Preek zondagmorgen 26 maart 2017

Preek zondagmorgen 26 maart 2017
Psalm 25:1-5; Johannes 18:1-11
Afsluiting winterwerk

Themazetting
Op het nieuws wordt gemeld dat er een grote hongersnood in Afrika is.
Volgende week zondag is er daarom een extra collecte.
Ook Demi wil wat doen om de mensen in Afrika te helpen.
Ze heeft namelijk de foto’s gezien: van kinderen, volwassenen, dieren.
Daar moet wat aan gedaan worden, zegt ze bij zichzelf.
Ze gaat naar haar vriendinnen Anna en Fleur toe:
‘We moeten wat doen voor de kinderen in Afrika die honger hebben.’
Anna wil meedoen, maar Fleur heeft eigenlijk geen zin om mee te doen.
‘Wat kan mij dat schelen, die honger in Afrika. Dat is zo ver weg!’
Fleur haakt af.
Dan proberen Anna en Demi wat te bedenken.
Ze komen er alleen niet uit.
Anna heeft andere ideeën dan Demi.
Demi wordt boos: ‘Het was mijn idee, dus je moet met mij meedoen.’
Anna zegt: ‘Als het niet mijn plan wordt, stop ik ermee.’
Ook Anna doet niet mee. Demi blijft teleurgesteld achter.
Dan weet ze niet wat ze moet doen.
In haar eentje durft ze niet zo goed.
Alleen langs de deuren gaan? Met haar vriendinnen had ze het gedurft, maar nu niet.
zou het wel zin hebben, als ze iets doet.
Ze zal vast maar een klein beetje ophalen, veel te weinig om echt iets te kunnen betekenen.
Teleurgesteld gaat ze naar huis. Het was een mooi idee, maar het gaat niets opleveren.

In het voorbeeld van Demi zien we iemand die een plan heeft,
best een goed plan, namelijk: iets doen voor mensen die het moeilijk hebben,
maar ze slaagt er niet in om dat plan uit te voeren.
Doordat de ene vriendin niet wil, met de andere een discussie over de manier waarop,
en omdat ze alleen het niet durft.
In de preek gaat het over de Heere Jezus, die in Zijn hele leven maar één plan had:
de mensen redden, vooral door te sterven aan het kruis.
Wat er ook gebeurde, niemand kon hem ervan afbrengen.
Ook als een vriend hem verraadde, als Hij gevangen genomen werd,
Hij bleef vasthouden aan Zijn plan. Dat moest gebeuren. Dat is zijn levensdoel.

Preek
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Mensen hebben heel wat doelen die ze in hun leven willen bereiken.
Soms een doel, waar je maar even mee bezig bent, zoals Demi.
Ze zou er misschien maar een paar dagen mee bezig geweest zijn.
Soms hebben mensen een veel groter doel, een droom die niet altijd uit kan komen.
Als sporter uitblinken, zodat je mee kan doen met belangrijke nationale wedstrijden,
kampioen worden of zelfs meedoen met de Olympische Spelen.
Of op een heel andere manier belangrijk worden: minister-president van Nederland worden.
Je kunt ervan dromen om zo’n belangrijke sporter te zijn, of de baas van Nederland worden.
Zo makkelijk is dat echter niet: daar is heel wat voor nodig.
Als sporter moet je talent hebben, elke dag hard trainen, geen blessures krijgen.
Dat vraagt veel volhouden en doorzetten.
Ook als je minister-president wilt worden, is daar heel wat voor nodig
aan volhouden en doorzetten.
Dat wordt je niet zomaar.
Je kunt dat volhouden door bijvoorbeeld aan dat grote doel te denken: daar doe je het voor.
Daar werk je voor, daar vecht je voor om dat te bereiken!

