Biljarten om half tien

Biljarten om half tien (Heinrich Böll)

Met
Biljarten om half tien schreef Heinrich Böll een indrukwekkende en zeer gelaagde roman over innerlijke emigratie en staande blijven in een militaristische samenleving. Onlangs herlas ik deze roman weer en opnieuw was dat voor mij een intense leeservaring.

In Biljarten om half tien staat de familie Fähmel centraal, waarvan alle leden dubbel onder het militarisme van het Hindenburg-tijdperk en en nazi-regime hebben geleden, omdat degenen die hen door het militarisme leed hebben aangedaan in het naoorlogse Duitsland een toonaangevende maatschappelijke positie hebben bereikt. Zonder dat ze inzicht hebben getoond van wat ze in de voorgaande periode hebben veroorzaakt. Ze kunnen hoofd van de politie worden of zelfs in aanmerking komen om minister te worden.

De roman speelt zich af op één dag: zaterdag 6 september 1958. Dit is de dag waarop de pater familias zijn tachtigste verjaardag viert. Het is ook de dag, waarop de patronen,  waarmee de afzonderlijke familieleden zich tijdens het militarisme en het naoorlogse Duitsland op de been houden, verstoord raken of verbroken worden. De roman begint ermee dat Robert boos is, dat iemand hem is komen storen tijdens zijn gebruikelijke anderhalf uur biljarten, waarmee hij stipt om half tien begint. De roman eindigt ermee dat de oude Fähmel zijn decennialange gewoonte om op hetzelfde tijdstip in hetzelfde restaurant Café Kroner hetzelfde ontbijt te nuttigen beëindigt. Hij beseft dat hij met dit verbreken van het patroon ook zijn standbeeld onderuithaalt dat de gemeenschap wil plaatsen en dat is ook zijn bedoeling. Het is de dag waarop Schrella na jaren weer terugkomt, waarop Hugo door de familie Fähmel geadopteerd wordt. Het is de dag waarop Jozef Fähmel ontdekt dat zijn vader de abdij, die zijn grootvader, de oude Fähmel, heeft ontworpen en laten bouwen, heeft opgeblazen. Het is de dag waarop het georganiseerde feest in Café Kroner wordt afgezegd, omdat de oude moeder, die in een inrichting is opgenomen, haar diep gekoesterde wens om een representant van het militarisme neer te schieten, uitvoert.
Het jaar 1958 is een bijzonder jaar, omdat de oude mevrouw Fähmel nog een artikel uit de nazitijd herinnert die zich denkbeeldig in dat jaar afspeelt, over een Duitse boer met zijn gezin die een boerderij aan de Wolga heeft. Maar zij is opgenomen in een inrichting, dus niemand hoeft zich iets van haar fijngevoeligheid en inzichten aan te trekken.

De opgang van de familie Fähmel in de stad begint ermee als een jonge, dan nog vrijgezelle architect een wat uitzonderlijk ontbijt bestelt in Café Kroner en aangeeft dat voortaan te komen nuttigen op hetzelfde tijdstip. Daarmee begint hij met het creëren van zijn eigen legende. Het is zijn spel om het uit te houden in een militaristische samenleving. Hij doet mee aan een prijsvraag voor het ontwerp van een nieuwe abdij in de buurt. Tijdens zijn diensttijd, als hij voor het leger gebouwen moet ontwerpen en bouwen, gaat hij uit verveling een ontwerp maken voor die nieuwe abdij. Hij daagt daarbij twee bekende kerkarchitecten uit, die naar zijn idee troosteloos bouwen. Met zijn ontwerp wil hij bouwen aan een nieuwe toekomst van Duitsland, zijn impliciete poging het militarisme en de hiërarchische samenleving te doorbreken. In zijn ontwerp neemt hij namelijk mee dat er geen scheiding is tussen de broeders en de monniken en de abt als primus inter pares zal zijn. Met dit ontwerp wint hij en de abdij wordt onder zijn leiding gebouwd.

