Onbevangen over God spreken in een complexe werkelijkheid

 

Onbevangen over God spreken in een complexe werkelijkheid

De inhoud van de preek raakt mensen niet in wat hen vandaag de dag bezig houdt. Dat is de stelling van Reiner Knieling in zijn boek Was predigen wir? Daarom is het hoog nodig tijd dat er in de homelitiek na decennia van aandacht voor de vorm en de receptie van de preek ook aandacht komt voor de inhoud van de preek. Om daarbij na te gaan welke boodschap wel landt en de mensen iets laat zien van wat het evangelie voor hen betekent. Knieling wil predikanten stimuleren om bij deze thema’s ongecompliceerd (einfach) over God te spreken. Dat ongecompliceerde heeft volgens mij twee elementen in zich: (1) eenvoudig, to the point en  (2) vrijmoedig, onbevangen, zonder schroom

Waarom raakt de inhoud van de preek niet? Omdat hedendaagse preken hebben wel een boodschap die ontleend is aan het evangelie, maar niet is afgestemd op de hedendaagse hoorder. Of omdat de preken hebben wel een boodschap die is afgestemd op de hedendaagse hoorder maar missen de link met het evangelie, waardoor de boodschap een algemene waarheid wordt waarmee het christelijk geloof aan relevantie verliest.

Contextualisatie
Knieling wil laten zien dat er ook een andere weg mogelijk is: namelijk nagaan wat de mensen vandaag de dag bezig houdt en daarbij aanknopingspunten vinden in de christelijke traditie. Tussen de regels door proef je af en toe de verbazing van Knieling waarom deze weg, waarbij er gezocht wordt naar aanknopingspunten, nog zo weinig wordt gegaan. Immers in de missiologie is de contextualisatie van het christelijk geloof niet meer weg te denken. Daarnaast wordt er al enkele decennia binnen de dogmatiek gezocht naar aanknopingspunten. Deze zoektocht heeft creatieve theologische ontwerpen opgeleverd. In de kerkelijke praktijk, waarbij er voor elke zondag preken gemaakt moeten worden, hebben de discussie over de contextualisatie en die creatieve ontwerpen nauwelijks doorwerking gehad.

Geen koppeling
De prediker hanteert wel de christelijke begrippen, maar de inhoud van de begrippen is verloren gegaan. Welke luisteraar weet bijvoorbeeld nog wat zonde inhoudt? Terwijl predikers vaak veronderstellen dat hun kerkgangers nog wel weten wat zonde inhoudt.  In hun denken en handelen laten kerkgangers zich niet meer leiden door de christelijke traditie, omdat voor hen die koppeling tussen inhoud van het christelijk geloof en hun dagelijks leven niet meer bestaat. De hoorders maken bijvoorbeeld geen koppeling meer tussen zonde en de tragiek die er in hun eigen leven kan zijn. En hebben kerkgangers vandaag de dag wel behoefte aan preken, die over redding en verlossing van de zonde gaan? Of houden andere thema’s hen bezig, die in de preek niet aan de orde komen? Als dat zo is, groeien geloof en dagelijks leven nog verder uit elkaar, omdat in de preek de verbinding tussen christelijk geloof en dagelijks leven niet wordt gelegd.

Complexe tijd
Om die koppeling te maken tussen geloof en dagelijks leven dient de prediker te weten in welke tijd we leven. Het is goed om bij het voorbereiden van de preek te realiseren dat we in een complexe tijd leven en dat veel gemeenteleden die complexiteit dagelijks ervaren. Er zijn namelijk veel tegengestelde tendensen in onze maatschappij:

* Aan de ene kant kunnen we zeggen dat de mogelijkheden om te kiezen zijn toegenomen. Als het gaat om kiezen van opleiding, beroep, partner, vormgeven van het eigen leven zijn de mogelijkheden aanzienlijk toegenomen. Aan de andere kant zijn er nog steeds mensen in onze maatschappij die deze keuze niet hebben. Door armoede, gezinssamenstelling, ontslag zijn de keuzes voor hen beperkt. Zij hebben de energie of de financiële mogelijkheden niet om deze keuzes te kunnen maken. Zij hebben hun handen vol aan het overleven.

