Lid zijn van de kerk van de toekomst

Lid zijn van de kerk van de toekomst
Lezing Emèt Qenee, C.S.F.R. Dispuut Eindhoven
23 mei 2017

Door de studentenvereniging Emèt Qenee uit Eindhoven (onderdeel van de C.S.F.R.) was ik gevraagd om een lezing te geven over de toekomst van de kerk. Ik heb daarbij stil gestaan bij de rol die deze studenten daarin kunnen hebben.

Voor vanavond ben ik gevraagd om te spreken over hoe jullie als christelijke studenten je kunt voorbereiden op de cultuur die komt. Na wat doorvragen begreep ik dat het er vooral om ging om in jullie eigen omgeving waarin je nu verkeert, het evangelie te kunnen delen. Daar wil ik graag met jullie over nadenken. De uitnodiging om hier voor jullie te komen spreken heeft mij wel verrast. Ik ben sinds 2011 predikant in één van de meest kerkelijke regio’s van Nederland.  Uit een plaatselijk onderzoek van de Christenunie bleek  dat 30% van de inwoners van onze burgerlijke gemeente een kerk bezoekt. Mensen die geen lid van de kerk zijn, zijn een minderheid. Daarnaast ben ik ook predikant in een dorp, waarbij weinig jongeren gaan studeren. Dan mag ik met jullie nadenken hoe je christen kunt zijn  in een academische, veelal seculiere context.

Missionaire wending
Daar ben ik niet voor opgeleid: dat nadenken over het evangelie in een cultuur waar geloven niet meer vanzelfsprekend is. De huidige Protestantse Theologische Universiteit is daar gelukkig meer mee bezig dan de theologische faculteit in mijn studententijd. Binnen de kerk heb ik dat ook niet meegekregen.
In Veenendaal, waar ik opgroeide was het gewoon om naar de kerk te gaan en mensen die niet gingen, hadden vaak hun redenen om niet te gaan en zetten zich nogal eens af tegen de kerk.
Ook binnen heel veel kerken in Europa is er een omslag gekomen, waarbij het besef gekomen is, dat een kerk niet zonder het uitdragen van de boodschap kan. De Anglicaanse Kerk nam een rapport in 2004 aan Mission-Shaped Church en stimuleert Fresh expressions of Church, waarbij andere Engelse kerken meegingen. De toonaangevende theoloog Eberhard Jüngel verklaarde voor een synode van de EKD in 1999 dat missie tot het wezen van de kerk behoorde. Daarop volgde een Imulspaper “Kirche der Freiheit” (2006) en werd een Instituut voor Onderzoek naar Evangelisatie en Gemeenteontwikkling dat bewust werd verbonden aan een universiteit die in het onkerkelijke Oost-Duitsland is. Ook de Protestantse Kerk in Nederland heeft  vanaf haar start in 2004 een missionaire kerk willen zijn. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat andere kerken, zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, hier al veel meer mee bezig waren met gemeentestichtingen.

Zoektocht
Binnen kerk en theologie zijn we bezig met een omslag naar een meer missionaire kerk. Dat is wel een zoektocht voor kerken, ambtsdragers en gelovigen. Wat steeds meer gebeurt, is dat ervaring uit de zending en uit de zoektocht naar een meer missionaire kerk  verwerkt wordt binnen de kerken en de theologie, zoals meer oog voor onze cultuur en dat verwerken in het uitdragen van het evangelie, meer aandacht voor discipelschap, dwz: het evangelie tonen door je houding, door je daden in het leven van alledag.
Naar mijn idee kan een missionaire houding ook weer leren van discussies binnen de meer klassieke terreinen van de praktische theologie, zoals homiletiek, liturgiek, pastoraat,  cultuurduiding, enz.

