Preek zondagmorgen 13 november 2016

Preek zondagmorgen 13 november 2016
Filippenzen 3:10-21

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Toen ik 5 jaar geleden in Oldebroek begon
stelde ik aan de stellen die door mij getrouwd wilde worden
een vraag om te weten te komen hoe de gemeenschap hier in Oldebroek was.
Ik weet niet of ik aan alle stellen die vraag gesteld heb,
maar ik heb die vraag wel aan een aantal stellen gevraagd:
‘Wil je graag in Oldebroek blijven wonen?
Of ben je juist blij dat je uit Oldebroek weg kan gaan?’
Dat ik heb onthouden dat ik deze vraag gesteld heb, komt door het antwoord.
De antwoorden waren steeds heel stellig:
‘Nee, ik ben blij dat ik uit Oldebroek weg kan.’
‘Ik zou voor geen goud in een andere plaats willen wonen.’
Dat stellige viel me toen op, aan beide kanten:
de ene die blij is uit Oldebroek weg te kunnen,
de ander die zich geen leven kan voorstellen buiten Oldebroek.
Als je dan toch buiten Oldebroek kwam te wonen,
dan bleef je toch lid van Owios en nam je elk jaar met Schapenmarkt vrij
om hier in Oldebroek te zijn.
Of je vindt het hier geweldig of niet – dat was een van mijn eerste indrukken hier.

Dat was voor mij wel nieuw, dat je zo heel graag op de plek wil blijven
waar je altijd gewoond hebt, dat je echt voor geen enkele mogelijkheid weg wil.
Goed, ik heb ook wel verhalen over avonturiers gehoord,
die over de hele wereld uitzwierven,
maar dat waren dan vooral de verhalen van de achterblijvers,
die vertelden over een broer die naar Australië emigreerde of een zoon naar Canada.
Dat is voor mij weer het andere uiterste:
Niet alleen je geboorteplek verlaten, maar ook je eigen land, je eigen taal en cultuur.
Canada of Australië is toch echt een heel ander land.
Wat ik hier in Oldebroek tegenkwam, was in zekere zin nieuw voor mij:
Je leven lang wonen op dezelfde plek,
geregeld zelfs wonen in het huis waar je geboren bent.
Dat kan met gewoonte te maken hebben: ik heb hier altijd gewoond.
Of met loyaliteit: hier hebben mijn ouders gewoond
en daarom ben ik op deze plek heel zuinig.
Als je dan hier in Oldebroek woont en hier je thuis hebt
en nooit van je leven weg zou willen,
dan heb je zoveel mogelijk hier: je gezin, de school, de sport, de kerk,
als het kan je werk (of je werk niet te ver hier uit de buurt).
Als je dan toch weg moet, dan alleen als je echt niet anders kan,
als je weg moet – door omstandigheden.

Hoe zit dan met wat Paulus noemt “het burgerschap in de hemelen”,
ons thuis dat niet hier op deze aarde is, maar bij God in de hemel?
Ben je dan zo sterk geworteld hier in Oldebroek of ‘t Loo
en zo gericht bent op het leven hier dat je uit het oog verliest
dat ons thuis hier niet op deze aarde is, maar bij God in de hemel?

Daarmee bedoel ik niet, dat je het hier op aarde niet fijn mag hebben
en het is mooi om te merken als je hier echt een thuis hebt op aarde.
Daar mag je de Heere echt dankbaar voor zijn.
Het is wel een vraag die me bezighoudt:
Kun je zo sterk gericht zijn op het hier en nu
dat je een leven in de hemel uit het oog verloren hebt?
Kun je zo sterk gericht zijn op een toekomst hier op deze aarde, op korte termijn
dat je er niet meer bij stilstaat dat er ooit een dag aanbreekt
Dat de Heere Jezus terugkomt
om degenen die in Hem geloven op te halen en Thuis te brengen?
Dat moet ik ook tegen mezelf zeggen, merk ik.
Inmiddels heb ik een agenda voor 2017 gekocht
en de afspraken die voor het komende jaar reeds in mijn agenda ingeboekt
en in de afgelopen weken ben ik zelfs al bezig geweest met het preekrooster van 2018.
Maar ik heb die afspraken niet ingevuld met het voorbehoud
dat de Heere Jezus dan ook wel eens terug gekomen zal zijn.

En toch zouden we zo moeten leven:
dat we bij elke afspraak die we maken rekening houden met de Wederkomst.
Zoals we bij afspraken die gemaakt worden kunnen zeggen: Deo volente of D.V.
(betekent: als God het wil.
Met andere woorden: Hij kan ook anders beslissen.
Hij kan bijvoorbeeld ook beslissen om mij toch Zich te roepen.
Als God het wil: God bepaalt of die afspraak doorgaat.
We kunnen als mensen afspraken denken te maken,
maar uiteindelijk is het God die bepaalt, omdat Hij ons leven leidt.)
Zo zouden we ook bij de afspraken ons moeten bedenken:
Christus zou dan wel eens teruggekomen kunnen zijn
en dan niet zuchtend, omdat onze afspraken dan niet meer doorgaan,
maar uit verlangen: zou Hij dan niet al terug gekomen zijn?
Dat je al vooruit denkt: dat zal wat zijn als Hij komt.
De mooiste dag van mijn leven!

