Preek zondag 27 november 2016

Preek zondag 27 november 2016
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Schriftlezing: 1 Johannes 4:7-21
Tekst: 1 Johannes 4:10b

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Hoe staat u tegenover God?
Het is goed om jezelf dat geregeld af te vragen: Hoe sta ik nu tegenover God?
Zeker in een tijd vooraf aan het Heilig Avondmaal is dat goed om je dat af te vragen.
Om als het niet goed zit, dat weer in orde te maken.
Heb ik in de afgelopen maanden tijd genoeg vrijgemaakt voor de Heere,
om te bidden, te lezen in de Bijbel, te zingen, met anderen erover te spreken?
Of heb ik dat allemaal wat laten versloffen, omdat ik er geen tijd voor nam.
Heb ik genoeg vertrouwen gehad
dat Hij mijn leven leidt en mijn leven in Zijn hand heeft?
Of heb ik de afgelopen maanden geleefd zonder dat vertrouwen?
En is dat vertrouwen toegenomen?
Of ben ik vergeten dat vertrouwen te voeden, te onderhouden?
De keuzes die ik moest maken – heb ik die wel aan Hem voorgelegd
of heb ik maar wat gedaan, zonder de Heere daarin te betrekken?

Ik hoop dat, als u over deze vragen nadenkt en over uw band met de Heere,
Dat u dan mag zeggen: Ik ben gegroeid in mijn geloof, in mijn vertrouwen,
in het tijd vrijmaken voor de Heere.
Ik betrek Hem nu meer in mijn leven, bijvoorbeeld bij de keuzes die ik maak.

Het kan ook zijn, dat u helemaal niet nadenkt over uw band met de Heere.
U gaat naar de kerk, u luistert naar de preek
en volgende week als het avondmaal is, dan bent u daar,
want als je bij de Heere Jezus hoort, dan hoor je daar te zijn,
omdat Hij je roept aan Zijn tafel
en als je nadenkt over je band met God kun je het geloof ook zo ingewikkeld maken.
Je komt er dan niet uit.

Maar wat als je erachter komt, dat je het er toch wel bij hebt laten zitten.
In het avondmaalsformulier wordt daar iets over gezegd:
dat wij geen volkomen geloof hebben,
en ons er niet toe zetten God met zo’n ijver te dienen als wij behoren te doen,
maar dagelijks strijd hebben te voeren
met de zwakheid van ons geloof
en onze verderfelijke begeerten.
Als u daarover nadenkt, herkent u zich er misschien wel in als ik ze wat uitwerk:
Ja, aan het geloof van mij ontbreekt nog zoveel.
Ik ben het zo snel al weer kwijt, het vertrouwen op God.
En die ijver, dat heb ik niet altijd.
Ik heb eerder last van gemakzucht: ik laat het er te snel bij zitten.
Mijn twijfels zijn vaak te sterk voor mij, ik word ze niet de baas.
De vragen over God blijven in mij rondspoken, ik krijg ze maar niet stil.
Er zijn verlangens in mijzelf, verkeerde verlangens, waar ik me niet mee moet inlaten,
maar ik krijg ze niet uit mijn gedachten.
Je zou zo graag anders willen,
dat je geloof niet zo kwetsbaar is en dat je niet zo snel onderuit gaat door je twijfels
en dat je het er niet zo snel bij laat zitten door je gemakzucht.
dat je je niet zo makkelijk laat wegleiden van de Heere, maar dat je sterk staat.
Zou het ook anders kunnen?

Of zegt u: ach, die dat je in je geloof tekort komt, daar heeft iedereen mee te maken.
Niemand is perfect.
Daar moet je niet te zwaar aan tillen, anders heb je geen leven meer.

