Preek dankdag 2016

Preek dankdag 2016
Filippenzen 4:4-20
Tekst: Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, die mij kracht geeft.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vorige week was ik op een studiedag over preken aanwezig.
We zongen tijdens deze studiedag enkele verzen uit Psalm 107 in de Nieuwe Berijming.
Die psalm begint zo:

Gods goedheid houdt ons staande,
zolang de wereld staat.

Terwijl we dat zongen, het was een kerk met een mooie akoestiek
en het klonk ook mooi,
moest ik denken aan wat iemand mij pas vertelde
dat het opstaan veel kracht kostte.
‘Ik was liever in bed blijven liggen, maar dat is niet goed voor mij.
Dan gaat het alleen maar slechter.’
Van zulke opmerkingen leer ik veel:
namelijk dat het uit bed komen, het opstaan, het beginnen aan de dag
voor sommigen heel wat moeite kost.
Ik moest daar weer aan denken
toen we zongen over de goedheid van God die ons staande houdt.
Van Hem krijgen we de kracht om aan de dag te beginnen.
De kracht die God geeft, is soms heel alledaags, bijna gewoon
en je weet pas dat het niet gewoon is
als je het meegemaakt hebt dat je niet aan de dag wilt beginnen
en liever in je bed zou willen liggen
omdat je van tevoren al weet dat de dag je veel energie gaat kosten,
omdat alles wat je moet doen zoveel energie kost.
Tijdens het zingen wist ik ook waar ik het met dankdag over wilde hebben:
over de goedheid van God die ons staande houdt.
Dat leek mij belangrijk om te benoemen:
de kracht die we hebben voor alles wat we doen,
hebben we niet uit onszelf, maar wordt ons gegeven door God.
En dat ook vanuit dankbaarheid:
U bent het, Heere, die ons de kracht geeft,
die ons staande houdt bij alles wat op ons afkomt en ons kracht en soms ook moeite kost.

Alleen dan nog een Bijbeltekst.
Het is geen Psalm 107 geworden, maar uiteindelijk kwam ik uit bij deze tekst:
Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, die mij kracht geeft.
Wat ik kan, dat is niet mijn eigen kracht,
maar heb ik te danken aan mijn Heer en Heiland: Jezus Christus
Die mij hiervoor de kracht geeft.
Alleen ik had mij niet gerealiseerd
dat deze tekst een iets andere betekenis heeft.
Het gaat niet om kracht voor elke dag die je krijgt,
hoewel Paulus dat niet zal bestrijden, dat de kracht die wij hebben,
dat die ons gegeven wordt door Christus.

Waar gaat het Paulus om als hij schrijft dat voor hem alles mogelijk is,
omdat hij daar de kracht van Christus van ontvangt.
Het heeft te maken met een gift,
die Paulus heeft gekregen van de gemeente in Filippi.
Paulus zit namelijk in de gevangenis
en kan niet in zijn eigen levensonderhoud voorzien.
Hij schrijft een brief om te bedanken voor de gift die hij van de gemeente heeft ontvangen.
Hij waardeert die gift
en ziet in die gift een betrokkenheid van de gemeente van Filippi op zichzelf
en ook als een stimulans voor het werk dat hij verricht heeft,
ook al kan hij, nu hij in de gevangenis zit, niet meer zo vrijuit bewegen als eerder.
En toch, zegt Paulus, die gift die jullie geven, is helemaal niet zo belangrijk.
O, zeker, Paulus waardeert het gebaar
en vooral de betrokkenheid die de gemeente laat zien.
Maar, zegt Paulus, ik kan kan ook zonder die gift.
Ik heb namelijk geleerd om te leven in elke omstandigheid.
Tevreden in alle omstandigheden, zo noemt Paulus het.
Prima als ik het goed heb, prima ook als ik financieel gesteund word,
maar ik kan ook zonder.
Ik kan leven met de onzekerheid of ik deze maand wel genoeg salaris ontvang.
Ook als ik geen eten kan kopen en gebrek moet lijden,
als er geen geld is om kleren te kopen – ook dan ben ik tevreden.
Rijkdom en welvaart, armoede of gebrek – dat bepaalt mijn leven niet, zegt Paulus.
Mijn kijk op mijzelf, mijn identiteit wordt niet door mijn salaris bepaald.
Bij de keuzes die ik maak, laat ik mij niet leiden door de vraag of ik daardoor meer verdien.
Dan komt hij bij die uitspraak:
Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, die mij kracht geeft.
Alle dingen zijn mij mogelijk: Ik kan leven onder erbarmelijke omstandigheden,
ik kan ook leven met materiële overvloed.
En dat komt omdat ik een Heer heb: Christus.
Hij geeft mij kracht om staande te blijven als ik niets heb.
Hij geeft mij kracht om in de weelde, de verleiding van de overvloed ook staande te blijven.