Ook als je veel kleinere doelen hebt: als je vrachtwagenchauffeur wilt worden,
modeontwerpster, juffrouw of timmerman, moet je volhouden en doorzetten.
Door in ieder geval school af te maken en een vak te leren of een opleiding te volgen.
Zelf ben ik niet altijd een volhouder geweest.
Wanneer ik dacht dat ik het niet zou kunnen, dan gaf ik het al snel op. Of ik begon er niet aan.
Daarom ik heb zo’n bewondering voor de Heere Jezus.
Vanaf het moment dat Hij geboren werd, had Hij maar één doel,
want daarvoor was Hij op aarde gekomen.
Hij was geboren om te sterven.
Heel Zijn leven op aarde had Hij maar één doel:
door te sterven alle mensen te bevrijden van de zonde.
Dat heeft Hem een doorzetten en volhouden gekost!
Eerst groeide Hij op en wachtte Hij tot het Zijn tijd was om rond te trekken en te vertellen.
Toen Hij begon, kreeg Hij gelijk al met een moeilijkheid te maken:
de duivel die Hem uitprobeerde of Hij Zijn grote levensdoel niet op zou geven
voor een weg die veel makkelijker zou zijn,
waarbij Hij niet hoefde te sterven.
Nadat Hij dat had volgehouden, vertelde Hij aan de mensen waarom Hij gekomen was.
Toen had Hij weer met een moeilijkheid te maken:
er waren heel wat mensen die niet in Hem geloofden.
Zou de Heere Jezus nooit gedacht hebben:
Al die mensen die niet in Mij willen geloven, waar doe Ik het eigenlijk voor?
Daarom heb ik bewondering voor de Heere Jezus,
omdat Hij volhield en bij elke tegenslag dacht aan dat doel, waarom Hij gekomen was.
Zelfs toen Zijn dood dichterbij kwam, bleef Hij rustig
en dacht Hij er niet over om af te wijken van het grote doel waarom Hij gekomen was.
Het was avond en Jezus wist dat Hij deze avond gearresteerd zou worden
en toch ging de Heere Jezus de stad uit, de beek Kidron over
naar de tuin waarvan Hij wist dat Judas daar zou komen met een groep soldaten.
Zelfs het verraad van Zijn eigen leerling had er niet voor gezorgd
dat Jezus dat grote doel opgegeven had.
Dat moet Hem toch wel diep geraakt hebben:
Een van de twaalf leerlingen, die altijd bij Hem waren,
die gezien hadden wat Hij deed, erbij was bij de wonderen die Hij deed,
erbij was toen de Heere Jezus verkondigde.
Altijd dicht bij Jezus geweest en nu, deze avond zou hij komen,
om aan te wijzen wie zijn Meester was, zodat ze Hem zouden kunnen arresteren.
Zelfs dat hield Jezus niet tegen.
Zonder vrees gaat Hij de avond in, waarvan Jezus weet dat het Zijn laatste avond zal zijn.
Op de plek waar Hij vaak kwam, daar zal in gang gezet worden,
waarvoor Hij op aarde kwam: Zijn weg naar de dood aan het kruis.

In de verhalen die over de Heere Jezus verteld worden in de Bijbel
gaat het steeds over de vraag: hoor je bij Jezus of hoor je niet bij Hem.
Geloof je in Hem, dan hoor je bij Hem.
De 12 discipelen hebben steeds in Hem geloofd.
Daarom waren ze ook bij Hem.
Er was een moment, waarop iedereen bij Jezus wegliep, omdat ze niet meer konden geloven
in wat Hij zei, ze vonden Zijn boodschap te apart,
maar deze twaalf, ook Judas die Hem verraden zou, bleven bij Jezus.
Dat is geloven, dat je bij Jezus hoort en dat je met Hem samen bent.
Dat kan ook nu, als je gelooft, dan ben je nu ook bij Hem
en als je de verhalen over de Heere Jezus hoort, dan ben je ook bij Hem.
Dat is de reden waarom we als kerk clubwerk, zondagsschool en kindernevendienst hebben,
zodat je over de Heere Jezus hoort
En door over Hem te horen, dat je in Hem gaat geloven, dat je bij Hem gaat horen.
We hopen ook dat de leiding van de club, van de zondagsschool, van de kindernevendienst
voor jou een voorbeeld is, dat je andere mensen hebt
van wie je kunt leren en die het aan jou laten zien, dat je het geloven kunt afkijken.

Judas, de discipel, was eerst ook een voorbeeld.
Hij hield het eerst ook vol, toen bijna iedereen wegging
en zij met zijn twaalven bij Jezus achterbleven,
de enigen die op dat moment nog in de Heere Jezus geloofden.
Ook voor Judas is er een moment gekomen, waarop hij niet meer geloofde.
Hij hoort sindsdien bij een andere groep, die niet willen dat Jezus blijft leven.
Bij de groep van de Romeinse soldaten, bij de dienaren van de hogepriester
die met zijn allen komen om Jezus te arresteren, een grote groep.
Nog één keer heeft Judas de kans om te laten zien, waar hij bij hoort:
hoort hij bij Jezus, die hij enkele jaren gediend heeft,
of hoort hij bij de mensen die van Jezus niet willen weten.
De plek waar hij komt moet veel herinneringen hebben opgeroepen:
Hier is hij vaak geweest. Hoe vaak heeft hij hier niet naar de woorden van Jezus geluisterd.
Judas, hier was je zo vaak samen met Jezus.
Wat is er met je gebeurd, dat je nu niet meer bij Jezus wilt horen?
Judas, besef je niet wat je doet en wie je hiermee dient? In ieder geval Jezus niet!
Judas maakt de overstap naar de andere groep: de vijanden van Jezus.
Op de plek waar hij vaak met Jezus samen was,
staat Judas nu aan de andere kant, bij de mensen die Jezus meenemen en gaan doden.
Waar hoor jij bij?
Hoor jij bij degenen die in de Heere Jezus geloven?
Dat is wel ons doel met het clubwerk en met alles wat in de kerk gebeurt
en wat je ouders thuis jou meegeven: zodat jij ook bij de Heere Jezus hoort.

