Preek zondag 2 oktober 2016 -middagdienst

Preek zondag 2 oktober 2016 -middagdienst
Israëlzondag
Deuteronomium 4:23-40
Tekst: Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur (vers 24a)

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Op deze Israëlzondag had ik stil willen staan bij het bijzondere van de God van Israël,
namelijk dat de God van Israël – de enige God die er is (er is geen andere God),
dat die God uit de hemel neerdaalde om op aarde te zijn.
Er zijn verschillende teksten in het Oude Testament die er van spreken
dat God op aarde komt, om te wonen tussen Zijn volk Israël.
Dat God naar de aarde komt,
dat is niet iets wat in het Nieuwe Testament voor het eerst gemeld wordt,
maar dat wordt in het Oude Testament reeds aangegeven,
bijvoorbeeld in de verhalen over de bouw van de tabernakel en de tempel,
de tabernakel een tent, de tempel een huis voor God om te wonen.
Dat zou een mooie, bemoedigende preek worden,
met misschien ook wel nieuwe inzichten,
namelijk dat de komst van de Heere Jezus op aarde
niet echt nieuw is ten opzichte van het Oude Testament,
omdat daar al gesproken wordt over Gods afdalen op aarde.
Het nieuwe zou dan zijn, dat met Christus God als mens op aarde komt
om net als ons te worden.
(Het heeft me trouwens verrast dat de thematiek van God die op aarde afdaalt
naar de tabernakel of de tempel niet in Deuteronomium voorkomt. Wel Ex/Lev).

Maar niets van deze thematiek verder in deze preek,
want ik bleef haken bij een andere karaktertrek van God, die in dit gedeelte wordt gemeld:
Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God.                
Dat is nogal een uitspraak: God als een verterend vuur.
Ik kreeg deze uitdrukking, dit beeld niet meer uit mijn gedachten.
Want dat is niet een tekst om op een stichtelijke kaart af te drukken
om die aan een medegelovige te sturen.
Want wat zal de gedachte zijn, als iemand een kaart krijgt met zo’n Bijbeltekst:
Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God.  
Dit is ook tekst waarvan je hoopt dat iemand die niet zo vaak in de kerk komt
of de Bijbel niet kent, hoort.
Want wat zullen de gedachten zijn van iemand,
die niet weet dat er ook zoveel andere teksten over God in de Bijbel staan,
en dan over God te horen krijgt dat Hij een verterend vuur is.
Dat is niet echt een beeld dat uitnodigt om in de gemeenschap van God toe te treden.

Nu kan heel gemakkelijk de gedachte ontstaan dat God als een verterend vuur
meer iets voor het Oude Testament is
en dat dit beeld van God in het Nieuwe Testament wordt gecorrigeerd
door een beeld dat veel liefdevoller is, uitnodigender, geduldiger.
Maar het is vandaag Israëlzondag.
De kerk heeft God niet beter begrepen dan het volk Israël.
Dat mogen we op deze Israëlzondag niet doen
– op geen enkele zondag mogen we doen dat het beeld
dat het Nieuwe Testament van God een heel ander beeld geeft van God.
Dat waar de Heere in het Oude Testament strakkere, hardere trekken heeft
die in het Nieuwe Testament worden gecorrigeerd.
Want het Nieuwe Testament heeft geen andere God dan het Oude Testament
en spreekt ook niet anders over de Heere dan in het Oude Testament.
Ook in het Oude Testament wordt gezegd dat God liefde is.
Kijk alleen maar in dit hoofdstuk, vers 31 – tenminste in de NBV:
Want de HEER, uw God , is een God van liefde.
En omgekeerd wordt in het Nieuwe Testament gesproken over een God die toornt.
Juist deze tekst over God als een verterend vuur wordt in het Nieuwe Testament aangehaald.
In het laatste vers van hoofdstuk 12 wordt deze tekst aangehaald
Om de gemeente aan te sporen trouw aan God te blijven
en naar Hem te blijven luisteren en dienen – Want onze God is een verterend vuur!
We kunnen dit beeld niet zomaar aan de kant schuiven.