Keuzedwang
Voor ik dat uitwerk, eerst nog even dit: De omslag naar een meer missionaire kerk heeft onder andere te maken dat de kerken kleiner worden en dat dit proces bij lange na nog niet gestopt is. In onze tijd is het niet meer vanzelfsprekend om te geloven en al helemaal niet meer bij een kerk te horen. Wie nu wel blijft geloven, maakt meestal toch ergens een min of meer bewuste keuze. Tegelijkertijd komen we in een tijd, waarin de manieren van vroeger niet altijd meer werken. Het is noodzakelijk om na te denken over de vormen van kerkzijn en geloven,  en ook over de inhoud van dat geloof. Je kunt dus niet zomaar meer terugvallen op wat je van thuis hebt meegekregen. Je hebt in je leven een scala aan mogelijkheden om uit te kiezen: van actief kerklid, tot randlid, tot afzijdig, onverschillig, atheïst of een ander geloof.
In 1981 publiceerde de socioloog Peter L. Berger al Zwang zur Häresie. Daarin gaat het erom, dat omdat er zoveel is om te kiezen, je moet kiezen en je haast niet ontkomt om verkeerd te kiezen. Die enorme mogelijkheden om te kiezen, kom je op heel veel terreinen tegen.

Het leven als project
Omdat jouw leven anders is dan die van je ouders en helemaal die van je grootouders, kun je je in je maatschappelijke carrière en je beroep niet meer spiegelen aan wat zij deden. Je moet je eigen leven uitstippelen, bewust erover nadenken, wat jij met je leven doet met het risico, dat je ook verkeerd kunt kiezen. Dat is zowel een voorrecht als een last als een mogelijkheid.
Het is een voorrecht om verder te studeren. Ik zie dat in Oldebroek: de oude generatie heeft alleen lagere school. Die generatie heeft veel geld opzij gelegd om hun kinderen te laten doorleren. Die middengeneratie heeft de middelbare school afgerond. Hun kinderen konden weer met het geld van ouders doorleren een vervolgopleiding doen. De financiële positie en de levensomstandigheden zijn enorm verbeterd: emancipatie!
Het geeft wel een generatiekloof: de kinderen en kleinkinderen maken door hun verbeterde maatschappelijke en financiële positie andere keuzes dan (groot)ouders zouden doen: met keuze voor werk, werkdruk, vakanties enz.
De last is dat de middengeneratie en de huidige generatie moet nadenken over wat zij willen. Zij mogen gaan doen wat zij willen, want daar is vaak de mogelijkheid voor, maar ze moeten ook hun eigen leven uitstippelen. Het leven wordt zo een eigen project, waar jij zelf verantwoordelijk voor bent. Als jouw levensproject slaagt, dan heb je het goed gedaan, maar als het project van jouw leven misloopt, ben je zelf verantwoordelijk, of misschien wel schuldig.
Zelf zie ik deze generatie zoveel ballen tegelijk in de lucht houden, omdat je het haast niet kunt permitteren om er een te laten vallen, want stel je voor dat juist die bal die je hooghoudt je gelukkig maakt. Dat project van het leven met de verantwoordelijkheid om dat zelf vorm te geven en de mogelijkheid om te mislukken en vast te lopen, doet een enorm appèl op coaching en (geestelijke) begeleiding.
Mocht je wat willen betekenen als gelovige voor je medestudenten,  dan heb je hier een  belangrijk terrein: zorg en aandacht voor hoe iemand zijn eigen leven vorm moet geven of vormgeeft. Het valt mij steeds meer op, hoe belangrijk de levensbiografie van iemand is. Om een theoloog te begrijpen, zoek ik op internet vaak iets de biografie op en in pastorale gesprekken laat ik mensen eerst vertellen wie ze zijn. Dat is op zichzelf al verkondiging – iemand laten vertellen, maar daar kom ik nog op terug.

