Dankend bij Eén

Preek dankdag 2016
Morgendienst – samen met de kinderen van CNS Looschool
Thema: Dankend bij Eén
Schriftlezing (Bijbel in Gewone Taal): Psalm 65 + fragmenten uit Ruth 1 en 2

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste kinderen van de Looschool,

Zijn jullie dankbaar?
Want je bent vanmorgen in de kerk, omdat het dankdag is.
Je bent hier met de andere kinderen in de klas om de Heere God te danken
voor alles wat God aan ons heeft gegeven.

Als je niet goed weet waar je voor zou moeten danken,
kun je beginnen bij wat er goed gaat bij jou:

Gaat het goed op school?
Snap je de uitleg van de meester of de juffrouw?
Begrijp je de opdrachten die je moet doen?
Haal je mooie cijfers?
Heb je vrienden of vriendinnen in de klas?
Dan mag je de Heere God daarvoor danken,
want Hij laat dan zien dat Hij voor je zorgt:
– dank U wel dat U mij steeds wijsheid geeft, elke dag weer opnieuw.

Gaat het thuis goed? Als je ouders voor je kunnen zorgen en werk hebben,
als ze tijd en aandacht voor je hebben,
als er elke dag eten is en elke dag kleren zijn om aan te trekken,
als je een huis hebt om in te wonen,
dan mag je daarvoor danken:
Heere God, dank U wel dat U dat allemaal aan mij geeft.

Want het lijkt allemaal gewoon dat je naar school kunt gaan,
dat je ouders hebt om voor je te zorgen, dat je eten en kleding hebt,
of een huis om in te wonen.
Het is niet gewoon.
Want er zijn veel kinderen op deze wereld die niet naar school kunnen,
of die één ouder of beide ouders moeten missen.
Misschien geldt dat wel voor jou.
Er zijn gezinnen waarin niet genoeg geld is om eten te kopen
en dat kleren vooral bij andere gezinnen vandaan komen,
omdat er geen geld is om nieuwe kleren te kopen.
Misschien weet je dat maar al te goed, omdat het bij jullie zo toegaat.

Als ik aan jullie vraag, waar jullie dankbaar voor zijn,
dan moet ik natuurlijk zelf ook iets vertellen waar ik dankbaar voor ben
en waar ik de Heere God voor wil danken!

Je kunt dat tegen de Heere God zeggen,
je kunt gaan zingen omdat je dankbaar bent,
zoals je wel eens kunt zingen, omdat je gelukkig bent. Of doen jullie dat niet?
Wie houdt er hier van zingen?

We lazen net met elkaar een Psalm: Psalm 65.
Psalmen zijn niet alleen liederen om te zingen,
maar je kunt ze ook lezen, in de Bijbel.
In de tijd van de Bijbel werden ze waarschijnlijk ook gezongen,
bijvoorbeeld in de tempel, of thuis, of door mensen als ze onderweg waren.

Iedereen moet U prijzen, daar begint de Psalm mee.
Iedereen moet meedoen; niemand mag achterblijven.
Niet alleen de kinderen van de Looschool, maar ook de leerkrachten
en alle mensen die op en om ‘t Loo wonen.
Niet alleen de mensen die gelovig zijn, maar alle mensen moeten U prijzen.
Jullie zijn eraan gewend, dat als je een opdracht krijgt op school
dat je die opdracht ook uitvoert.
Als er tegen jullie gezegd wordt dat je mee moet doen,
dan doe je dat, ook al wil je dat liever niet: je hebt geen andere keus. Je moet.
Maar volwassenen?
Zij kunnen zeggen: wij doen niet mee. Toch wordt hier gezegd: iedereen moet meedoen.

Waarom eigenlijk iedereen?
Je kunt je toch voorstellen dat er mensen zijn in Syrië, die tussen de puinhopen wonen
en nauwelijks kunnen overleven het moeilijk vinden om God te prijzen.
En de vluchtelingen die op de Griekse eilanden of in Italië zijn aangekomen
Kunnen zij wel God prijzen?
En toch: iedereen.
Want danken, dat doe je niet alleen als je het goed hebt. Natuurlijk dan zeker, dan helemaal.
Maar danken kan ook als je het moeilijk hebt.
Ik heb mensen gezien die, toen ze ziek waren, toch dankbaar waren.
Ook als je geen werk hebt, of heel weinig te besteden hebt,
dan ook moet je God prijzen: iedereen moet God prijzen.