Toch merk ik wel eens aarzelingen: ja, maar.
Ja, maar … mijn kinderen, ja maar… mijn man, de relatie zal anders zijn.
Pas vertelde een van onze kinderen dat de juffrouw of meester op school had gezegd:
“Ik zou willen dat het woordje “maar” nooit was uitgevonden,
want kinderen zeggen altijd: ja, maar…”
Dat geldt niet alleen voor onze kinderen,
Tenminste als het gaat om de Wederkomst van de Heere Jezus
en misschien is het zo dat je bij het volwassen worden dat sterker hebt: ‘Ja, maar… “
Ik kijk even naar de kinderen: hebben jullie dat niet dat je soms zo maar kunt verlangen
dat de Heere Jezus terug zal komen,
dat je Hem wel eens zou willen zien, zou willen zien hoe het in de hemel is.
Zo was het bij mij vroeger wel zo,
dat het verlangen in de kerk en op school werd aangewakkerd
en dat is eigenlijk altijd wel zo gebleven, tenminste zo probeer te leven
met het besef dat er een keer een dag komt, de laatste dag, de jongste dag
waarop de hemel opengaat en Christus in al Zijn heerlijkheid en glorie terugkomt.
Al hoef ik dat niet mee te maken
en kan het Gods plan zijn dat er nog tijden over heen gaan.
Ik zie het wel als mijn opdracht om als gelovige zo te leven met de verwachting dat Hij komt.
Soms moet dat verlangen gevoed worden, maar dat verlangen is er altijd wel.
Zoals het voor mij nieuw was dat mensen hun hele leven op dezelfde plek wonen,
zo is het ook voor mij wennen als gelovigen komen met hun “ja, maar(s)…”
en misschien moet ik daar maar ook niet aan wennen
en is het mijn taak om u, jou te vragen: verwacht je nog wel je Heer uit de hemel?
Houd je er rekening mee dat Hij terugkomt?
En u moet dat ook mij vragen,
want ook ik loop het gevaar helemaal op te gaan in het hier en nu,
in alles wat er gedaan moet worden, in de zorgen die er kunnen zijn
dat ook voor mij de verwachting minder wordt en ik daar minder uit leef.

Paulus heeft het in de brief aan de gemeente in Filippi over voorbeelden.
Wees met elkaar mijn navolgers.
Daarmee bedoelt Paulus: zorg ervoor dat je mijn verlangen deelt,
dat je samen met mij uitkijkt naar de komst van de Heere Jezus,
naar die dag dat onze Heer uit de hemel terugkomt.
En kijk niet alleen naar mij, geeft Paulus aan,
kijk ook naar elkaar.
Ook van elkaar kun je leren, juist in de verwachting van de wederkomst.
Juist als het gaat om die “ja, maar(s)” die er kunnen zijn,
waardoor het verlangen minder wordt, maar houdt elkaar scherp en bevraag elkaar
en leer van elkaar.
Want in de kerk doen we het met elkaar.
Dan zijn we niet van één persoon afhankelijk, die op de voorgrond staat:
Niet alleen van een dominee of een ouderling, iemand die erg op de voorgrond staat.
Maar kunnen we van elkaar leren en kunnen we allemaal een voorbeeld zijn.
Ook jij, ook u kunt een voorbeeld zijn voor anderen
en misschien ben je je daar helemaal niet van bewust,
omdat je voor je gevoel helemaal nog niet zo ver bent in je geloof
en leun je nog zo op anderen die wel veel verder zijn,
die meer weten, die jou kunnen uitleggen en voorleven.
Nee, iedereen die met dit verlangen leeft, die zo dicht bij de Heere Jezus leeft
dat je de Heere verwacht en naar uitkijkt om te ontmoeten
kan een voorbeeld zijn – kijk goed naar hen, zegt Paulus.
Houd hen nauwlettend in de gaten, observeer hen goed.

