Preek Tweede Kerstdag 2016

Preek Tweede Kerstdag 2016
Mattheüs 2:1-18

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Opeens zijn ze in Jeruzalem
en met hun vraag, die de reden van hun komst laat zien,
brengen ze heel wat opschudding te weeg.
Aan hoe ze eruit zien, kun je wel zien dat het geen gewone mensen zijn
en aan hun spraak te horen, komen ze ver weg.
‘Waar is de koning van de Joden geboren,
want deze hele lange reis hebben wij ondernomen
om deze koning die net geboren is te aanbidden.’
Deze mannen komen in een stad waar al een koning is,
een koning die bang is voor concurrenten voor de troon,
een koning die altijd het besef met zich meedraagt
dat hij uiteindelijk maar een vreemde is op deze troon,
omdat hij geen Jood is
en hoe zijn best ook doet om door de Joodse onderdanen geaccepteerd te worden,
zijn macht uiteindelijk te danken heeft
aan zijn goede connecties met degenen die in Rome de macht hebben.
Er is een koning geboren, zeggen deze mannen
die een lange reis hebben ondernomen vanuit het oosten.
‘Dat die koning geboren is, weten we omdat wij zijn ster hebben gezien.
We hebben aan de hemel het teken van zijn geboorte gezien.
De hemel heeft het ons zelf meegedeeld en wij moesten wel gaan.
Weten jullie soms waar deze koning is?’

Is dat geen rare vraag:
In Jeruzalem komen, de hoofdstad waar een koning zetelt
om daar in die stad rond te vragen waar pasgeboren koning is?
Je zou toch verwachten dat ze zich zouden laten aandienen bij de koning die er is?
Waarom dat rondvragen?
Ik denk dat Mattheüs ons daar iets mee wil vertellen.
Namelijk dat die koning die er in Jeruzalem niet de eigenlijke koning van de Joden is.
Een vreemde in de stad van David, een vreemde op de troon van David.
In het Oude Testament houdt een vreemde overheerser meestal in
dat God Zijn volk heeft losgelaten
en heeft prijsgegeven aan de wereldmachten
of sterker nog: de wereldmachten gebruikt als Zijn instrument
om Zijn volk Israël te laten zien dat het op de verkeerde weg is
en God heeft losgelaten.
En wat is er nog over van degenen die afstammen van David
en recht zouden hebben op de troon in Jeruzalem?
Jozef en Maria, zij komen uit deze lijn voort, maar wie weet dat nog?
Wat is er nog over van het geloof in de beloften uit het Oude Testament
dat er voor altijd een afstammeling zou zijn op de troon van David?
Dan komen de mannen uit het Oosten met deze vraag:
Waar is de pasgeboren koning?
Daar klinkt iets van door: zijn we hier op de juiste plek of moeten we ergens anders zijn?
Die wijzen, ze roepen iets op van de oude profetie.
Zou er daarom zoveel ontzetting zijn en verwarring onder de mensen van Jeruzalem.
Want zij hoeven toch niet vol schrik te zijn, niet ontsteld te worden
als de wijze mannen komen met deze vraag.
Er kan onder de inwoners van Jeruzalem ook wel de hunkering hebben geleefd
naar regime change, een andere machthebber, een echte koning van Israël.
Misschien hadden ze het geloof in die oude belofte van God wel opgegeven,
omdat de politieke werkelijkheid wel iets anders liet zien:
de Romeinen beheersten bijna heel de wereld en weinig landen konden tegen hen op.
Van Gods belofte zal op korte termijn niets meer terecht komen.
We moeten ons maar schikken.

