Vragen bij Hoofdstuk 12: Christus als Gastheer

Vragen bij Hoofdstuk 12: Christus als Gastheer

1) Begin niet gelijk met het lezen van het hoofdstuk, maar denk eerst na over je eigen ervaringen en indrukken van het avondmaal. Schrijf ze daarna op.

a) Hoe heb je het avondmaal beleefd tot nu toe? Heb je het kind als anders beleefd dan als tiener? En maakt het uit of je nu belijdeniscatechisatie volgt?
b) Hoe werd/wordt er bij jullie thuis gesproken over het avondmaal?
c) Wat verwacht je dat het avondmaal met je zal doen als je mag aangaan?
d) Is het avondmaal iets waar je naar uitkijkt? Waar kijk je dan het meest naar uit? Of zie je er juist tegenop? Waar kijk je dan het meest naar uit?
e) Welke vragen heb je over het avondmaal?

2) Het hoofdstuk heeft de titel: ‘Christus als Gastheer’. Denk daarover na en schrijf je gedachten op:

a) Probeer het voor je te zien dat Christus gastheer is. Hoe stel je je dat voor? Wat doet Christus als gastheer? Wie zitten er aan tafel? Zit jij zelf aan tafel? Hoe is het om wel/niet bij Christus aan tafel te zitten?(Als je creatief bent, zou je het kunnen maken, door bijvoorbeeld uit te tekenen, te borduren of schilderen.)
b) Denk aan een maaltijd waarin je zelf te gast bent of gastheer/gastvrouw. Wat is er dan hetzelfde in vergelijking met wat je bij (a) bedacht? Wat is dan verschillend?
c) Ken je Bijbelverhalen waarin Christus gastheer is? Kun je een verband vinden met avondmaal?
d) Kun je bedenken waarom dit hoofdstuk de titel “Christus als Gastheer” heeft?

3) Lees het hoofdstuk rustig door. Wat raakt je? Wat begrijp je niet? Welke vragen van 1e worden beantwoord en welke niet?

4) Lees 1 Korinthe 11:17-31 door zonder uitleg te zoeken. (Dit Bijbelgedeelte wordt in het hoofdstuk aan de orde gesteld.)  Gebruik de volgende symbolen bij het Bijbelgedeelte:
! Spreekt me aan
? Begrijp ik niet
Roept ongerustheid / weerzin / boosheid op.


In dit Bijbelgedeelte wordt de gemeente van Korinthe kritisch aangesproken. Het gaat niet goed bij het avondmaal vieren: zoals zij het avondmaal vieren heeft Christus het niet bedoeld: de rijken gaan eerst en hebben een eigen ‘feestje’ van tevoren. Daarna mogen de armere gemeenteleden meedoen. Paulus zegt dan: op deze manier is de gemeente geen eenheid. Als je uitgebreid wilt eten en drinken doe je dat maar thuis. Want avondmaal is niet zomaar iets: je geeft daarmee aan, dat Christus voor jouw zonden gestorven is.

a) Probeer voor jezelf te bedenken waarom de eenheid van de gemeente voor Paulus van belang is. Waarom is die eenheid juist van belang bij het vieren van het avondmaal? Wat voor een effect heeft het als de gemeente verdeeld is?

Extra uitleg
In het gedeelte gaat Paulus in op wat de Heere Jezus zelf heeft verteld. Het is geen eigen idee van Paulus, maar grijpt terug op het onderwijs van Christus zelf. In de uitleg gaat het om verkondigen en gedenken (gedachtenis). In het boekje staat op p. 88: ‘Gedenken is meer dan terugdenken aan’. Het is opnieuw beleven; weer present stellen. Wat er gebeurde, is nu nog steeds realiteit.’ Als je gedenkt bij het avondmaal, gaat het er dus om dat je nu beleeft dat Christus voor je gestorven is. Avondmaal vieren zou dus die ervaring moeten geven: ik ervaar dat Christus voor mij gestorven is.
Met avond verkondig je dus en roep je dat het kruis in gedachtenis:
* Verkondigen: door naar voren te gaan en aan tafel te gaan zitten en brood te eten en wijn te drinken geef je aan: ‘Christus is ook voor mij gestorven!’
* Gedachtenis: dat Christus stierf, gebeurde lang geleden. Maar ik beleef het alsof ik er zelf bij ben.

Dit Bijbelgedeelte is bekend / berucht geworden door het eten van een oordeel. Paulus bedoelt daarmee, dat je niet begrijpt wat het effect voor jouzelf is dat Christus voor jou gestorven is. Er is een belemmering tussen jou en Christus. Hier in de gemeente van Korinthe betekent dat: ze hebben niet door dat het sterven van Christus de gemeente een eenheid maakt en dat het verschil tussen rijk en arm niet meer van belang is.

5) Als bij ons avondmaal wordt gevierd, gaat het ook om zelfonderzoek. Dat komt uit 1 Korinthe 11. Het gaat erom, dat je bij jezelf nagaat of er nog een belemmering is tussen jou en Christus.

a) Als je over jouw relatie met Christus nadenkt, is er dan een belemmering die weg moet? Hoe kan die belemmering weggenomen worden?
b) Het nadenken over jouw band met Christus is bedoeld om bij Christus uit te komen. Gebeurt dat ook? Of wordt de belemmering om naar Christus toe te gaan alleen maar groter?
c) Durf je het aan om opnieuw te beginnen met Christus?

6) Er had ook een ander Bijbelgedeelte gekozen kunnen worden. Zoals Lukas 24:28-32. Of Openbaring 3:14-22. Welk gedeelte zou jij kiezen?



Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s