Preek biddag 2017 avonddienst

Preek biddag 2017 avonddienst
Johannes 16:16-33
Tekst: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven (vers 23b).

Thema: Jezus draagt op om te bidden in Zijn Naam
(1) We zien Hem niet (niet zichtbaar)
(2) Toch is Hij er (wel aanwezig)
(3) We weten dat Hij komt (in aantocht)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

(1) Introductie: Jezus draagt op om te bidden in Zijn Naam
We hebben vandaag biddag, omdat bidden erg belangrijk is voor ons leven met de Heere.
Wij kunnen niet zonder gebed.
We hebben het gebed nodig voor onze relatie met God,
om tegen Hem te vertellen wat ons bezighoudt,
en om omgekeerd te horen wat Hij ons wil zeggen.
We hebben het gebed nodig voor alles wat wij hier op aarde nodig hebben.
Voor alle kleine en grote dingen die we nodig hebben hier in dit leven:
Als je ‘s morgens wakker wordt en aan tafel zit voor het ontbijt (als je daar tijd voor hebt),
ga je eerst bidden. En waar bid je voor?

Je bidt om een zegen voor het eten
en dat gebed om een zegen voor je eten, maakt je bescheiden,
Want je weet dat hoe hard je ook werkt, je dit eten allereerst aan de Heere te danken hebt,
dat is de zorg van de hemelse Vader voor jou, voor ons.

Je bidt om een zegen voor de dag,
want je kunt allerlei plannen hebben, maar je weet niet wat de dag brengt.
Je weet niet of je gezond en bewaard thuis zult komen,
je weet niet wat je onderweg allemaal tegenkomt.
Het maakt je bewust, dat je het leven niet in eigen hand hebt
en in het gebed vraag je om Gods zorg en zegen voor deze dag.

Je bidt om een zegen over je werk.
Want dat je de kracht en de motivatie hebt om te werken,
heb je niet uit jezelf, ook al ben je gezond of heb je goed geslapen.
De kracht die je hebt, krijg je van de Heere.
En wat je nodig hebt aan kennis, aan wijsheid,
je hebt dat wellicht paraat, vanwege je opleiding of je ervaring, omdat je inzicht hebt.
Ook dat hebben we van God ontvangen,
als een talent dat we mogen gebruiken.
En het werk dat we hebben, is niet alleen maar een werk,
maar is ook een roeping, zelfs het meest eenvoudige werk is dienstbaar aan Gods koninkrijk.
Je doet het niet alleen voor je portemonnee, voor je baas, voor de klant, maar ook voor God.

Je bidt dat je zelf tot zegen mag zijn.
Want deze dag zul je weer heel wat mensen tegen komen,
met wie je samenwerkt, voor wie je werkt.
Je bidt dat je in wat je doet voor anderen tot zegen mag zijn, in je werk,
maar ook in je houding, in hoe je tegen anderen doet,
dat je daarin iets van Gods barmhartigheid en liefde mag uitstralen.
Daar bid je toch om voor de dag begint?
En dat je zorgvuldig bent als je over anderen praat.
Dat je niet een roddel de wereld in helpt, die niet waar blijkt te zijn of aangedikt.
Dat je niet te snel met een bepaald oordeel over de ander komt,
maar vanuit bewogenheid en geduld de ander benadert.

In een voorbeeld van een gebed aan het begin van de dag
kunnen we al zien dat we niet zonder gebed kunnen.
Elk moment van de dag hebben we gebed nodig.
Het hoeft helemaal geen lang betoog te zijn, geen lange toespraak naar God toe.
Het kan heel beknopt en eenvoudig, het mogen ook elke morgen dezelfde woorden zijn.

Niet alleen voor onszelf is het gebed belangrijk.
De Bijbel houdt ons steeds voor, dat het gebed ook voor God belangrijk is.
Dat de Heere ons dat als een opdracht geeft
om tot Hem te komen in gebed met alles wat ons bezighoudt.
Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.
Dat heeft niet de betekenis van: mocht je God nog eens nodig hebben,
ooit eens een moment waarop je er zelf niet uitkomt.
Nee, een dagelijks contact met God.
En niet als allerlaatste redmiddel, als je er zelf niet meer uitkomt en niet meer weet hoe.
Nee, voordat je iets gaat doen, aan het begin van de dag,
of voordat je gaat eten,
aan het eind evan de dag als je de dag nog eens doorneemt met de Heere,
of tussendoor als je voor een grote beslissing staat.

