Preek zondagavond 14 mei 2017

Preek zondagavond 14 mei 2017
Kolossenzen 2:16-3:11
Tekst: vers 20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

‘Welkom in de strijd,’ zeiden gemeenteleden na afloop van de dienst
tegen mij en de anderen die in die dienst belijdenis hadden afgelegd.
Dat was niet het enige wat er gezegd werd.
Sommigen zeiden: “Gefeliciteerd!’ of: ‘Fijn dat je dit gedaan hebt.’
Ook al had onze dominee uitgelegd dat gemeenteleden dat tegen ons konden zeggen
en had hij ook uitgelegd wat die uitspraak betekende,
op dat moment vond ik het een vreemde uitdrukking.
Het doen van belijdenis was een moment waar ik juist naar toeleefde,
een moment om tegen iedereen die ik kende aan te geven
dat mijn leven niet meer van mijzelf was, maar toegewijd was aan Christus,
en daarna mocht ik ook deelnemen aan het avondmaal.
Ik had nog niet helder wat ik mij moest voorstellen van de periode na de belijdenis,
aan strijd dacht ik niet.
Als ik die uitdrukking hoorde, dacht ik eerder aan een Romeinse soldaat,
die met zijn schild de brandende pijlen die op hem afvuurt tegenhoudt,
een afbeelding die op de voorkant van boekje stond met verhalen uit de kerkgeschiedenis.
Was de periode na mijn belijdenis tot nu toe een onbezorgde tijd,
een tijd zonder strijd?
Nee, helemaal niet.
Maar omdat ik geen goed beeld had van de geestelijke strijd die te wachten stond,
was ik er ook niet op voorbereid op wat er komen gaat,
was ik er ook niet op voorbereid dat mijn band met Christus onder druk kwam te staan
en dat de band met Hem losser kan zijn dan goed voor mij is.
Je kunt in het geloof terugglijden.

Terugglijden – dat beeld kwam ik tegen
bij de Amerikaanse predikant en later hoogleraar Eugene H. Peterson.
Deze Peterson groeide als kind aan de voet van de Rocky Mountains,
het gebergte in het westen van de Verenigde Staten,
in een omgeving waar bergbeklimmers actief waren.
In de gemeente waarin hij opgroeide,
paste men bepaalde uitdrukkingen uit het bergbeklimmen ook toe op het geloof.
Terugglijden dat deed je als je je voeten niet goed had neergezet,
je grip verloor en daardoor een stuk naar beneden teruggleed.
Je had voor een deel voor niets geklommen
en dat terugglijden was vaak ook te voorkomen, als je je van tevoren goed voorbereidt
en oefent en jezelf met bergbeklimmersgereedschap vastzette, zoals haken.
Wanneer je dat niet deed, liep je het risico naar beneden te glijden.
In een van zijn boeken vertelde hij over zijn oom Harry, die ook zo’n terugglijder werd.
Deze oom Harry was een betrokken, gepassioneerde christen.
Toen hij midden veertig was, kreeg hij een stuk land in handen, dat niet zo bruikbaar was.
Hij had die grond nog maar net in bezit
of in  Washington besloot men om een stuwdam te bouwen op onder andere dat stuk land.
Plotseling was deze man heel rijk geworden.
Dat was nog niet het enige, ook het geld verdienen kreeg hem in de greep.
Hij kwam minder vaak naar de kerk,
hij werd moeilijker in de omgang, ook voor zijn vrouw en kinderen.
Dit nieuwe leven hield hij niet vol: hij kreeg last van hoge bloeddruk
en kreeg een hartaanval die hij niet overleefde
en zijn overlijden bleek een opluchting te zijn voor zijn gezin.
Deze Peterson voegt eraan toe: dat terugglijden is niet zozeer een fout die je maakt,
maar iets dat je overkomt, waar je niet op bedacht bent en dus ook niet op voorbereid.
Dan ben je net als een bergbeklimmer die te weinig oefent, te weinig uitrusting meeneemt
of tijdens het klimmen te weinig tijd neemt om zichzelf echt goed neer te zetten.
Iets wat je overkomt, omdat je niet geconcentreerd genoeg bent, niet genoeg voorbereid.
Als je daar niet op voorbereid bent, is je geloof kwetsbaar.