Persönlichkeitsspezifik Credo
Als je een ander leven hebt dan je ouders of grootouders, Dan kun je ook niet zomaar meer terugvallen op hoe zij het geloof beleefden en verwoordden. Het gaat er nu om, wat jij gelooft en wat jij aan jouw geloof hebt. Dat is niet alleen van belang, omdat jouw leven anders is dan die van de mensen voor jou, maar ook omdat de tijd anders is:  Geloof, kerk, geloofsbelijdenis, Bijbel – het is allemaal niet meer bekend. Je kunt niet meer volstaan met: ‘Mijn kerk zegt…’, ‘De Bijbel zegt…’
Het kan ook zijn, dat je nu in deze fase van je leven niet alles  voor je rekening neemt,  dat je een slag om de arm houdt met betrekking tot bepaalde punten. In het nadenken over het pastoraat wordt er gesproken over een persönlichkeitsspezifik Credo: het geloof, zoals jij op dit moment voor je rekening kunt nemen, wat je zelf onderschrijft. Je gelooft wordt daardoor authentieker, meer van jezelf. Doordat het geloof meer authentieker is, maak je de drempel voor de ander lager: Ook jouw geloof is niet perfect, ook jij als gelovige worstelt met vragenen hebt niet overal een antwoord op. Dat kan voor de ander de ruimte bieden om ook over geloof na te denken: Je hoeft niet alles gelijk te snappen en je mag ook mis zitten. In de kerkgeschiedenis is er niemand geweest die een perfect geloof heeft. Ook de grootste theologen hebben hun worstelingen gehad en de meeste gelovigen hebben hun twijfels en aanvechtingen. Het gaat er alleen hoe je er mee omgaat.
Dat kan het zwakke van dit persönlichkeitsspezifik Credo zijn, wanneer je niet in gesprek blijft met God, met de Bijbel of met anderen. Wanneer je geloof, zoals je dat beleeft, een soort status quo wordt en twijfel gekoesterd wordt als een fase waar je niet uit hoeft te komen. Voor mijzelf als predikant betekent dat dit authentieke Credo ook steeds in gesprek moet zijn met de Bijbel, met het credo van de kerk en met grote theologen uit verleden en heden. Voor mij was het een eyeopener om te ontdekken dat de Bijbel veel meer worstelde dan ik in mijn Schriftuurlijk-bevindelijke opvoeding meekreeg in preken en op catechisatie. Zelf merk ik dat ik steeds meer gereformeerder wordt, dan wel op een authentieke manier.
Om met anderen over het geloof te spreken,  mag je dus je eigen, niet-perfecte, soms fragmentarische geloof hebben. in onze traditie heet dat theologie van het kruis: God kiest de weg van de ondergang en vernedering, niet alleen met Christus, maar ook met Zijn koninkrijk. Als dat geloof maar een zoeken naar God blijft en naar een omgang met God blijft.

Wortelen
Wie in de zending gaat, krijgt eerst een uitgebreide kennismaking  met de cultuur van het gebied en moet daarin gaan wortelen. Wil je in deze tijd het evangelie kunnen uitdragen, dan betekent op z’n minst dat je je best doet om deze cultuur te begrijpen. Nog mooier is als je de cultuur ook echt aanvoelt, iets van jezelf wordt,  als je erin wortelt, als het je habitat wordt, als je van deze cultuur gaat houden. Dat geldt ook voor mij als predikant: ik kan niet goed preken maken als ik de cultuur niet snap, niet peil. Dat geldt ook voor de plaatselijke cultuur.  Ik kan geen goed predikant zijn als ik niet een bepaalde affiniteit heb met de plek waar mijn gemeenteleden wonen, als ik er niet onderdeel van ben.Inburgeren, aarden in een cultuur, is van belang. Voor jullie dat je inburgert in de studentencultuur, in de academische wereld. Je hoeft echt niet helemaal één te worden, in alles mee te doen, als je hen maar begrijpt, in wat hen bezighoudt, of probeert te begrijpen. Als je maar probeert de taal, de manier van leven,
van denken en reageren probeert te begrijpen. Als je er onderdeel van bent, dan zie je ook de schaduwzijden en kun je dat soms aan de orde stellen, maar dat werkt vaak het beste vanuit
verbondenheid en interesse voor de ander en de cultuur voor de ander.
Gebruik je academische houding om je cultuur te doorgronden, om dieper te peilen. Of om verrassende dwarsverbanden te leggen. Een van de verrassende dwarsverbanden, waar ik veel aan heb,  is het onderzoek van Motivaction: het onderzoek naar levensstijlen, dat in Nederland en vooral uit Duitsland benut wordt om na te denken, wat de verschillende levensstijlen betekenen voor het doorgeven van het evangelie.

