Preek zondagavond 4 september 2016

Preek zondagavond 4 september 2016
Dankzegging en nabetrachting Heilig Avondmaal
Deuteronomium 4:1-11

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een bijzonder moment wil je heel lang vasthouden.
Toch? Hebt u dat niet,
dat als je iets bijzonders meemaakt, dat de ervaring je daar nog heel lang van bij blijft.
Vaak lukt dat niet,
omdat er iets gebeurt waardoor je die bijzondere ervaring kwijt bent.
Zelf had ik dat de dag na mijn belijdenis.
De zondag had ik als een heel bijzondere dag ervaren,
de dag waarop ik mijn ja-woord aan de Heere gaf.
De volgende dag was ik aan het werk in de supermarkt waar ik een bijbaan had,
waar niemand wist dat ik de dag ervoor belijdenis had gedaan.
Ik had – denk ik – niet durven vertellen,
terwijl er toch enkelen waren die dat heel bijzonder hadden gevonden
en die naar mij toe gekomen zouden zijn.
Nog meer dan de zondag van mijn belijdenis herinner ik mij het contrast met de dag erop,
waardoor die mooie ervaring gelijk weg was
en ik te maken had met het alledaagse bestaan
waar lang niet altijd de tijd en de ruimte is om bezig te zijn met de dingen van de Heere.
Misschien hebt u dat ook wel
als u morgen op uw werk komt.
Deze zondag een bijzondere zondag, omdat het avondmaal was
en morgen weer het werk, dat een heel andere sfeer heeft
een sfeer die misschien wel haaks staat op vandaag.
Je komt op je school, waar iedereen vertelt wat ze in het weekend hebben gedaan
en je houdt maar je mond omdat je niet weet hoe het valt
als je vertelt dat je in de kerk bent geweest.
Je zou bepaalde ervaringen willen koesteren
omdat je toen ervaren hebt hoe dicht de Heere bij je komt
en hoe fijn het is om in Zijn nabijheid te zijn
en je zou meer van die ervaringen willen hebben,
omdat het leven van alledag zo anders is
En de ervaring van Gods nabijheid naar de achtergrond kan worden geduwd
door alles wat er gebeurt.
De viering van het Heilig Avondmaal kan dan een moment zijn
Waarop al die dingen om je heen voor even kunt wegvallen
even alleen Gods nabijheid,
even niets anders dan dat kruis dat op Golgotha was opgericht
even niets anders dan het werk van de Heilige Geest in je hart.

Dat kan je goed doen als je het zo ervaren hebt
en het kan je ook wat meegeven voor de komende tijd.
Om een ouderwetse uitdrukking te gebruiken – die best mooi is:
teerkost voor onderweg.
Als je in de komende dagen wat verder weg bent van het avondmaal
en de ervaring wat is afgezwakt en vervluchtigt
dan heb je nog wat om op te teren
en je leven met God niet net zo afzwakt en vervluchtigt als de ervaringen.

De reden waarom Mozes het volk aanspreekt,
is dat hij bang is dat het leven met God vervluchtigt en afzwakt
als het volk eenmaal in het land Kanaän aangekomen is.
In het begin zal dat besef er nog wel zijn:
We zijn ontsnapt aan dat zware leven in Egypte,
tijdens de woestijnreis waren we steeds ooggetuige van Gods bijzondere bemoeienis
en het land dat we hebben is niet zomaar een land,
maar een beloofd land: God heeft gezworen aan onze voorouders
dat Hij dit land zal geven aan het nageslacht.
Je zou kunnen zeggen dat hij de bui al ziet hangen
dat het volk druk is met wat er in dat land moet gebeuren.
Het moet eerst veroverd worden op volken die sterker en groter zijn.
Ook al hoeft het volk dat land niet van onderaf op te bouwen
omdat er reeds steden zijn  en akkers en weiden,
het zal toch druk zijn om de akkers te bewerken, een veestapel te onderhouden,
de steden te onderhouden en verder te versterken.
Het is nog een heel verschil
of het volk in de woestijn is, op een eenzame plek
of dat het volk de verantwoordelijkheid heeft over een land, over een gebied.
Verantwoordelijkheid dragen is over een gebied, over een groep mensen, over een bedrijf,
heel wat weerbarstiger dan een leven in afzondering,
waarbij je het ideaal van een heilig leven kunt vasthouden.
Op zondag kun je bepaalde richtlijnen horen, die de Heere vraagt:
oprechtheid, eerlijkheid, een leven zonder anderen te bedriegen,
maar vanaf de maandag kun je een bestaan hebben,
waar er van die richtlijnen niets meer overblijft, omdat die wereld heel anders is.
Mozes waarschuwt het volk daarvoor:
Het volk moet de richtlijnen die het van de Heere heeft gekregen ook echt in praktijk brengen, want die richtlijnen zijn niet voor niets gegeven.
Ze komen van de Heere
en het zijn richtlijnen die – omdat ze van de Heere komen – goed zijn, eerlijk en rechtvaardig.
Zo begint Mozes zijn toespraak:
Houd je aan de verordeningen en bepalingen, die de Heere aan jullie gegeven heeft.
Het Bijbelboek Deuteronomium bevat een aantal woorden,
die sterk op elkaar lijken: wetten, richtlijnen, verordeningen, bepalingen, geboden.
Al deze woorden hebben de overeenkomst
dat God dit van het volk Israël vraagt, omdat het volk Israël een heilig volk is,
een uniek volk, dat de taak heeft om op de plek waar ze zijn
te laten zien in wie God is

