Preek zondag 6 november 2016

Preek zondag 6 november 2016
Filippenzen 1:12-26
Tekst: Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst (vers 21)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Dat is toch een hele belijdenis als je dat kunt zeggen, net als Paulus:
Het leven is voor mij Christus en het sterven is winst.

Allereerst dat het sterven winst is, dat zal niet iedereen Paulus nazeggen.
Voor veel mensen is het sterven iets om tegenop te zien:
een onbekende toekomst, waarover niemand je kan vertellen hoe dat zal gaan
en wat je meemaakt, wat je te wachten staat.
En daarnaast de strijd om anderen achter te laten
van wie je weet dat ze intens verdrietig zullen zijn als je er niet meer bent.

En toch heeft deze uitspraak van Paulus veel mensen na hem
de moed gegeven om hun leven in de hand van Christus te leggen.
Ook op het moment dat het einde van het leven nadert.
Ook al weet je niet wat de toekomst brengt,
wel weet je dat het na het sterven niet is afgelopen
en dat er Iemand is, die je opwacht: je Heer en Heiland.
Het is niet alleen een onbekende toekomst waar je bang van kunt worden,
maar ook een toekomst, waarvan je weet
dat je het nog beter zult krijgen dan je hier hebt.
Het is winst, schrijft Paulus – het leven hier op aarde weegt niet op
tegen wat er komt, later, nadat mijn leven hier op einde gekomen is.
Paulus kijkt er dan ook al naar uit, naar dat leven dat nog komt.

Nu zou je nog van Paulus kunnen begrijpen
dat hij sterk verlangt naar een ander leven, een leven hierna,
omdat hij voor het leven hier op aarde geen perspectief meer heeft.
Hij zit gevangen omdat er een rechtszaak tegen hem loopt
en het is nog maar de vraag of hij vrijgesproken zal worden.
Er bestaat ook de mogelijkheid dat hij ter dood veroordeeld zal worden.
Als je dan zo weinig hoop meer hebt, dan kunnen we begrijpen
dat iemand vooruit kijkt naar een leven waarin hij bevrijd is van die zorgen.
Als het er voor mij niet beter op wordt, laat het dan maar voor mij voorbij zijn.
Dat zijn niet alleen uitspraken van vandaag de dag.
Ook in de tijd van Paulus was die gedachte aanwezig,
zeker in de wereld waarin de gemeente van Filippi verkeerde:
de dood als verlossing van een zwaar, moeilijk leven hier op aarde.
Je kunt – met het levenseinde – het zware leven hier op aarde eindelijk achter je laten.
Bevrijd.
Maar dat is juist niet wat Paulus hier bedoelt.
Het levenseinde is voor hem geen vlucht van een naar bestaan hier.
Hij wil hier niet wegkomen, omdat hij wil ontsnappen uit een onhoudbare situatie.
Waarom hij uitkijkt naar het leven dat komt, is omdat hij dan Christus mag zien,
omdat hij dan helemaal met Christus verenigd is.
Hier op aarde leeft hij al dicht bij Hem,
maar toch is hij nog van de Heere Jezus gescheiden.
Hij verlangt ernaar, dat die scheiding er niet meer zal zijn
en dan mag zijn waar zijn Heer ook is: in de hemel.

Een verlangen naar de hemel is allereerst een verlangen naar Christus,
die voor ons de deur naar de hemel heeft geopend.
Dat er een hemel is, dat het met de dood niet voorbij is, dat is al een troost,
maar de grootste troost is, dat er een Heer is: Jezus Christus,
die Zijn leven heeft gegeven, die bereid was om uit de hemel op aarde af te dalen,
zelfs af te dalen tot in het rijk van de dood, neerdaalde tot in de hel,
waardoor er voor ons een weg is door de dood heen,
een weg waarop we worden gedragen door de goede herder
die ons door de dood heen draagt naar Zijn heerlijkheid,
daar waar Hij is, Zijn thuis.
Dat is ook een thuis voor wie gelooft.
Daarom staat er ook vaak boven een rouwkaart: Thuisgehaald.
In Oldebroek word ik wel eens gevraagd of er in de hemel herkenning zal zijn.
Ik zeg, dat ik geloof dat er in de hemel herkenning zal zijn.
Ik zeg er dan wel bij dat die herkenning niet het allerbelangrijkste zal zijn.
Het belangrijkste is dat er een weerzien is met Christus.
Dat is al een reden genoeg om naar de hemel te verlangen,
omdat het een verlangen naar Christus is.
Ik hoop dat het ook uw verlangen is.
Al is het heel wat om zo’n heel intense belijdenis uit te spreken
en Paulus na te zeggen: als mijn einde gekomen is, is dat voor mij alleen maar winst.
Ik ga er alleen maar op vooruit. Ik krijg het beter.
Omdat ik daar mijn Heer mag zien, naar wie ik op aarde al zo lang heb verlangd.

