Preek zondag 18 december 2016

Preek zondag 18 december 2016
Filippenzen 2:6-7

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Terwijl in de keuken de laatste voorbereidingen voor het kerstdiner gedaan worden,
kijkt de rest van de familie nog even, voor het aan tafel gaan, naar het nieuws.
In het journaal worden schokkende beelden getoond van een land in oorlog:
een stad die door de bombardementen is verwoest,
Waar nauwelijks nog huizen overeind staan.
De mensen die in deze stad zijn achtergebleven kijken schuw voor zich uit,
vermagerde gezichten waaraan je ziet dat ze weinig te eten hebben.
Er worden beelden getoond van een eindeloze stroom van mensen,
die met de auto of met paard en wagen uit de stad weg proberen te komen.
Er worden beelden getoond van vluchtelingenkampen.

Na het nieuws wordt de familie aan tafel geroepen:
het kerstdiner is klaar, de tafel is gedekt.
De beelden uit het nieuws werken echter nog door.
De familie zit aan tafel, maar er is een aarzeling:
Hebben we net geen beelden van ellende gezien?
Een van de aanwezigen wil iets pakken, houdt zijn hand even stil
net of hij zich wil bedenken.
En dan schept hij toch op zijn bord.
De aarzeling houdt niet lang aan:
we kunnen er hier in deze kamer toch niets aan doen.
Laten wij maar doorgaan met het vieren van kerst.
En zo krijgt deze familie toch een gezellig kerstdiner.

Ik stel me zo voor hoe het in de hemel moet zijn geweest.
We weten niet hoe dat er aan toe gegaan moet zijn,
maar ik stel het me zo voor,
dat Christus in de hemel al de berichten van de aarde hoort,
hoe donker het door de zonde geworden is
en dat Hij aan het hemels diner Zijn stoel naar achteren schuift
en het uitroept: nu is het genoeg. Nu ga ik naar de aarde!
Ik kan het niet meer aanzien dat er niets gebeurt.
Hoe kan Ik hier in de hemel genieten van al het goede dat we hebben,
terwijl er op aarde mensen verloren gaan.

We weten niet hoe het er aan toe gegaan is.
Paulus schrijft er over dat Christus in de gestalte van God was
en het niet als een roof geacht heeft aan God gelijk te zijn.
Het is niet zo eenvoudig om deze woorden van Paulus te begrijpen.
Het gaat hier om een positie die Christus heeft bij God heeft,
dat Hij gelijk is aan God, dezelfde voordelen van de hemel heeft als de Vader,
Dezelfde macht, dezelfde hoogste plek in het universum,
dezelfde heerlijkheid en schoonheid van de hemel.
Christus kwam niets tekort.
Alles wat Hij zou willen was voor Hem binnen handbereik.
Hij hoefde maar een bevel te geven, of Hij zou het krijgen.
Duizenden engelen stonden tot Zijn beschikking
om Zijn wens te laten uitkomen, Zijn bevel te gehoorzamen.
Een betere plek is er niet te krijgen:

In de hemel is het schoon, waar men zingt op blijde toon,

met een altoos vrolijk harte, vrij van alle zorg en smarte;

waar men juicht voor ’s Heren troon, in de hemel is het schoon.

Als er berichten van de aarde komen,
van verwoeste steden door het geweld van oorlog,
van mensen die elkaar niet kunnen of willen begrijpen
en daarom elkaar pijn doen,
van mensen die God kwijt zijn en daarmee verloren zijn,
had Christus dat ook kunnen hebben: even die aarzeling aan het diner in de hemel
en dan toch doorgaan, want wat moet je er aan doen?
Het is toch wel een tegenstelling: de schoonheid en de heerlijkheid van de hemel
en de ellende en duisternis op aarde.
Maar Christus zegt: Ik laat het niet bij een aarzeling,
om vervolgens door te gaan met feestvieren.
Ik ga. Naar de aarde.
Mijn hemelse positie en alle voordelen in de hemel geef ik op.
Ik kan hier niet in de hemel blijven! Ik kan dat niet aanzien!
Er moet wat gedaan worden en Ik doe dat!

Ziet u president Trump al zoiets doen?
Over Trump wordt verteld dat hij de verkiezingen heeft kunnen winnen
omdat er veel arme mensen in de Verenigde Staten zijn die op hem gestemd hebben.
Ziet u hem dat doen?
Dat hij zegt tegen die mensen die in de Verenigde Staten leven  
op het niveau van een Derdewereldland:
Ik kom naar jullie toe.
Niet alleen om te zien hoe jullie leven,
maar ook om te ervaren hoe het is om arm te zijn:
om de machteloosheid te ervaren van ontslagen te worden
omdat je baan overbodig is geworden en je niets kunt aanvechten,
om te ervaren wat het is om uit je huis gezet te worden
omdat je de huur van je huis niet meer kunt betalen.
Nu hoeft hij maar met zijn vingers te knippen of een tweet de wereld in te sturen
of hij krijgt het voor elkaar: met zijn geld, met zijn positie.
Maar stel dat hij zijn geld en zijn positie opgeeft
om echt arm te worden, af te dalen tot de onderklasse van de samenleving
die niets te vertellen heeft in deze wereld.
Ik kan me niet voorstellen dat hij die positie, die macht en aanzien opgeeft.

