Preek zondagmorgen 16 oktober 2016

Preek zondagmorgen 16 oktober 2016
Deuteronomium 18:9-22

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De Bijbel komt uit een andere cultuur, een tijd van heel lang terug.
Dat de Bijbel uit een andere, heel oude cultuur komt,
kun je als Bijbellezer geregeld merken.
Ook bij lezen van Deuteronomium kun je geregeld die ervaring hebben:
dit is wel een heel andere cultuur
En zeker bij dit hoofdstuk:
* je zoon of dochter door het vuur laten gaan,
* waarzeggerij, het duiden van de wolken, bezweringen
Komt u dat nog tegen vandaag de dag?

Het is meer iets uit de oude doos, praktijken van vroeger.
Als je over deze praktijken leest, dan kun je al heel snel denken:
maar wat heb ik er vandaag de dag aan?
Hoe moet dit gedeelte mijn geloof voeden, mij opscherpen?
Want dat is toch waarom je in de Bijbel leest
– dat je daarin iets van de Heere God meekrijgt waar je wat aan hebt voor je geloof?
En dat is toch ook waarom je naar de kerk gaat:
Dat je iets uit de Bijbel meekrijgt dat te maken heeft met wat je nu bezighoudt?

Al die verschillende praktijken zijn iets van vroeger
uit de tijd dat Israël het land Kanaän binnenkwam
en allerlei praktijken en gewoonten aantrof bij de inwoners van dat land,
godsdienstige praktijken die iets laten zien van hoe ze omgingen met hun goden.
Die praktijken – of technieken, dat kunnen we ook zeggen, zijn iets van vroeger, die tijd.
Maar waarin die praktijken in overeenstemmen,
raken ze aan iets dat misschien wel voor alle mensen door alle tijden heen geldt:
invloed hebben op je eigen toekomst,
wat op je afkomt – daarin kunnen sturen.
Want helemaal zeker over onze eigen toekomst zijn we niet.
We kunnen wel heel veel maatregelen nemen, heel veel plannen maken,
maar die kunnen door een onverwachte gebeurtenis zomaar ondersteboven worden gegooid.

Je kunt gaan nadenken over een pensioen:
Als ik niet meer hoef te werken, kan ik een aantal leuke dingen doen
waar ik nu nog niet aan toe kom.
De gedachte dat je pensioen eraan komt, kan je op de been houden,
maar je weet niet helemaal zeker of je dat pensioen ook daadwerkelijk haalt.

Je kunt een eigen bedrijf willen starten
en van tevoren alles goed doordacht hebben,
met verschillende mensen en instanties doorgesproken.
Onverwacht zit de economie tegen of gaat een belangrijke afnemer failliet
en je bedrijf komt in zwaar weer door die gebeurtenis die je niet kon zien aankomen.

Al die praktijken en technieken die in Deuteronomium 18 verboden worden,
hebben met die toekomst te maken, die toch altijd iets onvoorspelbaars blijft houden.
Ze maken de toekomst een beetje zekerder
Door met God wat te onderhandelen:
Als U nou dit doet, dan zet ik dat er tegenover.
Als U mij nu een goede omzet geeft, zal ik er U iets van geven.
Als U mij weer gezond maakt, zal ik U dan iets voor U terug doen.
Als U ervoor zorgt dat mijn huwelijk weer goed functioneert,
dan zal ik meer in de Bijbel gaan lezen en meer tijd besteden aan gebed.
Het heeft er iets van dat God in mij investeert en dat ik Hem daarvoor terug betaal.
Hij doet iets voor mij wat ik graag zou willen
en Hij krijgt er iets voor terug.
Dat is die eerste methode, die eerste techniek: de kinderen door het vuur laten gaan.
Waarschijnlijk gaat het niet om een verbranden van kinderen,
maar om een ritueel waarbij een kind wordt afgestaan aan God
Door dat kind tussen twee vuren door te laten lopen
of een soort brandmerk te geven: dit kind is nu van God.
Het heeft iets van God onder druk zetten:
U krijgt mijn kind pas als U als eerste iets geeft.
Als U dat niet geeft, mijn wens niet in vervulling laat gaan, dan krijgt U niets.
Het heeft iets van je toekomst zekerder willen maken door God te manipuleren, te bespelen.
Mijn toekomst heb ik eigenlijk niet in de hand,
maar als ik God onder druk zet, bespeel, dan heb ik er toch invloed op
dat ik een bepaalde, diep gekoesterde wens in vervulling zie gaan.

