Preek zondagmorgen 22 januari 2017

Preek zondagmorgen 22 januari 2017
Schriftlezing: Johannes 1:39-52

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Afgelopen dinsdag was het televisie-programma,
waarin de doopdienst van november te zien was.
Heeft u gekeken?
Als u niet gekeken hebt,
dan hebt u gemist dat onze gemeente op een mooie en waardige manier te zien was.
Ik vond het bijzonder om zo veel gemeenteleden te zien
en ik voelde tijdens het kijken de verbondenheid met de kerk en de gemeenteleden.
Tijdens het bekijken van die afleveringen dacht ik:
er zullen gemeenteleden zijn die zulke gesprekken hebben,
binnen de familie, met vrienden of collega’s die een heel duidelijke mening hebben.
Die je erop aanspreken: als je gelooft, leg mij dan eens uit
hoe dat zit dat religie voor zoveel problemen kan zorgen,
Zijn we niet beter af als alle religie van deze wereld verdwenen is?

Bij dat woord religie had ik wel mijn vragen.
Kun je wel alle religies op één lijn zetten met elkaar, alsof ze aan elkaar gelijk zijn?
Ik zie mijzelf niet zo als religieus, wel als gelovig,
maar dan omdat ik gegrepen ben door Christus,
omdat Hij in mijn leven gekomen is,
allereerst doordat ik in een gezin geboren werd waar Christus gediend werd,
de doop meekreeg toen ik een maand oud was
en later de verhalen hoorde, mensen had in de kerk, op school die het geloof voorleefden.
Dat je anders kon geloven, zoals in dat programma naar voren kwam
en zoals velen dat meemaken, wist ik eigenlijk niet zo.
Ik wist dat alleen uit verhalen over de zending,
maar dan dan ging het vaak om verhalen over mensen die tot bekering kwamen,
die gingen geloven in de Heere Jezus.
Toen ik aan het einde van de middelbare school kwam,
raakte die vanzelfsprekendheid weg en raakte vooral ook het contact met God weg.
Ik wilde wel geloven, ik deed mijn best er ook voor,
maar het leek wel of de hemel dicht was, God onbereikbaar.
Ik weet niet of deze personen uit het programma die ervaring ook hebben gehad.
Wat mij opviel was dat de meesten heel overtuigd waren.
Ze waren niet echt op zoek
Ze wilden vooral anderen meenemen in wat voor hen van belang was.

In het Bijbelgedeelte dat we hebben gelezen,
zijn de mensen vanuit zichzelf ook niet op zoek.
De twee leerlingen van Johannes hadden het vast prima bij Johannes kunnen uithouden,
maar op het moment dat Johannes hen op de Heere Jezus wijst,
gaan lopen ze Jezus achteraan.
In de woorden van Johannes hebben ze gehoord dat Jezus niet zomaar iemand is.
‘Zie, het lam van God.’
Dat is voor hen genoeg om bij Johannes weg te gaan en met Jezus mee te gaan.
Dan draait Jezus zich om en vraagt aan hen: ‘Wat zoeken jullie?’
Daar waren ze zich misschien helemaal niet van bewust dat ze iets zochten,

dat er in hun leven iets miste dat alleen Hij, Christus, kon geven.
Wat zoeken jullie? die vraag geeft een gemis aan.
Je hebt iets niet en je zou dat graag willen hebben, ook al weet je niet wat.
Het zijn de woorden van Johannes en het contact met Jezus
die deze twee leerlingen van Johannes laten weten: wij zijn op zoek.
Wij wisten dat niet van onszelf, we dachten dat we er waren.