Moet u zich eens voorstellen:
Paulus krijgt een gift van de gemeente en ik denk dat het om een behoorlijk bedrag gaat
en dan zegt Paulus: geld doet me niet zoveel.
Ik vind het fijn dat jullie die gift geven, want daardoor weet ik dat jullie aan mij denken.
Maar dat geld – nee, ik heb geleerd om tevreden te zijn in alle omstandigheden.
Hij heeft dat geleerd.
Paulus gebruikt een fascinerend woord, dat komt uit de wereld van de mysteriegodsdiensten
die er in die tijd volop waren.
Die hadden iets geheimzinnigs – je komt aan kennis die anderen niet hebben,
speciale kennis, wat je vroeger had: New Age.
Iets wat een gemiddeld mens niet heeft,
maar omdat je bent ingewijd in dat geheimzinnige weet je meer
over de wereld en over jezelf.
Dat is de wereld waarin zijn gemeenteleden leven,
maar hij drijft daarmee ook de spot: geheimzinnige, esoterische kennis,
ja ja, die kennis heb ik ook.
Paulus zou vandaag de dag misschien wel taal uit de wereld van de coaching gebruiken
waarin je aan jezelf moet werken
of jezelf beter leren kennen zodat je beter functioneert.
Niet om het coachen af te kraken.
Ik denk dat een coach een heel belangrijke taak kan hebben in de begeleiding.
Alleen: wat zo’n coach kan, kun je ook in het geloof leren.
Het gaat hier om een levensgeheim,
een bepaalde kennis, waarbij je ontdekt hoe het leven werkt.
Hoe jezelf in elkaar zit en waarop je op een bepaalde manier reageert op de omstandigheden.
Waarom je bijvoorbeeld tegen iemand opkijkt, die meer heeft dan jij
of tegen iemand opkijkt, die voor jou gevoel meer kan.

Paulus zegt: Ik heb dat van Christus geleerd.
Dat wil niet zeggen dat je armoede of rijkdom hebt meegemaakt.
Paulus wist van beide kanten te spreken: van de overvloed, genoeg geld,
maar ook van de armoede en weten dat je niets te eten zult hebben.
Die ervaring dat je dat hebt meegemaakt is niet het belangrijkste:
het belangrijkste is wat hij van Christus, zijn Leermeester, heeft geleerd:
hoe je alle omstandigheden zo kunt leven,
dat die omstandigheden je leven niet bepalen.
Niet je bankrekening bepaalt wie je bent, niet het geld dat je te besteden hebt,
ook niet je schulden of je tekort aan geld.
Dat heeft allemaal geen invloed op je karakter, op wie je bent, ook niet op je ziel.
Wat je vormt, is Christus.
Hij maakt wie je bent.
Omdat je van Hem bent.
Hij zorgt ervoor dat je als je het goed hebt, staande blijft
en niet in de verleiding komt om bij Hem weg te gaan
omdat je Hem niet nodig hebt.
Hij zorgt ervoor dat als je weinig te besteden hebt, als je niet rondkomt,
dat je daar niet aan onderdoor gaat,
dat je – ondanks alles wat je niet kunt aanschaffen – wel een leven hebt
Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, die mij kracht geeft.

Door Christus is eigenlijk niet goed weergegeven.
Het gaat niet alleen om de kracht die je ontvangt van Christus.
Het gaat om de band die er is met Christus.
Beter is het om te spreken over: in Christus.
Zozeer verbonden dat je niet naast of achter Christus staat,
maar in Christus bent, op dezelfde plek waar Hij ook is.
En wat is die plek dan?
Dat is een plek op aarde én een plek in de hemel.
Op aarde – aan het kruis, in het graf en uit het graf weer opgestaan.
In Christus – dat betekent voor Paulus,
dat je ook deelt in het kruis van de Heere Jezus.
Dat je soms ook tekort komt en armoede moet dragen,
omdat aan het kruis de Heere Jezus alles wat Hij had opgaf.
Arm en naakt hing hij daar, zonder waarde, zonder enige vorm van status of eer.
Dat kan je als christen ook overkomen.
Als je dat overkomt, zegt Paulus, wees dan niet bang.
Dan krijg je van Christus de kracht om dat te dragen.
Wees dan niet wanhopig, maar bedenk dat je deelt in het lijden van Christus.
Paulus geeft een diepe betekenis aan zijn eigen armoede en gebrek.

Ik kom zoiets ook wel in de gemeente tegen, bijvoorbeeld als het om ziekte of pijn gaat.
Dat iemand zegt: Als ik al zoveel pijn heb, hoeveel moest de Heere Jezus niet dragen
die aan het kruis nog veel meer lijden te dragen had dan ik.
Het eigen lijden doet denken aan het lijden van de Heere Jezus.
(Kun je nog dankbaar zijn voor ‘nooddruft’.
Voor armoede – goede en kwade dagen, rijkdom en armoede, ziekte en gezondheid
– komen uit Gods vaderhand.)