Waarom wordt deze praktijk zo scherp veroordeeld?
Want dat je iets alvast iets belooft, omdat God je wil helpen,
dat hoeft toch niet verkeerd te zijn?
Als je weer gezond wil worden, als je wilt dat je huwelijk weer een stuk beter wordt,
als je een bedrijf op wil starten,
dan kun je toch ook bidden om Gods hulp
en soms ook hartstochtelijk bidden om Gods hulp
en bij jezelf denken: als God mij helpt, dan wil ik mijn dankbaarheid tonen.
Maar in de praktijk die wordt veroordeeld,
gaat het niet om bidden,
want het  Uw wil geschiede ontbreekt.
De correctie die de Heere kan aanbrengen op onze plannen,
omdat de Heere dat voor ons beter acht, ontbreekt.
Iemand die zo sjachert met God, God probeert te manipuleren
is zo sterk overtuigt van zijn eigen plan;
dat zit zo goed in elkaar, dat moet wel doorgaan.
God zelf had dat niet beter kunnen bedenken.|
Hier is iemand bezig, die zich op hetzelfde niveau van God plaatst,
of misschien wel boven Hem
vanuit de gedachte: ‘Ik weet beter dan God wat goed voor mij is!’
Menselijke hoogmoed, waarbij iemand zichzelf zo belangrijk maakt als God zelf
en denkt God voor te kunnen schrijven hoe Hij moet handen.

En misschien is dat nog wel niet het ergste.
Want als je God onder druk zet, als je God wil manipuleren (‘eerst U, dan ik!’)
laat dat zien dat hoe je over God denkt.
Dat je Hem niet als een royale God, die van harte geeft en deelt van Zijn overvloed,
maar een God bij wie je moet leuren, die je moet omkopen
om iets gedaan te krijgen.
Het verraadt dat je denkt: Ik kan niet op God aan; ik vertrouw Hem niet.
Dan zie je niet wat God je steeds weer geeft:
de kleine en de grote zegeningen.
De grote zegening, zegt Mozes hier, is dat het volk het land krijgt,
een geschenk van de eigen God, die zich verbonden heeft met Zijn volk.D
Dan zie je niet hoe God steeds bezig is voor je te zorgen,
je gelukkig te maken, je een weg door het leven te wijzen onder Zijn zegen.
In die eerste techniek die genoemd wordt – over de kinderen die door het vuur gaan –
klinkt niet alleen de onzekerheid over de toekomst door
en daar grip op willen hebben,
maar ook onzekerheid over God, niet weten wat je aan God hebt
en daarom grip op Hem willen hebben door Hem onder druk te zetten.
Bij deze techniek is er nog wel het geloof dat God iets voor je kan doen,
maar dat je Hem dan wel een zetje moet geven.

Bij die andere technieken die genoemd worden
is meer de suggestie dat God niet zoveel zal doen.
Hij heeft niet zoveel invloed op wat er hier in het leven op aarde gebeurt.
Hij zit in de hemel.
Hij is te groot om Zich bezig te houden met dat aards gewemel, dat gepriegel.
Wie van deze technieken gebruik maakt
– het raadplegen van een waarzegger, het bekijken van wolken –
denkt ten diepste bij zichzelf: mijn kleine leventje is te onbelangrijk voor God.
God is er alleen voor het grote geheel:
de koers van de wereld of misschien is dat zelfs nog wel te klein voor Hem
die groter is dan alle zonnestelsels bij elkaar.
“God is zo groot, ik kan me niet voorstellen dat Hij zich bemoeit met mijn kleine leventje.”
De hele wereld zit vol wetmatigheden.
Als je die kent, dan weet je ook welke toekomst er op je afkomt
en dan kun je je erop instellen.
Als je naar de wolken kijkt en naar de gang die ze door de lucht gaan,
dan kun je daar iets zien van wat er in je leven gaat gebeuren.
Als je naar de sterren kijkt, de stand van de sterren, de horoscoop,
dan kun je een klein beetje weten wat er deze week in jouw leven gebeurt.

En waarom is dat dan zo erg dat Mozes zijn hartgrondige afkeer uitspreekt
en spreekt over gruweldaden, verfoeilijke praktijken?
Omdat ze ons aanleren de wereld te zien zonder God,
zonder dat God actief in deze wereld ingrijpt.
Je kijkt naar deze wereld, alsof er geen God is.
Alles ligt toch al vast en God verandert dat niet.
Je hoeft niet te bidden, want dat heeft toch geen enkele zin.
Jouw gebedje, die paar menselijke woordjes, kunnen die grote God toch niet bereiken.
Hij verandert de koers van de wereld niet om jou een beetje te helpen.
Bidden is meer dat je zelf met Gods weg met jou in het reine komt.

De Bijbel laat juist het tegenovergestelde zien:
God die zich actief bemoeit met deze wereld.
Het volk Israël heeft dat zelf kunnen ervaren:
hun noodkreten in Egypte bereikten de hemel
en God deed de poorten van Egypte open.
Vanmiddag zullen we dat in de kinderdienst ook horen:
het onrecht dat door Ninevé wordt gedaan, het oneerlijke en wrede van deze stad
is voor de Heere reden om zich actief te gaan bemoeien.
En Hij stuurt er een enkeling op af, een klein mens om die honderdduizenden te veranderen.
En wat dacht u van Abraham, die het waagde met God te onderhandelen
door de Heere wat betreft Sodom en Gomorra op andere gedachten te brengen
en de Heere die de smeekbeden van Abraham serieus neemt:
Als er nog 10 rechtvaardigen zijn, zal Hij de stad sparen
en Zijn plan om de stad te verwoesten niet ten uitvoer te brengen.
Het gebed van een enkel mens kan God al op andere gedachten brengen
en een hele koerswijziging in de geschiedenis tot stand brengen.

