Preek zondagmorgen 12 maart 2017

Preek zondagmorgen 12 maart 2017
Johannes 13:1-20

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

Een stel gaat een avondje uit en heeft voor de kinderen oppas geregeld.
De oppas is een jong meisje.
Het stel vraagt aan de jonge oppas of ze het ziet zitten.
Er wordt nog telefoonnummer opgeschreven, voor als er echt iets aan de hand is
En dan gaat het stel uit, een leuk avondje voor de boeg.
Eerst gaat het goed. De kinderen slapen.
Dan, halverwege de avond, klinkt er boven opeens gehuil
en hoort de oppas ook een ander raar geluid.
Ze rent naar boven toe en ziet dat een van de kinderen aan het overgeven is.
De oppas schrikt en raakt in paniek.
Wat moet ze doen: helpen, schoonmaken, troosten?
Waar moet ze beginnen?
Waar haalt ze schoonmaakspullen en schoon beddengoed vandaan?
Ze gaat zelf bijna over haar nek van de lucht.
Ze weet het niet meer.
In haar paniek weet ze nog maar één ding: het telefoonnummer.
Ze rent naar beneden, grijpt haar telefoon en belt snel het nummer: ‘Kom gauw!’
Als het stel thuis komt, treffen ze een huilend kind én een ontredderde oppas aan.

Als je ouder bent, dan kun je niet zomaar doen als deze oppas.
Je moet zelf aan de slag.
In de opvoeding komt er heel wat opruimen en schoonmaken bij kijken.
Je ruimt op van je eigen kinderen
en je maakt schoon bij je eigen kinderen wat je anders niet zo snel zou doen.
Soms moet je je erover heen zetten, maar je doet het toch.
Maar je kunt niet alles opruimen en schoonmaken.
Dat we niet alles kunnen opruimen en schoonmaken – dat wordt zichtbaar in de doop.
De doop heeft heel veel kanten:
dat je kind is opgenomen in het verbond met God,
het troostvolle dat je kind bij God mag horen bijvoorbeeld.
Het water dat bij de doop gebruikt wordt, laat ons zien
dat er ook iets bij ons moet worden opgeruimd en schoongemaakt,
van binnen in ons hart en dat kunnen wij bij onszelf niet
en dat kunnen we bij anderen niet, ook niet bij je kind.
De doop als besprenkeling laat zien dat de zonde in ons hart woont.
Naast het mooie dat de doop heeft, namelijk het bij God mogen horen van ons kind,
laat de doop ook zien, dat in ons hart een reiniging nodig is: de zonde weg uit ons hart.
Wij kunnen dat van onszelf niet doen, ook niet bij ons kind.
En ook het water van de doop wast die zonde niet weg.
Dat water wijst wel op iets anders waardoor we een schoon, een rein hart kunnen krijgen”:
door het bloed van onze Heere Jezus Christus.
Dat betekent: omdat Hij gestorven is aan het kruis,
kan ons hart gereinigd worden, van alles wat verkeerd is
van alles wat we fout gedaan hebben naar God toe en naar anderen toe.