Als Paulus denkt aan de band met Christus denkt hij niet alleen terug.
Hij weet dat Christus ook in de hemel is,
zoals we belijden: aan de rechterhand van God, de almachtige Vader
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Je deelt niet alleen in Zijn lijden,
maar je deelt als gelovige ook nu al in Zijn opstanding, in Zijn terugkomst op aarde.
Nog niet helemaal,
We zijn nog niet in de hemel
maar op aarde waar we nog kunnen lijden en gebrek kunnen hebben,
maar er komt een dag dat die tijd van gebrek en lijden voorbij is.
We kijken ook al vooruit.
De verbondenheid met Christus, het zijn met Christus,
is daarom belangrijker geld of rijkdom of bezit – of juist het gebrek daaraan.
Dat kan wel een belangrijk deel van je leven bepalen,
wat je kunt besteden, wat je kunt doen,
maar het kan je nooit helemaal vormen, nooit je identiteit zijn,
want dat is Christus,
die gestorven is aan het kruis en terugkomt op de wolken van de hemel.

Daarom, vanwege de verbondenheid met Christus
die gestorven is, maar ook is opgestaan en terugkomt,
vanwege de verbondenheid met Christus, omdat de gelovige in Christus is,
kan Paulus ook oproepen tot vreugde.
Die oproep komt steeds weer terug in deze brief.
Voor Paulus is die vreugde wezenlijk.
Een christen kan niet zonder die vreugde.
Verblijd u altijd in de Heere. Ik zeg het opnieuw: verblijd u!
Het is een belangrijk punt voor Paulus.
Een christen kan niet zonder de vreugde.
Je kunt veel van je niet-gelovige omgeving overnemen,
je kunt zelfs van hun houding, hun gedrag of hun karakter leren,
maar de vreugde, de blijdschap kun je niet van hen leren.
Die krijg je alleen van de Heilige Geest.

Het merkwaardige, of beter gezegd: het mooie, van deze vreugde
is dat de vreugde toeneemt, de blijdschap sterker ervaren wordt
naarmate de omstandigheden moeilijker worden.
Vreugde heeft iets paradoxaals:
Je zou verwachten dat de vreugde, de blijdschap verdwijnt als je het moeilijk krijgt.
Nee, die vreugde wordt sterker
als je aangeklaagd wordt vanwege je geloof,
neemt toe als de duivel je aanvalt om je van Christus af te brengen.
Vreugde is dan ook geen menselijke emotie,
maar een vrucht van de Geest, die de Geest in je doet groeien
tegen de verdrukking in.
In omstandigheden waarin je niets hebt
en je je wanhopig afvraagt of er nog voor jezelf en je kinderen genoeg is.
In omstandigheden waarin je het zo goed hebt,
dat je er veel van kunt delen.

Vreugde is niet alleen op het hier en nu gericht.
Ja, je leeft wel hier en je leeft volop hier.
Je hoeft je werk niet op te zeggen.
Je mag je werk juist in alle dankbaarheid doen.
Onlangs legde ik aan enkele catechisanten uit
dat je ook in je werk als directiesecretaresse een goed christen kunt zijn.
Niet persé door over je geloof te praten, (dat kan ook)
maar door je best te doen als secretaresse en je talenten te gebruiken
om een goed verslag te maken of een goede brief op te stellen.
Je leeft volop hier en dat is ook onze taak.
Tegelijkertijd met een oog op later, die dag waarop Christus terugkomt.
Wetend dat het leven hier niet alles is
en dat als we bij Christus zijn, in de hemel, we pas helemaal gelukkig zijn
omdat we dan verenigd zijn met onze Heer.
Met dat verlangen, die blijdschap dat Christus spoedig komt,
leven we hier op aarde, doen we ons best voor alles wat we moeten doen,
nemen we onze taken serieus,
danken we voor de kracht die we ontvangen,
maar weten ook: het belangrijkste in het leven is dat we van Christus zijn.
Dat is de norm, de maat.
Als je Christus hebt, kun je dankbaar zijn voor alles wat je hebt, wat je krijgt.
Genoeg om te kunnen leven met overvloed,
genoeg om te kunnen leven met tekort.
Dat is heel wat om te kunnen zeggen.
Maar we zeggen dat niet los van Christus
aan wie we in rijkdom en armoede, in voor- en tegenspoed,
tot de dood komt en zelfs door de dood heen verenigd zijn.
Wat we hebben, herinnert ons aan onze Heer.
Onze rijkdom en welvaart herinnert aan het goede dat God ons geeft
maar laat ook weten dat we het ooit nog beter zullen krijgen
en onze rijkdom en welvaart roept het verlangen op om bij Hem te zijn in Zijn heerlijkheid.
Ons tekort, het gebrek dat ons veel zorgen kan brengen,
brengt ons niet van Christus af
– hoewel: zorg kan een grote vijand van het geloof zijn (Walter Mostert)
maar brengt ons juist naar Hem toe,
die voor ons arm werd en ons een toekomst bereid waarin dat tekort en gebrek er niet meer zal zijn.
Daarom: alles is mij mogelijk, omdat Christus mij de kracht geeft
om hier staande te blijven en om uit te zien naar het leven met Hem
in Zijn heerlijkheid, dat komt.
Amen




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s