Vreugde of blijdschap, droefheid of smart,
er is een God, er is een God,
stort bij Hem uit, o mens toch Uw hart,
er is een God Die hoort.
Ga steeds naar Hem om hulp en om raad,
wacht niet te lang, ’t is spoedig te laat,
dat niet door twijfel ’t hart wordt verstoord,
er is een God Die hoort.

Ik vind het altijd weer indrukwekkend en troostvol om die ene zin te zingen
uit het Adventslied: en onder millioenen hebt Gij ook mij in ’t oog.
Israël, weet je waarom je je daar niet mee moet inlaten?
Ze suggereren dat je God niets om te geeft.
Dat je te onbetekenend bent, te nietszeggend,
dat jouw lot Gods hart niet in beweging kan brengen, God niet kan raken.
Gemeente, ik hoop dat u uw Bijbel beter kent
en dat u God beter kent om te weten
dat God zich steeds weer opnieuw laat raken, zich laat zien,
zich met uw leven bemoeit, actief bemoeit
en in staat is en bereid is om een hele koerswijziging in uw leven aan te brengen
en Zijn plan met u, met jou te wijzigen, omdat je tot Hem bidt voor jezelf.
Verbidden: door gebed God op andere gedachten brengen.

In plaats van al die praktijken, vraagt God iets anders en geeft Hij ook iets anders.
Hij vraagt oprechtheid en Hij geeft een profeet.
Oprechtheid (vers 13) – daarbij gaat het om een hart dat onverdeeld is.
Vaak kan ons hart juist verscheurd zijn:
Aan de ene kant wil je God dienen, aan de andere kant trekt de wereld nog zo.
Aan de ene kant wil je tijd voor God hebben, aan de andere kant is er nog zoveel dat moet.
Aan de ene kant wil je je helemaal overgeven en leven in vol vertrouwen op God,
maar je wilt toch weten waar je aan toe bent, grip hebben.
Aan de ene kant wil je helemaal voor God gaan, maar aan de andere kant,
Stel je dat God je laat zitten en niet geeft wat je nodig hebt,
laat ik er dan maar iets bij nemen, waar ik ook mijn vertrouwen op stel.
Iets om achter de hand te hebben, voor het geval God niet thuis geeft.
Doe dat niet! Maar zorg ervoor dat je hart helemaal op God gericht is.
Eén richting, één totale focus op God.
Loyaliteit zonder reserve, overgave zonder iets van jezelf terug te houden.

Om die gerichtheid, die loyaliteit, die overgave te versterken
geeft God een profeet,
geen uitzonderlijk iemand, niet iemand die allerlei geheimzinnige kennis heeft
en ingewikkelde rituelen om invloed op God uit te oefenen heeft,
maar iemand die is zoals jullie.
Die daarom ook je worstelingen kent, je strijd om je hart op God te richten.
Vanmiddag gaat het over een profeet, die niet naar God wil luisteren
en voor God op de loop gaat.
Een mensje uit het stof verrezen, maar wel iemand die Mijn woorden tegen je zegt.
Iemand, net als jullie, maar die wel het besef levend houdt,
dat God er voor je is, dat Hij om je geeft
en dat Hij niet aan jou voorbijgaat, maar je door en door kent
en voor jou persoonlijk een weg heeft uitgestippeld
en die hoopt dat je tot Hem komt.
Geen supermens of supergelovige, maar wel iemand die gekenmerkt wordt
door oprecht geloof en de strijd met het eigen hart aangaat
om de aandacht volledig op God te hebben, gaat voor de focus
in een wereld die steeds afleidingen biedt
en allerlei alternatieven voor God aanreikt.
Door die mens, door die woorden is God zelf in het midden,
de levende God die Zijn stem laat horen, die Zich bekend maakt,
Die geen geheimzinnige macht is, die je nauwelijks kunt kennen,
maar tot wie je kunt gaan met je gebeden, met je dank,
Met wie je kunt leven, met wie je kunt strijden – net als Jakob – om de zegen te ontvangen.

In de Herziene Statenvertaling staat Profeet met een hoofdletter
waarmee het geloof wordt aangegeven dat die Profeet uiteindelijk Christus is.
Dat is Hij ook, deze profeet, God die aan ons gelijk werd,
maar tegelijkertijd is het ook de belofte dat in elke tijd mensen zullen zijn,
die profeet zijn,
die tegen je zeggen wat God van jou vraagt,
die tegen je zeggen wat God in deze tijd vraagt,
die in deze tijd aanwijst waar God werkzaam is,
die het steeds weer zegt en voorleeft, dat God er is, en werkt
dat Christus, de Profeet die opstond, de Heer is die leeft tot in alle eeuwigheid.
Amen



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s