Ja, dat was nu juist voor degenen die uit Oldebroek wegwilden de reden om te vertrekken:
dat er zo op je gelet wordt.
Nee, niet op die manier, dat de ander het benauwd krijgt
en zich bekeken – en vooral beoordeeld – voelt, maar vanuit een lerende houding.
Hoe doe jij dat? Hoe ga jij om met die “ja, maar(s)?”
Hoe doe je dat: verlangen naar de Wederkomst en tegelijk met de beide benen op de grond
in dit leven een bestaan, een toekomst opbouwen
en tegelijk uitkijken naar de dag van Christus?
Als je zo naar anderen kijkt, kan er ook iets bij komen van opkijken, van bewondering:
Zij doen het beter dan ik. Ik breng het er niet zo best van af.
Ook dat is niet wat Paulus bedoelt.
Hij is juist in de weer met mensen, die zeggen dat een perfect leven
hier op aarde te verkrijgen is en ook een perfect geloof.
Nee hoor, zegt Paulus tegen de gemeente in Filippi,
Ik ben helemaal nog niet volmaakt, helemaal nog niet perfect.
Het echte, het meest wezenlijke moet ik nog krijgen:
Pas als ik bij de Heere in de hemel ben, zal het perfect zijn, helemaal volmaakt.
Hier is het maar onvolmaakt, hier op aarde wordt het nooit perfect.
Ik zou het wel willen, zegt Paulus, ik verlang er naar,
maar moet we er bij neerleggen, dat het hier nooit perfect wordt,
in mijn leven niet en in mijn geloof niet.
Daar moet je ook niet naar streven.
Want als je naar perfectie streeft, naar een volmaakt leven
of naar een geloof zonder fouten, dan ben je met het verkeerde bezig.
Dan heb je helemaal geen wederkomst nodig.
Je hebt genoeg aan het leven hier op aarde.
En dan wordt Paulus opeens heel scherp:
dan leef je als vijand van het kruis.

Als je streeft naar een perfect geloof, een geloof zonder tekorten, dan zit je mis
sterker nog, dan ben je een vijand van het kruis
– dat is misschien helemaal iets wat je niet verwacht,
zoiets onverwachts, daar moet je wel over nadenken.
Dat heb ik tenminste wel, soms wel weken, voordat ik zoiets onverwachts begrijp.
Vijand van het kruis als je een volmaakt geloof wil.
Ja, zegt Paulus, want geloven betekent hier op aarde ook lijden.
Ook een kruis – je bent hier nog niet in de hemel, je bent hier nog niet bij Christus.
Alleen daar zou je al aan moeten lijden, dat je nog niet bij Hem bent.
Dat je nog hier op aarde bent en onze Heer in de hemel en de kloof die er is.
Dat is al een kruis op zich om te dragen
En zolang we niet bij onze Heer zijn,

zal het nooit helemaal volmaakt, niet helemaal perfect zijn.

Natuurlijk, je mag genieten van het leven hier op aarde,
want God geeft je dat ook:
een plek om te wonen, hopelijk een plek waar je aardt, waar je thuis bent.
En ook nadenken over je toekomst op aarde en daarvan dromen hoef je niet op te geven.
Want dat is ook de weg die God met je gaat.
Maar daarnaast, of liefst allereerst: wat God doet met jou en deze wereld
en het besef dat Christus terug zal komen.

Christus komt namelijk wel als Zaligmaker, als Redder.
Dat kan een heel vertrouwd woord zijn: natuurlijk is Jezus Zaligmaker,
Ja, Hij is mijn Redder.
Redder … dat betekent dat er met dit leven hier op aarde nog iets moet gebeuren.
Dat er met het leven zoals we kennen iets mis is,
iets goed mis, zelfs zo, dat we gered moeten worden.
Dat er iets moet gebeuren, met ons, met deze wereld.
Met degenen die het hier op aarde voor het zeggen hebben,
of het nu een Obama, een Clinton is of een Trump.
En of Putin en Assad gebaat zijn bij de keuze voor de nieuwe president of niet.
Als Christus zal alles anders zijn.
Alle machten en alle machthebbers zullen aan Hem onderworpen zijn
en Christus zal regeren, zoals Hij nu al regeert, maar dan voor ieder zichtbaar
en zal ons redden en verlossen
en zal er een heel nieuwe samenleving zijn: echte vrede, echt samenzijn,
zo goed als we het nooit op aarde kunnen krijgen,
omdat Christus al het verkeerde, het onrechtvaardige, het zondige wegdoet, uitbant.
Dat zal er niet meer zijn, zoals de dood ook niet of ziekte,
elkaar pijn doen, elkaar niet willen of kunnen begrijpen – het zal er niet meer zijn.
Elkaar kleineren, beledigen of discrimineren – men zal het niet meer kennen,
het zal niemand meer raken.
Een toekomst die ons zelf ook raakt: een nieuw lichaam,
gelijkgemaakt aan dat van onze Heer.
Dan zal het volmaakt zijn, een volmaakte toekomst,
Het bestaan volmaakt, het samenleven volmaakt, ons eigen lichaam volmaakt,
volmaakt omdat het goed is en we bij de Heer mogen zijn.
Daar kun je toch alleen maar naar verlangen.
Goed, het kan wel eens weg zijn, omdat er zoveel hier is, aan goeds of juist aan zorgen.
Maar dan toch: ons thuis ligt daar,
Daar zijn we naar onderweg
Ook als we er niet mee bezig zijn, komt die toekomst, zal Christus komen.
Dan kunnen we er maar beter op rekenen, naar verlangen,
zodat het volmaakte leven, het leven met Christus er ook voor ons zal zijn.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s