en dat moeten ze door hun gedrag, hun houding laten zien.
Verordening – dat is een opdracht van hogerhand, van Godswege.
Met dit woord worden richtlijnen voor de eredienst bedoeld:
Wat is er nodig om voor God te kunnen verschijnen?
Hoe maak je van sabbat, zondag een bijzondere dag die anders is dan de andere dagen?
Wat is er nodig bij het bidden? Welke houding, welke instelling, welke gedachten?
Dat zijn niet zomaar dingen die wij zelf kunnen bedenken.
Daar kan God ook zijn verordeningen voor geven.
Zoals we vanmorgen het Avondmaal hebben gevierd,
niet omdat het ons eigen idee is, of omdat wij daar behoefte aan hebben,
maar omdat de Heere Jezus het avondmaal heeft ingesteld
en ons heeft opgedragen om dat avondmaal te blijven vieren
om door de viering van het heilig avondmaal steeds bezig te zijn
met het offer dat Hij op Golgotha bracht voor onze zonden.
We zouden kunnen zeggen op basis van Deuteronomium:
Avondmaal is een verordening, we komen daar niet onderuit.
Die verordeningen zijn niet bedoeld als een zware last,
maar juist als een hulpmiddel
om in Gods nabijheid te kunnen verkeren, om omgang te hebben met de heilige God.
We spreken over het heilig avondmaal
en ik denk dat iedereen die aangegaan is
en ook degenen die erover hebben nagedacht hebben
maar de vrijmoedigheid niet hadden om aan te gaan,
daar ook steeds iets van merken, van de heiligheid van God
die er ook rondom het avondmaal is.
Een heilig God en toch zo dichtbij dat de andere volken er jaloers op zijn.
Hoe kunnen wij zo dicht bij die heilige God leven?
Daar geeft God zijn verordeningen voor,
niet zomaar, maar om ons in Zijn nabijheid te hebben.

Een heilig God vraagt een heilig volk.
Daar hebben die bepalingen (dat 2e woord) mee te maken.
Dat zijn richtlijnen voor het dagelijks leven,
Voor hoe wij met elkaar omgaan in gezin, familie, dorp en maatschappij.
Die richtlijnen hebben alles te maken met die verordeningen.
Onze eredienst op zondag heeft alles te maken
met wat we op maandag doen op ons werk of school
en maandagavond op de voetbaltraining, of de dinsdag het repeteren van Concordia,
met hoe onze collega’s behandelen,
niet alleen onze leidinggevenden, maar ook degenen die onder ons staan en de schoonmakers – het zijn allemaal schepselen van God
en in ons gedrag horen we ook te laten zien
dat we voor Gods aangezicht op hetzelfde niveau staan.
Ik ben niet minder dan mijn leidinggevende, ik ben niet meer dan de schoonmakers.
Behandel hen allemaal op dezelfde manier,
als een mens met een ziel: vanuit oprechte belangstelling wie ze zijn
en wat ze meemaken,
omdat God ook naar ons toe zo belangstellend is.
In de bepalingen die Mozes geeft zijn richtlijnen voor het omgaan met
krijgsgevangenen, met mensen met schulden, slaven.
In alles gaat het er niet om
dat ze behandeld worden volgens onze normen van onze economie,
van onze nationalistische opvattingen,
maar volgens de bepalingen die God geeft
en die bepaalt dat we in ons gedrag heilig zijn
en iets van Hem uitstralen en doorgeven,
zodat de mensen om ons heen jaloers worden op onze God
die zulke mooie en rechtvaardige regels geeft.
Een heilig volk, omdat we een heilig God hebben,
met rechtvaardige regels, omdat onze God betrouwbaar en rechtvaardig is.

En dat is niet alleen iets van het Oude Testament (alsof het dan overbodig zou zijn),
maar juist de eis om een heilig volk te zijn
wordt in het Nieuwe Testament overgenomen.
Dat we als kerk ervan bewust zijn dat we een heilig volk zijn.
Heilig heeft de betekenis dat er in ons iets zichtbaar wordt van God, van hoe God is.
In alles.
In ons nadenken, in hoe we met onze emoties omgaan,
welke beslissingen en keuzes we maken, hoe we ons opstellen naar anderen toe.
In het formulier voor het avondmaal wordt onze opstelling naar anderen toe uitgewerkt:
Er wordt van ons een broederlijke liefde gevraagd.
We hebben een verantwoordelijkheid voor de mensen,
die met ons aan de tafel aanzaten.
Ze zijn onze broeders en zusters.
Voor broers en zussen kies je niet, die heb je.
Daar kun je je ook niet van ontdoen.
Ook zij behoren tot de familie van Christus.