Incarnationeel
Zending is vaak ook een beweging naar de ander toe. Soms letterlijk, dat je iemand anders opzoekt in zijn huis of op zijn kamer. In de 10 jaar dat ik predikant ben, heb ik gemerkt hoe bijzonder mensen het vinden als je de moeite neemt om hen op te zoeken. Dat heeft ook theologische betekenis. In het missionaire debat wordt de vergelijking gemaakt met de komst van Christus: Hij kwam naar de aarde, Hij zocht ons op, Hij deelde ons bestaan, onze manier van leven. In Christus liet zien dat God ons als mensen opzoekt. In het bezoeken van een ander kun je iets laten zien dat God mensen opzoekt, ook mensen die vanuit zichzelf niet zo snel een kerk binnenstappen, vanuit zichzelf niet zomaar over geloof zouden beginnen of zich open zouden stellen van God. Geregeld heb ik de indruk, als ik met gemeenteleden spreek, dat zij niet alleen met mij maar via mij ook met God in gesprek zijn. Je moet niet onderschatten op welke manier jullie voor iemand die niet gelooft een beelddrager kunt zijn van God, of zoals Paulus dat zegt: een leesbare brief. Iemand die God niet kent, die de Bijbel niet kent, ziet aan jullie wie God is. Jullie zijn voor diegene een zichtbare Bijbel, een belichaming van het evangelie.

Weerspiegelen van Christus

Dat vraagt veel van je houding: In je houding naar anderen toe weerspiegel je iets van Christus. Vandaar dat in de brieven in het Nieuwe Testament veel aandacht is voor onze levenshouding. Die keren dat ik erover preek, valt het me vaak op dat ik daar zelf zo weinig over hoorde. Vaak lag de nadruk op het eerste deel van de brieven,  op de rechtvaardiging van de goddeloze, op het komen tot Christus, niet op het groeien in Christus – uit angst wellicht voor werkheiligheid, dwz dat je eigen prestaties ertoe leiden dat je in de hemel mag komen. In de Bijbel ligt veel nadruk op integer zijn, op bereid zijn om de ander te dienen,
om de ander hoger te achten dan jezelf, om je niet door haat of jaloezie te laten leiden. Vanuit het besef dat je hier op aarde voor Gods aangezicht leeft en dat je bevrijd bent uit de macht van de zonde. Met een bepaalde levensstijl plaats je jezelf dan weer in die macht. Eugene H. Peterson, één van mijn theologische helden, legt veel nadruk op op de groei in geloof: tot de maat van de statuur van Christus, gezond in God en robuust in liefde (Efeze 4:13, 15). HSV: totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen  man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.
De Geest is bezig om ons daarin te vormen naar het beeld van Christus. Dat volledige, volkomen, perfecte beeld zullen we pas in de hemel hebben, maar dat wil niet zeggen dat we hier niets iets kunnen uitstralen. Paulus die scherp elke menselijke prestatie om bij God uit te komen afwijst, heeft ook juist veel aandacht voor het wonder van de Geest in ons leven, de Geest die aan ons leven vrucht laat groeien: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing – niet misschien, maar zal laten groeien.
Ik zeg er altijd bij: die vrucht, die zie je vaak niet, maar een ander ziet die wel. Die vrucht is zelden, wat jij wil uitdragen – want onze beste werken zijn met zonde bevlekt – maar wat je zelf niet doorhebt, wat voor jezelf haast gewoon is, dat straal je uit.

Basishouding
Ik maak nu een stap naar drie grondbeginselen die uit de psychologie van Carl Rogers komen en die in het pastoraat overgenomen zijn: echtheid, aanvaarding, empathie. Deze voorwaarden zijn niet helemaal een uitwerking van de vrucht van de Geest. Ik had ook kunnen kijken naar ethici voor wie karaktervorming belangrijk is (Alisdair McIntyre, Stanley Hauerwas, Samuel Wells), maar daar ben ik niet zo in thuis.

  • Echtheid (authenticiteit) is een voorwaarde voor communicatie met de ander.
    Echtheid is dat je in het hier en nu weet wat er in je omgaat en dat je vandaar uit communiceert.
  • Aanvaarding: je aanvaardt de hele persoon, met zijn positieve en negatieve kanten. Je veroordeelt niet iemand op wie hij is, wat zij zegt of doet, wat iemand bij je oproept. Zonder persé eens te zijn met de ander.
  • Empathie: proberen manier van denken en leven van de ander te begrijpen, alsof je de ander bent.

