Preek zondagavond 9 april 2017

Preek zondagavond 9 april 2017
Johannes 19:1-16

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Elke keer als ik de verhalen over de kruisiging lees en daarover nadenk,
heb ik het gevoel dat ik heilige grond betreed.
Dan zie ik voor mij hoe de Heere Jezus daar staat voor de hogepriester,
Voor Pilatus voor Herodes.
Het valt mij dan zwaar om er een preek over te maken,
omdat ik dan alleen maar stil zou willen zijn
en willen toezien hoe de Heere Jezus die weg ging.
Het is niet alleen het lijden dat hij ondergaat, niet de pijn van de geseling, van de slagen,
de pijn van de lange doornen die in het hoofd gedrukt worden,
die mij stil doen zijn en mij de woorden ontnemen,
niet alleen de spot, die zo diep in de ziel van Jezus ingesneden moet hebben,
maar vooral het besef dat Hij die weg ging voor mij.
En ook het besef dat ik niet helemaal kan doorgronden wat Jezus moest doorstaan,
want omdat Jezus die weg ging naar Golgotha,
omdat Hij het oordeel van God over ons leven op zich nam,
hoef ik dat oordeel zelf niet te dragen.
Ik zou dan stil van verwondering willen zijn,
of iemand willen hebben die het voor mij verwoordt
wat het ontzaglijke is dat daar op die weg naar Golgotha en op Golgotha zelf gebeurde.

Zie de mens, zegt Pilatus.
Wat zien we dan?
Je zou denken een man die ineengekrompen is door de pijn
die de geselslagen op zijn rug hebben aangericht,
met een gepijnigd hoofd door de slagen en de doornenkroon.
Je zou denken dat je een lachwekkende verschijning zou zien,
een parodie op wat een koning is: de mantel die de soldaten om hem hebben gehangen,
De rietstaf in zijn hand.
De doornenkroon, waarschijnlijk een parodie op de goddelijke status die Jezus zou hebben.
Hadden de Joden niet aangegeven dat Jezus zichzelf Gods Zoon had genoemd
en had die opmerking Pilatus geen vrees ingeboezemd?
Met die doornenkroon, die een parodie zijn op de stralen
die goden op een afbeelding hebben, wordt die vrees weggenomen.
Want als je iemand kunt bespotten, geef je aan dat je niet onder de indruk bent,
spot is een vorm van verzet, van je nog niet gewonnen geven.
Zien we een gebroken man, geknakt door de pijn en de spot?
Nee, het is Jezus zelf die naar voren loopt, met de mantel om en de kroon op.
Pilatus kan Jezus willen tonen aan het volk,
maar het Jezus die zelf naar voren komt om zich te laten zien, om zich te tonen.
Heel subtiel legt Johannes, de evangelist, een link met de allereerste keer
dat Jezus in de openbaarheid kwam, toen Hij zich de eerste keer liet zien.
Toen was daar Johannes, die over Jezus zei: Zie, het Lam Gods,
dat de zonden van de wereld wegneemt.
Nu is het Pilatus die ook op Jezus wijst: Zie, de mens.
Voortdurend worden de lezers van het evangelie van Johannes, worden wij,
opgeroepen om Jezus te zien, op te kijken naar Hem
en kijken is bij Johannes altijd geloven in Hem,
die gekomen is vanuit de hemel, God om mens te worden op aarde.
Zie, kijk! Dat is een oproep om actief toe te kijken,
om het op ons te laten inwerken wat we zien
en met de ogen van het geloof te kijken.

Het geloof ziet meer dan Pilatus wil laten zien.
Het geloof ziet hier haar Koning staan
en geloof stoort zich niet aan de doornenkroon en de nepmantel,
omdat ook een echte kroon en een echte mantel nog te weinig is
om de heerschappij van deze Koning uit te drukken,
die niet een aards koninkrijk bestuurt, maar koning is van heel de wereld, heel de schepping,
ook over alle machten die er zijn en over de engelen.
Zie de mens, zegt Pilatus.
Ja zegt het geloof, dat we een mens zien,
dat is juist het bijzondere, want we weten dat deze mens hier op aarde kwam,
het Woord van God is vlees geworden en heeft onder ons gewoond
en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid van de Eniggeborene van de Vader.
Hier, Pilatus, laat je zonder dat je het doorhebt, die heerlijkheid zien.
Want die heerlijkheid wordt niet zichtbaar in een kroon, een scepter, een mantel,
wordt niet zichtbaar in de macht die je hier op aarde hebt,
maar wordt juist zichtbaar in die doornenkroon, in die mantel die de spot wil aangeven.
Wordt straks nog het meest zichtbaar als op Golgotha een kruis staat opgericht
en daar deze Koning gehangen wordt voor het oog van heel de wereld.
Deze Koning zal vanaf het kruis Zijn heerlijkheid laten zien.
Pilatus, hoe je deze Koning ook wilt bespotten, je krijgt Hem niet klein.