Dat is ook – denk ik –  wat de gemeenteleden tegen mij en tegen anderen zeiden:
‘Welkom in de strijd!’ dat ze bedoelden, dat je er nog lang niet bent
Al denk je rondom belijdenis er misschien wel te zijn en voor altijd zo te leven.
Wat ze ook bedoelden was, denk ik: je staat er niet alleen voor.
Je hebt belijdenis gedaan in het midden van de gemeente
en die gemeente staat om je heen, wij als leden van de gemeente bidden voor je
en wij als wat oudere gemeenteleden met wat meer ervaring in het leven en in het geloof
weten ervan dat je ook terug kunt glijden.
Omdat wij die ervaring hebben, dat je ook kunt terug glijden,
willen wij je er op voorbereiden, je ervoor waarschuwen, zodat het jou niet overkomt,
dat je voorbereid bent, dat wat wij geleerd hebben van onze fouten jou kan bewaren.
In de jaren dat ik predikant ben heb ik steeds meer waardering voor de gemeente gekregen
als een gemeenschap die om je heen staat, met je meeleeft en ervaringen deelt,
ook de ervaringen van het terugglijden.
Wij erkennen dat wij nog vele zonden en gebreken in onszelf aantreffen, namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben, en ons er niet toe zetten God met zo’n ijver te dienen als wij behoren te doen, maar dagelijks strijd hebben te voeren met de zwakheid van ons geloof en onze verderfelijke begeerten.

Dat mooie van de kerk als gemeenschap die met je meeleeft, op je betrokken is
en ons wil behoeden voor het terugglijden zie ik in Kolossenzen.
Een brief die Paulus schrijft aan christenen in de grote stad Kolosse,
die nog maar pas zijn gaan geloven en daarom een heel pril geloof hebben.
Ze hebben wel die bijzondere ervaring dat ze gingen geloven,
dat Christus hun Heer en redder is,
maar wat hen nu overkomt, is nieuw voor ze.
Dat nadat ze de keuze hebben gemaakt, nadat ze gingen geloven en gedoopt werden,
dat het er daarna niet rustiger werd, dat ze in een strijd terecht kwamen
een strijd die ze wellicht niet hadden zien aankomen.
Er is namelijk bij de christenen die nog maar pas zijn gaan geloven twijfels gerezen
of ze het wel goed doen, of er niet iets aan hun geloof ontbreekt.
Een twijfel die mogelijk veroorzaakt is, door een groep christenen
die in die gemeente zijn of die later bij de gemeente langs kwamen,
die aangaven dat er aan hun manier van christenzijn nog het nodige ontbrak.
Christenen met een Joodse achtergrond die aangaven
dat de Joodse gebruiken ook gehouden moesten worden.
Als je christen bent geworden, moet je je ook aan de sabbat houden.
Dan moet je je ook aan de Joodse feestdagen houden.
Ze raken onder de indruk van die argumenten die aangedragen worden
en van de manier waarop het gebracht wordt.
Dan zal het wel zo zijn.
Ze komen in aanraking met mensen die veel voor hun geloof nalaten.
Mensen die tijden lang niets eten, een streng leven leiden, waarin ze zich veel ontzeggen.
Het maakt indruk en het roept de vraag op: moeten wij ook zo leven?
Als wij niet zo leven, zijn we dan geen echte christenen?
Ze komen in aanraking met mensen die allerlei bijzondere ervaringen vertellen,
Waarvan je ook niet goed weet wat je ermee aan moet.
Verhalen over engelen die ze zien,
bijzondere dromen die ze krijgen en die een betekenis hebben.

Waar komen ze die verhalen tegen?
Misschien binnen de gemeente, waarbij de gemeenteleden onderling als het ware
tegen elkaar opbieden in de bijzondere ervaringen die er zijn.
Of het zijn de vrienden en de familieleden uit het oude, vorige leven
die nog eens een sterk staaltje vertellen over de goden die ze eerst dienden,
om de jonge christenen te laten weten dat de keuze voor dat nieuwe geloof
een onverstandige keuze is geweest, waarbij ze heel wat mislopen.