* Aan de ene kant kunnen we zeggen dat er veel meer vrijheid is gekomen door de mogelijkheid om te kiezen. Aan de andere kant kunnen we steeds weer merken dat het gezin van herkomst, de sociale klasse, de regio waaruit we komen mede bepalend zijn voor ons denken en handelen. Onze herkomst kan de vrijheid om te kiezen beperken, bijvoorbeeld door een loyaliteit naar ons gezin van herkomst.


* We kunnen allerlei idealen hebben, die we willen verwezenlijken. Maar die idealen kunnen stranden door een echtscheiding, een ontslag, een burnout.


* Voor het ene gemeentelid kan er sprake zijn van een opklimmen op de sociale ladder; voor het andere een stap terug (of is de dreiging van die stap terug reëel aanwezig).


Zeggingskracht verloren
Naast de toenemende complexiteit van de maatschappij zijn ook verschillende tradities, die voor houvast, identiteit, emancipatie en sturing zorgen verdwenen. Postmodern uitgedrukt: de grote verhalen hebben hun zeggingskracht verloren. De enkeling in deze maatschappij kan daarom niet zomaar terugvallen op een groep of op een levensbeschouwelijk kader. Geldt dat voor het christelijk geloof ook? In ieder geval zijn veel begrippen niet meer bekend en zijn ook veel christenen niet meer hun traditie in te zetten voor betekenisgeving.

Preken in deze tijd lijkt er daardoor niet makkelijker op geworden: Veel gemeenteleden maken uit zichzelf niet meer de koppeling tussen hun dagelijks leven en het christelijk geloof. De begrippen zijn voor veel gemeenteleden niet meer bekend. En dan zijn die begrippen voor buitenstaanders helemaal onbegrijpelijk. Gemeenteleden zitten vaak niet te wachten op een diepgravend theologische of exegetische uiteenzetting, maar hebben behoefte aan een boodschap die nauw aansluit bij wat hen hun dagelijks leven bezig houdt.


Oog voor de diversiteit
Toch is het niet de bedoeling van Knieling om hedendaagse predikers te ontmoedigen. Integendeel, hij wil predikers enthousiast maken voor en wil laten zien welke kansen een prediker vandaag de dag heeft. Deze tijd vraagt om onbevangen over God te spreken, waarbij de inhoud niet te ingewikkeld is, maar juist nauw aansluit bij het dagelijks leven. Het spreken over God gebeurt wel in een complexe werkelijkheid met vaak tegengestelde ontwikkelingen. Ook de ervaringen die mensen met God hebben zijn verre van eenvoudig.

Knieling wil die complexe werkelijkheid niet reduceren, maar geeft aan dat deze tijd juist vraagt om die complexe werkelijkheid aan de orde te stellen als verschillende stemmen die reageren op de inhoud. Die complexe werkelijkheid en het leven met God dat vaak verre van eenvoudig is kan de prediker doen verlammen, waardoor hij of zij geen boodschap durft te brengen of komt met een boodschap die clichématig is. Een boodschap kan wel gevonden worden als de prediker oog krijgt voor diversiteit: de diversiteit van de Schrift, de diversiteit aan ervaringen met God binnen de gemeente, de diversiteit aan visies op een thema uit de christelijke geloofsleer.

Onbevangen
Het klinkt paradoxaal: als er  in de preek ruimte komt voor de diversiteit van geloofservaringen en de complexiteit van onze samenleving komt er ruimte voor een onbevangen spreken over God. De prediker hoeft zich namelijk niet groter te maken dan hij of zij is: de prediker hoeft geen supergelovige te zijn die het beter doet dan het gemiddelde gemeentelid, maar mag ook gewoon mens zijn en juist de eigen kwetsbaarheid en worstelingen inbrengen, het zoeken, samen met het geraaktzijn door het thema of het Bijbelgedeelte, de vreugde. De prediker is dan een stem binnen het geheel van de gemeente. Geen onbelangrijke stem, want geroepen om Gods Woord binnen de gemeente te verkondigen. De prediker is iemand die tijd en rust gevonden heeft om zich te verdiepen in Gods Woord, naar Gods spreken te luisteren, dat spreken op zich in te laten werken. Een getuige, die binnen de gemeente iets mag delen van de ervaringen, de worstelingen, de vragen, antwoorden die soms gevonden worden, vragen die uitgehouden moeten worden, omdat daar geen eenvoudig antwoord op te vinden is.
Maar de prediker is niet de enige binnen de gemeente die ervaringen met of kennis over God heeft. Voor Knieling is het gesprek binnen de gemeente over de inhoud van de verkondiging van grote betekenis. Dat gesprek scherpt de voorganger en helpt de gemeenteleden de boodschap nog meer eigen te maken.

