Preek zondagmorgen 14 mei 2017

Preek zondagmorgen 14 mei 2017
Schriftlezing: Handelingen 10: 24-48

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Stelt u zich voor dat u opgebeld wordt of dat er iemand aan de deur staat,
wat aarzelend maar in de hoop dat u kunt helpen
en dat degene die bij u aanklopt, vraagt of u zou willen komen.
U vraagt: ‘Waarom wil je dat ik naar je toe kom?’
Het antwoord: ‘Wij willen meer over God te weten komen.
We zijn op zoek naar iemand die meer over Hem zou kunnen vertellen.
Wij hebben gehoord dat u er meer over zou kunnen vertellen.’
Na enig aarzelen besluit u om mee te gaan
en onderweg wordt verteld dat ze niet zomaar bij u hebben aangeklopt,
maar dat God zelf dat tegen hen gezegd had
dat ze bij u moesten aankloppen en dat ze u moesten vragen
om met hen mee te gaan om aan hen te vertellen wie God is.
Als u bij het huis aankomt, blijkt het hele huis vol te zitten.
Op de stoelen, op de grond, op de trap, elk plekje is bezet.
Degene die bij u aan de deur staat, heeft iedereen die hij kent
bij zichzelf thuis uitgenodigd:
‘Je moet komen, er komt straks iemand bij mij thuis
die ons meer kan vertellen over God.
Daar moet je bij zijn!’
Ja, daar sta je dan. Wat vertel je over God? Waar begin je?

Het kan zijn dat u daar mee te maken hebt gehad,
omdat uw zoon of dochter met iemand thuis kwam, die niet opgevoed was
met het christelijk geloof en met de Bijbel
en daar helemaal niets van weet
en na een tijdje meegedraaid te hebben in uw gezin de vraag stelt:
‘Vertel mij eens meer over God. Hoe kan ík God leren kennen?’
In mijn werk als predikant heb ik geleerd dat er nog al wel eens mogelijkheden zijn,
die ik zelf niet heb opgezocht, maar die er zijn,
die ik door onoplettendheid aan mij voorbij laat gaan en niet als kans gebruik
om er op in te gaan en meer over Christus te vertellen.
In de vorige gemeente een jongen die naar mij toeloopt terwijl ik de kerk afsluit:
‘Moet je betalen om naar de kerk te gaan?’
Een vrouw die haar moeder moet begraven en tegen haar man zegt als ik er ben:
We hebben nu een deskundige in huis, je kunt nu de vraag stellen.
Wat is het verschil tussen het Oude en Nieuwe Testament?
Gaat het Oude Testament over het sterven van Jezus en het Nieuwe over zijn verrijzenis?
Momenten die ik achteraf gezien als kans heb gemist om meer te vertellen.
Ik denk dat God ook zulke kansen aan u en jou geeft:
Een vriend of collega die meer wil weten. Vertel eens, nieuwsgierig benieuwd,
maar omdat het je overvalt, er niet op ingaat. God geeft zulke momenten steeds!

Het overkomt Petrus.
Hij had net op het dak van het huis tijdens het bidden een vreemde ervaring gehad.
Het was eigenlijk tijd om te eten en Petrus merkte dat hij honger had.
Terwijl er beneden in het huis waar hij was eten voor hem klaargemaakt werd,
zag hij dat er hem ook uit de hemel eten werd aangeboden:
er kwam een groot linnen doek uit de hemel met daarin allerlei soorten dieren.
‘Petrus,’ zo klonk er een stem, ‘Petrus, pak er wat van, slacht het en eet het op.’
Petrus kijkt eens goed tussen al die dieren.
Hij kan daar zomaar niet wat van nemen,
Want verschillende dieren die in dat doek zijn, mag hij volgens Gods wet niet eten.
Onrein. Geen denken aan!
Petrus was een gelovige die zich nauwgezet aan Gods wet hield.
Ook nadat Christus was opgestaan en de Geest was uitgestort
en Petrus door het land trok om over Christus te vertellen
was hij een gelovige die zich hield aan de gebruiken van de wet van God.
‘Wat U mij voorstelt, dat heb ik nog nooit gedaan. Dat kunt u niet van mij vragen.’
En dan volgt er een antwoord dat heel onverwacht voor Petrus is:
‘PEtrus, hoe kun je Mij tegenspreken?
Als Ik je toesta om er iets van te eten, dan betekent dat Ik, God, je Heer, het niet onrein vindt.’