Waarom eigenlijk die kritiek op die Joodse gebruiken
en waarom het afwijzen van die bijzondere ervaringen?
Is er iets mis met vaste vormen,
die hebben christenen toch ook met doop en avondmaal
en ook christenen hebben hun eigen feestdagen?
En ook het christelijk geloof is toch niet zonder ervaring.
Wat er allereerst mis is, is dat het bij de Joodse gebruiken en die ervaringen
niet om Christus gaat.
Hoe bijzonder het ook mag lijken, als je Christus niet hebt, dan heb je nog weinig.
Dan kun je dat wel gaan opvullen met allerlei Joodse gebruiken,
dan kun je dat wel camoufleren met verhalen over allerlei bijzondere ervaringen
over engelen of dromen die je gehad hebt, maar je hebt eigenlijk niets.
Je richt je dan niet op de kern,
je richt je niet op wie de kerk in het leven roept en bij elkaar houdt,
Christus is dan niet het hoofd, niet van de schepping, niet van de kerk, niet van jouw leven.
Wat wij hebben, hebben we dat niet aan Christus te danken?
Heeft Christus je niet meegenomen naar het kruis en het graf in,
ben je als je gelooft niet met Christus gestorven en opgestaan?
Als dat zo is, waarom maak je je dan nog druk om allerlei andere zaken
die Christus uit het centrum verdringen?
Paulus zegt het tegen de gemeenteleden in Kolosse: Heb je niet door wat je met Christus hebt
hoe je door Christus bevrijd bent, niet alleen van je schuld voor God,
maar ook van alle machten die nog een claim op je kunnen leggen.
We hebben dat niet gelezen, maar in het 15e vers schrijft Paulus
dat Christus aan het kruis ook alle machten die er op aarde zijn, heeft onttroond,
ze hebben hun macht verloren, ze hebben op wie gelooft geen zeggenschap meer.
Je hoeft er niet meer van onder de indruk te raken.
Waarom Paulus zich zo zorgen maakt, is dat ze Christus kwijtraken en weer terugglijden
omdat ze van andere dingen onder de indruk zijn
en daarvoor Christus zonder dat ze het doorhebben inruilen.
Je glijdt dan ongemerkt terug – wees daarop bedacht, wees daarop voorbereid,
wees bij de les.

Er is maar een manier om niet onder de indruk te raken
en terug te glijden en onderuit te gaan in het geloof.
Dat is naar boven kijken.
Als je naar boven kijkt, naar de troon van God,
Waar Christus aan de rechterhand van God is, dan kun je niet meer opzij kijken
om onder de indruk te zijn van wat mensen om je heen doet,
dan zie je je Heer, die voor jou naar de aarde kwam en stierf aan het kruis
en jouw zonden op zich nam en jou het nieuwe leven gaf
en nu in de hemel jouw leven bewaart tot je tijd op aarde voorbij is.
Uw leven is in Christus verborgen bij God.

Je moet je niet druk maken om wat mensen om je heen doen,
behalve als je merkt dat ze terugglijden, dan heb je ze te waarschuwen.
Maak je alleen druk om jouw band met Christus – en ook om die van anderen met Christus.
Want dat is ook een reden waarom Paulus de gemeente waarschuwt
en hen leert om op een andere manier te kijken, namelijk naar omhoog, naar Christus.
Wanneer je niet naar omhoog kijkt, wanneer je niet gefocust bent op Christus,
dan ben je kwetsbaar.
Net als een bergbeklimmer het doel voor ogen moet hebben
om de top van de berg te bereiken een bepaald geduld heeft en rust,
zo heeft de gelovige ook rust en concentratie op wat echt nodig is: Christus.
Want anders krijgen andere machten grip op je.
Dan kun je een weg inslaan die niet goed voor je is, je oude leven weer,
Waar je net van losgekomen bent, waaraan je gestorven bent.
een weg waarbij je niet bij God uitkomt
en bij God vandaan gaat en wat je hebt ontvangen in Christus weer kwijtraakt:
de vrijspraak, de vergeving en de bevrijding.

Daarom: reken erop dat je moet strijden
tegen iedereen die je bij Christus weg doet gaan, al is het ongemerkt.
Tegen de duivel, tegen de wereld met al zijn verleidingen en tegen jezelf, wat binnenin je leeft.
Paulus schrijft daar ook iets over:


Dood dan  uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid,  hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht,  die afgoderij is.
legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.
Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,

Het is niet meer nodig, daar was je van bevrijd, je had een nieuw leven gekregen.
Gestorven aan deze machten, die je willen beheersen en leiden naar de ondergang
waar de veroordeling door God wacht.
Dat is niet nodig: je hebt toch een ander leven leren kennen, een andere Heer?
Er klinkt verbijstering in de woorden van Paulus door: waarom dan toch?
Het is de enige vraag die Paulus in deze brief stelt, om hen wakker te schudden:
Waarom dan toch dat terugglijden?
Zie je dan niet, wat je in Christus allemaal ontvangen hebt?

Gemeente, misschien bent u nu niet aan het terugglijden.
Toch is het goed om ook geregeld deze waarschuwing uit bezorgdheid te horen.
Om weer alert te zijn, om weer bewust te zijn wie werkelijk onze Heer is:
Christus of toch wat deze wereld ons biedt, de machten die hier zijn,
die verslagen zijn door Gods Zoon.
Om als het niet goed zit, dat te belijden,
daar vergeving om vragen en de strijd weer aan te gaan.
En wanneer wij soms uit zwakheid in zonde vallen, moeten wij niet aan Gods genade twijfelen en ook niet in de zonde blijven liggen.
Het hoofd omhoog – het hart naar boven, daar waar Christus Jezus is.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s