Preek zondag 19 maart 2017

Preek zondag 19 maart 2017
Johannes 17:1-18
Tekst: Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. (vers 15)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

In mijn vorige gemeente ging ik wel eens kijken bij gemeenteleden
die bezig waren met de bouw van een nieuwe boerderij.
Ze hadden een grote vervallen boerderij gekocht
met als doel die boerderij te slopen en daar een nieuwe neer te zetten.
Op een keer stond ik op het erf en keek ik naar de bomen die om het erf heen stonden:
Grote, kolossale bomen.
‘Die staan er niet voor niets,’ zei de man, ‘Kijk maar elke boerderij in de omgeving
heeft zo’n rij bomen om de boerderij staan.
Weet je waar dat voor is?’ Ik wist het niet. ‘Dat is om de wind tegen te houden.’
Ik begreep het: de wind.
Ons huis stond op het westen van het dorp
en het hoefde maar iets te waaien of de luiken van ons huis begonnen te klepperen.
Vaak is de wind daar een heel stuk sterker dan hier.
Heel wat keren gierde de wind om ons huis.
Ik kon me voorstellen dat degenen die buiten de bebouwde kom woonden in de open polder
zo’n rij bomen om de boerderij hadden als beschutting tegen de wind,
zodat je op het erf en in en om huis veel minder last hebt van de wind.

Als de Heere Jezus bidt voor Zijn leerlingen, is dat ook zo’n beschutting,
net als een rij bomen om een boerenerf heen.
Het gebed van Christus als een beschutting om ons heen:
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze.
Wanneer iemand voor je bidt, kan dat heel weldadig zijn, kan je dat heel goed doen.
Het is helemaal bijzonder als de Heere Jezus zelf voor je bidt.
Om ons leven heen is dit gebed, net als een bomenrij om een boerenerf, om ons te beschutten
De Heere Jezus heeft daarbij een heel specifieke bedreiging op het oog:
een aanval van de boze
die, als Jezus niet meer bij Zijn discipelen is, zal proberen om hen van het geloof af te helpen.
Want dat is het doel van de boze, om de discipelen en ook ons vandaag de dag
bij de Heere Jezus weg te krijgen,
zodat we uit die gemeenschap met de Heere Jezus wegraken.
Jezus weet dat de boze zijn kans zal grijpen op het moment dat Jezus is gearresteerd
de weg naar het kruis gaat, gestorven en begraven is,
wanneer Hij niet meer bij Zijn discipelen is om hen uitleg te geven of bij te staan
ze kwetsbaar zijn voor wat de boze hen influistert, hen wil doen geloven.
En dat in de tijd dat Christus naar de hemel is gegaan en Zijn leerlingen achterlaat,
dat ze Zijn nabijheid missen, Zijn nabijheid die voor hen een bescherming is.
Door voor ons te bidden laat Christus zien,
dat Hij weet dat ons geloof kwetsbaar is
en het zelf in die confrontatie met de boze gemakkelijk onderuit kan gaan.

We zijn er misschien niet altijd op bedacht dat de boze met ons bezig kan zijn.
Als je op een zonovergoten dag op een boerenerf staat,
staan die bomen er meer voor de entourage, voor de sier
en houden ze meer de zon tegen dan de wind.
Hebben we in onze tijd eigenlijk wel last van de boze,
van de confrontatie waarmee hij ons opzoekt, om ons geloof te laten wankelen
en ervoor te zorgen dat wij de band met Christus opgeven?
Misschien niet zo’n stevige confrontatie als waar de discipelen mee te maken kregen,
die zagen dat hun Heer en heiland werd opgepakt
en zomaar ter dood veroordeeld werd alsof Hij een gevaarlijke terrorist was
die onschadelijk gemaakt moest worden om erger leed te voorkomen.
Die schok van de dood die Zijn leerlingen niet hadden zien aankomen,
ondanks alle aankondigingen van Jezus, was een grote schok,
waardoor het gebed van Christus een urgentie laat zien:
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze,
dat de boze de weg van het kruis gebruikt hen bij Christus weg te houden.
Aan de voet van het kruis stonden enkele vrouwen in Jezus hadden geloofd
En stond de discipel Johannes.
Zou het gebed van Christus hen beschermd hebben, toen ze hun Heer daar zagen hangen?
Zouden wij te maken hebben met de boze
en hebben wij het nodig dat wij ervoor bewaard worden?
Zo erg als de christenen die worden opgesloten in de gevangenis omdat ze geloven
is het voor ons hier in Nederland niet.
Soms kan er wel zo’n aanval zijn:
Een collega die heel schamper doet omdat je gelooft, of nog gelooft.
Geloven, dat is toch iets dat achterhaalds is.
Als je dat dan persé wilt doen, dan alleen thuis, achter de voordeur.
Of iemand in je vriendenkring of familie, die steeds de discussie opzoekt
je ervan wil overtuigen dat God niet bestaat, of dat door godsdient alleen maar ellende komt.
Ik bid dat U hen bewaard voor de boze.
Wanneer je er toch mee te maken hebt, dat je wordt aangevallen op je geloof
en je voelt van jezelf dat je geloof niet zo sterk, mag je weten
dat om je heen dit gebed is, als een beschutting.

