven staat, die er voor gezorgd heeft dat we er zijn,
die ons bestaan heeft gewild.
Zijn jullie naar Hem op zoek geweest, echt gezocht, omdat je meer wilde weten,
of was het uit voorzorg, stel je voor dat je Hem zou vergeten
en met dat altaar hebben we ons dan mooi ingedekt.
Soms kunnen godsdienstige vormen zo geruststellend werken,
dat je vergeet om op zoek te gaan naar God.
Al doe je maar een poging, als zoek je tastend naar God.
Deze God is voor jullie onbekend, maar er is zoveel om je heen dat iets van God laat zien.
Hij is helemaal niet ver weg.
Je hoeft geen grootse wereldreis te maken, geen lange pelgrimstocht.
Kijk maar omje heen en je ziet dat deze wereld geschapen is door God.

Paulus zal dat waarschijnlijk niet tegen iedereen zeggen,
want niet iedereen, zeker niet in onze tijd, zal dat onderschrijven.
Zeker in onze tijd zijn er heel wat die zeggen: er is geen God
en de wereld om ons heen is mooi, maar ik zie daar niet de hand van een God in.
Paulus kan dat tegen de Atheners zeggen,
omdat zij zelf ook geloven in goden en ook geloven dat de wereld er niet zomaar is.
Paulus kan zich daarbij aansluiten.
Nu vandaag zijn er veel mensen in ons eigen land,
die niet geloven en God ook niet missen.
Lange tijd was gedacht dat mensen die zonder God leven wel wanhopig moeten zijn
en ik hoor het in gesprekken ook geregeld:
Ik zou niet weten, hoe iemand die niet gelooft in God dit kan doorstaan,
Want ik kon dit alleen met Gods kracht doorstaan.
God wordt echter door veel mensen niet gemist.
Evangelisten merken dat en misschien merk je dat onder medeleerlingen of collega’s ook.
Waar zou je in onze tijd bij aan kunnen sluiten?
Is er nog wel iets wat een brug vormt naar het geloof in God?
Misschien is het hoogst haalbare dat anderen horen over God en gaan nadenken over God
door jouw aanwezigheid en doordat jij gelooft zich opeens gaan afvragen:
Is er dan een God? Wie zou die God dan zijn? Hoe zou ik die God dan kunnen kennen?
Het is een uitdaging en een taak om te zien waar in onze tijd
iets te vinden is van God, waar we mensen die van God niet weten
toch kunnen vertellen over Hem, al is het maar iets.
Hij is niet ver weg, vertelt Paulus, en ieder mens over heel de wereld kan Hem leren kennen.
Ook iemand die niet gelovig is opgevoed en vanuit zichzelf er helemaal niet mee bezig was
kan God leren kennen.

Paulus heeft een aanknopingspunt, hij heeft iets in Athene ontdekt,
waarbij Hij kan aansluiten om over God te vertellen.
Dat is al heel wat en als Paulus het daarbij had gelaten,
hadden we het heel knap kunnen vinden, heel origineel om een dichter aan te halen,
iemand uit Athene zelf, met veel gezag voor de Atheners,
zoals nu het ook kan helpen als een voetballer, een zanger een geleerde of een politicus
iets vertelt waardoor je gaat nadenken over God.
Of waarin je iets hoort, waarvan je denkt: dit kan alleen God doen.
Ooit had ik een begrafenis, waarbij tijdens de dienst
er ook liederen van Andrea Bocelli en Marco Borsato werden gedraaid.
Liederen waarin gezongen werd, dat het afscheid niet voorgoed zou zijn
omdat je altijd aan de overledene denkt en hoopt op een weerzien.
Waarvan ik dacht: is dat niet te mooi en is de dood toch niet een breuk
en alleen God kan het waarmaken dat Hij altijd aan ons denkt en opzoekt,
en alleen de opstanding van Christus uit de dood maakt een weerzien in de hemel mogelijk,
omdat Hij door Zijn sterven de deur naar het paradijs geopend wordt.
En dan kan er wel een trein naar dat paradijs rijden volgens het lied
– alleen Christus is de weg.
Paulus is ook kritisch.
Hij knoopt eerst bij ze aan.
Bij wat de Atheners weten en geloven,
maar dan geeft hij aan, dat het niet onschuldig is wat ze doen:
zoveel goden vereren en overal in de stad beelden van goden neerzetten.
Dat kun je niet maken. Je gaat als schepsel in tegen God,
Wij kunnen niet bepalen hoe God eruit ziet.
Onze handen vormen God niet – Hij heeft ons gevormd.
Paulus heeft alle reden om kritisch te zijn op het geloof van de Atheners,
Want hij kwam niet als toerist naar Athene
en hij wandelde niet alleen uit interesse voor de stad rond,
maar hij heeft een boodschap van God, die onbekend is voor de Atheners:
dat ze alleen deze God echt kunnen leren kennen als ze zich omkeren
en naar deze God gaan, echt op zoek.
Want er komt een dag dat er een einde komt aan heel deze wereld
en ook aan al die tempels en al die goden in Athene.
Op die dag zal de Christus over wie ik vertelde
ook aan jullie vragen wat je met deze God hebt gedaan.
Of je naar Hem op zoek bent geweest en of je je leven voor Hem wilde open stellen.
Er komt een oordeel over heel deze wereld, over iedereen, een rechtvaardig oordeel.
Dat er een oordeel komt, weet ik omdat Christus is opgestaan uit de dood.
Deze Christus leeft en regeert en zal komen om te oordelen de levenden en de doden.
Aan Zijn rijk zal geen einde komen.