Het verhaal over de voetwassing, dat we met elkaar hebben gelezen,
gaat ook over ons hart dat gereinigd moet worden en kan worden
omdat de Heere Jezus gestorven is aan het kruis.
Het is bijna Pasen en Jezus is met Zijn discipelen in Jeruzalem bij elkaar om te eten.
Alle discipelen zijn aanwezig, ook Judas is bij deze maaltijd aanwezig.
Het gaat niet gelijk over de maaltijd en wat er bij de maaltijd gebeurt,
dat Jezus opstaat om de voeten te wassen.
Het begint er eerst mee, dat Jezus weet dat Zijn moment gekomen is,
het moment dat Hij gearresteerd zal worden, ondervraagd,
Dat Hij meegenomen wordt naar een heuvel buiten de stad
met een kruis op Zijn rug
en Hij weet dat dit moet gebeuren, omdat Hij hierom op aarde gekomen is.
En Hij weet ook dat er Zijn dood aan het kruis niet het einde is,
maar dat Hij zal opstaan en zal teruggaan naar de Vader.
Er wordt ook verteld over de liefde die Jezus heeft
voor al de mensen die bij Hem horen,
liefde voor u, voor jou, voor de kinderen die gedoopt zijn
en dat die liefde in Hem is en Hem leidt naar het kruis.
Om te laten zien, dat die liefde in Jezus de kracht is,
die Hem voortdrijft op de weg naar het kruis, waarom Hij deze weg moest gaan,
maakt Jezus een gebaar, waardoor Zijn leerlingen voor altijd van die liefde weten,
geeft Hij een demonstratie waaruit die liefde naar voren komt,
zodat ook wij die liefde voor ons kunnen zien.
Om die liefde te demonstreren, staat Jezus op van de maaltijd
Hij doet Zijn bovenkleding uit en trekt een schort voor.
Als de Heere Jezus dat doet, zal er gelijk een complete stilte aan de tafel zijn geweest.
Geschrokken houdt iedereen op met praten: Wat gebeurt er nu?
Dat meen je niet!
Gespannen kijken ze naar wat Jezus doet:
Hij pakt water en doet dat in een schaal en gaat naar de eerste leerling toe
knielt bij de eerste discipel neer, neemt zijn voeten in de hand
en wast met het water uit de schaal de voeten schoon.
De voeten, die op zoveel plekken gelopen hebben:
door het stof van de straten, door de modder, door het afval wat buiten lag,
over de vloer van de wc en op andere plekken waar het niet echt hygiënisch was.
Geen wonder dat dit werk altijd was uitbesteed aan slaven,
het was een klusje waar bij je al je status verliest, als je dat moest doen.
Voeten wassen houdt: neerknielen bij iemand en erkennen dat die ander meerder is,
een betere positie heeft, het vuil en de viezigheid die aan de voeten vastzitten schoonwassen.
Zo gaat Jezus de kring rond: knielt neer bij Johannes en Andreas,
wast het vuil en de viezigheid van hun voeten,
knielt neer bij de andere discipelen: Thomas, Filippus, Nathanaël,
ook bij Judas knielt Jezus neer,
bukt zich bij deze discipel die zelf geen liefde meer voor Jezus kan voelen;
ook bij de discipel bij de weerzin in het hart leeft, aangestoken door de duivel,
wast Jezus de gorigheid van zijn voeten af.
Judas heeft vast de weerzin voelen toenemen:
Is dit nu een Heer, een Meester, die gezag moet uitstralen,
een man die goddelijke glorie uitstraalt?
Wat Jezus doet heeft Judas nog vastbeslotener gemaakt om Jezus te verraden.
Ook Judas is te geschokt om zijn voeten terug te trekken en op te springen.

Alleen Petrus doorbreekt de stilte die er is, omdat iedereen geschrokken toekijkt.
Petrus, hij kan niet toelaten wat hier gebeurt. Dit mag niet!
Petrus, hij protesteert fel, als Jezus bij hem neerknielt,
trekt zijn voeten terug en springt op: ‘U bent mijn Meester, U staat boven mij,
ik laat echt niet toe dat U bij mij doet.’
Jezus kijkt op naar Petrus: ‘PEtrus, je begrijpt nu nog niet waarom ik dit doe.
Maar binnenkort, als alles achter de rug is,
dan zul je begrijpen, waarom ik bij jou de voeten heb gewassen.’
Petrus wil deze waarschuwing niet horen,
zoals hij zo dadelijk ook niet de waarschuwing wil horen, dat hij Jezus zal verloochenen.
Petrus, als jij vol tranen naar buiten gegaan bent,
omdat je beseft dat je Mij verloochend hebt, dan zul je begrijpen
waarom Ik hier voor jou neerknielde om al het vuil van je voeten te wassen.
‘Nooit. Al ligt U een eeuwigheid voor mij geknield, ik zal het nooit toestaan
dat U mij de voeten wast, daarvoor heb ik U veel te hoog!’