Zo’n gebed doen we niet alleen, omdat wij dat nodig hebben,
maar ook omdat de Heere dat van ons vraagt.
Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.
En daarmee zijn we bij het thema van deze preek:
Jezus draagt ons op om te bidden in Zijn Naam.
Dat is een permissie die Hij ons geeft, een toestemming die Hij ons verleent,
om naar de Vader te gaan en in ons gebed de Naam van Christus te gebruiken
om ons gebed bij de Vader te brengen.
Het is een permissie, een toestemming: doe het maar, het mag! Maak er gebruik van!
Het gaat nog verder: het is ook een opdracht.
Doe het in Mijn Naam. Laat het gebed niet achterwege.
Wie bij Christus hoort, kan en mag het gebed niet achterwege laten.
Wie niet bidt, laat toch iets na, terwijl de Heere Jezus ons dat opdraagt, ons gebiedt.
(2) We zien Hem niet
Hoe zou dat nu komen, dat deze opdracht er zo makkelijk erbij inschiet,
dat we zo snel nalaten, wat de Heere Jezus ons opdraagt.
Waarbij het nalaten van deze opdracht ook nog eens grote schade voor ons geloof heeft.
Zou dat ermee te maken kunnen hebben
met wat de Heere Jezus hier tegen Zijn discipelen zegt over Zijn afscheid:
een korte tijd en ze zullen Hem niet meer zien?
Zou het ermee te maken kunnen hebben
dat we doordat we Christus niet meer voor ons zien,
dat we daardoor ook het idee hebben dat Hij ver weg is? (punt 1)
Tegen de discipelen spreekt de Heere Jezus over het afscheid dat er aan komt,
omdat Hij teruggaat naar de Vader.
Dat weggaan kan op twee momenten slaan:
(1) Dat weggaan kan betrekking hebben op het kruis op Golgotha, op Zijn sterven.
Nog dezelfde avond waarop Jezus deze woorden spreekt,
zal Hij worden gearresteerd, zal er een proces volgen
en de volgende dag zal Hij al worden gedood aan het kruis.
Dat de Heere Jezus Zijn sterven op het oog heeft,
kunnen we opmaken uit vers 20, waarin Hij zegt tegen de discipelen
dat zij door de afwezigheid van Jezus verdriet zullen hebben, zullen huilen en weeklagen.
Daarentegen zal de wereld vrolijkheid hebben, blij zijn met de afwezigheid van Jezus.
Dat zal niet lang duren, zegt Jezus,
want op de dag van de opstanding, nog geen 3 dagen later,
zal het verdriet van de discipelen voorbij zijn,
want dan zal Jezus weer levend in hun midden zijn.

(2) De tijd dat we Jezus niet meer zien,
kan ook te maken hebben met de tijd waarin Jezus in de hemel is.
Hij zal naar de Vader gaan en Zijn discipelen achter laten op aarde.
Dat is de tijd waarin de kerk zich bevindt:
de tijd tussen Jezus’ aanwezigheid op aarde en Jezus’ wederkomst.
We kijken terug op Zijn aanwezigheid en we kijken vooruit naar Zijn komst.
Die tussentijd is geen makkelijke tijd.
De Heere Jezus vergelijkt het met een vrouw die bijna gaat bevallen.
Het gaat niet zozeer op de lichamelijke pijn, die een vrouw moet doormaken,
maar meer de spanning en de bezorgdheid die een vrouw heeft.
Het tegen de bevalling opzien, omdat een vrouw weet dat het een heel gebeuren is
dat niet zomaar even gedaan wordt.
Een spannend moment, ook nu nog,
Vroeger werd er wel gezegd: bij de bevalling sta je als vrouw met één been in het graf.
ook al is de zorg rondom de bevalling verbeterd,
het is een gezegde die nog steeds geldt.
Enkele dagen voor de bevalling van onze eerste begon mijn moeder opeens
allerlei horrorverhalen te vertellen over wat er allemaal mis kan gaan bij de bevalling.
Het was goed bedoeld, om een bepaalde voorbereiding mee te geven.
Maar het kan ook de spanning verhogen.
Die spanning, die bezorgdheid die er kan zijn vlak voor een bevalling,
Waarbij je pas gerust bent als alles achter de rug is
en het kind gezond en wel geboren is, dat is wat de Heere Jezus bedoelt.
Dat is ook de tijd waarin we als kerk ons bevinden.
waarbij die spanning vlak voor de bevalling staat voor de tijd vlak voor de wederkomst.
Het is geen makkelijke tijd, voorspelt Jezus
en je zult als gelovige het idee hebben dat, omdat Jezus niet zichtbaar is,
Hij er niet is om Zijn kerk op aarde te beschermen,
dat Hij er niet is om de juiste weg te wijzen in deze tijd,
waarin juist zoveel leiding door Christus zelf nodig is.