Er was een verhaal dat de doorslag gaf voor ons als kerkenraad
om mee te werken aan de tv-uitzending,
een verhaal dat ik onlangs van ds. Moehn hoorde.
Een vrouw die enige tijd geleden in de week voor Pasen de Stille Week naar de Passion keek.
Ze was niet speciaal op zoek,
maar terwijl ze keek naar een tv-uitzending waarin de weg van Christus naar het kruis
in het heden werd uitgebeeld, met bekende mensen van tv en muziek,
werd ze er door geraakt en wilde er meer voor weten:
als God dit over heeft, als God Zijn Zoon geeft, dan moet ik er meer van weten.
Ze ging op zoek.
Miste ze daarvoor iets? Dat weet ik niet,
maar je kunt het vergelijken met de vraag die Jezus aan de leerlingen van Johannes stelt:
Waar ben je naar op zoek?

Als je leerling van Johannes bent, dan kun je toch niet zeggen
Dat je een leeg leven hebt en dat je onverschillig bent.
De boodschap van Johannes en zijn doop had hen een spiegel voorgehouden:
ons leven zo kan niet meer zo doorgaan, we missen God,
we moeten gedoopt worden, om weer rein te worden, vergeving te krijgen,
alsof we opnieuw worden geboren, weer helemaal opnieuw beginnen.
Dan zegt Johannes tegen hen:
Wat jullie zoeken, kan ik jullie niet geven.
Wie dat wel kan geven – daar loopt Hij! Zie het lam van God!
Zou het voor u duidelijk worden als iemand die naast u staat, zou zeggen:
Kijk eens naar die persoon die daar loopt, dat is het Lam van God.
Door de Bijbel weten we Wie het Lam van God is,
dat Christus het Lam van God is.
Vanmorgen is het mijn taak om u dat aan te wijzen: Zie het Lam van God.
Ja, maar waar moet u dan kijken, zodat u Christus ook ziet?
Hij is toch niet meer zichtbaar, zoals Hij was voor Andreas, voor Petrus, Filippus, Nathanaël.
Zij konden Hem zien, met Hem meelopen, met Hem in gesprek raken.
Als Jezus niet zichtbaar is met onze ogen, is het mogelijk om te zeggen:
het is maar een fabeltje, dat geloof, een verzinsel en je moet er zo snel mogelijk van af.

En dan nog, als je in de kerkdienst bent, dan kunnen je gedachten gaan dwalen
en dan zie je heel andere dingen:
dan zie je wat je in de afgelopen week gedaan hebt, op je werk,
dan zie je jezelf nog zo bezig.
Of je bent bezig met wat er in de afgelopen week tegen je gezegd is,
één bepaalde opmerking, waar je nog boos over bent,
of die je heeft aangegrepen en je probeert na te denken wat je er mee moet.

Of je denkt aan wat er op het nieuws kwam, een nieuwe president in de VS.
Daar kun je onrustig van worden, zoals veel mensen in Nederland en de wereld,
je kunt dat een verademing vinden, zoals een aantal christenen in de VS dat vinden.
Aan de oorlog in Syrië, met de zoveel slachtoffers, of een ander conflict in de wereld.
Soms kunnen je gedachten zo vol zijn met wat je meemaakt en wat je ziet
dat je Christus niet meer kunt zien.

Johannes legt in zijn evangelie geregeld de nadruk op het zien van Jezus.
Hij weet ook wel dat zijn evangelie gelezen zal worden
door mensen die niet meer Jezus niet meer zien rondwandelen op aarde,
die Jezus alleen nog maar kunnen ervaren door hun geloof
en door te geloven dicht bij Hem zijn, met Hem verbonden.
En hoe gaat dat nu dan?
Hoe werkt dat nu? Kan dat ook voor nu gelden, dat je komt komen en kunt zien?
Met de ogen van geloof.
Als je de verhalen leest.
Johannes heeft zijn evangelie zo geschreven dat je in zijn verhaal stapt
en meegaat en Jezus ziet wandelen, dat je met Hem mee zou willen gaan,
terwijl je in je eigen tijd blijft.
Het zien van Jezus dat gebeurt als je leest in de Bijbel
en als je de tijd neemt om erover na te denken
om het op je in te laten werken.
Dat je in de schoenen van deze twee discipelen staat
en dat je het Johannes hoort zeggen: dat is het Lam van God,
niet zomaar een mens, maar Gods Zoon, die gestuurd is om te gaan sterven
als een lam dat zal worden geslacht, om jouw schuld weg te dragen.
We komen ook als gemeente bij elkaar om zo met elkaar de Schrift te openen
Zodat ons geloof gevoed wordt en we Hem met ons oog van het geloof kunnen zien.
We zingen over Hem, we spreken met elkaar over het geloof
en helpen elkaar daarbij Hem te zien: Zie het lam van God!