Nadat hij zich in de stad gevestigd heeft, trouwt hij met een dochter uit een aanzienlijk geslacht. Deze dochter verliest twee van haar broers bij een slag in de Eerste Wereldoorlog waarmee het vroeger zo aanzienlijke geslacht Kilb uitsterft. Zij heeft een grondige hekel aan het militarisme en aan degenen die zich daardoor laten meeslepen. In de Eerste Wereldoorlog durft zij in het openbaar de keizer en Hindenburg een nar te noemen. Dat is zo onvoorstelbaar, dat niemand het haar na durft te zeggen. Ook niet in het proces dat tegen haar wordt aangespannen. De tragiek is dat de kinderen wel opgroeien in een militaristische cultuur en daarmee besmet worden. Ze leren als kind gedichten over Hindenburg, wat de moeder verbiedt. De 7jarige Heinrich sterft in 1917 en het laatste woord komt uit dat gedicht: Hindenburg. Eén zoon blijkt geen weerstand te kunnen bieden aan het militarisme: Otto. Hij wordt daardoor besmet. Hij wordt een vreemde voor zijn eigen familie, omdat hij eet van het sacrament van de buffel en is zelfs in staat om zijn familie aan te geven. Hij sneuvelt in de oorlog. Extra wrang is, dat zijn moeder van hem zwanger was, toen zij de keizer en Hindenburg een nar noemde en de zwangerschap van haar wordt gebruikt als een excuus voor haar labiele situatie, waardoor ze haar straf ontloopt.

De andere zoon, Robert, wil zich niet laten meeslepen door het militarisme. Hij weigert om te eten van het sacrament van de buffel. Hij heeft een oog voor onrecht dat wordt aangedaan. Een weerloze klasgenoot, Alfred Schrella, die tijdens de veldsport kastiën wordt mishandeld door de bal hard tegen hem aan te gooien, wordt door hem gered. Hij wordt uitgenodigd voor een bijeenkomst, waar hij het tegenovergestelde leert: het sacrament van het lam. Omdat hij goed in formules is, fabriceert hij een bom, die gebruikt wordt als wraak tegen de gymleraar. De aanslag mislukt en Robert moet vluchten. Op voorspraak van zijn moeder, de enige keer dat zij een knieval voor het militarisme maakt, mag hij weer thuiskomen. Hij heeft dan inmiddels een kind bij Edith Schrella, de zus van Alfred. Omdat hij goed is in formules, wordt zijn straf kwijtgescholden en moet hij in dienst. Hij komt in dienst van een generaal, die alle zicht op de werkelijkheid is kwijtgeraakt en veel gebouwen in zijn omgeving laat opblazen, alleen maar om schootsveld te krijgen. Robert werkt hieraan mee, uit wraak op het militarisme.


In de laatste dagen van de oorlog blaast hij de abdij die door zijn vader gebouwd is op. Een daad die niet begrepen wordt door de Amerikaanse officier die hem ondervraagt. Voor zijn familie blijft dit geheim verborgen, tot die 6e september als zowel zijn vader als zijn zoon ontdekken dat Robert de abdij heeft laten opblazen. De reden waarom hij die abdij heeft laten opblazen is dat de monniken het SS-lied Es zittern die morschen Knochen hebben gezongen tijdens een kampvuur en daarmee het sacrament van de buffel hebben aangeboden. Na de oorlog neemt Robert nog twee keer wraak op wat er in de oorlog gebeurde. Twee keer maakt hij een rekenfout met betrekking tot de belasting. Een van de rekenfouten heeft betrekking op de Wilhelmsgracht, waar Robert door Nettlinger is gemarteld.
Roberts manier om het militarisme te ontlopen is om te denken in formules en door een strak geordend leven. Dat is zijn innerlijke emigratie. Er is er maar één, die hem kan bereiken in zijn innerlijke emigratie en dat is Edith. Edith wordt de moeder van zijn kinderen Jozef en Ruth. Edith komt in de oorlog om als het huis van de familie Fähmel wordt getroffen door een bom en Edith omkomt.