En dan komen die wijzen uit het oosten:
Waar is de nieuwe koning van jullie geboren?
Het is alsof deze vraag de hoop weer doet opvlammen:
Toch weer een nieuwe koning?
Heeft God dan naar Zijn volk omgezien?
Zijn het de boden die Gods toekomst aankondigen
en gaat daarmee die andere profetie in vervulling
dat de volken zullen optrekken naar Jeruzalem
om daar God te aanbidden?
Mattheüs vertelt het ons: weet je nog, die stam van David,
als een boom omgehakt.
Wie heeft er nog weet van een afstammeling van David.
Moet je kijken wat er met die afgehakte stam is gebeurd?
Wat heeft Jesaja aangekondigd?
Dat die afgehakte boom weer zou uitlopen.
Bij ons in de tuin stond vroeger een grote berk, meters hoog.
een indrukwekkende boom, met veel takken en bladeren.
Deze boom werd omgehakt, maar het laatste stukje van de stronk bleef staan.
Er gebeurde niets mee.
Later werd de stronk uitgegraven met wortel en al en werd er een schuur bovenop gezet.
De boom was verdwenen inclusief de stronk.
Zo was de stamboom van David haast verdwenen,
maar de mannen uit het oosten riepen de hoop levend
dat deze boom weer begon te groeien, al was het maar één kleine loot, scheut.

Op de vraag van de wijzen uit het oosten moeten kenners van de Schrift antwoord geven.
Mooi dat ze een ster zagen en op weg gingen
om die pasgeboren koning te zoeken om te aanbidden,
maar de plaats stond niet in de sterren.
De plaats van de geboorte staat in het Woord van God,
in wat de profeten hebben verteld, hebben geprofeteerd.
Over Bethlehem, die kleine plaats
waar die grote koning David uit voortkomt
en waarvan de profeet Micha heeft gezegd dat er Iemand geboren zal worden
die voor het volk Israël een herder zal zijn.
een leidsman die Mijn volk zal weiden.
Dat is meer dan dat er bij ons iemand zal opstaan en zegt:
er is iemand die ons uit de politieke onzekerheid kan leiden,
die echt een nieuwe toekomst voor ons land kan bieden.
Het is de belofte van de Heere, de profetie dat er een herder zal komen,
die het volk zal leiden, zoals God een herder is,
Ik ben de goede herder zal Jezus later zeggen,
om duidelijk te maken wie Hij is.

Herodes houdt dat trouwens achter als hij de wijzen bij zich geroepen heeft.
Ze mogen alleen de plaats weten,
maar wat de Schrift verder vertelt, over deze leider die een herder zal zijn
mogen de wijzen niet weten.
Herodes gebruikt hen alsof ze zijn boden zijn,
inspecteurs om te ontdekken om wat voor kind het gaat
en of de profetie zal uitkomen.

Mattheüs vertelt hoe iedereen te horen krijgt dat de koning geboren is,
maar dat er maar weinig zijn die een keuze maken.
De wijzen maken een keuze om dit kind te gaan aanbidden
en Herodes maakt een andere keuze, om dit kind uit de weg te ruimen
en toch is deze Herodes een hulpmiddel
om de wijzen bij zijn concurrent te krijgen.
Maar het volk en de kenners van de Schrift, zij blijven op hun plaats.
Misschien is het: eerst zien en dan geloven.
Misschien is het veel positiever en heeft dit bericht hoop gezaaid
dat God zijn volk niet vergeten is
en dat met de nieuwe koning die geboren is
ook weer een nieuwe weg gebaand wordt voor het volk Israël.
In heel zijn evangelie wil Mattheüs laten zien,
dat het volk opnieuw moet beginnen,
maar ook opnieuw kan beginnen
omdat er een koning is geboren die opnieuw met hen begint
en niet zomaar een koning,
maar de vervulling van de belofte en meer nog:
Immanuël – God met ons.

De wijzen zijn bij Mattheüs de eersten die deze koning zullen aanbidden,
heidenen uit een ver land,
als een voorbode van die grote stoet die later zal volgen
om te knielen voor deze koning.
Mattheüs sluit zijn verhalen over deze koning af met die woorden,
die opnieuw aangeven dat Jezus de Immanuël is,
dan niet meer de geboren koning,
maar de koning die stierf en opstond uit de dood en verscheen:
Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Ga dan heen, onderwijs al de volken,
hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen
En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s