Waarom dit beeld bij mij bleef haken, is omdat ik dit niet altijd bewust ben
in mijn eigen omgang met God.
Wanneer ik de kerk binnenkom om een kerkdienst bij te wonen
en naar een preek te luisteren.
Ik kom dan naar de kerk om bemoedigd te worden,
Weer iets van God te horen, om mijn geloof te versterken.
Dat de God die tot mij spreekt ook een verterend vuur kan zijn,
ben ik mij niet altijd bewust.
Misschien wil ik dat ook niet, dat deze kant van God in de aandacht kom
omdat ik dan niet weet wat er dan van mijn geloof, maar vooral van mijzelf overblijft.
Want wie kan God onder ogen komen?
Wie kan de stem van de Heere horen, in zich opnemen
en dat er levend van afbrengen?
Mozes houdt dat het volk Israël voor:
Weet je wel hoe bijzonder het is dat je nu nog leeft?
Want je hebt de Gods stem vanuit het vuur gehoord!
Zo kom ik niet uit de kerk: in verwondering dat ik de ontmoeting met God heb overleefd.
Zo bezig met die tekst denk ik, dat ik zelf wel meer van dat ontzag voor God mag hebben.
Ik bedenk me dat er gemeenteleden nu zijn,
die zeggen: Ja, maar dat ontzag voor God heb ik wel degelijk.
Als ik naar de kerk ga, als ik tot Hem nader in het gebed of uit de Bijbel lees,
Dan besef ik dat ik voor de heilige God sta die niet met zich laat spotten.
En misschien denkt u er dan bij:
Het zou niet verkeerd zijn om meer besef van de heiligheid van God te hebben.
Om er bij stil te staan dat God niet zomaar met zich laat spotten.

Wat is dat voor een beeld van God: God als een verterend vuur?
Wat bedoelt Mozes ermee?
Dat is altijd goed als u in de Bijbel op iets stuit waarvan u denkt:
‘Hier kan ik niets mee.’
Dat u dan op onderzoek uit gaat,
om te achterhalen wat er met die Bijbeltekst bedoeld wordt
en wat u er toch van zou kunnen leren.
Wat bedoelt Mozes ermee en waarom gebruikt hij juist nu dit beeld van God?
Dat heeft met het voorafgaande te maken:
maak geen beeld van God.
Maak geen beeld van hout of steen, van goud of koper of welk materiaal ook,
want de Heere, uw God, is een verterend vuur.
Deze tekst mogen we dus niet zomaar los citeren.
Dat de Heere een verterend vuur is moeten we in het kader zien van die beelden
die mensen kunnen maken van God.
Stel dat we bedenken dat we hier in de kerk een beeld van God zouden willen hebben,
een beeld van goud of koper (het moet er wel mooi uitzien!)
of van steen of hout
– dat kan gewoon niet.
God kan niet in zo’n beeld van steen of hout, van koper of goud huizen.
Want dat was de gedachte van zo’n beeld dat je liet maken:
dat de god die je diende dan in zo’n beeld kwam wonen
en dan had je die god zo makkelijk dichtbij.
Je kon hem dan in de kamer neerzetten
en dan kon je bij jezelf denken: ik ben mijn god in huis.
Je kon ervoor gaan zitten, met je gedachten op dat beeld gericht.
Dat hielp dan bij de concentratie
en omgekeerd als dat beeld dan naar je keek, dan wist je: mijn god kijkt naar mij.
Ik kom in de kijklijn van mijn god
en als ik hem aanraak, vloeit er zegen over naar mij vanuit dat beeld,
want Gods kracht stroomt in mij over.
Een beeld van God suggereert dat je Hem heel dicht bij je hebt,
onder handbereik, je kunt Hem zien en aanraken.
Hij is niet ver, Hij is niet verborgen.
Je hoeft je nooit af te vragen waarom Hij zich niet laat zien of waar Hij is.
Hij is bij je.

Dat kun je niet maken – want God is een verterend vuur.
Onze God past niet in zo’n beeld.
Zijn grootheid, Zijn heiligheid zou dat beeld verteren.
Dat is het eerste aspect: wanneer onze God met zo’n beeld in aanraking komt,
dan blijft er van dat beeld niets over.
Zoals bij een elektrisch apparaat, een lamp waarbij teveel stroom op staat,
dat er kortsluiting komt: het bolletje knapt of het apparaat door de klap van de stroom stuk gaat
zo blijft er van dat beeld niets over.
God is te groot, te heilig – God is niet te vangen.
Ook niet in een beeld.
In die tijd dacht men dat zo’n beeld juist een soort transformator was
om de heilige God die zo geladen vol heiligheid toch wat dichterbij kon brengen,
een afzwakken van zijn heiligheid, zijn gloed – Gods kracht wordt wat afgezwakt
om hem dichterbij te brengen, zodat jezelf niet verteert, maar blijft bestaan
en dat Zijn zegen, zijn kracht en hulp in je overvloeit.
Een beeld als een soort transformator,
die God voor je wat kleiner maakt, wat behapbaarder en benaderbaarder.
Maar dat kun je met God niet doen,
Dat je Hem kleiner kunt maken, zodat jij Hem aankan, zodat jij Hem begrijpt.
Want voor ons als mens blijft Hij te groot, te veel anders,
wij kunnen Hem nooit helemaal doorgronden, nooit helemaal doordenken.
En toch is zo’n transformator die Gods heiligheid en grootsheid omzet in iets kleins
niet nodig, want ondanks Zijn heiligheid en grootsheid
komt God naar ons toe door te spreken: Hij maakt zichzelf klein.
Zijn stem komt tot ons – hier verwijst Mozes naar het vuur op de berg dat er was,
maar soms is Zijn stem ook fluisterend en vriendelijk,
maar dan ook weer aandringend en waarschuwend,
maar God bepaalt hoe Hij tot ons komt en wat Hij tegen ons zegt.
Hij bepaalt de manier, Hij bepaalt de boodschap.
Dat kunnen wij en mogen wij niet.