De Heere Jezus deed dat wel, zegt Paulus.
Hij werd niet alleen mens, maar werd ook dienstknecht, slaaf.
Een dienstknecht, een slaaf is niet alleen een lage sociale klasse,
waar op neergekeken werd, niet meetelde.
Een slaaf, een dienstknecht heeft ook niets in te brengen,
kan niet beslissen over zijn eigen leven
en heeft maar af te wachten hoe zijn meester is,
of het een barmhartige meester of een harde, meedogenloze baas is.
Hij die alle macht in hemel en op aarde heeft,
wordt mens in de laagste positie die er is, geen erebaan,
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante
dat wij Hem begeerd zouden hebben (Jesaja 53:3)

Er is wel eens gediscussieerd over de vraag
of de beslissing van Christus om te gaan naar de aarde
of de opdracht van de Vader aan Zijn Zoon om naar de aarde te gaan
gebeurde voor of na de zondeval.
Was al besloten dat Christus naar de aarde kwam bij de schepping van de wereld
of was dat een reactie op de keuze van de mens om bij God weg te gaan.
Het gaat Paulus hier in dit gedeelte niet om het moment,
maar om de beslissing zelf, de keuze die Christus nam,
de bereidwilligheid om naar de aarde te komen,
om af te dalen, om zichzelf te vernederen, een behoorlijke degratie.
Paulus geeft aan: Christus koos er voor, zelf, uit volle overtuiging.
Ook al had Hij wellicht alle voordelen in de hemel bij elkaar kunnen optellen
en dan gezegd: Ik ga niet. Ik heb het hier veel te goed.
Nee, Hij kwam, omdat Hij niet anders wilde.
Dit is onze Heer, dit is onze God: bereid tot dit afdalen, dit minder worden.

Bij een Amerikaanse predikant las ik het verhaal van zijn pleegbroer.
Zijn eigen vader was ook predikant geweest
en was op een gegeven moment thuisgekomen met een jongen.
Deze jongen kwam uit een probleemgezin, verslaafde ouders.
De predikant nam de jongen maar mee naar zijn eigen huis
en die jongen werd opgenomen en werd onderdeel van het gezin.
Toen er oorlog kwam in Viëtnam, meldde deze pleegzoon zich
en vertrok naar Viëtnam om te strijden voor zijn vaderland.
Daar in dat verre, vreemde land sneuvelde de pleegbroer.
De Amerikaanse predikant gaf aan:
Mijn pleegbroer was alleen tot deze stap in staat vanwege liefde.
Omdat hij liefde ontvangen had in het gezin van die predikant
en hij voelde het als een plicht om die liefde door te geven.
Ook al kostte het zijn leven.
Nu was er bij Christus geen tekort aan liefde.
Er is geen grotere liefde dan tussen de Vader en de Zoon.
Maar juist die liefde tussen de hemelse Vader en God de Zoon
is de basis geweest, de reden waarom Christus ging:
Ik kom om Uw wil te doen.
Liefde. Liefde die bereid is om zichzelf op te offeren.
Christus die mens werd, die zichzelf vernederde.
Zijn komst op aarde was al een vernedering, Zijn dood des te meer.
En in gedaante van een mens bevonden, heeft Hij zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja tot de kruisdood.
Liefde. Liefde die bereid is om zichzelf op te offeren.
Van die liefde kunnen wij nooit te klein denken.
Zo is onze God, onze Heere.
Wil je onze God leren kennen, dan ken je Hem het best in Zijn komst naar de aarde,
in Zijn bereidheid, Zijn liefde om zichzelf te geven, als een offer,
tot in de dood, de dood aan het kruis.

En dan schrijft Paulus in zijn brief: Laat die gezindheid ook in u zijn,
die in Christus Jezus was.
Nee, wij kunnen de kruisdood niet overdoen.
Wij kunnen de dood niet overwinnen.
Wij zijn Jezus zelf niet.
Maar wel Zijn volgelingen.
Wij zijn niet meer dan onze Meester.
Laat die gezindheid in u zijn:
In je gezin, als je vader en moeder je opvoeden.
Op je werk, als je met een collega te maken hebt met wie het niet klikt,
In je familie, als je een schoonmoeder of schoonvader hebt, die je nooit heeft geaccepteerd, een schoonzus of zwager met wie je niet fatsoenlijk kunt praten.
In discussies op facebook of andere social media.
In het verkeer als je een lastige medeweggebruiker hebt.
De gezindheid van Christus Jezus,
die wel bereid was om minder te worden,
die wel bereid was een een stap naar de ander toe te doen en wat voor stap.
Die bereid was om zijn complete status op te geven.
Het is een lyrisch loflied op de weg van Jezus Christus,
maar tegelijkertijd met een hele concrete toepassing.
Laat je door dezelfde liefde leiden, de liefde van Christus tot Zijn Vader,
door de liefde die jou, die u gevonden heeft.