Je dank moet je bij God brengen, zegt de Psalm.
Dat tegen Hem zeggen: dank U wel.
Voor Hem zingen.
Iets meebrengen, zoals jullie vanmorgen hebben gedaan voor de voedselbank,
of het geld in de collectezak –
daarmee kun je ook “Dank U wel!” tegen de Heere God zeggen.
En als je iets beloofd hebt aan de Heere, moet je dat ook nakomen.

Door te danken laat je zien: Heere, wij zien dat U voor ons zorgt.
Wij merken elke dag weer dat U ons zegent.
En steeds als U ons zegent, als U voor ons zorgt,
weten we dat U ons ziet en aan ons denkt.
Weten we dat U het beste met ons voor hebt.
Als ik tot U bid, Heere, dan luistert U; dat heb ik gemerkt.

Heb je dat wel eens bedacht: dat alles wat je hebt,
dat je dat uiteindelijk van de Heere God hebt gekregen?
Heb je je dat wel eens gerealiseerd dat God het beste met jou voor heeft?
En dat God je gebeden ook echt wel hoort?

Als je bedenkt wat de Heere God aan je geeft, kun je bij jezelf denken:
Ik ben eigenlijk veel te weinig bezig met God.
Ik vergeet Hem te danken; ik zie helemaal niet wat Hij steeds weer geeft.
Ik vergeet te danken, omdat ik het allemaal gewoon vind wat ik heb.
Ik las vroeger eens een stripje over Kobus:
Om 7 uur ging de wekker en vloog hij uit bed,
haastte zich om te ontbijten, tanden te poetsen, naar school
en na schooltijd steeds weer haast om het volgende te doen.
Het laatste plaatje was dat hij op zijn bed lag, ‘s avonds en schrok,
want hij bedacht zich: Ik heb de hele dag niet aan de Heere God gedacht.
Misschien heb je dat zelf ook wel
en als je dat vaak gebeurt, kun je denken:
Kan ik nog wel bidden? Zal de Heere God wel aan mij denken,
want ik vergeet Hem toch wel heel vaak?
Dan moet je niet bij de Heere wegblijven,
maar juist naar Hem toe gaan
U straft ons niet, ook al doen we verkeerd.
Er is vergeving – daarmee zegt de Heere God:
Het is niet goed wat je doet, het blijft verkeerd om Mij te vergeten,
maar toch, ik zal er niet meer aan denken, Ik vergeef het je,
want Ik wil niet dat je bij Mij wegblijft, maar dat je juist naar Mij toekomt.
Ook dat is iets om voor te danken:
Dat je naar de Heere God mag toekomen en ook dat Hij ons vergeeft.

Gelukkig ben je, als God je heeft uitgekozen,
als je merkt dat God je zegent, als je merkt dat God aan je denkt,
als je de Heere daar ook voor dankt
en Zijn liefde voor jou beantwoordt met liefde voor Hem.
Gelukkig ben je, als je mag weten dat God ook jou liefheeft.
Want dan mag je bij Hem komen.
Zo zijn we vanmorgen ook bij elkaar: Dankend bij Eén (thema!)
Samen bij elkaar – bijeen; samen bij God, de Ene.

Gelukkig ben je als God je heeft uitgekozen.
Zouden Elimelech en Naomi dat ook zeggen:
wij zijn door God uitgekozen en daarom zijn we zo gelukkig?
Het lijkt er niet op, dat ze door God zijn uitgekozen,
want er is juist een grote zorg voor hen: er is geen eten meer.
En dat op de plek waar je normaal zou verwachten dat er volop koren en graan is.
Ze wonen op ongeveer de beste plek om boer te zijn, om een akker te hebben.
Maar toch gaat het niet goed; de oogst mislukt
en het eten raakt op.
Elimelech en Naomi zullen heel wat keren bezorgd hebben gekeken naar hun kinderen.
Zal er voor hen genoeg te eten zijn?
Ze kunnen hen al steeds minder geven.
Dan is het moment aangebroken, dat het eten toch echt opraakt.
‘We kunnen hier niet blijven, Naomi, we moeten hier weg,
naar een plek waar wel eten is.’
Zouden ze dat tegen elkaar hebben gezegd, dat het erop lijkt dat God hen vergeten is?
Elimelech heeft nog wel een mooie naam: Mijn God is koning.
Onze God bestuurt alles:
Hij zorgt voor de regen en de groei van het graan.
Hij zorgt voor het vee en dat er steeds weer kalfjes komen en lammeren.
Alles wat we hebben aan eten en drinken, aan werk, aan gezondheid, aan geluk,
komt bij Hem vandaan.
Zo hebben de ouders van deze man ook gedacht, toen ze hem die naam gaven:
Wat er ook gebeurt, al zal het soms niet makkelijk zijn om te geloven,
we geloven het toch: dat God over alles regeert en alles bestuurt.
Ze zullen vast hebben gebeden: Elimelech en Naomi met hun kinderen.
Als God alles bestuurt, dan kan Hij toch regen geven en een goede oogst.
Dan kan Hij er toch voor zorgen dat er toch eten is?
Maar het lijkt wel of God hun gebeden niet hoort.
Alsof de hemel dicht zit voor hun gebeden.
Het lijkt wel alsof God ons vergeten is, terwijl Hij beloofd had….