Deze 3 basishoudingen zijn niet het evangelie, maar wel behulpzaam om in gesprek te zijn met anderen, want ze leren je:
– authentiek te zijn, eerlijk over wat je zelf denkt en gelooft
– open en nieuwsgierig te zijn naar wat een ander beweegt, zonder direct in een kramp te schieten wat de ander aangeeft te moeten veroordelen en zorgen ervoor dat je in de ander meer ziet dan zijn opvattingen of haar levensstijl, maar de mens.die de ander is.

Levensverhaal
De mens die de ander is – in deze tijd is de biografie van grote betekenis. Ik heb dat al eerder iets over gezegd. Wat mij steeds weer opvalt, hoe bijzonder mensen het vinden als je over zichzelf kunnen vertellen, hun levensverhaal kunnen delen, als er iemand is die luistert naar wie ze werkelijk zijn. (Margriet van der Kooi: Tevoorschijn luisteren. Psalm 116:1 Want die getrouwe Heer, hoort mijn stem. Hij neigt Zijn oor.)
Wanneer je voor iemand iets wilt betekenen, heb dan oog en oor voor iemand levensverhaal. Wie een levensverhaal kan vertellen, bij iemand de openheid en belangstelling en ook de zorgvuldigheid vindt waarmee iemand omgaat met wat verteld wordt, opent een deur voor het evangelie. Dat evangelie zit allereerst in de luisterende, niet-veroordelende houding, maar ook in de vragen die gesteld worden en de overige interventies die gepleegd worden.
Dat vraagt soms een fijngevoelig instrumentarium en dat moet je ook ontwikkelen. In mijn tweede gemeente heb ik pas geleerd wat het betekent als iemand aangaf dat hij in Nederlands-Indië is geweest, welke gruwelijke ervaringen iemand heeft meegemaakt welke trauma’s hij heeft opgelopen, welke verliezen en welke teleurstellingen daarna.
Voor het luisteren naar levensverhalen is een zekere historische kennis van groot belang net als het signaleren van woorden, die de betekenis van iets aangeven. Vaak als je daarop doorgaat, gaat er een deur naar iemands hart open. Als je weet wat het overlijden van een ouder of broer of zus kan betekenen, als je weet hoe diep een teleurstelling er in kan hakken. Als je weet dat depressiviteit niet zomaar even iets is, maar een ongrijpbaar gebeuren, dat je in de greep houdt, zonder dat je er aan ontworstelt.

Niveau’s in het gesprek
1) Feiten: naam, geboortedatum, opleiding, achtergrond, levensloop.
2) Ervaring en gevoel

Wanneer iemand iets vertelt, kan het heel waardevol zijn om stil te staan bij wat het met de ander heeft gedaan. Een mogelijke reactie zou kunnen zijn:

– ‘Dat is nogal wat, wat je mij vertelt!’

– ‘Wat naar voor je!’

– ‘Ik zie dat het je nog steeds bezighoudt!’

– ‘Wat een mooi bericht!’

– ‘Het lijkt me nogal ingrijpend wat je mij vertelt. Hoe ben je er zelf onder.’
– Bijzonder dat je dat volhoudt

3) Betekenis en zin

Wanneer iemand iets vertelt, kan het heel waardevol zijn om stil te staan bij wat het voor de ander betekent. De ander kan een verlangen hebben, dat nu niet meer in vervulling kan gaan. Een droom die vervliegt. Of juist een droom die uitkomt, een blijde gebeurtenis.

– ‘Hoe ga je er mee om?’

– ‘Heeft deze gebeurtenis je veranderd?’

– ‘wat betekent dit voor je?’

– ‘Dat is net wat je nodig had, toch?’
– Waar gaat dat heen?

Soms weten mensen niet hoe ze er betekenis aan kunnen geven. De geloof en bijbel kan helpen om er betekenis aan te geven. Soms kan de betekenis ook zinloosheid en vertwijfeling zijn. In de klaagpsalmen worden ingrijpende gebeurtenissen verwoord. Wanneer mensen ontdekken dat dit in de bijbel staat, kan hen dat erkenning geven voor wat hen overkomt.

