Preek zondagmorgen 20 november

Preek zondagmorgen 20 november
Bediening Heilige Doop
Markus 10:13-31

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders, gasten in ons midden,

Dan ben je moeder, dan ben je vader.
Ja, niet ineens.
Je hebt er een aantal maanden voor om naar dat moment toe te groeien.
Dat kunnen mooie maanden zijn van zwangerschap,
een tijd waarin je ernaar uitkijkt om het kind dat je in je draagt
in de armen te houden en te kunnen zien.
Dat kunnen spannende maanden zijn,
omdat je beseft dat het niet vanzelfsprekend is
dat je zwanger raakt en dat het kind dat je draagt gezond geboren wordt.
De maanden van de zwangerschap kunnen heel dubbel zijn,
omdat je zelf heel blij bent, maar tegelijkertijd iemand hebt – een vriendin, een zus –
die je dit geluk ook zou gunnen.

En dan na 9 maanden, waarin je heel wat emoties hebt gehad,
is het moment gekomen dat je vader of moeder wordt.
Voor sommigen van jullie is het de eerste keer dat je dit mocht meemaken,
voor sommigen zelfs na een periode van heel wat jaren wachten.
Voor anderen van jullie is het niet de eerste keer.
Het is bijzonder: dat te mogen meemaken dat je moeder, vader wordt.
En het blijft bijzonder, dat weer opnieuw te mogen meemaken
dat je het kind dat je verwacht in de armen mag houden.
Wat je in de armen houdt is een geschenk van God.
‘Het hoort er gelijk helemaal bij,’ hoor ik ouders vaak zeggen.
‘Net of het er altijd is geweest; gelijk niet meer weg te denken.’
Dat is niet minder een geschenk van de Heere,
dat je die band gelijk voelt: dat je de moeder, de vader van dit kind bent.
Ook dat is bijzonder, dat de liefde hebt gekregen
om dit kind welkom te heten in je gezin en de liefde voor dit kind in je te voelen.

Toen ons eerste kind geboren werd – Jenske werd halverwege de avond geboren –
was de verloskundige er en de kraamzuster,
later kwam de familie langs om ons kind te bewonderen.
Ze bleven allemaal maar kort.
Daarna ging iedereen weg, tot de laatste de deur uitging.
We bleven met z’n drieën achter.
Op dat moment overviel mij een gevoel van verantwoordelijkheid
en Rianne had dat ook. Later zei ze: ‘Toen werd ik pas echt moeder.’
Voor dit kind zijn we nu verantwoordelijk. Dit kleine, kwetsbare kindje – ons kindje.
Heel wat keren ben ik er die nacht uit geweest om te kijken of ze nog wel ademde.
Vaak heb ik aan haar bedje gestaan of haar in de armen gehad
en bij mijzelf gedacht: Dit kind moet ik opvoeden.
Wellicht hebben jullie, doopouders, datzelfde gevoeld:
het besef, dat je voor dit kind vanaf nu verantwoordelijk bent.
Dat doet wat met je, dat je vader of moeder geworden bent:
Kon je nog eerder een tijd overwerken, nu ga je eerder naar huis.
Kon je voorheen nonchalant in het verkeer zijn, of juist heel impulsief,
nu rijd je beheerst en aandachtig – want je hebt iemand om voor thuis te komen,
Die van jou afhankelijk is en die jou als vader, als moeder wil meemaken.

Die verantwoordelijkheid – kun je dat wel?
Sinds ik zelf vader ben, kan ik het me goed voorstellen
dat ouders hun kinderen bij de Heere Jezus brengen,
zoals verteld wordt in het gedeelte uit de Bijbel, dat we gelezen hebben.
Als ouder kun je heel wat voor je kind betekenen,
maar je kunt niet alles doen.
Juist wat God belooft, dat kun je uiteindelijk niet bieden.
Jij kunt als ouder je kind niet beschermen voor al het kwaad dat er in de wereld is.
Je kunt je kind niet altijd bewaren voor een ongeluk,
je kunt je kind niet altijd beschermen voor een verkeerde keuze.
En als het een ongeluk heeft gekregen of een verkeerde keuze heeft gemaakt,
kun je het alleen maar bijstaan of begeleiden,
maar er niet voor zorgen dat hij of zij dit op een goede manier verwerkt.
Dat is wel wat God belooft:
Om het kwade van je kind te weren,
of als dat kwade toch komt, doen meewerken ten goede.
Daarom breng je als doopouder je kind nu bij de Heere Jezus door het te laten dopen.
Zodat God geeft, wat jij je kind niet kunt bieden.