Het gaat in deze verhalen over meegaan met Jezus, achter Hem aangaan, volgen.
Kom, volg, dat houdt in dat je niet stil kunt zitten,
maar dat je opstaat en dat je meeloopt met Jezus, die wel de richting bepaalt.
Je doet helemaal mee. Niet alleen je innerlijk, gedachten,
maar ook je voeten en je benen, je gaat de kant van Jezus op.
De leerlingen van Johannes doen dat: zo achter Jezus aan.
Het wordt iets blijvends. De hele rest van de dag blijven ze bij Jezus.
Dat is geloof: dat je meegaat en blijft bij Jezus.

Dat gaat niet zomaar: dat meegaan, dat volgen en dat blijven bij Jezus.
Meegaan is al een hele stap.
Kijk maar naar Nathanaël. Die aarzelt.
Mooi is het dat in het evangelie ook de aarzelingen worden benoemd om Jezus te volgen,
want die aarzelingen die kunnen er ook bij ons zijn.
Of heeft u nooit aarzelingen gehad om Jezus te volgen?
Wellicht aarzel je zelf op dit moment wel: ik hoor verhalen over Jezus.
Ik heb liederen over Hem gehoord en ik zit in de kerk – en toch,
ik ben er nog niet over uit.
En dan komt er iemand die enthousiast zegt: We hebben Hem gevonden,
en dan zeg je in jezelf: eerst zien.
Bij Nathanaël is het geen gemakzucht of onwil.
Nathanaël wil zich niet zomaar iets laten aanpraten.
Hij wil niet geloven omdat zijn vrienden dat doen.
Als hij meegaat, moet hij er zelf voor 100% achter staan.
Hij wil zich niets op de mouw spelden.
Je moet er wel wat aan hebben, het moet wel over God gaan,
geen vage flauwe kul, niet zomaar een charismatische persoon die je meesleept.
Maar om het te kunnen beoordelen of het hout snijdt, of het waar is,
moet hij ook zelf eerst komen kijken: kom en zie!
Dan zegt Jezus iets over de houding van Nathanaël: Nathanaël, je hebt de goede houding.
Zo’n discipel kan ik gebruiken, die zich niet zomaar gewonnen geeft,
Want jij bent iemand die, als je gaat geloven, het helemaal zal doen, met volle overgave
en steeds zul je in de Bijbel nalezen of het klopt wat er gebeurt.
Ik zie Nathanaël als iemand die serieus over God nadenkt
en het zich niet makkelijk maakt en het toch nog niet kan opbrengen mee te gaan.
Iemand die de vraag stelt, waarom er nog zoveel leed is,
niet als een goedkope kritiek op religie, maar als een serieuze vraag,
omdat hij lijdt aan het lijden in deze wereld.
Op de kpv-training was er de uitspraak: je kunt lijden als je anderen ziet lijden.
Het kan je aangrijpen als je het zelf goed hebt en er mensen zijn
die het veel slechter hebben, die door niemand geholpen lijken te worden.
Kan die Jezus daar echt iets aan doen?
Lam van God, dat klinkt wel heel kwetsbaar in deze wereld
vol leiders die zich eerder presenteren als een leeuw die brult en verscheurt.
Een verlosser die een nieuwe tijd doet aanbreken?
Wees niet te snel enthousiast en laat je niet te snel meeslepen.
Wat kan een president in een paar jaar voor elkaar krijgen.
Yes, we can, riep Obama 8 jaar geleden en in de afgelopen dagen zei hij: Yes, we did.
Wat kun je als mens nu voor elkaar krijgen?
Wie kan als leider van een wereldmacht nu zomaar zeggen dat hij een instrument van God is?
NAthanaël zal zeggen: wees bescheiden. God gaat Zijn eigen weg
en daar moeten we op vertrouwen. Dat geeft pas echt houvast.
Laat je niet zomaar iets wijsmaken.
Ik zag je al, zegt Jezus tegen Nathanaël.
Ik zag je toen je over al die zaken diep nadacht en er zelf niet uitkwam.
Toen je nadacht over hoe de wereld in elkaar zit
en waarom er zoveel oneerlijkheid is, zoveel onrechtvaardigheid,
zoveel leiders die met zichzelf bezig zijn, zoveel landen die hun eigen belangen nastreven.
Ik zag dat je er niet uitkwam, Nathanaël.
En misschien is dat wel goed, dat je er niet uitkomt, want juist als je er zelf niet uitkomt,
dan moet je wel naar God toe, om het in Gods handen te leggen.
God, het is Uw wereld. (Heer, het is uw kerk, ik ga slapen.)

