Preek zondagmiddag 16 oktober 2016

Preek zondagmiddag 16 oktober 2016
Kinderdienst. Thema: Overboord
Jona 1

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is een mooie stad: de stad Ninevé:
indrukwekkende gebouwen, een brede muur om de stad
en de inwoners zijn trots: hun stad is een van de belangrijkste van heel de wereld.
De koning die in hun stad woont, is de baas over een heel groot deel van de wereld.
De soldaten van deze stad hebben een veel landen veroverd.
Als je door de stad loopt, zie je dat deze stad een belangrijke stad is:
aan de gebouwen, rijk versierd en knap gebouwd,
aan de mooi aangelegde parken – echt de sfeer van een hoofdstad
aan hoe de mensen door de stad lopen: als je in Ninevé woont, ben je niet zomaar iemand,
maar behoor je tot het volk dat grote macht heeft.
Wee het volk of de stad dat ruzie krijgt met de stad Ninevé:
Binnen korte tijd staan de soldaten van Ninevé voor de poort
en ben je in een oorlog die je niet kunt winnen.
Je zult zien dat veel mensen zullen sneuvelen
en degenen die het wel overleven worden meegenomen als oorlogsbuit.
Als je er niet mee eens bent, kun je beter zwijgen,
want een confrontatie overleef je niet.
Ninevé is te sterk en wie het sterkst is, wint alles
en verplettert je gewoon als je er niet mee eens bent.
Bij elke overwinning die de soldaten van Ninevé behalen,
lopen de koning en de soldaten van het leger in een indrukwekkende en trotse parade
naar de tempel om hun goden te danken voor de overwinning.
Ze zeggen het hardop – en als ze het niet zeggen
dan laten hun mooi versierde wapens, hun mooi gebouwde huizen het wel zien:
wij zijn de besten op deze wereld; niemand kan tegen ons op; de wereld is van ons.

Dan is er ook God nog, die hemel en aarde geschapen heeft
en alles ziet wat er op aarde gebeurt
en die sterker is dan welke koning, welk land of welke macht ook.
God die alles bestuurt en regeert.
God ziet ook de stad Ninevé.
Hij ziet dat het een grote stad is, met indrukwekkende gebouwen,
een sterk leger en met macht over een groot deel van de wereld.
Maar de Heere ziet ook nog iets anders:
Namelijk alles wat Ninevé doet.
De wreedheid waarmee Ninevé oorlog voert,
de oneerlijkheid van iemand die zo sterk is dat hij met niemand rekening hoeft te houden.
In die grote stad zijn er mensen gekomen,
meegenomen door de soldaten uit de gebieden die veroverd zijn
en hard moeten werken om die mooie gebouwen te maken,
geslagen worden als ze niet hard genoeg werken,
bespuwd worden omdat zij minder zijn en niet meetellen voor de mensen uit Ninevé.
De Heere God ziet ook dat niemand tegen deze grote, wrede stad op durft.
‘Wacht maar, jij grote stad, ondanks al je macht, al je pracht en praal,
met één mens krijg Ik je al omver.
Als niemand tegen je op durft, zal Ik komen,
niet groot en sterk, maar door één mens, klein en nietig, Jona, Mijn knecht.’
Als mensen slecht zijn en oneerlijk
en niemand durft er iets tegen te doen, dan is er God die komt,
om het slechte te bestrijden en het oneerlijke weer goed te maken.

Daarom gaat de Heere God naar Jona toe:
‘Jona, stap op, je moet iets voor Mij doen.
Maak je klaar, want Ik wil dat je naar Ninevé gaat.
Jij moet de mensen van Ninevé vertellen dat Ik klaar ben
met al het oneerlijke en gemene dat zij doen.
Roep tegen die stad! Klaag die stad aan!
Laat die stad weten, dat wat ze doen, echt niet kan!
Want het gemene, het oneerlijke dat zij doen, is ten hemel schreiend
– Ninevé vraagt er zelf om dat Ik iets tegen hen ga doen!’