De boze kan ook een veel subtielere manier gebruiken om ons van Christus weg te trekken:
Dat je het goed hebt, zo goed hebt, dat je het ook wel redt
zonder je echt druk te maken om God.
Dat er een bepaalde nonchalance in je geloof sluipt.
Je doet er wel iets aan, maar echt diep zit het niet,
geen echt hechte band met Christus, meer een losse band van af en toe bidden,
zo af en toe naar de kerk gaan en er af en toe aan denken.
En voor je het weet, wordt de tussenpozen alleen maar groter en raak je verder weg.
Of dat je het te druk hebt om je er echt mee bezig te houden.
Je aandacht gaat naar andere dingen uit.
Als je al zou willen geloven, of er mee bezig zou willen zijn,
dan komt het er niet van, het past er niet bij in je hoofd, in je hart,
in jouw manier van leven.
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze.

Het is een zorg van de Heere Jezus om ons geloof, om onze band met Hem.
Want als we met Christus verbonden blijven, zijn we ook met God verbonden.
Het is niet alleen het gebed dat een bescherming voor ons is,
door Christus zijn we ook opgenomen in de gemeenschap van de Vader en de Zoon.
Dat is de ruimte waarin we mogen leven,
de ruimte die we mogen betreden,
niet alleen maar het gebed van Christus om ons heen als die rij bomen om een boerenerf,
maar dat het erf de gemeenschap van de Vader en de Zoon is
en dat wij daar ook een plek hebben.
Geborgen in de band die de Vader en de Zoon samen hebben:
Christus die heel nauw met de Vader verbonden is en dat ook in het gebed verwoordt.
In die gemeenschap krijgt ieder die gelooft ook een plek.
Die gemeenschap van de Vader en de Zoon is dan uw plek.
Het begint bij de Vader: je bent van Hem.
Daarin klinkt liefde en betrokkenheid door, maar ook dat je bij God hoort.
Je hoort aan God toe en je hoort het niet ergens anders te zoeken.
Buiten God is er geen leven.
Als je die gemeenschap, die band, het samenzijn met God kwijtraakt, raak je veel kwijt.
Daarom bidt Jezus ook om ons te bewaren. In die band, in dat samenzijn.
Want zowel de Vader als Christus hebben verantwoordelijkheid voor u, voor jou.
In Zijn gebed zegt de Heere Jezus, dat de Vader ons heeft overgedragen aan de Zoon.
Hij heeft ons gegeven, in Zijn hand, als een kostbaar bezit.
Als iets waar Hij zuinig op is
en om Christus aan te sporen de weg naar het kruis te gaan.
Zodat Christus weet voor wie Hij het doet,
dat Hij de gezichten kent, uw gezicht en jouw gezicht,
dat Hij de namen kent, uw naam en jouw naam,
de levensgeschiedenissen kent, weet wat jij doormaakt en hoe uw leven eruit ziet.
Zodat Hij weet wat onze zwakke kanten zijn
en hoezeer wij op Hem leunen en Zijn aanwezigheid en bescherming nodig hebben.
Er klinkt zorg in door, in Zijn woorden, de verantwoordelijkheid die Hij voelt:
Ik heb hen bewaard, degenen die U aan Mij hebt overgedragen.
Een heel intiem gebeuren, waarin wij opgenomen zijn.

Een intiem gebeuren, waarin we mogen zien Wie God is.
Daar zet het gebed van Christus mee in, dat de Vader toont wie Christus is.
Hij doet dat met de woorden: Verheerlijk uw Zoon.
Laat zien Wie Uw Zoon is en wat Zijn heerlijkheid en grootheid is.
Die heerlijkheid: dat is niet alleen wat Jezus’ hart is, van binnen,
maar ook wat Zijn uitstraling is, wat Zijn effect is.
Een bijzonder effect, een bijzondere heerlijkheid: aan het kruis op Golgotha,
met dat opschrift: Jezus uit Nazareth, koning van de Joden.
Als wij verbonden zijn met Christus, dan geldt wat Hij deed op Golgotha ook voor ons.
Dan mogen wij, dan mag u, dan mij jij dat aannemen,
mag jij geloven dat Hij het ook voor jou volbracht heeft
en dat je opgenomen bent in die intieme gemeenschap van de Vader en de Zoon.
Ook al ben je dan nog op aarde, je bent wel opgenomen in die gemeenschap.
Je bent op dat erf, met die bomen erom heen,
Waar de boze geen vat meer op je kan krijgen, omdat je van Christus bent
en Zijn gebed om je heen is en je in Hem geworteld bent.