Inhoud
Knieling wil aandacht voor de inhoud van de verkondiging. Welke thema’s zijn relevant in deze tijd? Welke thema’s komen dicht bij de mensen vandaag de dag en kunnen gemeenteleden helpen om een verbinding te maken tussen hun geloof en hun dagelijks leven? De thema’s die hij aandraagt, komen op uit zijn analyse van de maatschappij met die tegengestelde ontwikkelingen:

  • Falen
  • Heil en gezondheid
  • Het lijden en sterven van Jezus
  • Het perspectief van mannen
  • Armoede, rijkdom en sociale gerechtigheid

Binnen de christelijke geloofsleer kan er gezocht worden naar aanknopingspunten, waarbij er een brug geslagen wordt tussen de inhoud van het christelijk geloof en de ervaringen in het alledaagse leven.

Verpakken
De inhoud van het christelijk geloof kan niet rechtstreeks worden doorgegeven, maar dient te worden ‘verpakt’. Om te kunnen verpakken is een nauwkeurige observatie van de huidige maatschappij en de hedendaagse ervaring van belang, waarbij er oog is voor de positieve, negatieve en ambivalente ervaringen op dit terrein. Net zo belangrijk is een goede kennis van dat onderdeel van de christelijke geloofsleer: de diversiteit aan interpretaties, de positieve, negatieve en ambivalente ervaringen binnen de gemeente op dit vlak. Bij het ‘verpakken’ van de christelijke inhoud wordt de dialoog gevoerd tussen de hedendaagse ervaringen en de inhoud van het christelijk geloof, zodat voor de prediker helder wordt wat de kansen en de belemmeringen zijn om de verbinding te leggen.

Falen
Binnen de gemeente en in de hedendaagse maatschappij zijn er veel mensen die ervaring hebben met falen, met dromen die niet uitkomen, verwachtingen die stuklopen. Aanleiding voor Knieling om het thema falen te doordenken was een gesprek op een verjaardag, waarbij iemand deelde van de frustrerende ervaringen rondom een echtscheiding. Deze persoon gaf aan: ‘Ik wens dit mijn ergste vijand nog niet toe.’ Knieling vroeg zich af, wat er zou gebeuren als deze man de komende zondag in de kerk aanwezig zou zijn. Zou er een plek zijn in de dienst waar die ervaring aan de orde komen? Zou hij een verbinding leggen met zijn geloof? Of zou zijn geloof helemaal los staan van deze ervaring?
Er zijn verschillende ervaringen rondom falen: een ontslag, een echtscheiding, een studie die afgebroken moet worden, vriendschappen die niet onderhouden kunnen worden. Deze ervaringen komen in de gemeente voor naast ervaringen van een geslaagd leven. Soms kan dat in een mensenleven samen op gaan: een geslaagde carrière maar een vastgelopen huwelijk, een leuke vriendin maar een studie die niet afgemaakt kan worden.
Wanneer je ergens in faalt, is dat niet iets om mee te koop te lopen. Integendeel: falen roept een gevoel van schaamte op, van mislukken. Falen kan te maken hebben met eigen schuld en ook met overmacht en noodlot.

Tragiek
Knieling brengt het falen in gesprek met de zondeleer. In de afgelopen decennia is er bij de doordenking van de zondeleer meer aandacht gekomen voor het tragische van de zonde. De nadruk ligt niet meer op het schuldig zijn tegenover God, maar op het verstriktzijn in verkeerde structuren. In dat verstriktzijn in die verkeerde structuren kan er sprake zijn van eigen schuld, maar ook van noodlot en overmacht. Christenen zijn geen supermensen, die dit verstriktzijn ontlopen of die hiervoor bespaard worden. Ook zij hebben te maken met de tragiek van het bestaan en met falen: soms door eigen toedoen, soms door wat hen overkomt waarbij het niet duidelijk is wat aan de eigen verantwoordelijkheid is toe te schrijven.