Drie keer hoorde Petrus deze uitspraak en voordat Petrus iets deed,
was het laken weer in de hemel opgenomen.
Petrus wist niet wat hij er van moest denken.
Had hij gedroomd op een klaarlichte dag?
Had deze gebeurtenis hem iets te zeggen? Maar wat dan?
Petrus, hij was helemaal in verwarring. Hij wist niet wat hij ermee aan moest.
Op dat moment wordt er beneden aan de deur  geklopt.
Ze komen voor Petrus.
Petrus was met zijn gedachten nog in een andere wereld.
Hij was nog steeds aan het nadenken wat dat doek met die dieren hem te zeggen had.
Weer hoorde hij een stem. Het was de Heilige Geest die tegen hem sprak:
‘PEtrus, er komen mannen voor jou. Ga met hen mee zonder te aarzelen.
Want ze komen niet zomaar. Ik heb hen naar je toegestuurd.
Ze hebben een boodschap voor jou.’
Petrus gaat op deze mannen of, die naar hem gestuurd zijn:
‘Ik ben de man die jullie zoeken. Waarom zijn jullie gekomen.’
Dan hoort hij de vraag: Wilt u met ons mee komen?
Wij willen meer weten over God. Over hoe wij God kunnen dienen.
Wij zijn naar u toegestuurd, omdat u ons daar meer over kan vertellen.
Als Petrus deze mannen mee naar binnen uitnodigt, krijgt hij het verhaal te horen
van de man die hen gestuurd heeft: de Romeinse legerofficier Cornelius.

In de Bijbel wordt niet veel over Cornelius verteld,
maar op basis van wat er verteld wordt, krijgen we de indruk
dat Cornelius een sympathieke, integere man is.
Een man die uit een ander werelddeel afkomstig is, met een heel andere opvoeding.
Opgegroeid wellicht in Italië
en daar het geloof in de verschillende Romeinse goden meegekregen
en nadat hij met het leger naar Israël is gestuurd, komt hij in aanraking met een ander geloof.
Misschien was hij al voor hij naar Israël gestuurd, al op zoek
naar wat de waarheid is,
een gevoel van binnen dat het met zijn eigen godsdienst niet goed zat,
dat de verhalen over zijn eigen goden iets misten.
Of misschien gebeurde dat pas toen hij in Israël kwam
en daar in aanraking met het Joodse volk ging nadenken over hun God
en onder de indruk kwam van hun geloof, hoe zij leefden en wie hun God was.
Het had hem geraakt.
Hij wilde er meer van weten. Hij ging zich er in verdiepen.
Hij raakte steeds meer onder de indruk van de God van Israël
en hij ging in zijn doen en laten rekening houden met de God van Israël.
Het ging hem niet alleen om het nadenken over God,
om bepaalde vragen over God of over zijn eigen leven, waarover hij na moest denken
en waarvan hij merkte dat de God van Israël hem daarin verder hield.
Het doet ook iets met hem: hij gaat steeds meer geloven. Godvrezend.
Hij gaat er steeds meer naar leven.
Petrus krijgt het te horen: de man die ons gestuurd heeft,
Heeft grote eerbied voor de God die u dient,
Hij bidt tot uw God. Er zijn tijden dat hij niet eet en dat hij dan zijn gedachten richt op God.
Door zijn interesse voor God is hij ook een integer mens geworden:
hij leeft volgens de wetten van uw God.