Tot dan toe hebben ze serieus naar Paulus geluisterd,
misschien wel net zo kritisch naar Paulus toe als Paulus was naar hen toe.
Maar als Paulus het heeft over Christus die opstond uit de dood,
schieten ze in de lach en kunnen ze het niet meer houden.
Dat kunnen ze zich niet voorstellen, hoe geleerd deze mensen ook zijn.
Dat er een God is die in staat zijn om het lot te doorbreken,
dat er een God is die in het rijk van de dood neerdaalde en weer levend terugkwam,
een God die sterker is dan de dood.
Absurd en ongeloofwaardig – dat past niet in hun manier van denken.
Ik moet ook wel zeggen, dat ik er soms als ik bij het graf sta
het door me heen flitst: zal het allemaal wel waar zijn, van die opstanding
en dat leven in Gods heerlijkheid.
En afgelopen week ging het tijdens de cursus ook over angst voor het sterven
en werd van ons gevraagd of het vreemd is om angstig te zijn voor de dood.
Ik heb toen dat zelf aangegeven, dat ik dat niet vreemd vind,
omdat het wel eens door mij heen schiet: als ik sterf, zal God er dan wel zijn?
Zal Christus er dan staan om mij door de dood te geleiden?
Gelukkig is dat niet een aanvechting die ik altijd heb
en ook niet een twijfel die het laatste woord heeft
en kan ik troost en rust vinden in Christus die is opgestaan uit de dood.
Maar het is wel een heel geloof en in Athene zien we dat dit geloof niet voor iedereen geldt.
Dankbaar ben ik al die keren dat ik het wel kan geloven
en ik zie het als mijn taak om dat geloof in Christus die is opgestaan
en Christus die voor ons uit gegaan is om een weg te banen door de dood
om ons mee te nemen door de dood heen naar het Vaderhuis waar een woning is
ook weer steeds te voeden.
Ook het geloof dat Christus zal oordelen trouwens.
Daar denk ik geregeld over na – en misschien hebt u dat ook wel.
Daar kan ik ook wel tegen op zien – en misschien ook wel,
maar tegelijkertijd mogen we weten, dat juist omdat Hij stierf en opstond
degene die gelooft niet meer hoeft te vrezen en mag uitkijken om Christus te ontmoeten.

En toch – helemaal een mislukking is Paulus’ werk in Athene niet.
Het is geen groot aantal, slechts twee namen worden er genoemd: Dyonisius en Damaris.
Waar over Christus wordt verteld, daar werkt de Geest ook
en al is het resultaat voor het oog niet groot, de Geest kan overal een gemeente vormen
zodat die boodschap steeds weer wordt doorverteld,
zodat er in die godsdienstige plaats er ook een groep is,
die de enige, ware God – Vader, Zoon en Heilige Geest – eert en dient.
Ik heb in de loop van de jaren geleerd om ook dat ogenschijnlijk kleine resultaat te waarderen
want elke bekering, elke omkeer is een wonder, een teken dat de Geest werkt.
In Athene, in Oldebroek en tot de dag van Christus’ wederkomst,
tot de dag dat het oordeel waar Paulus over spreekt komt
zal de Geest bezig zijn om mensen te winnen voor die Christus.
Met u is Hij bezig, met jou, met mij – zodat we voor die dag niet bang hoeven te zijn,
maar dankbaar en blij onze Heere mogen ontmoeten.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s