Preek zondagmorgen 15 januari 2017
Johannes 1:19-34

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Johannes heeft alles in zich om de aandacht naar zich toe te trekken:
dat hij doopt en dat veel mensen op zijn doop afkomen
trekt zoveel aandacht dat er een officiële delegatie vanuit Jeruzalem gestuurd wordt
naar de Jordaan waar Johannes doopt
om erachter te komen wie die man is die doopt
waarom hij dat doet en waar hij het gezag vandaan haalt om te dopen.

Tegen de mannen die vanuit Jeruzalem gestuurd zijn om te achterhalen wie hij is
had Johannes uitgebreid kunnen vertellen over zijn doop
en over de reden waarom hij mensen uit zijn eigen volk doopt,
terwijl zij al bij het verbond van God met Zijn volk horen
en als teken daarvan de besnijdenis hebben ontvangen.
Johannes had deze priesters, die in de tempel de dienst aan God verrichten
kunnen vertellen dat zijn doop een kritiek is  
op het werk van de priesters en levieten is in de tempel.
Die kritiek zouden ze dan kunnen bespreken en wellicht ter harte zouden kunnen nemen.
Johannes heeft de gelegenheid dat zijn stem wordt gehoord in Jeruzalem,
door de priesters en de Levieten en de Farizeeën, dat zijn boodschap besproken wordt.

Maar Johannes wil deze aandacht niet voor zichzelf.
Hij heeft maar één doel: alle aandacht naar Christus.
Als mensen met hem bezig zijn, gaat dat ten koste van de aandacht voor Christus
en dat is niet wat Johannes wil: geen aandacht voor zichzelf.
Johannes is als een gemeentelid die tegen een predikant zegt:
Niet teveel aandacht voor de personen  in de Bijbel,
maar vooral aandacht voor Christus,
want als je je met de personen van de Bijbel bezig bent,
kun je zo maar met hen als mensen bezig zijn
en kun je uit het oog verliezen dat het hen om Christus gaat.
Als je bij personen uit de Bijbel stil staat, zoals Johannes
is om hen tot voorbeeld te maken,
zodat wij aan Johannes kunnen zien hoe wij Christus centraal kunnen stellen.
Als een schijnwerper die in op een donkere avond een gebouw verlicht,
zodat het gebouw toch zichtbaar is – zo wil Johannes zijn,
die Christus in het volle licht wil zetten:
het gaat om Hem – en niet om mij.
Dat is wat Johannes zegt: ik ben Hem niet.
Hij is er al wel, dichterbij dan je denkt, hier in ons midden, onder ons,
Hij heeft zich nog niet bekend gemaakt en dat mag ik gaan doen.
Dit is het getuigenis van Johannes – daar gaat het om,
om de persoon om wie dat getuigenis draait: Jezus Christus.
Hoe spreek je zo over Jezus Christus
dat de mensen niet met jou als spreker bezig zijn, maar met je Heer,
Met Christus zelf en dat ze door je woorden heen Christus zelf mogen zien?
Dat er geloof in Hem gewekt wordt.
Getuigenis – dit is een woord dat in later tijd een bijzondere betekenis krijgt.
Martyria – daar groeit later het woord ‘martelaarschap’ uit,
omdat christenen een hoge prijs moesten betalen voor het getuigenis over Christus.
In de tijd dat Johannes zijn evangelie schreef al: je kon buiten de synagoge worden gezet,
het geloof in Christus kon ervoor zorgen dat je buiten je familie komt te staan
en niemand meer met je te maken wil hebben.
En als de boodschap over Christus over het Romeinse Rijk wordt verspreid
wordt de prijs nog hoger: dan worden gelovigen vanwege hun getuigenis gedood,
ze worden martelaar; omdat ze het getuigenis niet wilden opgeven, werden ze gedood.
Ze hielden vast aan hun Heer.

Onlangs ging ik in een gemeente voor, waarin ook een Pakistaans gezin was.
Ik sprak hen na afloop, omdat ik niet wist of ze christen of moslim waren,
want in het land is nog geen 5% christen
en ik wilde er zeker van zijn dat ik hen niet ten onrechte als christen had bestempeld.
Ze waren inderdaad christen, afkomstig uit een familie van predikanten en pastors.
Ze waren gevlucht, omdat de vrouw een Bijbel had gegeven aan een collega.
Deze collega leek heel oprecht geïnteresseerd in het christelijk geloof,
maar verraadde haar bij de politie en het gezin werd opgepakt en opgesloten en mishandeld.
Ze vluchtten naar Nederland en wachten hier op de mogelijkheid om asiel aan te vragen.