Er zijn er die de kinderen bij Jezus brengen, zodat Hij hen kan aanraken.
Om de kracht die Hij heeft aan hen mee te geven,
om hen de bevestiging te geven dat ook zij erbij horen.
Als ouder ben je zo verbonden met je kind, je bent kwetsbaar in je kind.
Als je kind iets overkomt, raakt je dat nog veel meer
dan dat het met jezelf gebeurt.
Het mooie van de doop is, dat je kind erbij mag horen,
omdat je zelf bij Christus mag horen.
Omdat jij als vader, moeder gelooft, omdat jij leeft met Hem,
rekent God je kind erbij, bij het geloof, bij de kerk, bij de gemeenschap met Hem.
Dat noemen we verbond – een afspraak die voor altijd geldt,
Een verbond is meer dan een contract.
Er komt liefde en genegenheid bij kijken.
In een verbond geef je je als partner helemaal.
Jij als mens geef je helemaal en in de doop zegt God: ook Ik geef me helemaal.
Een afspraak die voor altijd blijft gelden.
Waar je altijd een beroep op mag doen – jij als ouder, maar ook je kind.
Ook als je kind er helemaal niets meer aan doet
en het begint na te denken over God en beseft dat hij of zij niet meer zonder Hem kan,
ook als het grote fouten heeft gemaakt, of nooit meer aan God heeft gedacht.
Zelfs dan blijft die afspraak van kracht.
Ook als wij niets met God doen, blijft God in ons aan het werk.
De Heilige Geest zal gaan werken in het hart van je kind –
zoals Hij dat ook bij jou heeft gedaan, ook toen je er helemaal niet mee bezig was.

Ouders die hun kinderen bij Jezus brengen om door hen gezegend te worden.
Dan zijn er ook discipelen die tegen die ouders zeggen:
Je mag niet bij Jezus komen. Daar hoor je niet met je kinderen.
Je kunt er nog lang over doorpraten over de vraag of dat nu nog gebeurt.
Maar ik zou willen stilstaan bij de vraag of de ouders krijgen
wat ze voor hun kinderen willen, als ze bij de Heere Jezus komen.
Want ze komen bij Hem, als Hij Zijn discipelen corrigeert
en de kinderen die aangebracht worden bij Zich roept.
De ouders komen bij Hem, zodat Hij hun kinderen aanraakt, hen de zegen meegeeft.
En dan zegt de Heere iets dat niet alleen voor dit leven betekenis heeft,
maar ook voor een leven dat nog komen gaat: het Koninkrijk van God.
Je moet het Koninkrijk van God binnengaan.
Dat is niet alleen iets van deze wereld en van dit leven, van deze tijd waarin wij leven,
maar het gaat ook om een leven dat komt.
Goed, het heeft ook te maken met hoe je nu leeft,
maar dan ook met het oog op wat komen gaat.
Als de Heere Jezus terugkomt uit de hemel
en de geschiedenis op aarde afgelopen is
en de aardse tijd voorbij is.
Het koninkrijk van God: dat is de wereld zoals God die bedoelde, toen Hij de wereld schiep,
een wereld waarin Hij alle eer krijgt,
Een wereld waarin geen zonde meer is:
We kunnen God geen verdriet meer doen en ook de mensen die er zijn.
Een wereld waarin er geen dood meer is, waarin niet meer geleden wordt.
Het zal goed zijn, vooral omdat God daar is.
Jullie, doopouders, hebt een kind ontvangen
en je wilt het voorbereiden op een leven hier op deze aarde
en tegelijkertijd heb je de taak om je kind voor te bereiden op het leven dat nog komt,
in Gods tijd, als Christus terugkomt.
Daar vroeg ik dinsdag naar: hoe jullie daarin staan.
Want juist als je een kind hebt, kun je alle aandacht weer hebben
bij het leven hier op deze aarde, dat je God hier in deze wereld geeft.
Een van jullie zei: ‘Ik sta met één been hier op deze aarde
en ik sta met één been in de wereld die komt, als Christus terugkomt. Zo leef ik.’