Hoe intens onze Cornelius ook verlangd om de Heere te dienen
en zijn leven te wijden aan de God van Israël:
er is wel een afstand die hij niet kan overbruggen.
Hij kan wel in God gaan geloven en hij kan er naar leven,
er blijft voor voor hem een belemmering om volledig bij God te horen:
Hij behoort niet tot het volk van God.
Nu begrijpt Petrus waarom hij die droom heeft gehad met al die dieren in dat laken.
Hij werd daarin voorbereid om mee te gaan met deze mannen
die hem komen halen om meer over God te vertellen.
We kunnen ons misschien amper meer voorstellen
hoe ingrijpend de beslissing van Petrus was om toch mee te gaan.
Stel je voor dat er in dat huis toch ergens nog een afgodsbeeld is.
Of stel dat het eten niet op de juiste manier is klaargemaakt, niet kosher,
dan kan het gebeuren dat hij een tijd niet in de synagoge of de tempel zou mogen komen,
een tijd lang zou hij dan niet bij God kunnen komen.
Kunnen wij ons nog voorstellen dat er bepaalde belemmeringen zijn,
die je tegenhouden om naar God te gaan.
Al zegt de hele Bijbel dat die belemmeringen er niet meer zijn,
ze kunnen toch bij iemand leven, waardoor hij of zij niet de stap naar de Heere durft te zetten.
Dat kan zijn omdat je er niet in opgegroeid bent,
je mist de kennis, die een ander wel heeft, die thuis, op school, op zondagsschool, in de kerk
de verhalen uit de Bijbel heeft horen vertellen.
Pas als ik meer kennis van de Bijbel heb, dan kan ik pas een stap verder gaan.
Nu kan ik niet voluit zeggen dat ik geloof en belijdeniscatechisatie is nog veel te ver.
Pas als ik meer weet, dan pas ik die stap zetten.
Of soms hoor ik het ook van iemand die als kind niet de doop heeft ontvangen:
hoor ik er eigenlijk wel helemaal bij?
De verhalen die in de Bijbel staan, wat de Heere Jezus heeft gedaan,
mag ik daar ook in geloven, ook al ben ik niet gedoopt?
Of zoals ik ben, met mijn achtergrond en mijn verleden, is dat geen belemmering?
Je moest eens weten wat voor een leven ik vroeger had,
Wat ik allemaal heb uitgespookt, dan had je een heel ander beeld van mij.

Petrus wordt op stap gestuurd om bij Cornelius die belemmering te overwinnen.
Eerst moet bij hemzelf een belemmering worden weggenomen.
Dat kan ook gebeuren: dat voor je naar een ander toe gaat,
er eerst bij jezelf een obstakel wordt weggenomen, omdat je anders denkt:
Naar die persoon ga ik echt niet toe.
Als een goed christen kan ik het niet maken om die persoon te bezoeken.
Zal dat wel goed zijn voor mijn eigen relatie met de Heere?
Petrus aarzelt niet, hij weet – door de droom die hij had – dat hij moet gaan.
Hij gaat niet alleen.
Hij neemt enkele mensen uit de gemeente van Joppe mee.
Dat is een mooie gedachte: wat Petrus gaat ondernemen, raakt ook de gemeente
waar hij op dat moment is.
Petrus is niet iemand die alleen maar zijn eigen weg gaat
zonder rekening te houden met anderen.
Het is niet een individuele roeping, maar het raakt de gehele gemeente.
De mannen gaan mee en samen met Petrus zullen ze heel wat beleven.
Een ervaring die ze nooit zullen vergeten.