Getuigenis – dat is niet alleen maar met woorden, niet alleen het gesprek aangaan,
maar getuigenis is een manier van leven,
waarmee je voor jezelf en voor anderen wil aangeven:
in mijn leven is Christus het allerbelangrijkste.
Al het andere in mijn leven is daaraan ondergeschikt
en door te getuigen, of dat nu met je woorden is, of met je hoe je bent, hoe je doet,
hoop je dat anderen in je omgeving daar iets van oppikkken,
gaan nadenken over Christus, geprikkeld worden: hier moet ik meer van weten,
nieuwsgierig worden: zou het ook iets voor mij zijn?
Op zoek gaan: dat wil ik ook, dat leven, die Heer in mijn leven,
hebben ze het over Christus? Daar wil ik meer van weten. Kan dat ook voor mij?
Johannes is gelukkig als de mensen die op hem afkomen het over Jezus hebben
en Christus vinden.
Zijn discipelen zet hij ook op het spoor van Christus, zodat ze niet meer bij hem blijven
maar Jezus gaan volgen.
Hij is gelukkig als anderen door zijn woorden en door wat hij doet over Jezus horen
dat ze gaan zien hoe Hij in hun leven aanwezig is,
Hij is al dichterbij dan je denkt, in jullie midden, onder ons.
Waarom zijn jullie zo met mij bezig, ik ben Hem niet. Je hebt de verkeerde!
Je moet Christus hebben en ik ben Hem niet.


Soms kan het zijn dat mensen met je bezig zijn vanwege je geloof,
Dat ze vinden dat je een raar geloof hebt, merkwaardige opvattingen
en soms zelfs dat die opvattingen zo raar en vreemd zijn, dat ze bestreden moeten worden
en uit de wereld geholpen.
Dan kunnen mensen met je bezig zijn: hoe kun je nou geloven?
Jij bent toch niet dom, toch niet onredelijk?
In de vorige gemeente vertelden catechisanten dat ze dat geregeld meemaakten,
dat medestudenten dat vol verbazing tegen hen zeiden: ‘Jij? Ben jij gelovig?’
Dat irriteerde hen, omdat daaruit de suggestie sprak dat geloven iets vreemds is.
Voor Johannes gaat het niet om hem en om de merkwaardige dingen die hij zegt en doet.
Niet om zijn woorden en om zijn dopen, maar om degene die na hem komt
en die er al voor hem was: Christus.

Ook al heeft het dopen van Johannes genoeg in zich om rumoer te veroorzaken,
om voor opschudding te zorgen, dat mensen erover spreken
en zelfs een officiële delegatie erop af komt/.
De doop heeft de betekenis van: terug naar af, opnieuw beginnen,
zoals Christus zelf dat later tegen Nicodemus zegt: als je niet opnieuw geboren wordt,
helemaal opnieuw, vanaf het allereerste begin beginnen, terug naar af.
De doop van Johannes geeft aan: een nieuwe start is nodig, een nieuwe start met God.
Alsof iemand straks bij de uitgang van de kerk staat en tegen u als gemeente zegt:
jullie zijn als baby gedoopt, maar dat moet nog een keer gebeuren,
helemaal opnieuw beginnen.
Geen wonder dat er een delegatie wordt gestuurd, waaruit de nodige verontrusting blijkt.
Wie is die man daar bij de Jordaan?
Waarom doet hij dat en met welk doel?
En waar haalt hij zijn bevoegdheid vandaan?
Heeft hij niet zichzelf aangesteld?
Ik zag ooit een Amerikaanse film waarin iemand zichzelf doopte,
omdat hij tot de overtuiging gekomen was dat hij een missie had die hij alleen moest beginnen.
Dat is het gelijk van deze mannen uit Jeruzalem:
een roeping mag worden getoetst: aan de Schrift.