Er wordt wel het onderscheid gemaakt tussen de kerk hier op aarde
en de kerk die al in de hemel mag zijn.
De kerk hier op aarde is de strijdende kerk
en de kerk in de hemel de overwinnende, de triomferende kerk.
Met de strijdende kerk wordt niet zozeer een heldhaftige kerk bedoeld,
die later in als de gelovigen in de hemel zijn vol trots kunnen kijken
op wat zij op aarde allemaal hebben behaald, wat ze hebben gepresteerd.
Integendeel: strijdende kerk betekent dat de kerk een harde strijd moet voeren
en vaak het idee heeft in die strijd ten onder te gaan, het niet te redden.
En de strijd moet gevoerd worden tegen de duivel,
moet gestreden worden tegen wat er in de wereld is aan verleidingen, aan andere inzichten,
aan ongeloof en twijfel dat je kan aangrijpen en ook doen wankelen,
de strijd gaat ook tegen jezelf, omdat we soms ook maar toegeven en onderuit gaan.

In het gebed na de doop bidden we:
onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus leven en moedig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk strijden en mogen overwinnen.  Dan zullen zij U en Uw Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest, de enige en waarachtige God, eeuwig loven en prijzen.
Maar hoe vaak gebeurt het niet, dat we niet winnen, of zelfs helemaal niet strijden.
De strijdende kerk heeft het gevoel de verliezende kerk te zijn,
het maakt beschaamd: we brengen er niets van terecht, niks geen triomf.
terwijl de wereld vol vrolijkheid is en lacht en zich geen zorgen maakt,
is het de kerk die zich zorgen maakt, de gelovige die het moeilijk heeft,
vertwijfeld kan raken, gespannen kan worden als een vrouw die voor de bevalling staat:
zal het goed gaan, zal er iets moois komen of gaat het mis en zal ik groot verlies hebben?

Zou dat de reden zijn waarom het zo moeilijk is om het gebed als middel te gebruiken
om naar God toe te gaan, om ons geloof te versterken.
Want Jezus zegt wel dat we in Zijn naam moeten bidden,
maar als Hij niet zichtbaar is en als er gestreden moet worden
en je hebt het idee dat je er alleen voorstaat,
dat kan moedeloos maken, verlammend werken.
Bidden in Jezus’ naam en aan de Vader vragen wat we willen?
Daar komt in onze moedeloosheid en zwakten zo weinig van terecht.


(3) Toch is Hij er
En daar is juist die opdracht van Christus voor: de opdracht in Zijn naam te bidden.
Want Hij is dan onzichtbaar, maar Hij is niet afwezig.
Hij heeft niet de boel de boel gelaten,
maar is op een andere manier aanwezig dan toen Hij zichtbaar op aarde rondwandelde.
Hij is nu door de Geest in ons midden
En al is Hij in de hemel bezig – plaatsbereiding, voorspraak  bij de Vader –
Hij heeft Zijn betrokkenheid op de aarde niet afgebouwd en verminderd.
Vraag in Mijn Naam: dat betekent dat Christus tegen ons zegt dat Hij bereikbaar is.
Ook al zijn wij op aarde, we zijn toch met Hem verbonden.
En dat is nu juist wat het geloof uitwerkt: die verbondenheid met Christus.
Dat is wat voor Johannes nu net het geloof is (en ook voor Paulus trouwens)
dat je betrokken bent op Christus, ook letterlijk.
Een hoofdstuk eerder wordt het voorbeeld gebruikt van de wijnstok en de rank:
wij zijn de tak die aan Christus die dan de plant is vast zitten.
Wat er tot ons komt is de Heilige Geest, zoals een plant de sappen doorgeeft aan de takken.
Bidden in Jezus’ naam is heel dichtbij, de Heer met wie we verbonden zijn,
die aan ons Zijn Geest doorgeeft, zoals een boom aan de tak de sappen doorgeeft.