En wat doet Jona?
Hij staat op en maakt zich klaar voor een lange reis,
maar dan helemaal de andere kant op:
naar Tarsis, helemaal aan de andere kant van de wereld
daar waar je niet verder kan,
naar een plek waar ze nog nooit van God hebben gehoord.
In zijn eentje tegen die grote machtige stad?
Jona, hij voelt zich te klein om iets tegen dat grote machtige Ninevé te doen.
Dit kan hij niet.
Hij wil ergens zijn waar de Heere niet meer tot hem kan spreken.
Hij vlucht weg – niet alleen voor de opdracht, maar voor God zelf.
Maar kan dat wel?
Wegvluchten voor God, op de loop gaan zodat de Heere je niet kan vinden
en jezelf zo klein maken dat God je niet meer ziet?
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar
Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vastgrijpen. (Psalm 139: 8b-10)

Kun je wegvluchten voor God, die de hemel, de aarde en de zee geschapen heeft?

[Koppeling naar themazetting]


Jona vlucht over de zee.
De zee, dat was gevaarlijk gebied.
Daar ging je niet zomaar overheen.
De zee heeft iets van de dood, van een macht die alles kapot maakt
en niets in leven laat.
Liever vluchten over de zee dan roepen tegen Ninevé.

Door een hevige storm op zee te sturen, laat God aan Jona weten
dat Hij hem opzoekt.
Het is zo’n hevige storm dat het schip doormidden dreigt te breken
vanwege de harde wind en de hoge golven.
Je kunt het aan de zeelui op het schip merken: ze zijn bang.
Zoiets hebben ze nog nooit meegemaakt.
Het is alsof de hemel boos op hen is.
Tegen de harde wind in roepen ze luid tot hun goden: ‘Help ons, ons schip gaat kapot!
We zullen verdrinken! Dit overleven we niet!’

En Jona? Jona slaapt.
Terwijl het schip op en neer gegooid wordt op de golven
en de zeelui in hun gebed roepen en schreeuwen tot hun eigen goden,
is Jona de enige die niet tot God roept, omdat hij ver weg is, diep in slaap.
Het is hem gelukt bij God weg te komen. Deze opdracht hoeft hij niet te doen.
De kapitein van het schip komt erachter dat Jona nog steeds slaapt
ondanks de harde wind die over het schip giert,
de hoge golven die het schip op en neer gooien.
‘Man, wordt wakker, misschien trekt jouw God iets aan van onze situatie
en is Hij bereid om ons te redden van de dood!’
De andere mannen op het schip willen ondertussen wel weten
Waarom de hemel, waarom God zo tekeer gaat tegen hun schip
en ze komen erachter, dat die man die zomaar met hen meegaat naar Tarsis
De schuld ervan is dat zij in zo’n zware storm zijn.
‘Man,’ schreeuwen ze door de storm heen, ‘Waarom deze ramp?
Wie ben je en wat kom je hier aan boord doen en waar kom je vandaan?’

Ja, wat moet Jona daarop zeggen?
Wie is hij en waarom is hij hier op dit schip?
Moet hij zeggen dat hij een profeet die bij Gods volk behoort en
die een boodschap namens God heeft maar voor God op de vlucht is?
Als Jona dat vertelt, worden ze nog banger dan ze al zijn.
Jona op de vlucht voor God komt in aanraking met mensen
die onder de indruk zijn van God, die weten dat zij niet tegen God op kunnen.
Wat moeten wij doen, om je God tevreden te stellen, om de zee te bedaren?

‘Gooi me maar in zee. Dan zal de zee jullie met rust laten.’
Waarom eigenlijk?
Gooi me maar overboord!
Overboord? Jona, maar dan verdrink je toch?
Ik denk dat dat juist de bedoeling is.
Als God me achterna komt en ik niet verder kan vluchten,
Dan doe ik een laatste poging.
als God mij uitdaagt, dan daag ik God uit.
Zoals kinderen dat wel eens kunnen zeggen: Pak me dan als je kan.
Jona biedt zich aan als offer om God tot rust te brengen.
Jona weet dat God hem wil hebben,
Dat Jona gehoorzaam is en doet wat God hem opgedragen heeft.
God wil Jona hebben, nou dan zal God Jona krijgen.
Dan moet God maar zien hoe Hij mij in Ninevé krijgt.
Als ik verdrink, kan God niets meer met mij beginnen.