Dan gaan ze weg, ze worden vluchteling.
Ook vandaag zijn heel wat mensen vluchteling:
Ze kunnen niet thuis blijven wonen, omdat er geen eten is, of geen werk,
omdat het er niet veilig is, omdat er gevochten wordt, er oorlog is.
Daar mogen we ook dankbaar voor zijn,
dat we hier wel vrede hebben, dat we geen gevaar lopen,
want het is niet makkelijk om vluchteling te zijn.
De meesten gaan niet voor het eigen plezier weg, maar omdat ze geen andere keus hebben,
zoals Naomi en Elimelech geen andere keus hebben:
Of zijzelf samen met hun kinderen zullen sterven omdat er geen eten is,
of ze gaan op reis om te kijken of er ergens anders wel eten is.
Gelukkig wie bij U horen, die U hebt uitgekozen.
Dan horen wij zeker niet bij God.
Waarom overkomt mij dit? Is dat omdat God mij wil straffen?

Soms hoor ik dat mensen vandaag ook nog wel zeggen als ze heel veel erge dingen meemaken.
Ze kunnen dan niet geloven, dat God ook kan vergeven en ons niet straft,
ook al doen we verkeerd.

In Moab gaat het wordt het nog erger.
Het is geen makkelijke tijd om daar vluchteling te zijn, een vreemde te blijven.
Bovendien sterft Elimelech en blijft Naomi alleen achter.
Soms hoor je ook aangrijpende verhalen over vluchtelingen:
dan verlaat je je eigen huis en je eigen land en maak je verschrikkelijke dingen mee,
maar kom je niet,omdat de boot waar je inzit omslaat en iedereen verdrinkt.

Ook haar zonen Machlon en  Chiljon overlijden.
Alleen blijft ze achter, samen met de twee meisjes met wie haar zoons zijn getrouwd.
Dan als ze alleen is achtergebleven, komt er een bericht uit Bethlehem,
waar ze vandaan komt:
God heeft weer aan Bethlehem gedacht.
Er is weer eten en drinken in Bethlehem.
Zou dat een steek gegeven hebben: God denkt niet aan mij in Moab,
maar Hij denkt wel aan Bethlehem.
Dan moet ik maar terug gaan, zodat God ook weer aan mij kan denken?
Ze gaat terug, naar Moab, samen met Ruth.

Als ze terug is, merkt ze dat de Heere toch ook aan haar denkt,
aan Naomi, die het zo moeilijk heeft als ze zonder man en kinderen terugkomt.
Als Ruth op zoek gaat naar eten, komt ze met eten terug.
Meer dan ze had gedacht.
Dan begint Naomi erover na te denken.
Eerst als een voorzichtige vraag: Is God mij dan toch niet vergeten?
Geldt het ook voor mij, dat wie door de Heere uitgekozen zijn, gelukkig mogen worden?
Toch gelukkig, ondanks al het verdriet?
Als Ruth terugkomt, zegt ze het: dit is een aanwijzing van God.
Dit gebeurt niet toevallig – toeval bestaat niet.

Iedereen moet U prijzen, zo begint Psalm 65.
Ook Naomi – na een hele moeilijke tijd – komt ze zover
en ziet ze het: God zorgt ook voor mij.
Hij is mij niet vergeten. Ook ik mag bij Hem horen.

Vandaag zijn we samen bijeen, samen bij elkaar om God te danken.
Ook voor jullie geldt, net als voor Naomi:
in alles wat je van de Heere krijgt, mag je merken dat Hij voor je zorgt.
En waarom zorgt Hij voor je?
Omdat Hij je schepper is en Hij heeft dat beloofd, aan jou en aan Zichzelf,
dat Hij voor je zal zorgen.
En door Zijn zorg, wil Hij je laten weten: ook jij mag bij mij horen.
Samen bij Eén – dankend bij Eén.
Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s