Dan zegt Jezus iets onverwachts en dat raakt Petrus diep in zijn hart.
Jezus zegt: ‘Als Ik je voeten niet mag wassen, dan hoor je niet bij Mij.’
Met andere woorden, dan kun je helemaal niet over een eeuwigheid praten,
Want eeuwig leven is er alleen door Mij.
Hierdoor krijgt dit verhaal ook een link met de doop:
Want de doop laat zien, dat kinderen die geboren zijn
opgenomen worden in het verbond en bij Jezus horen.
En de doop geeft ook aan, dat we die band met Jezus niet mogen kwijt raken,
dat we vast moeten blijven houden in het geloof aan Jezus,
want anders raken we Hem kwijt.
De doop geeft ook aan, dat Jezus op aarde gekomen is, om ons te dienen,
want alleen zo kan Hij onze zonden afwassen en ons een rein hart geven.
Later begrijpen de discipelen pas wat Jezus wilde zeggen,
toen Hij van de tafel opstond en Zijn bovenkleren uitdeed.
Pas nadat Jezus was gekruisigd en gestorven, begrepen ze het.
Want wat Jezus hier doet, is dat Hij Zijn bovenkleren afdeed, aflegde,
en bij het kruis zagen ze hoe Jezus dat deed met Zijn leven,
wat Hij deed met de bovenkleren: Hij legde Zijn leven af.
Hij legde bovendien Zijn status af en de bijzondere positie die Hij had
en toen Jezus was opgestaan en weer aan hen verschenen was,
begrepen ze dat dit het plan van God was.
Omdat Jezus hen gediend heeft, aan het kruis: daar was Hij de slaaf,
op de laagste positie, om de vuilheid van onze zonden af te wassen.
Om ons te reinigen.
Dat kan alleen als je bij Jezus hoort, met Hem verbonden bent.

Er begint bij Petrus iets te dagen:
Zorgt dat wassen van de voeten dan ervoor dat ze bij Jezus horen?
Is dat de manier waarop Jezus nog eens benadrukt dat ze van Hem zijn,
de Zijnen die Jezus liefheeft?
Nou, dan moet het helemaal.
Dan is het te weinig als Jezus alleen zijn voeten wast.
Petrus wil dat grootse gebaar van Jezus, waarin Jezus zich klein maakt,
met een even groots gebaar beantwoorden,
want Petrus wil niet van Jezus losraken.
Zou dat nog in deze nacht gebeuren dat hij Jezus verloochende,
dat Petrus zelf de band met Jezus zal verbreken?
Nu zegt hij nog: Ik wil helemaal voor U gaan,
Ik denk er niet over om bij U weg te gaan.
Zonder U heb ik geen leven.