Jezus geeft de ouders, die met hun kinderen bij Hem komen,
meer dan ze verwacht hadden, meer dan waar ze rekening mee hielden voor hun kind:
Een toegang tot het Koninkrijk van God.
Hij houdt anderen zelfs hun kind tot voorbeeld.
Als je niet wordt als een kind – dan kun je Gods nieuwe wereld niet binnengaan.
Je komt daar alleen, als je wordt als een kind.
Waar een groot deel van onze kindertijd en jeugd erop gericht is om volwassen te worden
zegt Jezus dat we als een kind moeten worden.
Wat hebben de kinderen – de meesten zijn nu naar de kindernevendienst –
voor op ons als volwassenen?
Zijn ze onschuldiger en doen ze minder dingen verkeerd?
Nee, ook kinderen kunnen hard zijn naar elkaar en elkaar uitsluiten,
een vooroordeel hebben over een ander, dat misschien niet eens klopt.
Ze kunnen verkeerd handelen en ook in verkeerde gedachten hebben.
De kinderen worden bij Jezus gebracht
en dat is precies wat de Heere Jezus bedoelt:
de afhankelijkheid die kinderen hebben.
Ze hebben niet altijd wat te willen,
want ze moeten mee als ze niet willen
of ze moeten iets doen, ook al hebben ze er geen zin in.
Kinderen zijn ook afhankelijk van de zorg van volwassenen.
Wie niet wordt als een kind – kan het koninkrijk van God niet binnengaan.
Zoals de baby’s die gedoopt zijn en de kinderen van de oppas in de kerk gebracht worden.
Ze kunnen tegenstribbelen en protesteren en toch, ze moeten mee.
Kinderen neem je ook niet altijd serieus.
Ze mogen meedenken, hun gedachten hebben, maar uiteindelijk maak jij als ouder de keuze.
Worden als een kind.

Zijn we dat kwijtgeraakt, op deze manier kind zijn?
Ik kom het als predikant nog wel tegen.
Als je van een volwassene hoort, dat hij of zij de beide ouders verloren heeft
die dan zegt: ‘Ik kan geen kind meer zijn.’
Met andere woorden: ik moet het nu zelf doen,
niemand die – als het moet – de verantwoordelijkheid voor mijn leven overneemt.
Ik zie het veel bij de ouderen die ik bezoek:
de worsteling met het afhankelijk worden van de zorg, die anderen moeten bieden.
Kunnen we dat nog wel, als volwassenen – zo kind zijn als Jezus bedoelt
met die afhankelijkheid, je laten leiden, meegenomen worden en je moet maar gaan.
Je moet vragen als je iets wilt hebben.

Ontvangen, geleid worden, het zelf niet in de hand hebben,
dat geldt toch eigenlijk voor veel dingen in ons leven,
de meest belangrijke zaken van ons leven hebben we uiteindelijk niet in de hand.
Of we gezond zijn en gelukkig zijn,
ook of we kinderen geschonken krijgen hebben we zelf niet in de hand.
En juist dat maakt ons – denk ik – volwassen:
de tegenslagen die er kunnen zijn, de zorgen die je maakt,
de verantwoordelijkheden die je hebt voor jezelf, voor anderen om je heen.
Als je wel verlangt naar een kind te mogen ontvangen,
maar nooit dat verlangen vervuld ziet,
dat maakt dat je het leven anders kunt gaan bezien,
minder naïef, omdat je merkt – tot je eigen verdriet – dat je het leven niet in de hand hebt.
En je ziet dan om je heen anderen wel vader en moeder worden
en je ziet dat ze op een andere manier behandeld worden;
het lijkt wel of ze meer meetellen dan jezelf,
dat ze een vanzelfsprekende aandacht krijgen,
aandacht die je ook zou willen, niet omdat je je op de voorgrond zou willen plaatsen,
maar omdat je ook nodig hebt, dat je gezien wordt
en dat ook jij het gevoel wilt hebben er helemaal bij te horen,
ook al heb je geen leuke anekdotes te vertellen over je kind,
maar merk je dat anderen niet over hun kinderen durven te praten
omdat ze bang zijn je pijn te doen met hun verhalen.
Je wordt anders behandeld, zonder dat je dat wilt.
En toch geloof ik en ik merk dat ook in de ontmoetingen met mensen,
voor wie het leven anders loopt dan ze zich hadden voorgesteld,
toch iets van dat worden als een kind kunnen hebben, waar de Heere Jezus op doelt
de voorwaarde die nodig is om het koninkrijk van God binnen te gaan.
Worden als een kind: dat je naar Hem toegaat,
bij Hem je geborgenheid zoekt.
En dan niet alleen een omarming en een zegen,
waar het verhaal van de ontmoeting met de kinderen mee eindigt
maar meer: een toegang tot die nieuwe wereld, het koninkrijk van God.
En je beseft dat je die toegang nodig hebt,
omdat je erachter komt, dat de wereld waarin wij leven
nog niet de volmaakte wereld is, zoveel dat ontbreekt,
zoveel dat mis gaat,
Als iemand die graag kinderen zou willen krijgen,
kan het je zoveel pijn doen als ouders achteloos met hun kinderen omgaan,
niet de tijd nemen om voor hun kinderen te zorgen, hen met zorg en aandacht op te voeden
of hen zelfs te verwaarlozen.