Tragiek in verkondiging en liturgiek
De kerk doet er goed aan, volgens Knieling, om niet alleen de zonde als schuld (naar God of naar de medemens) aan de orde te stellen, maar ook de tragische kant. Dat kan in de verkondiging, maar ook eerder in de liturgie als de schuldbelijdenis wordt uitgesproken. Schuld hoeft niet weggeredeneerd te worden. Waar echt sprake is van schuld kan over de genade en vergeving gesproken worden. Waar sprake is van noodlot, tragiek die een mens overkomt, kan gesproken worden over het bevrijdend handelen van God die in Zijn liefde naar mensen op zoek is. De prediker doet er goed aan iets van de eigen ervaringen te laten zien, waardoor hij of zij zich solidair toont met de gemeente. Een belangrijke vraag bij de voorbereiding is: welke ruimte opent de preek die gehouden gaat worden? Is er ruimte om er in mee te komen? Is de prediker sensibel genoeg voor de ingewikkeldheid van de materie? Welke ruimte is er voor de gemeenteleden die op dat moment niet een ervaring van falen of schuld hebben, maar dankbaar en gelukkig zijn?

Heil en gezondheid
Wanneer mensen gevraagd worden naar het belangrijkste in hun leven scoort gezondheid vaak hoog. Binnen de gemeente en de maatschappij zijn er veel verschillende ervaringen: ziekte, behandeling, kuren en operatie en de spanning, de zorg en de verwachtingen die bijgesteld moeten worden. Daarnaast ervaringen van beter worden, afgesloten behandelingen, zorgeloos en vitaal op hoge leeftijd. In de maatschappij is er een sterk verlangen naar gezondheid en naar een wereld zonder pijn en verdeeldheid.
Hoe kan het christelijk denken over gezondheid, genezing, gelovig omgaan met ziekte, met Gods leiding in het leven worden verpakt, zodat gemeenteleden en buitenstaanders verder geholpen worden? Knieling pleit ook hier voor een sensibiliteit voor de verschillende ervaringen, die elkaar soms tegenspreken en tegelijkertijd voor een onbevangen spreken over God. Onbevangen spreken over God die deze wereld geschapen heeft. Bij de schepping heeft Hij heilzame krachten aan de schepping gegeven. Tegelijkertijd houdt de christelijke traditie eraan vast, dat God ook nu nog actief ingrijpt. Maar ook spreken over het uitblijven van dat ingrijpen, de vragen en de worstelingen die dat met zich meebrengt, het uithouden van de onmacht en de hoop op een leven in heerlijkheid.

Het lijden en sterven van Jezus
Een belangrijke vraag binnen de homiletiek is: wat zeggen we over Jezus? Binnen de kerk zijn verschillende visies gekomen op de betekenis van het lijden en sterven van Jezus. Hoe kan in de prediking omgegaan worden met die verschillende visies? Allereerst door te zien dat ook er in de Bijbel verschillende betekenissen aan het lijden en sterven van Jezus worden verbonden. Binnen de dogmatiek zijn die verschillende visies in de afgelopen decennia ook uitgewerkt. Bijvoorbeeld door het leven, het lijden en sterven te doordenken vanuit de opstanding. Of de kruisdood van Jezus te zien als het delen in onze machteloosheid. Knieling verzet zich tegen een theologie die in de kruisdood van Jezus genoegdoening voor God ziet. God hoeft niet verzoend te worden, maar wij mensen en God geeft die verzoening. De kruisdood van Jezus toont Gods liefde voor mensen. In de liturgie kunnen die verschillende interpretaties naar voren komen (bijvoorbeeld in kerkliederen). Een kans om de christelijke geloofsinhoud te verpakken is de identificatie met de figuren in de Bijbel die Jezus vergezellen op zijn weg naar het kruis. Of de weg van Jezus naar het kruis vertellen als de geschiedenis van Gods liefde tot mensen.