Het is een officiële delegatie: priesters, Levieten en farizeeën.
Dat zijn niet de minsten. Het is nogal officieel:
priesters die in de tempel dienst doen, dienst aan God.
de verbinding tussen de mensen en God tot stand brengen,
hen meenemen in de liturgie naar Gods troon,
voor hen de offers brengen, die hun dankbaarheid tot uitdrukking brengen,
de offers die ze brengen vanwege hun zonden, om gereinigd te worden
en God weer onder ogen te kunnen komen, tot hem bidden, met Hem leven.
Levieten, die de priesters daarbij helpen, als diakenen of kosters,
die het volk onderwijs geven over Gods Woord, als catecheten, kerkelijk werkers, ouderlingen.
Farizeeën, die vinden dat het dienen van God niet alleen in de woorden zit,
niet alleen in mooie, indrukwekkende erediensten, met een mooi koor, goede zangers,
maar dat het als je buiten de tempel bent, ook in praktijk gebracht moet worden.
Johannes bevindt zich op hun terrein, hij doet wat zij horen te doen.

Je zou verwachten dat zulke mensen hun inlichtingen al klaar hebben.
Dat ze weten dat hij Johannes heet.
Ze zullen het nodige over Johannes gehoord hebben.
Wat ze komen doen is vragen naar zijn identiteit.
In het evangelie van Johannes is dat een belangrijk thema: identiteit.
Allereerst de identiteit van Jezus – is Hij echt de zoon van God
en hier ook naar de identiteit van Johannes.
Johannes, wie ben jij werkelijk? Wat gaat er in jou om? Wie dien je? Wie heeft je aangesteld?
Ben jij soms de Christus?

Ook dat is een kenmerk van het Johannesevangelie: die vragen.
Ben jij soms de Christus?
Nee, zegt Johannes, ik ben Hem niet.
Zijn doop, zijn optreden, zijn woorden, ze roepen wat op.
En de delegatie zet hoog in: zou Johannes soms de beloofde messias zijn?
Nee, die ben ik niet.
In dit antwoord gaat het eigenlijk al om Christus,
het wijst vooruit naar Jezus die wel zal zeggen: IK BEN.
Ik ben … het licht van de wereld, ik ben … de goede herder. Zeven keer “Ik ben”.
Jullie moeten niet met mij bezig zijn,
maar met Hem, die wel kan zeggen: IK BEN het.
Met zijn nee richt Johannes de schijnwerper op Christus.
Bij Hem moet je zijn.
In het evangelie van Johannes krijgt Johannes de Doper, Johannes de Getuige
een bijzondere rol.
Niet de voorloper zoals bij de andere evangeliën,
die het volk gereed moet maken om de messias te kunnen ontvangen,
niet een voorbereider, maar een aankondiger,
iemand die onthult wat er al reeds is.
Jezus die gekomen is, die al op aarde rondloopt en zich elk moment kan laten zien,
zodat ook zij, de priesters en Levieten, de farizeeën Jezus kunnen zien.
Hier koos de Heer zich vaste voet.
Hij heeft zijn stappen al gezet, zonder dat jullie dat opmerkten.
Hij is al aan zijn missie begonnen, zonder dat jullie je daarvan bewust waren.
Jullie zijn dan wel met mij bezig, met mijn doop,
Maar weet je wel dat Hij er al is? Het woord is vlees geworden – en dat woont nu onder ons.

De volgende dag hoeft Johannes niet alleen met woorden over Jezus te spreken
en niet alleen door woorden op Jezus te wijzen,
maar mag Johannes Jezus ook aanwijzen, omdat Jezus naar hem toekomt.
Zie, het lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt.
Ook dat “Zie!” is bij Johannes een belangrijk woord:
dat houdt in: laat het op je inwerken en geloof het.
Je mag het zelf ook zien en ervaren.
Het Lam van God dat de zonde der wereld wegdraagt.
Waarom sta je bij mijn doop stil, als je in Hem iemand hebt gevonden,
die je niet alleen zegt dat je opnieuw moet beginnen, die niet alleen die boodschap heeft,
confronterend en radicaal,
maar die er ook voor zorgt dat je opnieuw kunt beginnen:
het Lam van God dat de zonde der wereld wegdraagt.
Ik doop met water, maar weet je waar Hij mee doopt?
Dat kan ik je niet geven: Hij zal je dopen met de Heilige Geest.

Dit is het getuigenis van Johannes,
dat hij mag aanwijzen wie Jezus is,
dat hij mag onthullen dat Jezus gekomen is, op aarde.
Het gaat niet om Johannes zelf, maar om dat Lam van God, om Christus,
het gaat om ons getuigenis, dat wij het Johannes kunnen nazeggen,
waarbij de woorden in ons resoneren, omdat ze woorden van geloof zijn, onze eigen woorden:
Ik heb gezien en getuigd dat Jezus de zoon van God is.
Hebt u dat ook gezien? Is dat ook uw getuigenis?
amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s