En vergeet ook niet dat Gods daden niet in zo’n beeld te vangen zijn.
Moet je zien wat de Heere gedaan heeft: van de schepping tot de uittocht,
de strijd die Hij voor Israël voerde,
hoe Hij zelf voorop ging in de strijd en Israël alleen maar hoefde te volgen.
Die beeldjes die je als mens maakt, zijn te klein, te stijf.
Je kunt ze oren geven, maar ze zullen nooit horen
niet de dank en ook niet als je in je nood tot deze god roept.
en je kunt ze ogen geven en doen alsof je voor hen komt,
maar ze zullen je nooit opmerken en zien in welke omstandigheden je bent.
Alleen de levende God, die in de hemel is, die te groots, te ontzagwekkend is,
maar ook bereid is om zich kleiner te maken, uit zichzelf,
zodat wij Zijn stem kunnen horen en kunnen gehoorzamen.
Deze God is jullie God, zegt Mozes.
Die God die een verterend vuur is – is wel jullie God: de Heere uw God.
Dat geeft toch ook aan dat er een relatie is:
tussen het volk Israël en de Heere
en door Christus mogen wij ook delen in die relatie, in die gemeenschap met God.

Een verterend vuur, die er op gericht is om de relatie zuiver te houden.
Een verterend vuur:
Een vuur waarna er niets meer overeind blijft, alles afgebrand en zwartgeblakerd.
Ik heb verhalen gehoord over de brand op ‘t Harde in 1970.
Over de molen in Oosterwolde die is afgebrand.
Dat zijn verhalen waarin verteld kan worden van een verwoesting.
Als Mozes hier spreekt over God als een verterend vuur
wil hij op iets anders de aandacht vestigen:
niet een grillige brand, die nauwelijks te bestrijden is
En waarna als de brand geblust is de schade opgemaakt wordt.
Als God een verterend vuur is,
is dat eerder een vuur dat ruimte maakt en zuiverend werkt.
In de Bijbel wordt gesproken over goud dat in het vuur wordt zuiver gemaakt,
ontdaan van alles vuil en viezigheden.
Of misschien kunnen we denken aan een akker
waarbij na de oogst de brand wordt aangestoken om de stoppels te verbranden
om zo ruimte te maken voor een nieuwe oogst.
God is een verterend vuur – ja Hij verwoest,
maar niet alleen om een grillig, nietsontziende verwoesting te beginnen.
Nee, altijd ten dienste van die relatie die er is met mensen.
Om wel die beelden te verwoesten,
maar dan omdat ze God niet kunnen bevatten.
Ze maken God te klein.
Omdat ze Gods daden niet kunnen afbeelden,
God niet kunnen opsluiten.
Dat vuur dat brandt, dat is om ruimte te maken voor Hemzelf, de levende God,
de enige God die er is, die alleen de aarde geschapen heeft,}
die alleen Israël heeft uitgeleid, die alleen voor Israël streed.

Vuur – dat kan ook een beeld zijn van Gods toorn.
Ook Mozes waarschuwt ervoor, dat God het volk kan loslaten,
in ballingschap kan sturen, kan verstrooiien,
maar helemaal vernietigen – nee, dat zal niet gebeuren.
Sterker dan zijn toorn is Zijn barmhartigheid.
Dat is het laatste woord.
God als een verterend vuur, dat is niet bedoeld om Israël te verteren, te vernietigen.
Dat kan wel – verwondering dat het niet gebeurt,
maar God wil dat niet.
Hij koos voor Israël als Zijn volk.

Maar Hij vraagt wel iets.
Een verbond heeft twee kanten.
Gods heiligheid, Gods anderszijn vraagt een volk dat anders is, heilig.
Dat zich ervan bewust is dat het leven voor Gods aangezicht afspeelt.
Coram Deo.
Niet voor een beeld, maar voor de levende God,
die ziet en hoort, die niet met de armen over elkaar zit,
maar ingrijpt, strijdt, desnoods uit de hemel komt
en mens wordt in Jezus Christus.
Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet loslaten, en u niet te gronde richten; Hij zal het verbond met uw vaderen, dat Hij onder ede met hen gesloten heeft, niet vergeten.
Amen


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s