Het kan best zijn dat u bij uzelf zegt: ja, maar daar ben ik helemaal nog niet mee bezig.
Ik heb nog zoveel hier op aarde.
Ik heb hier nog een hele levensweg te gaan.
Ik sta aan het begin van mijn leven: net begonnen aan een nieuwe opleiding, net een relatie.
Of u staat nog volop in het leven: een baan, een gezin, nog zoveel te doen.
Kan dat niet later komen,
als ik wat ouder ben en niet meer zo goed uit de voeten kan?
Maar ook dan, als je ouder bent, is het nog maar de vraag
of het dan zo makkelijk is om het aardse leven hier te moeten verlaten.
De band met de kinderen – ik zie vaak dat dit een van de moeilijkste dingen is:
het loslaten van degenen die zo na staan.
Voor Paulus is het ook niet iets om uit te stellen voor latere leeftijd, als je niet kunt.
Om als je op een stoel in een verzorgingstehuis komt en overal mee geholpen moet,
dat je dan pas het verlangen opkomt om bij Christus te zijn.
Of als je echt niet anders kunt –
als je terechtkomt in een situatie, waarin het belijden van je geloof je iets gaat kosten.
Als je gevangen komt te zitten en je het risico loopt om het er niet levend af te brengen.
Dat je dan pas, als je martelaar dreigt te worden, aan dat verlangen gaat toegeven.

Nee, het is niet voor later, het is iets voor nu.
Wat het einde zal zijn, dat heeft met het leven nu al te maken.
Waar Paulus mee begint: dat het leven Christus is,
dat is net zo radicaal als het sterven dat winst brengt.
Zoals we kunnen sterven, kunnen we ook leven.
Dat we met Christus verenigd zijn, dat is niet iets pas voor na dit leven.
Dat is al mogelijk – hier in dit leven.
Hier gaat Paulus zelfs zover dat zijn leven Christus is.
Moet u zich voorstellen dat u dat over uzelf zou zeggen: het leven is voor mij Christus.
Zou u dat van uzelf zeggen: het leven is mij Christus.
Ik ben in de jaren dat ik predikant ben, heel wat omschrijvingen van mensen tegen gekomen.
Hij was een liefdevolle en zorgzame vader, zij was een toegewijde moeder.
Ook wel: hij deed het op zijn eigen manier – I did it my way.
Het leven was voor hem werken – die ben ik gelukkig nooit tegengekomen.
Hier zegt Paulus: het leven is mij Christus.
Niet dat hij zichzelf op zo’n niveau plaatst, dat hij naast Christus staat
en aan Christus gelijk is.
Het leven is mij Christus – mijn leven is allereerst van Hem.
Paulus zegt dat als hij gevangen zit vanwege zijn prediking,
vanwege zijn boodschap over Christus en wacht op een vonnis,
waarvan hij op dit moment niet kan vertellen hoe het afloopt.
En toch is Paulus niet onzeker, niet angstig en heeft hij vertrouwen:
Mijn leven is in de hand van Christus,
Hij bepaalt en bestuurt ook mijn leven
en wat er met mij gebeurt – het is goed, want Christus weet wat goed voor mij is.
Hij gaat zelfs nog verder.
Het gaat er niet om of het voor mij goed is,
maar het gaat erom, dat wat er met mij gebeurt tot eer van Christus gebeurt.
Het leven is mij Christus – dat is dat ik met mijn leven Christus eer.
Dat kan net zo goed in vrijheid, als ik weer vrijgelaten wordt,
vrijgesproken van de beschuldigingen die tegen mij zijn ingebracht.