Als ze daar in Caesarea aankomen bij Cornelius, zien ze dat er een grote groep hen opwacht.
Cornelius heeft al zijn familie en vrienden, alle mensen met wie hij optrok
bij elkaar verzameld, hen uitgenodigd: je moet ook komen!
straks krijg ik iemand die meer kan vertellen over God en daar moet je bij zijn.
Deze Petrus komt niet alleen voor mij, ook voor jullie is deze boodschap.
Wat moet Petrus wel niet hebben gedacht, toen hij het huis van Cornelius binnenstapte
en daar al die mensen vol verwachting naar hem zien opkijken?
Deze man komt ons vertellen hoe we moeten leven, hoe we bij God kunnen horen.
Ze zijn niet zomaar bij elkaar, zonder dat ze weten wat een gemeente is,
zijn ze al als gemeente bij elkaar en zonder dat ze weten wat een kerkdienst, eredienst is,
houden ze al een kerkdienst, een eredienst,
want ze zeggen tegen Petrus: we zijn niet zomaar bij elkaar.
We zijn hier in aanwezigheid van God bij elkaar, in tegenwoordigheid van God.
We zijn op de plek waar God ons wil hebben en waar God ook in ons midden is.
Zo werkt de Heere.
Vaak denken wij dat wij de Heere God ergens moeten brengen,
maar vaak is het zo dat de Heere God allang ergens bezig is
en dat wij als mensen alleen maar gebruikt worden voor het laatste stukje
niet eens om de mensen zover te krijgen dat ze gaan geloven.
Vaak zijn ze daar al mee bezig, of groeit dat.
Wat onze taak veel meer is is om zo’n gelovige of een groep beginnende gelovigen
een plek te geven binnen de kerk, hen onderdeel van de kerk te maken
en hen uit te leggen hoe zij een plek kunnen hebben bij Christus.
Vertel maar op, wat heb je ons te vertellen over de Heere.
Bijzonder toch gemeente dat verlangen om over God te horen.
Misschien moet je daar ook een beginnend gelovige voor zijn,
niet opgegroeid met het geloof en onbekend met God en de verhalen uit de Bijbel
om zo intens naar informatie en kennis over God te verlangen, om meer te willen weten
en dat kan ook beschamend voor ons zijn,
iemand die er niet in is opgegroeid, die zo leergierig is en meer wil weten.
Ik kom die leergierigheid ook binnen de gemeente tegen.
Vaak ook bijvoorbeeld op belijdeniscatechisatie.
Wat er hier nogal is gebeurt, is dat jongeren met 16-18 jaar niet meer naar de kerk gaan
en de kerk een tijdje uit het oog verliezen
en na een tijdje beginnen ze het weer op te pakken
en op een gegeven moment begint het geloof meer te leven, willen ze meer weten,
beginnen ze met het lezen in de Bijbel en gaan de stukjes uit de Bijbel hen iets zeggen.
Ik vind het altijd bijzonder om betrokken te zijn bij de groei in geloof van gemeenteleden.
Ik merk dat bij de belijdeniscatechisanten elk jaar weer.
In het begin komen ze vaak aarzelend binnen,
vaak nog niet eens zeker of ze wel belijdenis willen doen
maar ze willen wel graag een stap verder zetten.
Bijzonder om te zien hoe ze – elk jaar weer opnieuw – er naar toe groeien
om toch belijdenis af te leggen, dat er steeds meer een verlangen komt
wat de mensen in Caesarea ook hadden: vertel ons meer over God.
Vertel ons hoe Hij voor ons iets te betekenen heeft
en hoe wij steeds dichter bij Hem kunnen komen, hoe Hij een plek in ons leven krijgt.