Het is makkelijker om een voorbeeld te geven van wat mis gaat.
Onlangs las ik de uitspraak van een Japanse boeddhist
die in het westen gekomen was en met christenen in aanraking gekomen was
en die aangaf, hoezeer hij geschrokken was
omdat hij bij de christenen zoveel haat tegen elkaar tegenkwam
en hij merkte een tegenstrijdigheid op met de boodschap van Jezus
van liefde en gebed voor de vijand.

Of van een werknemer die teruggevraagd werd door zijn oude baas,
omdat ze hem misten in het werk.
Nadat hij was weggegaan, hadden ze pas door hoe belangrijk hij voor hen was.
Hij kon zelf de voorwaarden geven waarop hij zou terugkomen.
Hij koos voor meer atv-dagen.
Toen zijn collega’s hem vroegen wat hij nu voor een extra’s had gehad
vertelde hij over zijn atv-dagen.
Die collega’s vroegen hem of die atv-dagen
niet werden gecompenseerd in loonsvermindering.
Uiteindelijk bleek dat zo te zijn en ging hij er per saldo niet eens zo op vooruit.
Hij ging naar zijn baas,
maar die wuifde dat weg, want: ‘Je hebt niets zwart op wit op papier staan.’
Van deze baas was het bekend dat hij naar de kerk ging
en het bedrijf stond bekend als een christelijk bedrijf.
Maar in de praktijk was het als het om mondelinge afspraken ging niet betrouwbaar.
Wat straal je dan uit van God?
Dat God belooft, bijvoorbeeld een land aan de voorouders,
Maar als het puntje bij het paaltje komt, is het een loze belofte.
Houd u aan de verordeningen en bepalingen,

want in het leven gaat het niet alleen om de winst van je bedrijf,
maar juist ook wat je in het bedrijf van God laat zien.
Ik weet uit eigen ervaring, in de bedrijven waar ik heb gewerkt,
dat dit niet eenvoudig is,
omdat de mensen die je als medeschepsel van God heel erg op de proef kunnen stellen
en van alles bij je boven kunnen roepen aan onchristelijke gedachten en daden.
Houd die verordeningen en bepalingen
omdat je niet zomaar iemand bent
en ook niet zomaar leeft,
maar door Gods genade, door het offer van Christus
vrijgekocht en apart gezet om iets van God te laten zien – juist in het leven van alledag.
Paulus spreekt erover, dat het aan ons af te lezen moet zijn
wie Christus is en welk offer Hij gebracht heeft
en ik denk dat deze opdracht, deze houding in deze tijd steeds belangrijker wordt.

De verordeningen en bepalingen van de Heere zijn heilzaam,
niet alleen voor gelovigen, maar ook voor degenen die God niet dienen.
Een van de richtlijnen is dat je niet mag doden.
Bij de allereerste christenen was het daarom niet toegestaan om abortus te plegen.
Dat gebeurde in het Romeinse Rijk volop,
vooral omdat het de man niet uitkwam die een vrouw met wie hij niet getrouwd waren
zwanger had gemaakt en dwong daarom een risicovolle operatie af,
waarbij de vrouw nogal eens het leven liet.
In de Vroege Kerk was niet alleen tegen abortus. Dat is te beperkt.
Men besefte dat dit gebod om niet te doden om meer vroeg,
namelijk een respectvolle houding ten opzichte van vrouwen.
Vrouwen waren er niet alleen voor het plezier van de mannen.
Juist dat respect en de hoge achting voor vrouwen maakte die vrouwen nieuwsgierig
die in hun eigen cultuur vaak niet in tel waren.
Wat is dat voor een gemeenschap, een God waar de vrouwen op respect kunnen rekenen?
Dit is maar één voorbeeld
dat onze houding die God van ons vraagt
voor anderen van betekenis kan zijn, tot zegen kan zijn.
Wat we op zondag doen, de liederen die we zingen, de preken die we horen,
De ervaringen die we van God hebben,
die hebben te maken met wat we op maandag tot en met zaterdag doen.
De liturgie ligt op straat – het dienen van de Heere beperkt zich niet
tot de zondag en de kerkdienst,
maar krijgt handen en voeten door de weeks in alle relaties die we hebben.
De avondmaalstafel heeft alles te maken
met onze keukentafel, de vergadertafel, de onderhandelingstafel,
de kassa in de winkel, het toetsenbord van de computer.
Daar zijn we geen ander en mogen we geen ander zijn,
omdat God een heilig God is
en vraagt om heilig te leven.

Dat is de opdracht die God geeft,
Maar het is niet alleen een opdracht.
Als God een opdracht geeft, is dat altijd ook evangelie,
een blijde boodschap.
In het houden van die verordeningen en bepalingen
zijn we tot zegen voor de mensen om ons heen
en worden we het gebruikt in Zijn dienst om Zijn koninkrijk uit te breiden.
We vieren avondmaal voor ons zelf, voor Gods aangezicht
maar tegelijkertijd met het oog op onze dienst in deze wereld
om daar in woord en daad van onze God te getuigen.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s