Dat raakt een snaar bij Nathanaël. Iemand die hem zo door en door kent,
die in zijn ziel kan kijken en die zijn vragen en worstelingen aanvoelt en begrijpt,
dat kan alleen de Zoon van God zijn. Koning van Israël.
Dat is toch een hele belijdenis zou je denken?
Jezus is op zijn beurt weer kritisch.
Laat je op jouw beurt niet zomaar meeslepen, door iemand die bij jou een snaar raakt,
door wie je je gekend voelt.
Dat is een magere basis om op te geloven, dan hangt het wel heel sterk van je geraakt zijn af.
Ga mee en je zult meer zien.
Jezus zegt dat niet alleen tegen Nathanaël, maar tegen ons allemaal.
Er is nog meer te zien, iets groters: dat de hemel geopend is.
Daar heb ik vaak op gehoopt, maar dan als een ervaring, dat ik er iets van merkte.
Jezus zegt: Ik ben dat gat in de hemel, waardoor er vanuit de hemel een ladder komt.
Het is het verhaal van Jacob die moest vluchten voor zijn broer.
En toen hij op de vlucht zijn hoofd neerlegt op de steen,
ziet hij de hemel geopend en een ladder waarop de engelen op en neergaan,
met God in de hemel bovenaan.
Jacob, die alles kwijt was, zijn vader en moeder die hij moest achterlaten,
de veiligheid van de groep, kwetsbaar, alleen, vogelvrij, ervaart: God is op deze plaats.
Ik wist dat niet, maar God liet het me zien. Ik sta er niet alleen voor. De hemel is open.
Jezus zegt tegen ons: ik ben die open hemel, ik ben die ladder,
de verbinding tussen hemel en aarde.

Met onze kerkgebouw hebben we ook een Bethel.
Het kan ook thuis, ergens anders, maar toch een plek om ons er van bewust te zijn,
om in die aanwezigheid van Christus te zijn, te weten, te zien,
dat de hemel open is en dat Christus op aarde kwam,
te zien dat Hij hing aan een kruis, als een lam geslacht, een offer gebracht.
Het is deze week ook actie kerkbalans.
Met onze gaven willen we de Bethels hier in Oldebroek overeind houden,
omdat we weten dat we het nodig hebben, zulke Bethels steeds weer te hebben,
omdat we niet zonder Christus kunnen. Mijn kerk verbindt, is de slogan dit jaar.
Allereerst verbindt Christus: hemel en aarde
en de kerk is de plek waar Christus verbindt: Hij aan ons.
en dat gunnen we ook aan anderen.
Vandaar dat we hebben meegewerkt, in de hoop dat anderen ook zien
wat Andreas, Petrius. Filippus en Nathanaël zagen:
dat Jezus Gods Zoon is die voor hen en ons kwam.
Dat kun je alleen maar zien als je in geloof meegaat: als je komt, als je ziet.
Kom en zie!
Amen
                                                                      

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s