We moeten het nog letterlijker nemen: bidden in de naam van Jezus
betekent een werkelijkheid instappen waar Christus is.
Ook al zijn we hier op aarde, we kunnen toch die werkelijkheid binnenstappen,
zoals je straks je huis binnenstapt, om daar te wonen, koffie te drinken, te slapen,
Te leven, thuis te zijn.
Zo stappen we in het gebed de wereld van Christus binnen, als we bidden in Jezus’ naam.
Bidden in de naam van Jezus betekent: een ruimte binnenstappen waarboven staat Christus.
Waar vanuit de hemel al Zijn macht wordt gemerkt.
De kerk is ook een ruimte waar Christus op de gevel staat, waar Hij is,
Waar we binnen kunnen stappen om er te zijn waar Hij is – letterlijk: in Jezus’ naam.
De Naam van Jezus als een huis om er te wonen.
En dat is niet de enige plek waar Hij op aarde woont en is.
Overal waar Zijn Naam wordt uitgesproken, is die plek er.
En ook waar we die Naam niet kunnen uitspreken, daar kan toch zijn
en kunnen we die ruimte binnenstappen die Zijn naam is
of anders gezegd: daar plaatst Hij Zijn Naam als een ruimte, een huis over ons.
De Naam van Jezus als een plek om naar toe te gaan, er te zijn, te schuilen, te wonen.
Ook al is Hij niet zichtbaar, maar wel aanwezig.
De Naam des Heeren is een veilige toren.

En die veilige toren zullen we nodig hebben.
De strijdende kerk, dat kan immers vervolging inhouden.
De Heere Jezus kondigt dat aan: jullie zullen uiteengedreven worden.
Dat kan betekenen dat je voor je geloof in de gevangenis komt, waar je niet meer wegkomt.
Ook daar is die ruimte er: kun je bidden in Christus’ naam.

Dan wordt ook duidelijk wat Jezus bedoelt met dat we alles mogen vragen in Zijn Naam.
Dat betekent: alles wat wij nodig hebben om die verbondenheid te houden met Christus,
zodat onze tak niet afbreekt van Christus, niet door gemakzucht, niet door druk of vervolging.
Alles bidden in Zijn Naam houdt in: Heere, bescherm mijn geloof, dat zo kwetsbaar is,
Dat vergeet U te zoeken en met U verbonden te blijven,
dat vergeet om Uw Geest op te nemen, in te drinken als water des levens.
Alles bidden in Zijn Naam betekent ook: bidden dat er meer mensen geloven,
meer mensen aan Christus vastgemaakt worden.
Dat Gods koninkrijk uitgebreid wordt.