De perspectieven van mannen
Knieling is ook betrokken bij het onderzoek naar de perspectieven van mannen op de kerk, de theologie, op God en op de Bijbelse verhalen. Deze perspectieven komen veel minder in de theologie aan de orde dan de perspectieven van vrouwen. Hoewel de kerk en de prediking lange tijd door mannen gedomineerd is, heeft niet elke man zich thuis gevoeld in die door mannen gedomineerde wereld. Slechts de ervaringen en de visies van een beperkte groep van mannen is in de kerk aan de orde geweest. Daarom heeft een deel van de mannen een moeizame relatie met de kerk, omdat hun thema’s en vragen niet aan de orde zijn geweest.
Wat zijn dan de thema’s die deze mannen bezig houden? Uit studies onder mannen blijkt dat:
– dat zij het leven vaak zien als een strijd die moet worden aangegaan.
– de relaties die zij hebben voor hen van grote betekenis zijn, waarbij erkenning door die anderen van grote waarde is.
– behoefte aan avontuur
– behoefte aan inhoudelijke thema’s waarvan ze kunnen leren.
– behoefte aan een wereld waarin zij zich terug kunnen trekken om daar zichzelf te zijn (naast de werelden waarin ze verkeren: werk, kerk, gezin, enz).
– positieve aandacht voor de prestaties die zijn geleverd.

Kloof
Net als bij vrouwen kan bij mannen gelden dat er een kloof is tussen de officiële theologie van de kerk en de onofficiële geloofsbeleving van mannen. In de kerk rust er een taboe op trots en prestaties, want ‘ook onze beste werken zijn met zonde bevlekt’. Knieling neemt die onofficiële geloofsbeleving ook waar bij mannelijke predikanten, die dan bijvoorbeeld in een bijzin laten doorschemeren dat zij heel trots zijn op een behaald resultaat. Knieling ziet meer in een verpakking van het christelijk geloof, waarin die onofficiële geloofsbeleving niet verdrongen wordt, maar respectvol, sensibel en met oog voor de ambivalenties én de positieve ervaringen wordt gethematiseerd.


Behaalde resultaten
Aandacht voor de thema’s die veel mannen bezig houden leidt tot een herwaardering van de schepping en het verder doordenken van de scheppingstheologie, waarbij aandacht is voor de ervaringen van mensen. Die aandacht voor de schepping is niet vreemd aan de reformatorische theologie, maar kan ondergesneeuwd raken door exclusieve aandacht voor de christologie. Verder kan het zinvol zijn om op een positievere manier te spreken over de behaalde resultaten en de geleverde strijd, waarbij in de prediking een koppeling gemaakt wordt naar God. Op die manier leren mannen, die zich anders niet herkend voelen in de prediking, de verbinding te leggen tussen hun dagelijkse ervaringen en de God die hen roept.


Persoon van de prediker
Knieling pleit dus voor de verbinding tussen de dagelijkse ervaringen van gemeenteleden en de inhoud van het christelijk geloof, waarbij op een onbevangen manier over God gesproken wordt, maar wel sensibel voor de complexiteit van de wereld waarin wij leven. Het leggen van die verbinding, het kennen van de complexe werkelijkheid en het onbevangen spreken over God vraagt ook wat van de prediker. Namelijk dat hij of zij ook iets van zichzelf laat zien. De prediker hoeft zich niet helemaal bloot te geven, maar kan wel iets delen van de eigen ervaringen in deze werkelijkheid en de eigen ervaringen met God. Als een getuige die de andere gemeenteleden verder helpt. Dat vraagt om tijd en rust voor God. Dat vraagt een oefenen in het horen van Gods stem en het vertrouwen op God.

Dat vraagt om een oefenen in het spreken over God op een duidelijke en onbevangen manier: oefening in getuige zijn. Dat vraagt om een oefenen spiritualiteit, waarin de werkelijkheid van Gods werken en de dagelijkse werkelijkheid van de prediker met elkaar verbonden worden, waarbij er ruimte is voor de positieve en de negatieve ervaringen, voor de rust en de strijd, voor de zegen en de onmacht.
Dat vraagt om passie. Voor de verkondiging, maar ook voor bepaalde onderdelen van het dagelijks leven. Zoals Rudolf Bohren zijn Predigtlehre inzet met de dingen die hij hartstochtelijk doet: aquarellen schilderen, skiën, houthakken en preken. De passies van Knieling zijn: wielrennen, het observeren van mensen, discussiëren en preken. Preken vraagt om passie. Om passie voor God en voor de prediking. Maar ook om passie voor wat we in het alledaagse leven doen.

N.a.v. Reiner Knieling, Was predigen wir? Eine Homiletik (Neukirchen-Vluyn, 2009)


 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s