Er is Iemand, die de tekortkomingen in ons geloof wel serieus neemt,
die Zich er niet bij neerlegt bij onze gemakzucht,
die het niet kan aanzien dat verkeerde verlangens op een verkeerde weg brengen.
Dat is onze God.
God zond Zijn Zoon als verzoening van onze zonden, schrijft Johannes in zijn brief.
Dat Jezus moest komen naar de aarde, was omdat er verzoening nodig was.
Verzoening dat is nodig als het goed mis is in een relatie,
een relatie die verbroken is en niet zomaar geheeld kan worden.
Dat gaat veel dieper dan het er alleen maar bij laten zitten.
Verzoening gaat om een breuk, een breuk in de relatie tussen God en ons.
Die breuk, zegt Johannes tegen de gemeente, kunnen wij uit onszelf niet helen.
Wij kunnen er uit onszelf niet voor zorgen, dat het weer goed komt tussen de Heere en ons.
Het bijzondere is dat God zelf daar iets aan doet,
dat Hij om de breuk te helen Zijn Zoon naar de aarde stuurde
om het weer goed te maken.
God neemt het initiatief. Hij is ook de enige die het weer goed kan maken.
Zouden we het wel doorgehad hebben
dat het niet goed zat tussen de Heere en ons, als God Zijn Zoon niet had gestuurd?
Jezus kwam op een wereld, die God de rug had toegekeerd.
Wij als mensen kunnen al diep geraakt zijn, als iemand ons de rug toekeert.
Als iemand met ons niet te maken wil hebben,
als iemand doet of wij niet bestaat – dat kan je behoorlijk raken.
Je kunt er beledigd van raken, of juist helemaal van slag.
Wat moest het voor God niet betekenen, dat de mensen die Hij geschapen heeft,
Hem de rug toekeerden en niets meer van Hem wilden weten?
Hadden we eigenlijk wel door wat er gebeurde,
toen we de deur naar God toe dicht gooiden,
toen we dachten dat we het zonder God wel zouden kunnen redden.
Dat we daarmee een schuld op ons hebben geladen naar God toe.

Speelt het nog wel een rol dat Christus kwam om onze schuld te dragen?
En dan ook onze schuld naar God toe?
Onlangs vroeg ik op een Bijbelkring:
Waar denk je aan, als we op zondagmorgen in de kerkdienst onze schuld belijden?
Denk je dan terug aan wat er in de afgelopen week is misgegaan in de relatie met God
Of denk je niet ergens bewust aan en laat je dat gewoon over je heen komen,
omdat het een vast onderdeel van de dienst is.
Wat zou u daarop antwoorden?
Betekent dat echt iets voor u en mist u ook werkelijk iets in de dienst
als de schuldbelijdenis achterwege blijft
en blijft u achter met het besef dat er iets moet gebeuren voor u God kunt ontmoeten?
Of bent u blij dat het dan niet gedaan wordt,
omdat u niet graag herinnerd wordt aan schuld,
omdat het zo’n zwaar beladen woord is, omdat het de benauwde sfeer van vroeger oproept?
Het kan ook zijn dat het over je heen gaat,
omdat schuld zo’n groot woord is.
Verwoord dat nu mijn houding naar God toe, wat er aan de hand is?
Op de Bijbelkring kwam er ook niet echt een antwoord.
Dat ligt vooral aan de manier waarop ik de vraag gesteld heb, denk ik nu.
Ik was vooral benieuwd hoe er hier in de gemeente dat beleefd wordt.
Achteraf gezien had ik misschien beter kunnen vragen
wat het betekent dat de Heere Jezus gekomen is als verzoener,
want dat kan hier gelukkig wel diep beleefd worden
dat Christus niet zomaar kwam,
maar als verzoener van de zonden, zoals Johannes dat schrijft.
Het besef dat wij het vanuit onszelf niet goed kunnen maken naar God toe,
maar dat er iets nodig is, dat God zelf iets moet doen.
en dat onze God dat gelukkig ook heeft gedaan:
Hij zond Zijn Zoon naar deze wereld als verzoening van de zonden.
Als God het weer goed maakt en de relatie weer herstelt,
dan is het wellicht gemakkelijker om na te denken over wat er aan onze kant mis gaat.

Want als er geen vergeving is,
als we er niet van bevrijd kunnen worden, als we er niet van los kunnen komen,
als er geen nieuw leven mogelijk is,
dan kunnen we dat toch niet aan om erover na te denken.
Dan kunnen we die last toch niet dragen,
dat het onze eigen fout is dat de deur naar God dicht is
en dat we God niet onder ogen kunnen komen,
tenzij Hij ons vergeeft, het goed maakt, als God zelf naar ons toekomt.
Want anders blijft er alleen over dat we verloren zijn
in een bestaan waarin we niet meer bij God kunnen komen
en verloren zullen gaan, omdat er geen uitweg is.
Nee, zegt Johannes: God stuurde Zijn Zoon naar deze aarde,
juist vanwege die zonde, die ons dwars zit, die ons op de verkeerde weg brengt
en van God afleidt, een verloren weg.