Een toegang tot die nieuwe wereld, die je mag ontvangen,
als Christus je mee mag nemen.
Jezus is op weg naar Jeruzalem, om daar aan het kruis te sterven.
Om daar aan het kruis voor ons te sterven.
Er is zoveel in ons leven wat we niet voor elkaar kunnen krijgen.
Ook de toegang tot Gods nieuwe wereld niet.
Die toegang loopt alleen via dat kruis van Christus op Golgotha.
Jezus zegt tegen de discipelen, tegen de kinderen en die ouders:
Jezus laat tussen de regels door schemeren
dat je die toegang tot Gods Koninkrijk mis kunt lopen.
Dat is niet wat Hij wil. Juist niet.
Hij is juist gekomen, om zoveel mogelijk mensen mee te nemen
door die toegang naar Zijn koninkrijk.
Hij wil u, jou, Hij wil de gedoopte kinderen meenemen.
Dat is Zijn wens, dat er velen zullen zijn in dat koninkrijk, bij Hem in de hemel.
Daarom zegt Hij: er is een weg,
je hoeft alleen maar te worden als een kind,
Te ontvangen, aan te nemen wat Hij je geeft.
Dat vind ik het mooie van de doop:
Je mag je kind meenemen naar de Heere Jezus.
Omdat jij het leven in Hem gevonden hebt,
omdat jij gelooft dat Hij ook voor jou gestorven is
en dat daardoor de weg naar God en Zijn koninkrijk open is.
Je mag je kind meenemen, naar Hem toe.
Je mag antwoord geven voor je kind,
totdat je kind, als het later zelf volwassen geloof is, zelf verantwoordelijk wordt,
je nazegt, jouw ja tegen Christus overneemt.
Daar mag je als ouders over vertellen, steeds weer opnieuw:
dat er ook voor hem, voor haar een weg is naar dat Koninkrijk van God is,
een weg die je zelf gaat, die je voorleeft aan je kind
en je wilt niets liever dat je kind die weg ook gaat.
Ook dat is een hele verantwoordelijkheid.
Deze verantwoordelijkheid hoef je niet alleen te dragen:
Je hebt een gemeente om je heen, die getuige is,
Die voor jou en voor je kind bidt, van wie ook verwacht mag worden, dat zij het voorleven.
Je hebt de Heilige Geest aan je kant, die vandaag beloofd heeft
aan jou en aan je kind, dat Hij zal gaan werken in het hart van je kind,
totdat het gelooft, totdat het ook ja zegt tegen Christus.
Misschien als kind heel onbevangen, als puber wat aarzelend, als jongere zoekend,
maar uiteindelijk een ja, dat niet anders kan dan Gods liefde en genade aan te nemen
omdat de liefde van God zo groot is dat die niet geweigerd meer kan worden.
Zo bidden wij als gemeente met jullie als doopouders mee:

Geef mij uw wijsheid, uw woorden van eer,
dat ik in U blijf en U in mij, Heer.
U als mijn Vader en ik als uw kind
dat in uw armen geborgenheid vindt.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s