Ondanks de keuze van Judas doet Jezus geen stap terug
en stapt Hij vol vertrouwen, vol zekerheid naar voren: dit moet Hij doen.
Dit is het doel waarom Hij op aarde gekomen is.
Hij daagt hen zelfs uit: Wie zoeken jullie?
Jezus van Nazareth is het antwoord.
Ja, zo kennen de meeste mensen uit de tijd van Jezus hem.
Jezus die uit Nazareth komt.
Maar komt Jezus echt uit Nazareth? Ja, daar is Hij opgegroeid.
Jezus komt ergens anders vandaan: van boven, uit de hemel, bij God vandaan.
Dan zegt Jezus tegen al die mensen die Hem komen arresteren:
Ja, Jezus uit Nazareth, dat ben Ik inderdaad.
Maar Hij zegt het op zo’n manier, dat de mensen die Hem gevangen nemen,
ontdekken wie Hij werkelijk is, meer dan een mens,
maar Jezus met de kracht van God, omdat Hijzelf ook God is.
Ik ben het – dat is de naam van God, Ik ben die Ik ben.
Ik ben het, zegt Jezus tegen de mensen – en Judas hoort Hem dat zeggen
en ziet wat er gebeurt: alle soldaten die de macht van Jezus merken.
Ze deinzen achteruit, ze vallen op de grond, als verslagen en overwonnen soldaten.
Machtig staat Hij daar, aan het begin van de weg die leidt naar de dood.
Ik ben die Ik ben – dat is de naam van God die Zijn volk bevrijdt.
Zoals de profeet Jesaja tegen het volk Israël, dat met moeite nog kan geloven in God
de naam van God uitspreekt: Ik ben – Ik ben Uw schepper, Uw formeerder,
Ik ben – zegt Jezus en alles wat het Oude Testament over God zegt,
kun je daarin horen: Ik heb jullie gemaakt en Ik zal jullie bevrijden.
Hier ben Ik, neem Mij mee, want deze weg moet Ik gaan.
Dat is mijn grote levensdoel en niets kan Mij daar van afhouden.
Jezus houdt vol en zet door.

Nogmaals vraagt Jezus: Wie zoeken jullie
en dan zegt Hij: Ik heb toch gezegd dat Ik het ben.
Als jullie mij zoeken, laat dan de andere leerlingen gaan.
Jezus zegt dat voor de leerlingen, ook nog eens voor Judas, en ook voor ons:
Laat hen gaan, want Jezus geeft daarmee aan wie Hij is.
Hij heeft daar eerder over verteld en Judas was erbij en ook Petrus:
Hij vertelde over een schaapskooi en schapen,
over dieven en rovers, die binnenkwamen om schapen te stelen.
Hij vertelde ook hoe je een echte herder kunt herkennen.
De echte herder ken je daaraan, dat Hij vecht voor Zijn schapen.
Een echte herder loopt niet weg als er gevaar komt.
Als het echt nodig is, is een echte herder bereid om te sterven voor Zijn schapen.
Toen zei Jezus daarbij: Ik ben die goede herder
en ik geef Mijn leven om Mijn schapen te redden.
Omdat Ik sterf, kunnen Mijn schapen leven en worden zij gered.
Als Ik moet sterven, laat Mijn leerlingen dan gaan.
Dat is wat Jezus ook tegen de duivel, tegen de zonde en de dood zegt:
Als Ik sterf, laat Mijn leerlingen dan gaan, ook degenen die nu hier in Oldebroek wonen
en in het afgelopen jaar over Mij gehoord hebben en geloven, want ze horen bij Mij.
Voor hen sterf Ik, zodat zij vrij kunnen worden, vrij van de zonde.

Het is al nacht als de soldaten komen om Jezus gevangen te nemen,
als Jezus daar staat en zegt: neem Mij maar mee. Ik moet dit doen.
Want ze komen met lampen en fakkels.
Dat is niet zomaar.
Zo donker is het in een wereld zonder God.
Jezus zei over zichzelf: Ik ben het licht van de wereld.
In de wereld die zo donker is zonder God kom Ik het licht brengen.
Ik ben dat licht.
De soldaten en de dienaren van de hogepriester, ze zijn gekomen
om het licht van de wereld weg te doen en doen alsof ze zonder Jezus als het licht kunnen.
Ze nemen hun eigen licht mee, om het donker weg te doen,
maar echt krijgen ze het niet weg.
En toch, wat die soldaten en die dienaren doen, dat moet gebeuren.
Zodat aan het kruis het licht kan stralen over heel de wereld.
Zo dat Jezus kan zeggen: Het is volbracht, het is klaar met zonde en de duivel
hun macht is voorbij en het duister hoeft niet meer.
Niets kon Jezus tegenhouden: Judas niet, de soldaten niet, de dienaren niet,
Pilatus niet en de hogepriester niet.
Jezus had een doel, het hoogste doel dat er was. En dat doel heeft Hij behaald.
Dat is ons geluk.
Elke keer als we over de Heere Jezus horen, mogen we zeggen:
Dank U wel, Heere Jezus, dat U volhield en doorzette,
dat U dat deed voor ons.
Dat Ik bij U mag horen, omdat U voor mij stierf.
Dat het in mijn leven nooit meer donker hoeft te zijn, omdat ik van U mag zijn
en U mijn Heer wilt zijn en ik in U mag geloven.
Amen










Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s