Paulus schrijft dat aan gemeenteleden die een hele carrière achter de rug hebben
in het Romeinse rijk, in het leger van de keizer van Rome hebben gediend.
Nog niet zo heel lang geleden waren Julius Caesar en keizer Augustus
tot god verheven vanwege hun prestaties, het menselijke ontstegen.
Geen gewone mensen meer, maar god.
Paulus houdt hen een andere Heer, een andere God voor,
niet een mens die promoveerde tot god,
maar een God die zich vernederde om mens te worden.
Die vrede bracht, niet door geweld, maar door zichzelf te offeren,
die redding en bevrijding bracht, niet door anderen voor zich te laten sterven,
maar door zelf de dood in te gaan.
Laat die gezindheid in jullie zijn, die ook in Christus Jezus was.
Dat is niet iets van je hoofd, alleen maar een idee,
maar een heel praktische levensinstelling: zo moet je doen.
zoals de Heere Jezus ook deed.
In het klein en in het groot.
Dat er een Maranathakerk gebouwd is, bijna 100 jaar geleden als kapel,
als bijgebouw voor de mensen die niet naar Oldebroek konden,
heeft iets van deze praktische levensinstelling:
Als mensen niet naar de grote kerk kunnen, dan maar een eigen gebouw
dat net zo meetelt als de grote kerk, niet minder in status of waarde.
Deze instelling mag ook van een predikant worden verwacht, vind ik:
dat hij de plek waar hij woonde opgeeft om op een nieuwe plek te komen wonen,
onderdeel te worden van de samenleving, om de gemeente te dienen.
Zo heb ik het 5 jaar geleden gezien en zo zie ik het nog.
Hoewel het nu niet meer als een offer voelt dat gebracht moet worden.

In het groot hebben we die navolging kunnen zien bij zendelingen.
Ontroerend vind ik het verhaal van de katholieke missionaris,
de katholieke zendeling Pater Damiaan, een Belg: Jozef de Veuster.
Hij werd beroemd vanwege zijn bereidheid om leprozen op Hawaii te dienen.
Deze leprozen leefden afgezonderd op een eiland apart.
In het begin diende deze pater hen door eten op het eiland af te zetten
en vervolgens weer terug te gaan naar een ander eiland.
Maar hij besloot op het eiland van de leprozen te gaan wonen in de leprozenkolonie.
16 jaar lang leefde hij te midden van de leprozen.
Hij leerde hun taal te spreken.
Hij verbond hun wonden,
hij verzorgde de lichamen van hen die door niemand werden aangeraakt
en met zijn verkondiging raakte hij de harten
van degenen die anders in de steek waren gelaten.
Hij richtte scholen, muziekgroepen en koren op.
Hij bouwde huizen, zodat de leprozen een schuilplaats hadden.
Hij vervaardigde de lijkkisten,
zodat de leprozen na hun overlijden waardig begraven zouden worden
en heeft duizenden lijkkisten gemaakt.
Langzaamaan, zo werd er gezegd, veranderde de leprozenkolonie
in een plaats om te leven in plaats van een plek om te sterven.
Pater Damiaan bracht hoop.

Pater Damiaan hield zich niet op een afstand van zijn mensen.
Hij doopte zijn vingers in dezelfde bekers als zijn patiënten.
Hij deelde zijn pijp.
Hij waste niet altijd zijn handen na de verzorging van de wonden.
Hij was hen heel nabij. Daarom hielden de mensen van hem.
Op een dag begon hij stond hij op en begon hij zijn preek met twee woorden:
‘Wij leprozen …’
Nu was hij er niet meer om hen te helpen.
Nu was hij een van hen.
Vanaf dat moment deelde hij niet alleen hun eiland, maar deelde hij hun huid.
Eerst koos hij ervoor om te leven zoals zij deden.
Nu zou hij dezelfde dood als hen sterven. Nu deelden zij in alles.

Op een dag kwam God naar deze aarde en begon zijn boodschap:
‘Wij leprozen…’
Hij kwam niet alleen om ons te helpen. Hij werd één van ons.
Hij deelde niet alleen ons bestaan op aarde,
maar ook onze huid. Wij deelden in alles.

Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was…
Voor de een in het groot, in een roeping ver weg,
voor de ander in het klein, een roeping dichtbij,
een roeping die toch net zo groots kan zijn
en net zoveel kan laten zien van de Heer, die naar de aarde kwam.
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s