Kan God als je gestorven ben, niets meer met je beginnen?
Lag ik in het dodenrijk – u bent daar.
Was Jezus ook niet in de dood, gestorven, drie dagen lang
en kwam Hij uit het graf tevoorschijn, levend – opgestaan uit de dood!
Het verhaal van Jona lijkt op het verhaal van de Heere Jezus,
alleen wist de Heere Jezus dat Hij weer uit de dood tevoorschijn zou komen
en wilde Jona zich verstoppen voor God, God uitdagen.
Heere God, als ik gestorven ben, kunt U niets meer met mij!

De mannen op het schip, zij kennen de gedachten van Jona niet.
Zij denken juist dat Jona zich gevangen geeft en tegen zijn God zegt:
Hier ben ik, Uw wil te doen, mijn God, verlang ik (Psalm 40:8-9)
De mannen aarzelen: Jona, als je onschuldig bent,
dan gaan we er helemaal aan, dan treft de toorn van je God ons schip.
Ze roepen tegen de Heere – zoals Jona tegen Ninevé had moeten roepen.
Een laatste poging om God op andere gedachten te brengen,
maar als de storm niet ophoudt,
pakken ze Jona op en gooien hem overboord.
Zodra ze dat doen, is het stil:
Een zacht windje, rustige, kabbelende golven,
het schip vaart zachtjes vooruit.
Dit is dus de God van Jona, de God van Israël.
Deze God heeft de hemel en de aarde gemaakt.
Ze zijn vol ontzag voor de Heere
en ze zeggen tegen Hem:
Heere, als we op het land aankomen, zullen we U een offer brengen
omdat U ons leven gespaard heeft en we behouden mochten aankomen?

En Jona?
Hij dacht dat het voorbij was, als hij overboord was en dacht God slim af te zijn.
Maar hij is God niet de baas
Er komt een grote vis, die slokt hem op.
Jona, je gaat niet onder. Wel gevangen.
Je wilde je verstoppen.
Nu verstop ik je.
Je wilde naar de dood.
Nu ben je in de dood.
Maar midden in de dood ben je in leven.
Niet jij, maar Ik bepaal, zegt God tegen Jona.
Jona, als je voor Mij vlucht, dan vind ik je.
Als je bij Mij weg wil, weet ik je op te speuren en terug te brengen.
Jona, jouw verhaal laat ook al iets van Pasen zien:
waar je denkt dat het met de dood is afgelopen,
dan weet je niet wie Ik ben: sterker dan de dood.
In de dood is er leven
en als je opnieuw geboren wordt, dit keer uit de mond van die vis,
zul je wel Mij gehoorzaam zijn
en de boodschap tegen Ninevé zeggen.
Want Jona, Ik wil niet, dat de oneerlijkheid, het gemene en wrede van Ninevé
voort blijft duren en dat niemand hen stopt.
En al denk je: ik ben maar een klein mens en kan niets tegen die grote stad
– Door jou de baas te zijn, Jona, laat ik ook zien,
dat Ik Ninevé de baas ben.

En wij?
Wij mogen in het verhaal van Jona zien,
dat God hemel en aarde gemaakt heeft, over alles de baas is,
ook over de storm en de zee, ook over de dood
en over elke macht die er op aarde is.
Al is die macht sterker dan wij – God is sterker en overwint!
Wij kunnen denken, dat het geen zin heeft
om in ons eentje een ander geluid te horen.
Maar Jona, in zijn eentje, tegen die grote stad.
Je zou denken: dat wint hij nooit.
Maar die kleine, kwetsbare man, gered uit de buik van de vis, opgevist uit zee,
wordt de stem van God
en die ene man krijgt die grote stad Ninevé op de knieën.
Zo laat God Zijn macht zien: de ene keer in de grote storm,
De andere keer juist door iets kleins: één man tegen een grote wereldstad.
Dit is onze God!
Amen


Voor wie het Duits machtig is: de fascinerende Bijbelse ballade van Klaus-Peter Hertzsch – ‘Jona und die schöne Stadt Ninive’ 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s