Waarom zijn we dan nog in de wereld?
Waarom bidt Jezus bij Zijn weggaan niet:
Vader, Ik bid dat U hen snel uit deze wereld weghaalt?
Ik kwam een definitie tegen van de wereld: de wereld is waar je van God los bent.
Dat is de plek waar we leven: tussen mensen die van God los zijn
en dat van God los zijn is de dominante stroom in deze wereld.
Dat maakt de wereld waarin wij leven wereld is.
Een wereld die soms vijandig is ten opzichte van het geloof en van God.
Een wereld die soms heel goed zonder God kan en het nog lijkt te redden ook,
zodat je je afvraagt wie het beter heeft.
Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt.
Waarom eigenlijk niet?
Dat zou ons toch heel wat besparen aan zorg en strijd?
Dat zou ons toch heel wat minder aanvechting en twijfel geven?
Waarom laat Christus ons alleen in de wereld achter?
Omdat de kerk in deze wereld een taak heeft.
Omdat u, omdat jij in deze wereld een taak heeft
en die taak kunnen wij niet vervullen als God ons uit die wereld weghaalt.
Onze taak is dat God in deze wereld wordt verheerlijkt.
We hebben een taak, een zending in de wereld: om te laten zien wie God is.
Juist aan de mensen die God niet kennen,
juist in een wereld die wereld is: namelijk de plek waar mensen van God los zijn.
In die wereld zijn we geplaatst.
We horen in die wereld, maar we zijn niet van die wereld.
Ons hart ligt niet in deze wereld, maar in de gemeenschap met God,
bij die intieme gemeenschap tussen de Vader en de Zoon.
Wel in de wereld, maar niet van de wereld.
We hebben in de wereld waarin we leven een taak
en voor die taak, waartoe Christus ons zendt, hebben we dat gebed mee:
Ik bid niet dat U hen uit deze wereld wegneemt, nee want we moeten hier nog zijn.
maar dat U hen bewaart voor de boze.
Dat ze mogen weten dat U de overwinnaar bent
en dat hoeveel tegenstand er ook zal zijn, zij niet uit Uw hand vallen,
maar altijd opgenomen zijn in die gemeenschap.
Die taak is wel heel bijzonder, want Jezus bidt hier voor Zijn leerlingen,
die Hem over enkele uren in de steek kunnen laten:
Petrus die aan bij de hogepriester in het huis zijn Meester verloochent,
leerlingen die het niet kunnen opbrengen om in die gemeenschap te blijven
als Jezus wordt opgepakt maar weggaan of uit de verte kijken.
Degenen die een taak hebben, die gezonden zijn, zijn uit zichzelf niet zo sterk,
maar hebben het juist nodig om beschermd te worden,
om het geloof niet kwijt te raken of niet onderuit te gaan.
Juist die kwetsbare gelovigen, die snel zullen wankelen, worden in deze wereld gezonden,
om niet alleen over God te praten en van Christus te getuigen,
maar ook in alle kwetsbaarheid en zwakheid zelf een getuigenis zijn.
We moeten daarom ook maar niet kijken naar een andere plek,
waar de kerk beter draait
(ik denk dat er weinig plekken in ons land zijn waar de kerk beter ‘draait’ dan hier)
of waar de kerk sterk onder druk staat en dat uit meewarigheid,
nee, u bent hier geplaatst, hier bent u die gemeenschap die leeft
hier in deze wereld in die gemeenschap van de Vader en de Zoon,
op het erf van de Vader en de Zoon met het gebed als die bomenrij erom heen.
Niet in afzondering tot de plek waar we wonen,
maar er minddenin. Christus neemt ons niet weg uit deze wereld,
maar bidt wel dat wij in de wereld waarin wij staan, leven bewaard worden door God.
Een voorbeeld van hoe God zelf degenen die van Hem zijn bewaart,
Wat er ook gebeurt,
in tijden dat het goed is en de verleiding om op te gaan in dit leven sterk is.
in tijden waarin er aan ons geloof geschud wordt door de spot van mensen om ons heen
of waarin we tegenslagen hebben te verduren.
Ik bid niet dat U niet uit deze wereld weghaalt
omdat juist u als gelovige, die het helemaal niet perfect doet
en er vaak naast zit en het ook niet altijd weet getuige bent,
niet alleen in uw woorden, maar ook in uw houding, in uw daden,
doordat u, doordat je steeds Christus opzoekt.
Ik bid dat U hen bewaart voor de boze.
En zou God het gebed van Zijn Zoon niet verhoren, die zo dicht bij Hem leeft
en die Zijn wil heeft uitgevoerd en zichtbaar heeft gemaakt wie God is?

Wie Christus is, wordt niet alleen zichtbaar aan het kruis. Dat allereerst,
maar wordt ook zichtbaar in u, in jou,
mensen die hier in deze wereld zijn, maar van wie het hart ergens anders ligt,
bij Christus, die hier geplaatst zijn, maar weten in ben van hier,
en tegelijkertijd ben ik van ergens anders, opnieuw geboren,
hoor ik tot die gemeenschap die door God in de handen van Zijn Zoon is gegeven
en van wie de Zoon zegt: er is niemand verloren gegaan.
Alleen die ene, maar die moest. De rest is allemaal bewaard gebleven.
In onze bewaring voor de boze wordt de heerlijkheid van Christus zichtbaar
wordt zichtbaar wie Christus is: de Heer van die zwakke gelovigen,
die het snel weer kwijt zijn, maar door Christus zelf bij Hem gehouden worden
en door God worden bewaard, hier op aarde en tot in eeuwigheid. Amen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s