Ik hoorde onlangs dat iemand hiervoor de typering ‘heilige onverschilligheid’ gebruikte.
Het raakt je niet meer, omdat wat je bezighoudt Christus is,dat is wat telt.
Als ik door hoe ik ben maar tot eer van Christus ben,
als door wat er met mij gebeurt de naam van Christus maar wordt genoemd
op een goede manier, waardoor iemand die deze naam nog niet kent,
geraakt wordt, op zoek gaat en meer wil weten over Christus en Hem vindt.
Christus – het gaat om Hem.
Het gaat er Paulus om dat heel zijn leven op Christus is afgestemd.

Mogen we dat ook van elkaar vragen: dat het leven helemaal op Christus is afgestemd?
Dat alles wat er in je leven gebeurt, ondergeschikt wordt aan Christus?
Paulus vertelt allereerst hier iets over zichzelf, hoe dat bij hem werkt.
En juist die persoonlijke belijdenis kan een snaar raken,
kan ervoor zorgen dat we voor onszelf gaan nadenken: hoe zit dat bij ons?
Kan het verlangen in ons boven roepen:
zoals Paulus leeft, wil ik ook
– ik zou niets liever willen dan dan Christus door mij alle eer krijgt.

Het gaat Paulus ook om meer – allereerst dat alle eer naar Christus gaat,
maar dan had hij dat ook zo kunnen schrijven:
voor mij komt Christus op de eerste plaats,
maar hij schrijft net iets anders, een bijzondere zin: het leven is mij Christus.
Het gaat hier om een intense band.
Zoals Paulus vaak geschreven heeft dat je in Christus moet zijn.
In Christus  – zoals we kunnen zeggen dat je in Harderwijk (Oldebroek) bent,
hier in de kerk, een plek waar je bent.
Hier wordt het nog intenser – dat je haast samenvalt met Christus,
niet dat je gelijkwaardig bent, van hetzelfde niveau, maar dat je bestaan deelt in Christus,
dat je daar bent, waar Christus is.
Het leven is voor mij Christus,
dat wil zeggen dat je verbonden met Christus bent,
die uit de hemel naar deze aarde kwam, die aan het kruis stierf, in een graf gelegd werd,
die opstond en naar de hemel ging.

Verbonden met Christus,die uit de hemel naar de aarde kwam
en bereid was om een slaaf te worden, om anderen te dienen.
Paulus schrijft daar verderop in de brief over, dat dit voorbeeld ook voor ons betekenis heeft:
dat we Christus navolgen in nederigheid naar anderen toe.
Hier geeft Paulus een voorbeeld: het gaat er niet om dat ik gelijk heb.
Ook door die ander, die een heel andere boodschap heeft dan ik
kan de naam van Christus worden verkondigd.
Verrassend mild is Paulus hier.
We kennen Paulus op andere plaatsen als een heel felle man,
die strijdt voor de eer van Christus,
maar hier is er die heilige onverschilligheid.
Christus weet wel wat Hij er van moet maken – van mijn boodschap en die van anderen.
Als Christus de boodschap van anderen kan gebruiken om Zijn koninkrijk uit te breiden,
laat dat dan maar zo zijn.
Paulus gaat zelfs zo ver dat hij het niet alleen accepteert,
maar hij kan zich er ook over verheugden – zozeer staat Christus op de eerste plaats.
Zijn leven is hier Christus, die nederig werd, bereid was om te dienen.
Hier is Paulus bereid om te dienen – allereerst Christus, maar ook medemensen.

Dat je leven Christus is, die gekruisigd is,
dat hebben veel christenen over heel de wereld ervaren.
Ik kwam in een commentaar een kort briefje tegen
van een voorganger uit Cambodja, die toen de vervolging in 1975 daar begon, schreef:
Het leven is mij Christus en het sterven is mij winst. Bid dat ik dit vol mag houden.
Paulus wist daar zelf ook van, Paulus die worstelde met zijn eigen lichaam
een doorn in het vlees noemde hij het
en bad of God dat van hem afnam, maar hij moest dat dragen.
Delen in Christus die gekruisigd is, dat kan als je je ziekte moet dragen.
‘Als ik al zoveel pijn heb, hoeveel moet de Heere Jezus aan het kruis niet geleden hebben?’
Ook op een andere manier kun je delen in het kruis:
als je voor de kerk ergens bezig bent en het lukt maar niet.
Het gaat alleen maar verder achteruit,
het wordt afgebroken waar je bij bent,
de mooie tijd van de kerk is alleen maar een herinnering uit het verleden.
Ook dan deel je in het kruis van Christus, in de afbraak van het lichaam van Christus.  
En dat is de weg die God vaak gaat:
niet een weg van triomf, maar van lijden, van beperking, juist niet van succes,
maar eerder van tegenslag.
Je deelt in het kruis van Christus – Christus die toen voor ons stierf, voor onze zonden.
Maar ook een weg liet zien die God vaak gaat.
Een kartrekker binnen de kerk, voor wie niet zo makkelijk een vervanger te vinden is,
overlijdt en de kerkenraad zit met de handen in het haar: hoe vullen we die taak op.
Een vader die nog veel voor zijn gezin kan betekenen, maar jong overlijdt.
Een moeder die tijdenlang opgenomen moet worden in Ermelo,
terwijl de kinderen nog jong zijn en hun moeder nog zo nodig hebben.
Het leven is mij Christus die gekruisigd is.
En het kan zelfs verder gaan, dat we delen in zijn afdaling naar de hel.
Hoeveel gelovigen zijn er niet wanhopig geweest en wisten geen uitkomst te vinden.