Ook hier weer een verrassende reactie van Jezus:
Nee, Petrus, nu draaf je door en je begrijpt nog niet wat ik doe.
Het is niet het gebaar van voetwassen waardoor je bij Mij hoort,
dat is iets extra’s; Jezus doet dat ook bij Judas ook,
die al helemaal van Jezus is losgeraakt en door de duivel wordt beheersd.
Je hoort al bij Mij, zegt Jezus.
Jezus zegt het nog sterker: Je bent al rein. Je bent al schoongewassen.
Want er is al iets met je gebeurt.
Dat helemaal gewassen worden is al gebeurd.
Jezus gebruikt een woord dat elders wordt gebruikt om de doop aan te geven:
een bad waarin je helemaal ondergaat en heel je lichaam gewassen wordt.
Het accent ligt hier niet op de doop, maar het speelt wel mee.
Dat verbonden zijn met Jezus gebeurt door geloof:
Als je gelooft in Jezus, dan ben je met Hem verbonden.
En de doop is dan  het moment waarop aangegeven wordt: nu hoor je bij Jezus.
Omdat je naar Mij geluisterd heb, toen ik je riep, daarom hoor je bij Mij.
Dat is ook een van de redenen, waarom we kinderen dopen
en niet pas wachten tot ze zelf de keuze maken:
Omdat Jezus eerst is: niet alleen dat Hij ons eerst roept,
maar ook omdat Zijn weg naar Golgotha al gebeurde voor wij geboren werden
En Hij daar op Golgotha voor ons stierf.
Wat Jezus hier al laat zien door Zijn mantel af te doen en neer te knielen
om de voeten te wassen.
Dat gebaar, die overgave, is de basis en wie dat gelooft is met Jezus verbonden:
Zijn dood aan het kruis.
Dat hoeft maar één keer te gebeuren.
De basis is gelegd en dat wordt ook in de doop gezegd: de basis is gelegd.
We hoeven het alleen maar te beamen, maar dat moeten we dan ook wel doen!
Het wassen van de voeten is voor Petrus nodig,
omdat hij op korte termijn zelf de band doorsnijdt en zegt Jezus niet te kennen.
Niet bij Jezus wil horen.
De voeten wassen: dat is de vergeving van onze zonden,
die mogelijk is omdat we bij Jezus horen, geroepen zijn en geloven.
Voor Petrus, voor ons, elke keer weer opnieuw hebben we het nodig dat onze zonden vergeven worden en dat we van binnen gereinigd worden.

Je hebt vanmorgen de belofte afgelegd om dat ook aan je kind te vertellen.
Allereerst dat je bij Hem hoort en dat die vergeving er ook voor hen is.
En als je bij jezelf denkt, of als je je kind dat hoort zeggen:
Daar kom ik weer, ben ik weer tekortgeschoten naar God toe,
of mijn hart, daar is het zo’n puinhoop, daar is het goed mis,
kan ik dat God echt wel laten vergeven, wil Hij dat wel
als ik komende week weer de mist in ga,
weer jaloers wordt, of driftig, of nonchalant in het dienen van God?
Ja, want Jezus stond op om de voeten te wassen: de basis was er al,
die verbondenheid met Jezus, dat je bij Christus hoort,
De belofte die Hij in de doop meegeeft, die je mag, die je moet geloven,
zodat die verbondenheid er ook blijft.
Want er komt in de doop nog een belofte bij: van de Heilige Geest.
Hij zal in jullie harten werken, in de harten van deze kinderen,
Bezig om hen bij Christus te brengen, te houden,
om hen geloof en liefde voor Jezus te geven,
om hen te laten zien dat zij zonder die vergeving en reiniging niet kunnen.
Wij kunnen die vergeving niet geven, wij kunnen die kinderen die gedoopt zijn
niet van binnen reinigen en ook de doop doet dat niet.
Wie dat wel doet, is Christus
en de doop geeft aan dat Hij dat van harte wil doen
om ook aan deze kinderen die gedoopt zijn het eeuwige leven te geven.
Vertel je kinderen daarover en geloof het zelf ook met heel je hart.
Wees ook bereid dat Jezus bij jou de voeten wast
en doe niet als Petrus, die zei dat het niet nodig was om Hem te dienen.
Maar omarm het, leef eruit, leef het je kinderen voor,
zodat zij er iets van begrijpen, waarom de Heere Jezus gekomen is
en waarom zij gedoopt zijn:
om hen bij Jezus te brengen en om hun zonden te vergeven,
Een reiniging van het hart, zodat ook zij rein zijn en helemaal van God zullen zijn.
God zal altijd voor je zorgen,
Nu en alle dag van morgen. Hij vergeeft jou zonden, groot of klein.
Leg je leven in zijn hand, Dan zul je voor altijd veilig zijn Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s