Hij zocht ons op.
Dat Jezus als kind op aarde geboren werd,
houdt in dat God zelf op deze aarde kwam,
de aarde, die door God geschapen is, maar zich van God had afgekeerd.
Dat vieren we met Kerst: dat God ons opzocht,
dat God zelf mens werd om het weer goed te maken,
door Jezus die aan het kruis ging, om zelf het offer te zijn
dat ons weer met God verzoend.
Johannes geeft aan: moet je zien hoeveel God ervoor over heeft gehad.
Dat Hij zelf kwam naar de aarde,
niet alleen maar om poolshoogte te nemen, om te kijken wat er mis is,
ook niet om de boel maar af te schrijven en weg te gooien
en overnieuw te beginnen met een andere wereld,
maar de mensen die bij Hem vandaan gaan,
de mensen die Hem zo diep gekwetst en geraakt hebben,
weer op te zoeken,
net als hen te worden, om hun weg te gaan, hun leven over te nemen,
een weg die voor Hem eindigde aan het kruis op Golgotha.
Als je echt wilt weten wie God is,
dan moet je naar Golgotha kijken,
of al eerder – in de stal van Bethlehem, waar onze Heer in de kribbe lag.
Dan zie je Wie God is:
dat Hij Zijn schepselen niet heeft afgeschreven,
maar dat Hij er alles voor over heeft gehad om ze weer bij Hem terug te krijgen.
Want Hij wist: Zonder Mij overleven ze het niet, zijn ze verloren.
Er is maar één woord voor: liefde.
Er is maar één verklaring voor: Gods liefde voor mensen,
ondanks hun verkeerde keuze, waarmee we ons van God afkeerden.
ondanks die ingrijpende beslissing om zonder God verder te gaan.
Er zit een plan achter de komst van Jezus naar deze aarde.
Geen kil, onpersoonlijk plan,
maar een plan, waarin een kloppend hart vol liefde en bewogenheid zichtbaar wordt.
Liefde die bereid is om tot het uiterste te gaan.
God geeft zichzelf helemaal.
Zoals ik dat vorige week in de doopdienst al aangaf:
In een verbond geef je je als partners helemaal.
God gaf zich helemaal, toen Hij Zijn Zoon naar de aarde stuurde.
Hij hield niets meer achter.
Het grootste gebaar, alles wat Hij had, dat bood Hij
om ons maar terug te winnen.
God wilde ons weer terug – terug in Zijn gemeenschap, terug bij Hem.
Daarom staat er volgende week ook een tafel in de kerk:
om te laten zien dat God ons terug wil hebben.
Als we onze tekortkomingen ontdekken,
als de Heere ons die voorhoudt,
is dat om ons weer naar Hem toe te bewegen.
Het leren kennen van je zonde is niet bedoeld om je bij God weg te houden.
Om een extra drempel weg te houden,
maar om je bij Christus te brengen.
Wanneer je over je relatie nadenkt met de Heere
en je beseft dat er zoveel is dat schort, moet je wel bij Christus uitkomen.
Daar hoor je te zijn.
Want er is niemand anders die je je kan redden, niemand anders die je kan helpen.
En God wil niets liever dan dat je daar bent, bij Zijn Zoon.
Kerst: betekent dat God ons kwam opzoeken,
omdat wij de weg naar Hem niet meer konden vinden uit onszelf.
Kerst betekent: dat God het niet over Zijn hart kon verkrijgen om ons  verloren te laten gaan.
Kerst houdt in: dat God alles er voor over had om u, om jou weer terug te krijgen.

Komende zondag is het nog geen kerst, maar wel avondmaal
en daar mogen we vieren dat Jezus voor ons kwam op deze aarde,
dat Hij Zijn leven er voor over had om u, om jou, om mij te redden.
Om het weer goed te maken.
Dan is er heel wat wat er schort, en we doen daar niet laconiek over,
maar we lijden eraan en beseffen dat het anders moet
en het gebed en verlangen in ons wordt steeds sterker
dat God ons verandert, dat in ons hart de Heilige Geest komt
en nog meer Zijn werk doet
om ons vol van Christus te maken,
die voor ons naar deze aarde kwam.
In een wereld die donker was, omdat God daar geen plek meer had,
is er een Zon gekomen, die is opgegaan: Christus
die met Zijn licht het duister verdrijft.
Komt tot zijn schijnsel, alle volken,
en gij, mijn ziele, bid het aan!
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s