Dan gaat Petrus vertellen, nog vol verwondering over de weg die God gaat
door ook deze mensen op te nemen in Zijn gemeenschap.
Ook zij mogen behoren tot de kerk,
tot de weg die God is begonnen in deze wereld met Zijn volk Israël.
Maar die weg wordt uitgebreid en ook deze mensen mogen nu bij God horen.
dan gaat Petrus vertellen over Christus.
Wil je weten wie God is en of jij ook bij God mag horen,
dan kun je niet om de Heere Jezus heen.
Want het verhaal van Jezus is voor jou goed nieuws,
net als voor Cornelius en al de mensen die hij heeft uitgenodigd.
Goed nieuws van vrede met God.
Het is ook voor jullie: de blokkade om bij God te horen is weg,
Want ik heb jullie iets te vertellen over de Heere Jezus.
Hij is niet alleen maar Heer van één bepaald volk, maar van alle mensen over heel de wereld.
Omdat Hij naar deze aarde kwam, is niemand meer uitgezonderd.
Hoeft niemand van zichzelf te denken: het is niet voor mij.
Het is niet voor mij omdat ik te weinig kennis ben,
het is niet voor mij omdat ik er niet in opgegroeid ben
Het is niet voor mij omdat ik niet gedoopt ben.
Nee, zegt Petrus, Christus is Heer over alle mensen. Ook over jou en over u.
Dat is het evangelie, dat is het goede nieuws
en het goede nieuws houdt ook in dat er door Hem vrede is met God
Onze zonde, ons verleden – het is geen belemmering meer, want Jezus nam dat weg.
Dan vertelt Petrus over Christus.
Dat was voor mij de reden om dit gedeelte voor deze zondag te kiezen.
Petrus vertelt over hoe Christus aan het kruis werd gehangen,
een dood stierf waar je niet trots op kon zijn, maar bespottelijk was, vernederend,
maar God deed Hem opstaan uit de dood.
Die Christus die Heer over alle mensen is, is gestorven
maar ook weer teruggekomen uit de dood.
Ik heb Hem mogen zien en nu ben ik hier gekomen om jullie over Hem te vertellen.
Je zou willen dat je er bij was, bij Petrus, wat hij vertelde
en de reactie in de ogen van de mensen willen zien.
Maar ik denk dat het niet een extra indrukwekkende toespraak is,
wat Petrus doet is niet meer dan vertellen over de Heere Jezus.
En dan gebeurt er wat. Op het moment dat hij over Christus vertelt,
getuigt dat Jezus stierf en opstond uit de dood en dat Hij terugkomt,
Dan gebeurt er wat: de Heilige Geest komt over deze mensen.
Deze mensen die naar Petrus luisteren als hij vertelt over Christus,
ze worden vol van God, vol van die Christus waar Petrus over vertelt.
Je zou dat willen meemaken en toch is dat niet iets dat alleen maar toen gebeurde.
Ook nu als de kerkdienst er is, de eredienst, we bij God zijn, in Zijn aanwezigheid,
ook nu, nu er vertelt wordt over Christus, dat Hij stierf en opstond,
ook nu kan de Geest komen en u en jou helemaal vol maken van Christus.
Zo vol dat je alleen maar God dankbaar kunt zijn, Hem kunt prijzen.
Geweldig Heere, dat ook ik bij U mag horen, dat U het laat weten dat ik ook van U mag zijn.
Wat ontzettend fijn dat we U mogen kennen
en dat we ervan overtuigd mogen zijn dat ook wij bij U mogen horen.
Als ze de Heilige Geest ontvangen, dan mogen ze er helemaal bij horen.
Dan moeten ze ook de doop ontvangen als teken, als bevestiging dat ze van Christus zijn.
Kunt u voorstellen welk geluk er geweest moet zijn bij Cornelius en al die mensen,
mogen ervaren dat God je helemaal vervuld, en dan ook gedoopt worden,
nog eens de bevestiging: alle belemmeringen zijn weg, het is ook voor jullie!
En PEtrus, hij blijft nog een tijdje – nog een extra bevestiging dat zij onderdeel zijn geworden
Van de gemeente die de Geest verzameld door alle tijden heen,
mensen die van Christus geworden zijn, voor wie de belemmeringen weggevallen zijn
omdat Christus die door Zijn dood en opstanding zelf wegruimde.
Wat een dankbaarheid, wat een vreugde over God moet daar zijn geweest.
Wat een dankbaarheid en vreugde mag er zijn als wij ook God mogen kennen. Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s