Heb lief! Over een verhaal van een Samaritaan die goed doet.

Heb lief! Over een verhaal van een Samaritaan die goed doet.
Eugene H. Peterson – Tell It Slant (2)

Lukas heeft in zijn evangelie een ‘reisverslag’ van de weg die Jezus gaat vanuit Galilea naar Jeruzalem. Hij gaat daarbij door Samaria heen. In het eerste hoofdstuk van Tell It Slant zegt Eugene H. Peterson dat Samaria grensgebied, tussenin is: niet het Galilea waar Jezus rondtrok en verkondigde en niet het Jeruzalem van de tempel en Golgotha. Samaria is het gebied waar mensen vijandig zijn of waar mensen vanwege hun onverschilligheid geen band met God hebben. Het eerste verhaal dat Jezus vertelt op die reis is het verhaal van een Samaritaan die goed doet: de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan (Lukas 10:25-37).

Drop-outs
Voordat Jezus dit verhaal vertelt, gaat de aandacht eerst naar 3 drop-outs, die Jezus niet kunnen of willen volgen:
– Een man die zegt dat hij Jezus wil volgen. Het antwoord van Jezus is dat Hij niet in hotels verblijft, maar geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. De man verdwijnt daarop uit beeld.
– Er is een man die Jezus wel wil volgen, maar dan op eigen voorwaarden.
– Een man die best Jezus een keer zou willen volgen, maar nu nog niet. Hij is er nog niet klaar voor. Jezus gaat niet in op deze voorwaarden. We volgen Jezus op de voorwaarden die Hij stelt.

Uitgezondenen
Als contrast van de drie drop-outs krijgen we te horen van 72 mensen die Jezus wel gehoorzaam zijn. Zij trekken er op uit op bevel van Jezus. Jezus bereidt hen voor op weerstand, op oppositie. Niet iedereen in Samaria zal enthousiast reageren op de boodschap dat het koninkrijk van God gekomen is.

Oordeel
De weigering om te geloven is een serieuze aangelegenheid, want Jezus spreekt in het oordeel. Alleen als Hij over het oordeel spreekt, heeft Hij het niet meer over Samaria, maar heeft Jezus het opeens over steden uit Galilea, waar Hij rondtrok, verkondigde en onderwijs gaf: de ‘evangelische driehoek’ van Chorazin, Bethsaïda en Kapernaüm.
Wat Jezus hiermee wil aangeven is: verwacht weerstand hier in Samaria, dat vijandig kan zijn of op zijn minst onverschillig zal reageren, maar ga er niet vanuit dat deze weerstand tegenover de boodschap van het aangebroken koninkrijk van God uniek is voor de vijandige of onverschillige Samaritanen. Ook in Galilea is er deze weerstand.

Verrast door vreugde
De 72 mensen die uitgezonden zijn, zijn overweldigd door de positieve reacties. Tijdens hun missie onder de Samaritanen worden de uitgezondenen ‘verrast door vreugde’. Bij terugkomst worden ze wel weer gewaarschuwd door Jezus: ze lopen het gevaar om het bijzondere centraal te stellen en dat ze daarbij de kern vergeten. De kern is dat ook hun eigen namen in de hemel geschreven moeten staan in het boek van het leven.

Reacties op de boodschap
Deze twee uitersten – de 3 drop-outs die Jezus niet kunnen of willen volgen en de 72 mannen die gehoorzaam op pad gaan en overweldigd worden door de positieve respons – geven een realistisch beeld van hoe er in dat vijandige of onverschillige Samaria op de boodschap van het koninkrijk van God gereageerd wordt. Deze verhalen laten zien dat het uitdragen van de boodschap onder mensen die vijandig of onverschillig zijn gepaard gaat met zowel teleurstelling als met grote vreugde.

Wetgeleerde
Dan komt er iemand bij Jezus. Iemand van wie niet de naam wordt genoemd maar wel de functie: een wetgeleerde. Vandaag de dag zou je kunnen zeggen: hoogleraar theologie, bijbelwetenschapper. Hij wordt geïdentificeerd met zijn werk. De taak van deze bijbelwetenschapper is om uit te maken of het beroep wat mensen doen op de Bijbel terecht is. Hij komt om Jezus aan de Bijbel te toetsen.

Toetsen
Het toetsen aan de Schrift is helemaal niet verkeerd. De intentie hoeft niet gemeen te zijn. Het werk van deze hoogleraar is een serieuze zaak. Niemand wil een messias die niet de toets van de Schrift kan doorstaan. De norm voor messias is daarvoor te hoog. Jezus wordt vaker getoetst en op de proef gesteld. Nog voor zijn publiek optreden wordt hij getoetst door de satan. Tegen het einde van Zijn missie op aarde wordt Hij op de proef gesteld in de hof van Gethsemané. Tijdens de laatste maaltijd geeft Jezus aan: ‘Jullie zijn altijd bij mij geweest in verzoekingen.’ (Lukas 22:28) Een van die toetsen is de vraag van de wetgeleerde.

Toets via vraag om persoonlijk advies
Er komt een deskundige bij Jezus om Hem te toetsen. De toets is verpakt in een serieuze vraag om persoonlijk advies over het verkrijgen van het eeuwige leven. Deze wetgeleerde weet wat hij doet. Hij weet dat als je iemand toetst door een vraag te stellen diegene ontwapend is en zich niet bedreigd voelt. Wanneer je iemand om persoonlijk advies vraagt is dat minder aanvallend dan wanneer je iemand ter verantwoording roept. Een vraag om advies laat iets van respect zien.

