Veranderziekte?

Veranderziekte?

Het Reformatorisch Dagblad heeft de laatste tijd aandacht besteed aan de veranderingen in de eredienst. De toon van die bijdragen was niet altijd even positief. Ronduit stuitend was de laatste column van mijn collega J. Belder, waarin hij spreekt over veranderziekte als een agressief virus en liturgische playboys die hun kans grijpen.

Er zijn verschillende manieren om beleid te maken met betrekking tot de eredienst. Een manier is om uit te gaan van een theologische norm: gemeenteleden horen twee keer per zondag naar de kerk te gaan, in de eredienst worden uitsluitend psalmen gezongen. Uitgaan van een bepaalde norm voor de eredienst is een mooi en respectvol ideaal. Ik zie in de praktijk echter dat niet alle gemeenteleden die norm meemaken. Gemeenteleden onder de 30 jaar hoor ik geregeld zuchten over de moeilijkheidsgraad van de psalmen. Niet alleen de woorden van de oude berijming (1773) worden als moeilijk ervaren, ook de melodieën vinden ze vaak te moeilijk.

Op huisbezoek stel ik vaak de vraag: ‘Stel dat ik voor de Loco (de lokale radio hier) een psalm of een lied aan zou mogen vragen, wat zou het dan moeten worden?’ Meestal wordt er een lied uit de Bundel van Johannes de Heer opgegeven, soms een bekend gezang en af en toe een opwekkingslied. Geregeld hoor ik verhalen over hoe er vroeger op zaterdagavond bij het harmonium gezongen werd uit deze Bundel. Ik vraag dan altijd of dat niet als een tegenstelling werd ervaren: doordeweeks uit de Bundel en ‘s zondags uit de Psalmen. Het antwoord is meestal: dat was nu eenmaal zo. Ik ben mij steeds meer tegen deze tegenstelling gaan verzetten, omdat hierdoor de kloof tussen de zondag en de andere dagen van de week wordt versterkt.

Bij doopdiensten vraag ik aan ouders of zij tijdens de doopdienst een psalm of een lied willen laten zingen die veel voor hen betekent. Daar heb ik verschillende redenen voor: Deze gemeenteleden worden uitgedaagd de in de gemeente gebruikte liedbundels door te gaan. Daarnaast wordt een dienst als veel persoonlijker beleefd, wat de betrokkenheid op de gemeente en op de dienst vergroot. Zowel actieve gemeenteleden als gemeenteleden die zich wat meer aan de rand bevinden, voelen zich meer serieus genomen als lid van de gemeente. Bovendien merk ik dat gemeenteleden vaak niet goed in staat zijn om aan te geven waarom zij laten dopen. Door een persoonlijke insteek gaat de doop zowel voor hun kind als voor henzelf meer leven.

Als predikant en als gemeente is het altijd van belang rekening te houden in wat voor omgeving een gemeente zich bevindt. De omgeving van Oldebroek scoort zwak op taalbeheersing en (begrijpend) lezen. Omdat de Herziene Statenvertaling en de hertaalde formulieren al als moeilijk ervaren worden, moedig ik het gebruik van de Bijbel in Gewone Taal aan en geef ik een vereenvoudigde versie van het doopformulier door. Of een gemeente de gewenste norm met betrekking tot de eredienst kan behalen, hangt ook van de scholen af. Het maakt nogal uit of kinderen goed zangonderwijs krijgen of dat de te leren liederen via YouTube worden aangeleerd. Als een gemeente toch een bepaalde norm wil aanhouden, dient men daarvoor binnen eigen gemeente aan te leren. Het is merkwaardig dat zangonderwijs nooit een plek heeft gekregen binnen de catechese.

De veelgemaakte fout in de bezinning op de eredienst is dat de discussie vooral inhoudelijk wordt gevoerd, terwijl andere factoren bepalender zijn.
Nadat de bundel Jeugd in Aktie werd vervangen door Op Toonhoogte, zei een gemeentelid tegen mij: ‘Eindelijk kan er iets veranderd worden.’ Ik krijg nogal eens te horen, dat het uit de weg gaan van de bezinning als verstikkend wordt ervaren. Alles moet bij het oude blijven. Ook als er geen goede argumenten zijn. Een gemeentelid, die geen kerkelijke opvoeding had gehad, zei tegen mij: ‘Als u de kerkdienst met een psalm begint, begin ik al op achterstand en maak ik de dienst niet meer goed mee.’ Net als een preek moet de orde van dienst de gemeenteleden ophalen waar ze zijn. Om ze uiteindelijk voor Gods aangezicht te brengen. Want dat is de bedoeling van elke kerkdienst, ongeacht de gehanteerde orde van dienst.

Daarom is de cruciale vraag met betrekking tot de eredienst niet of er wel of geen veranderingen mogelijk zijn, maar of een orde van dienst de gemeente voor Gods aangezicht brengt. Veranderingen in de eredienst kunnen een bijdrage leveren aan het besef dat in de eredienst de gemeente voor Gods aangezicht komt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s