Pilatus heeft een doel om Jezus op deze manier te laten zien.
Een beroep op het volk om Jezus vrij te laten.
Is Hij al niet genoeg gestraft met de geseling en die doornenkroon, met die bespotting?
Is deze vernedering, waarin al Zijn eer is weggenomen, niet genoeg straf,
om Hem de rest van Zijn leven te laten weten dat Hij geen pretenties meer moet hebben
om zich als koning van de Joden op te werpen.
Pilatus wil medelijden met deze Jezus, die zo te kijk staat.
Het geloof wil geen medelijden voelen,
want het geloof ziet hoe haar Koning deze stap naar voren zet
en daarmee aangeeft: Hier ben Ik, om Uw wil te doen.
Het geloof herinnert de woorden die Christus al eerder gesproken heeft,
dat een echte herder bereid is om Zijn te sterven voor Zijn schapen.
Het geloof ziet niet alleen haar Koning, maar ook haar Herder,
de goede Herder, die bereid is om een lam te worden,
het lam van God, zoals Johannes de Doper Jezus al aankondigde.
Het geloof weet dat deze dag, waarop Jezus getoond wordt door Pilatus en zichzelf toont,
niet zomaar een dag is, maar de dag is waarop het Paaslam wordt uitgekozen en geslacht
en het weet dat vandaag de uitspraak van Johannes:
Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt
een bijzondere betekenis krijgt, want het is vandaag de dag van dit Lam,
Christus die het Lam Gods is, dat zal sterven op de dag waarop het paaslam wordt geslacht.
Zie de mens, zegt Pilatus,
maar het geloof ziet meer dan een mens, meer dan een koning,
en herinnert zich de woorden van Abraham aan zijn zoon Izaak
op de dag dat hij zijn zoon Izaak moest offeren: dat God zelf in een lam zal voorzien.
Hier ziet het geloof dat lam gekomen, dat het offer van God zal zijn.

Hoe zie je dat dan, als je Jezus zo wel wilt zien, maar nog niet ziet?
Johannes vertelt ons daarom de verhalen, zodat als wij die verhalen horen
Jezus zien als degene die op aarde kwam, de koning, die mens werd en een lam,
zodat we gaan geloven
en wanneer we Jezus getoond zien, buigen voor Hem en zeggen:
U wordt hier getoond als Koning, U bent ook mijn Koning,
U wordt hier bespot en als ik niet zou geloven, zou ik meedoen in die spot
U wordt hier getoond als een koning die een lam wil zijn,
ik mag zien hoe U uw leven wilde geven, ook voor mij
Op Golgotha – als het lam van God dat ook mijn zonden weggedragen heeft.

Wanneer je die ogen van het geloof niet hebt, dan kun je Jezus zo niet zien.
Dan zie je Hem als iemand met een gevaarlijke pretentie,
iemand die onrust veroorzaakt en het zwijgen opgelegd wordt,
of als iemand die een pretentie heeft die ongepast is,
omdat Hij zichzelf aan God gelijk maakt, een godslastering die niet ongestraft mag blijven.
De mensen die voor Pilatus staan, zij moeten niets van Jezus hebben,
zij voelen geen mededogen en willen die ook niet voor Jezus tonen.
Het zijn Joden, schrijft Johannes.
Nu kunnen wij daar gevaarlijk mee aan de haal gaan
en de schuld aan de Joden toeschuiven, omdat zij Jezus hebben gekruisigd.
Ik denk niet dat Johannes dit aan ons doorgeeft, om ons beter te voelen,
alsof wij Jezus beter ingeschat zouden hebben
en wil in Hem geloofd zouden hebben, als wij daar hadden gestaan.
Het zijn niet alleen de Joden die Jezus hebben gekruisigd,
ook de Romeinen hebben hun aandeel
En als Johannes het toont dat de Joden riepen om de kruisiging van Jezus
om daarmee een boodschap door te geven, zou het zijn dat niemand van de mensen
zat te wachten op deze Koning die ook een lam wilde zijn,
op deze koning die zijn leven wilde geven voor de zijnen.
Hij kwam tot de zijnen, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen,
schrijft Johannes in het begin.

Het moet hem pijn gedaan hebben, dat zijn eigen volksgenoten niet in Jezus geloofden.
Johannes die zelf Jood was en wil geloofde, omdat zijn ogen open gegaan zijn
en nu niet anders meer dan met de ogen van geloof kan kijken.
Voor dr. Henk Vreekamp was dat een serieuze vraag,
waarmee hij een groot deel van zijn leven geworsteld heeft:
Het nee van het Joodse volk, van Gods volk, dat moeten we serieus nemen.
Blijkbaar past dat in de weg die God gaat met deze wereld en Zijn eigen volk,
dat Hij niet geloofd wordt, dat Hij aan de kant geschoven wordt
en dat als Hij zelf op aarde komt, dat Hij niet direct op geloof kan rekenen,
maar dat er geroepen wordt om een kruisiging.

Zie de mens, zegt Pilatus,
maar het volk roept dat ze deze Koning niet willen
en ze betuigen hun loyaliteit aan de keizer in Rome
waarmee ze ten diepste aangeven dat ze afscheid nemen van de Heere als hun koning.
Met Jezus verwerpen ze God als koning.
Dat moet ons bescheiden maken – ook wij kunnen God als onze koning verwerpen.
Het zegt vooral iets over God.
Zie de mens, zegt Pilatus.
Bij de Schriftgeleerden en de hogepriesters die voor Pilatus stonden,
had een bel kunnen rinkelen,
Want in hun eigen Schrift wordt er ook op deze manier een koning getoond,
als God Saul aan Samuël toont, Saul een bijzondere koning, want de eerste,
maar niet het voorbeeld van de goede koning,
een koning die uiteindelijk door God verworpen wordt.
Deze koning, Jezus, wordt Hij ook door God verworpen?
OF menen zij dat zij alvast het vonnis over deze koning moeten vellen – in Gods naam.

Kruisig Hem

(slot van de preek niet digitaal beschikbaar)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s