Kun je dan nog wel bidden voor je werk, zoals we vandaag doen?
Moet je dat dan niet op de tweede plek zetten?
Moet dan het maar niet meer hebben over ons werk
omdat dat iets van die tussentijd is en daarom van minder belang?
Nee, ons werk kan juist in de dienst van God staan,
ook als er geen duidelijke relatie met het geloof te leggen is.
Of dat nu eenvoudig werk is of gecompliceerd werk is dat je niet aan anderen kunt uitleggen,
of het nu eentonig werk is, of dat het werk is waar je je creativiteit kunt ontplooiien,
of het nu werk is waarvan het nut direct zichtbaar is,
of dat je je afvraagt welk nut je werk heeft,
het kan allemaal door God worden gebruikt in Zijn zorg voor deze wereld,
in de weg die Hij gaat met deze wereld, tot Zijn doel,
de dag waarop de Heere Jezus in alle heerlijkheid verschijnt.
Zonder dat we er ons van bewust hoeven te zijn kan God ons in schakelen.
Dat kan zelfs als we aan ons werk helemaal niets goeds beleven,
dat we er op afknappen, of gefrustreerd door raken.
Daarom mogen we ook om een zegen bidden voor ons werk,
want ons werk kan een bijdrage zijn aan de komst van Gods koninkrijk
en een gebed om de zegen over ons werk is niet minder
dan een gebed waarin we bidden: uw koninkrijk kome.
Wanneer we serieus bidden om die zegen en ook zo leven
dat we in ons werk gezegend kunnen zijn en door ons werk anderen tot zegen kunnen zijn
dan is ons gebed om een zegen over ons werk gelijk aan het gebed uw koninkrijk kome.
Want met een zegen over ons werk bidden wij dat ons werk,
wat uit onze handen komt, wat door ons gedaan wordt, onder die Koning mag staan.
en alles wat wij doen, zelfs ons gewone dagelijkse bestaan, ons werk,
onze zorg om eten te hebben, iets voor God mogen betekenen,
iets mogen betekenen voor de uitbreiding van Gods koninkrijk.

Daarom spoort Christus ons aan om te bidden, om te bidden in Zijn Naam,
zodat ook het gebed voor onze dagelijkse benodigdheden
een gebed wordt om de komst van Gods koninkrijk
en dat wij als wij om een zegen bidden over ons werk, over wat wij nu doen,
al in het teken staat van het koninkrijk van God dat komt.
We doen misschien niets anders, maar het kader, het perspectief is anders:
de komst van Gods koninkrijk.

(4) We weten dat Hij komt
Want daar heeft de opdracht van Jezus mee te maken:
met die dag waarop de Heere Jezus terugkomt om Hier Zijn Koninkrijk te brengen.
Dat is wat de Heere Jezus stelt tegenover al die spanning, die zorgen, die aanvechtingen
die er kunnen zijn omdat de Heere Jezus niet zichtbaar aanwezig is.
Er komt, zegt Hij, een dag waarop Ik weer zichtbaar in jullie midden aanwezig zal zijn.
Dat zal een geweldige dag zijn.
en Hij voegt eraan toe: dat Koninkrijk komt dan pas volledig,
maar nu al is er, niet altijd direct zichtbaar, niet altijd direct merkbaar,
maar het is er wel: iets van het Koninkrijk van God.
Jezus spreekt ons moed in: Heb goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen.
Wij zijn de strijdende kerk, die geregeld falen, het verkeerd doen,
soms gelukkig door de Geest ook iets goeds,
maar wij hebben de Heere aan onze zijde, die aan het kruis reeds de overwinning behaalde,
die uit het graf opstond, die naar de hemel ging,
om vandaar, aan de rechterhand van de Vader, te regeren.
Bidden in Zijn Naam, is jezelf verbinden met die Overwinnaar,
is vooruitkijken naar die dag waarop Hij komt,
is toch weer moed vinden, moed ontvangen door Hem,
kracht om te bidden.

Daarom is het gebed nodig: voor onszelf,
om daardoor het geloof te voeden, om het weer te weten, dat Christus nu al regeert,
en dat Hij over enige tijd zal komen op deze aarde, zal terugkomen.
Daarom is het belangrijk om het gebed niet te verwaarlozen,
maar het contact steeds te zoeken.
Neem daarom elke morgen, voor je de dag begint, één minuut de tijd,
om die zegen te vragen,
om te vragen of jijzelf ook, door wat je doet en wie je ben, een zegen mag zijn
om te vragen of jij, in wat je doet, dienstbaar mag zijn aan Gods koninkrijk
dat er helemaal, volop zichtbaar zal zijn als Christus terugkomt.
Om te vragen om de komst van Christus: uw koninkrijk kome.
Jezus zegt: Als je dit bidt in Mijn Naam, zal Mijn Vader het geven.
Dat is de belofte waarmee we kunnen bidden, waarmee kunnen leven,
waardoor we het kunnen volhouden, in de strijd op aarde,
tot we getuige mogen zijn van de komst van Hem die overwonnen heeft.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s