Op de opleiding kreeg ik een tip, voor als we in gesprek zouden komen met iemand van wie we niet weten, of hij of zij gelooft. We zouden dan kunnen vragen: “Waar haal je je kracht vandaan?”

4) Geloof

Na aandacht voor wat het met de ander doet en wat het voor de ander betekent, kan er ruimte ontstaan om iets over God te vertellen of naar Hem te vragen. Bij zulke vragen is het wel verstandig om God zelf te kennen en te leven uit de Bijbel.

– ‘Zou het je helpen als je wist dat er een God was?’

– ‘Hoe denk je dat God zou reageren op wat je meemaakt?’

– ‘Wat je nu vertelt, doet me denken aan iets uit de Bijbel. Mag ik je dat vertellen?’

(5) Christus)
Misschien moet er aan niveau worden toegevoegd: in Christus, als een ruimte waarin je komt,
nadat je gaat geloven of het geloof eigen maakt, geroepen uit de duisternis tot Zijn licht.

Verboden en verborgen
Die niveau’s helpen mij om twee redenen:  Allereerst laten ze zien dat het spreken over het geloof niet zomaar gaat. Dat er heel wat nodig is aan vertrouwen, aan onderweg zijn in een  gesprek. De praktisch-theoloog Manfred Josuttis spreekt over het heilige en dat is een verboden en verborgen zone. In onze tijd, die vaak seculier is, mag je daar niet zomaar komen (verboden) en veel mensen weten niet meer de weg naar dat heilige (verborgen). Wat je als gelovige kunt betekenen, is dat je een gids bent, die iemand meeneemt op dat verboden en verborgen terrein, omdat je zelf weet welke fijngevoeligheid er nodig is om geloof, het leven met God, het leven in Christus aan de orde te stellen. Daarnaast helpen deze fasen mij juist als een weg om het geloof wel aan de orde te stellen. Het volgen van die niveau’s brengt diepgang in het gesprek, een openheid voor de ander, Voor wat de ander denkt en beleeft, welke betekenis hij of zij aan zijn of haar leven geeft. Om een voorbeeld te geven: Je komt in contact met een medestudent: je vertelt aan elkaar hoe je heet, welke richting je volgt, misschien waar je woont en waar je vandaan komt. In het tweede niveau geef je daar een waardering aan in positieve of nieuwsgierige zin, als een erkenning, waarmee je laat zien dat je je in een ander wilt verdiepen. Dat kan een uitwisseling zijn van hoe je de studie beleeft.
Vaak blijven de gesprekken op deze manier steken en als het klikt ga je misschien op een andere keer verder.
Niveau 3 gaat over de betekenis voor iemand, de zingeving. Misschien betekent zo’n studie heel wat,  ligt er een soort persoonlijke roeping aan ten grondslag, of is het een soort emancipatie. Misschien juist vanuit het gevoel dat iemand niet weet wat hij of zij met het leven aan moet. De studie kan verrijkend zijn, waardoor je als persoon groeit, je kunt tijdens de studie vastlopen, afstompen, een gevoel: is dit nu. Zorgvuldig luisteren op de eerste 3 niveau’s, naar de woorden met een diepere betekenis – ‘symbolen’ die meer verraden – geven een openheid voor de persoon. wanneer er genoeg openheid en vertrouwdheid is, kan het ook mogelijk worden om het geloof te delen, op een voorzichtige manier,  meer tastenderwijs, vragenderwijs of het voor de ander iets kan betekenen.

Empathieve spiritualiteitskritiek
Misschien hoor je wel allerlei dingen, waar je zelf niet gelukkig van wordt, die je zelf liever anders zou zien, een soort vage spiritualiteit, of een mix aan allerlei vormen, een andere godsdienst. Van de godsdienstsocioloog Paul Zulehner heb ik het woord empathieve spiritualiteitskritiek geleerd: Je hebt kritiek op de spiritualiteit van de ander, maar je doet wel je best om het denkkader en manier van leven te begrijpen en vanuit dat begrip reageer je, niet om de ander onderuit te halen, maar juist om de ander verder te helpen. Het is kritisch op een respectvolle manier, ten dienste van de ander.