De oude Fähmel blijft koud onder de ontdekking dat zijn zoon de abdij heeft opgeblazen. Hij zou al zijn bouwwerken wel kwijt willen raken als hij degenen die overleden zijn, zoals zijn schoondochter Edith, terug zou kunnen krijgen. Ook wil hij geen standbeeld, omdat hij zijn zoon Otto niet heeft kunnen behoeden voor het militarisme. Hij weet dat de gemeenschap een standbeeld voor hem wil oprichten, maar hij krijgt er steeds meer weerzin tegen, omdat hij beseft dat hij te weinig heeft gedaan om zijn gezin te beschermen tegen het sacrament van de buffel. Hij had zijn handen vol om zichzelf te beschermen tegen dat militarisme. Alleen door een leven als een soort spel wist hij het vol te houden. Hij wil geen monument, ook geen monument in de vorm van stenen, zoals een herbouwde abdij.

Zijn vrouw heeft dit waarschijnlijk ook gemerkt dat de monniken niet weerbaar waren tegen het sacrament van de buffel. Tijdens de oorlog deelt ze alles wat ze van de abdij kreeg onder de armen uit, zodat de eigen kleinkinderen weinig te eten zouden krijgen. Zou dat voor de grootmoeder ook een weerzin tegen de monniken die van het sacrament van de buffel hebben gegeten, terwijl ze wisten dat er een ander sacrament is: het sacrament van het lam? Omdat zij dit eten bij de kleinkinderen weghoudt, wordt zij naar een inrichting weggebracht, maar vindt dat zij minder gek is dan degenen die van het militarisme houden en na de oorlog daar nog niet van genezen zijn. Vol wraak is zij om de personen die het militarisme haar gezin hebben binnengebracht neer te schieten. Na de oorlog wreekt zij zich uiteindelijk toch: het is de moord op het fatsoen. Omdat de oude patronen doorgaan en de militaristen hun invloed blijven behouden.
De familie Fähmel is onbuigzaam geweest. De familieleus, die overgenomen is van de familie Kilb is: Vol is uw rechterhand van geschenken. Deze leus staat voor de onbuigzaamheid, het verzet; de familie laat zich niet omkopen en eet niet van het sacrament van de buffel.

De roman is zeer gelaagd, onder andere door de vele toespelingen op het eten van het sacrament van de buffel (het militarisme) en het sacrament van het lam (kwetsbaarheid en weerloosheid). Alfred zegt tegen Robert dat hij door Nettlinger en anderen wordt getreiterd en gemarteld omdat hij niet kan eten van het sacrament van de buffel. Hij is een lam. Robert wil geen lam zijn, maar belooft vanwege Edith nooit van het sacrament van de buffel te eten. Hij wil geen lam zijn, maar kan volgens Alfred wel een herder zijn, die de schapen hoedt. Als Robert aan zijn moeder denkt, die op zaterdagavond de tafel dekt, moet hij denken aan haar Weid-mijn-lammeren-stem. Hugo, de jongen uit het hotel in wiens nabijheid Robert altijd om half 10 biljart, lijkt op het lam Gods. Hij wordt geadopteerd door de familie omdat zijn gezicht op dat van Edith lijkt. Er is ook een wat bizarre passage over een cultus van het lam. Dan wordt het sacrament van het lam heel letterlijk genomen. Alles wat van een lam afkomstig is wordt verheerlijkt.

In deze maatschappij waarin de oude patronen gewoon doorgaan, alsof er geen verschrikkelijke oorlogen zijn geweest en geen geliefden te betreuren zijn, breekt de familie Fähmel met het eigen patroon. Dat patroon was voor hen een innerlijke emigratie, om het vol te houden en niet besmet te worden. Het is hun manier om te spotten met het militarisme en de hardnekkigheid van die oude patronen. Hun daad van  verzet. Opnieuw een daad van verzet. Subtiel en impliciet een daad van verzet, zoals zij dat eerder ook deden. Ook de hoop breekt subtiel door: in de glimlach van de oude Fähmel, die het lachen was verleerd. In de ironie waarmee de oude Fähmel de taart in de vorm van de abdij, bedoeld als eerbetoon, aansnijdt, wetend dat hij zijn eigen monument in stukken snijdt.

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat Heinrich Böll werd geboren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s