Wedervraag
De man is geen partij voor Jezus, want hij krijgt van Hem een vraag terug. Toen Elie Wiesel wel eens gevraagd werd waarom Joden zoveel vragen stellen, stelde hij een wedervraag: waarom niet?In de reactie van Jezus zien we hoe Jezus de taal gebruikt: niet om te verkondigen of om te interpreteren, maar om de conversatie aan te gaan. Een conversatie nodigt uit tot participatie en bewerkstelligt participatie. De wetgeleerde moet nu zelf een antwoord geven. De rollen zijn omgedraaid. Jezus keurt het antwoord goed en geeft de man een opdracht: handel op deze manier en je zult leven!

Zelfrechtvaardiging
Alleen als je je niet op je gemak voelt of als je zelf aanvoelt dat je niet helemaal goed zit, ga je jezelf rechtvaardigen. Wat gaat er dan mis? Waarover voelt de wetgeleerde is ongemakkelijk? Met zijn professionele competentie is niets mis. Hij kent de Schrift. Door de vraag van Jezus wordt hij gedwongen na te denken over zijn levenshouding, over hoe hij is. Misschien voelt hij aan dat hij niet betrouwbaar is in een relatie die hem op de weg van lijden kan brengen. Heeft elke relatie dat niet in zich? Misschien dat hij niet bereid is om zich in te zetten in een relatie die om liefde vraagt. Misschien dat hij zich niet waagt aan een relatie met God of de mensen om zich heen, omdat een relatie onzekerheden en risico’s met zich meebrengt.

Zelf getoetst
De wetgeleerde wordt nu zelf persoonlijk betrokken in de toets. Ook hij moet de toets ondergaan. De wetgeleerde, die ondanks de wedervraag en de opdracht van Jezus nog niet overtuigd is van Jezus’ orthodoxie, gaat opnieuw een vraag stellen: ‘Wat is uw definitie van “naaste”?’ Lukas geeft weer dat de man zichzelf wilde rechtvaardigen. De man is expert in godsdienstige gesprekken. Hij weet dat iemand zich – zelf een heel leven lang – kan verschuilen achter godsdienstige vraagstukken.Hij moet gedacht hebben dat hij met
zijn wedervraag zich er op een goede manier uit redde. Aangeven wat je naaste is, is ontzettend moeilijk. Het is gemakkelijker om te omschrijven wie God is dan om aan te geven wie je naaste is.

Stereotypen
Door een verhaal te vertellen daagt Jezus de man uit nog meer te participeren. Hij nodigt door de gelijkenis de man uit om over zichzelf na te denken. Op deze weg door Samaria vertelt Jezus een verhaal aan een Joodse deskundige op geloofsgebied. Bewust van de stereotypen die leven vertelt Jezus een verhaal over een man die over een Joodse weg gaat en overvallen wordt. Drie keer wordt deze man – is het een Jood? – in de steek gelaten: door de overvallers, door een priester en een Leviet. Net als de wetgeleerde waren de priester en de Leviet ingewijd in de betekenis van de torah. Zij waren ervoor om het volk te onderwijzen in het liefhebben van God en de naaste, om het volk in te wijden en aan te spreken. Het is een Samaritaan die de man verpleegt en wegbrengt naar een betere plek.

Naaste
De hele conversatie tussen de wetgeleerde en Jezus draait om vragen. De definitieve vraag komt bij Jezus vandaan: Wie werd een naaste? De wetgeleerde moet het antwoord geven: die barmhartigheid heeft laten zien. Het verhaal van Jezus definieert niet wat een naaste is, maar creëert een naaste. Het verhaal van Jezus doorkruist alle mogelijke definities van ‘naaste’. De vraag is voortaan: ben ik een naaste? ‘Je kunt een naaste niet definiëren; je kunt alleen een naaste zijn.’ (Heinrich Greeven)

Heb lief!
Het leidende woord, hoewel niet nadrukkelijk aanwezig, is een werkwoord in de gebiedende wijs: heb lief! Het gebod om lief te hebben is de rode draad door de gehele conversatie. Liefde als zelfstandig naamwoord is een ingewikkeld woord, waar psychologen, filosofen en theologen veel woorden aan gewijd hebben om de culturele uitingen, de emotionele reacties en de psychologische nuances te verwoorden. In de Bijbel is liefde niet een woord waarover gediscussieerd wordt. Liefde als zelfstandig naamwoord komt in de Schrift voor. Maar vaker is het een werkwoord: zo lief heeft God de wereld gehad.

Verbeelding
Als een gebiedende wijs vraagt het om een houding van gehoorzaamheid, om in praktijk gebracht te worden: heb lief! ‘Ga en doe net zo!’ zegt Jezus. Geen vragen meer, geen antwoorden, geen veilige woorden over God of christelijk jargon (godtalk). De verhalen die Jezus vertelt spreken tot onze verbeelding om ons tot liefhebben uit te nodigen. Geen onpersoonlijke discussies meer, maar gehoorzame participatie, gehoorzame volgelingen op de weg van Jezus door Samaria.

Antwoord
Begreep de bijbelwetenschapper de opdracht die in het voor hem zo vertrouwde liefdesgebod wel? We kunnen die vraag niet beantwoorden. We kennen alleen ons eigen antwoord en onze eigen verhalen.

N.a.v.: Eugene H. Peterson, Tell It Slant. A Conversation on the Language of Jesus in His Stories and Prayers.  Serie: Conversations in spiritual theology, deel 4 (Grand Rapids / Michigan: Eerdmans, 2008) 32-43.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s