Levende relatie
Kun je zomaar wat inbrengen, kun je het met de ander zomaar over God en geloof hebben? Wie psychologie studeert, leert misschien wel dat het inbrengen van iets nieuws wat buiten het denkkader of manier van leven van de ander zorgvuldig moet gebeuren. Je moet zelf weten wat je doet. Tegelijkertijd leert iemand als persoon vooral door nieuwe inzichten, door in contact te komen met een vreemde wereld. Inbrengen in een gesprek werkt vooral vanuit een authentieke houding en vanuit respect én zorgzaamheid voor de ander. Hier weer dat persönlichkeitsspezifik Credo, je reageert authentiek vanuit je eigen omgang met God. Vanuit wat voor jezelf belangrijk is, vanuit waar je zelf nog niet uit bent of begrijpt. Om het geloof uit te kunnen dragen, is het nodig  om zelf een levende relatie met Christus te hebben. Om het geloof niet te zien als een systeem van waarheden dat verdedigd moet worden, Maar als een samenzijn met God dat je de ander ook zou gunnen.
Dat is van belang om te onthouden, dat het geloof niet een systeem is,  een levensbeschouwing alleen, een set van waarheden en regels waaraan je je houdt. Geloven is een manier van leven, met rituelen, zoals bidden en Bijbellezen, kerkgang, zegen ontvangen, het goede over anderen doorgeven, verduren en ondergaan. Die manier van leven raakt steeds meer naar de achtergrond, omdat er weinig aanraking meer is met vormen van christelijk geloof. Tegelijkertijd zijn er nog steeds zulke aanknopingspunten: Iemand die op tv the Passion ziet, een concert bezoekt met muziek van Bach of Händel, de trouwdienst van een studiegenoot of een collega bezoekt. Een uitdaging en een taak om ook hier te laten zien,
dat het christelijk geloof misschien wel een kwetsbaar, niet voor de hand liggend geloof is,
maar nog steeds levend, een manier om God te ontmoeten,  om met Hem in aanraking te komen, om van Hem te horen en met Hem te leven. Als het gaat om het beleven van het christelijk geloof, het levend houden door viering, kunnen we juist veel leren van andere christelijke tradities.
In onze protestantse traditie hebben we heel wat vormen weggedaan, waardoor God op een afstand is komen te staan,  geloven veel meer een intellectueel gebeuren is geworden, minder een manier om de werkelijkheid van God ‘binnen te gaan’. Het is een uitdaging om vormen te vinden, die in deze tijd helpen om God te beleven en te vinden. Tish Harrison Warren – Liturgy of the Ordinary heeft een boek geschreven, waarbij ze alledaagse rituelen verbondt aan rituelen uit de christelijke traditie: bed opmaken, kruisje bij het opstaan, tanden poetsen als gebed. Die vormen helpen ook om voor anderen te bidden, bij God te brengen. Die vormen helpen ook met wachten op Gods tijd. (Markus 4:26)
(Warren werd later studentenpastor en gaf als advies dat je als student goed moet slapen en je nachtrust moet nemen. Ze zegt erbij: het is altijd het beste geestelijke advies dat ik kan geven.

Samaria
Eugene H. Peterson schreef in Tell It Slant over de reis van Jezus naar Jeruzalem (Lukas 9-19). Deze weg gaat door Samaria. Samaria is het gebied, waarin mensen vijandig of onverschillig zijn ten opzichte van God. Op de weg door Samaria doet Jezus iets bijzonders. Hij voert gesprekken. Hij vertelt verhalen over het gewone alledaagse leven, gelijkenissen die – zonder dat ze over God gaan – aan het nadenken zetten over God. Geen verkondiging of onderwijs, maar alledaagse gesprekken, alledaagse verhalen. Dat is wat we in Samaria kunnen doen. Niet prediken of betweterigheid, maar ruimhartige gesprekken met aandacht voor de vragen die mensen hebben. Ons laten bevragen op ons geloof. Verhalen vertellen die tot nadenken stemmen over God. Niet speciaal geestelijke verhalen, maar gewone alledaagse verhalen die toch iets onthullen over Gods liefde, Gods geduld en barmhartigheid, een uitnodiging zijn om ook kennis te maken met de Heere.












Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s