Maar Christus is ook opgewekt – als eerste onder velen, een eersteling.
Paulus gebruikt dat woord niet voor niets,
om aan te geven dat we Christus zullen volgen uit het graf.
Sommigen maken dat hier al een beetje mee,
als je na een  ingrijpende ziekte weer gezond mag worden
en verder mag leven.
Voor de meesten is het toekomstmuziek,
maar wel een toekomst die zal komen.
In dat geloof nemen we afscheid van de mensen voor wie het leven hier op aarde
tot een einde gekomen is,
We nemen tot afscheid om hen te laten gaan, in Christus’ handen
die hen door de dood heen draagt naar Zijn heerlijkheid.
Ik wil Christus kennen en de kracht van Zijn opstanding, schrijft Paulus.
De kracht van Christus die jou, u, mij meeneemt, uit het graf, het leven weer in.
Het leven van Gods heerlijkheid, waar we bij de Heere Jezus zullen zijn
en dan zullen we ook delen in het leven van Christus die in de hemel is.
Daar komt die heilige onverschilligheid vandaan: van het geloof,
dat die verbondenheid met Christus eens een nieuw leven inhoudt,
maar een verbondenheid die er nu al is.
Je leven die Christus is: vaak de gekruisigde,
maar gelukkig ook in dienst van Hem, een leven tot Zijn eer.
Dat merk je niet altijd.
We willen vaak iets uitstralen van Christus.
Meestal de kracht van de opstanding.
Je wilt iets krachtigs uitstralen, in de hoop dat anderen daardoor Christus ontdekken.
Ik merk dat bijvoorbeeld ook wel eens in de discussie over gebedsgenezing.
Ik merk dat ook in het verlangen om sterk te zijn in verdriet.
Om een goede ouder te zijn, die alles in het geloof zo mooi en goed voordoet.
Daarin kunnen we ook een voorbeeld zijn,
maar net zo goed in het lijden, in het delen in Zijn kruis kunnen we tot voorbeeld zijn.
Als we niet meer weten hoe we verder moeten
en ons alleen nog maar kunnen vastklampen aan Hem.
Als die heilige onverschilligheid voor ons te hoog gegrepen is
en we alleen maar kunnen worstelen, kunnen hopen en bidden
dat ons geloof er niet aan onderdoor gaat.
Ons leven is Christus – Hij bepaalt, Hij die zelf door de diepte ging
en die ons – verrassend genoeg – kan gebruiken in Zijn dienst.
Zelfs als ons einde gekomen is en het is een naar einde,
als we afgebroken worden, zelfs dan kan ons leven Christus zijn.
In alle omstandigheden van ons leven
laat Hij ons delen in Zijn leven
en dat is onze redding, omdat we nu al in dit leven van Hem mogen zijn
en straks als ons einde komt, niet vallen in een diep gat, een eindeloos niets,
maar in de handen van Hem, die ons leven gegeven heeft
en zelf voor ons gestorven is,
die een leven heeft bereid in Zijn heerlijkheid.
Mijn leven is van Hem. Als mijn einde komt, als ik moet sterven, is dat winst,
maar als ik hier op aarde nog leef,
is dat goed, omdat de Heere hier voor mij een taak heeft
Een taak waarin ik iets voor Hem mag betekenen,
een taak waarin ik tot eer van Hem ben.
Mijn leven is Christus en sterven is winst.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s