Preek zondagmorgen 17 juli 2016

Preek zondagmorgen 17 juli 2016
Openbaring 10

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het zijn rare tijden waarin we leven.
Een man die door met zijn vrachtwagen in te rijden op een menigte
en daarbij vele mensen doodt en verwondt.
Onrust in Turkije, waarvan we niet goed weten hoe we dat moeten duiden.
Dat komt bij alle onrust en alle aanslagen die er in de afgelopen tijd geweest zijn.
We leven in een rare tijd. Maar is dat echt van de laatste tijd?
Elk jaar verschijnt er een Aanzien met alle gebeurtenissen van het jaar ervoor.
Zulke boeken staan elk jaar weer vol met foto’s
van geweld, van gevoerde oorlogen, van aanslagen en mensen die lijden door geweld.
Als we terug gaan in de geschiedenis
is elke periode wel vol geweld, waarbij grote aantallen mensen aankomen.
De aarde, die door God goed geschapen was, een paradijs, de mooiste plek om te zijn,
Voortdurend weer geteisterd door geweld, door oorlog,
soms kan er op een klein stukje van de aarde het voor even goed zijn,
maar dat is dan een klein eilandje van rust,
in een grotere wereld waarop veel mensen zijn die lijden.

Johannes krijgt een sterke engel te zien, die uit de hemel neerdaalt
en zijn éne voet zet op de aarde en de andere voet op de zee.
De engel zet zijn linkervoet op de aarde, deze aarde vol geweld,
deze aarde waarvan we steeds kunnen zeggen: we leven in rare tijden.
Als er op de ene plek vrede wordt gesloten,
dan is er op een andere plek wel oorlog en geweld.
Op deze wereld zet de engel, die uit de hemel neerdaalt, zijn voet.
Deze wereld, die voor de gemeenten aan wie Johannes moest schrijven,
ook geen makkelijke wereld was om in te leven.
Het Romeinse Rijk dat erop pochte om de hele wereld in de macht te hebben
en dat er niet tegen kon als er mensen waren, die niet in de macht van Rome geloofden.
De christenen, aan wie Johannes schreef, geloofden daar niet in,
omdat hen geleerd was om slechts te buigen voor de enige, ware God die er is,
deze God die een engel naar de aarde stuurde – een sterke engel
en die als overwinnaar zijn voeten neerzette op de aarde en op de zee.
Op die aarde waar Rome over dacht te heersen, de aarde die vol is van geweld.
Daar zet de engel zijn voeten op, om te laten zien dat alles wat op aarde is, moet buigen
voor zijn Zender: de God die hemel en aarde gemaakt heeft.
Op het vasteland van Klein-Azië, waar de gemeenten zijn aan wie Johannes moest schrijven
werd de Romeinse keizer afgebeeld als iemand die zijn ene voet op de aarde heeft
en de andere op de zee, als teken van zijn macht over de gehele bekende wereld.
Nu ziet Johannes door het neerdalen van de engel dat de macht ergens anders ligt:
in de handen van de hoogste Heer, de enige, ware God, die hij dient,
die ook al is Johannes zelf verbannen de macht heeft in hemel en op aarde.
De sterke engel – hij daalt uit de hemel neer, als boodschapper van God, bij God vandaan.
Dat is een andere richting dan vanwaar het beest uit de afgrond vandaan komt,
waarover het volgende hoofdstuk spreekt,
het beest dat oorlog voert tegen de twee getuigen die Gods boodschap verkondigen,
het beest uit de afgrond, dat staat voor de macht op aarde,
die zich steeds weer tegen God keert,
niet van God komt, maar uit de afgrond, uit de onderaardse diepte,
bij Gods grote tegenstander vandaan,
om Gods werk op aarde te dwarsbomen
en ook de macht heeft om de twee getuigen van God te doden.
De gemeenteleden aan wie Johannes geschreven heeft,
zullen wellicht gedacht hebben aan de overheid in het Romeinse Rijk,
waarin ze meer dan een menselijke tegenstander aan het werk zagen: de duivel.
Voordat hij zijn macht op aarde kan laten gelden, is God hem voor.
Als de duivel een bepaald rijk op aarde kan gebruiken in zijn spel tegen God,
is de Heere hem voor om de macht op aarde op te eisen.
Het is aan de engel te zien dat hij uit de hemel komt,
de hemel vanwaar uit God regeert, de machtsbasis van God.
Hij draagt de goddelijke glans en glorie om zich heen:
allereerst vanwege de wolk, die aangeeft dat de goddelijke glorie die de engel meebrengt,
te indrukwekkend is voor mensen om te zien.
Niemand kan God zien en leven.
De wolk schermt zijn hemelse schittering – te indrukwekkend om te zien – voor onze ogen af.
Een regenboog is om zijn hoofd,
de regenboog die volgens het slot van Ezechiël 1 verwijst naar de verschijning van God zelf.
De regenboog die in die tijd teken was van de macht die alles overwint.
De benen die als zuilen van vuur zijn verwijzen naar de uittocht
waarin er zowel overdag een zuil van wolken was en ‘s nachts een zuil van vuur.
Voordat het beest uit de afgrond kan komen
om zich tegen Gods getuigen, tegen Gods dienaren oorlog te voeren, hen te doden,
daalt Gods gezant op aarde
als vertegenwoordiger van God zelf – heenwijzend naar God, zijn Zender
om aan te geven dat God Zijn volk op aarde zal leiden door deze moeilijke tijd
vol duisternis en dreiging, zoals Hij eens Zijn volk leidde door de zee en door de woestijn
en veilig bracht in het beloofde land.
Als het beest uit de afgrond gaat huishouden op deze aarde
mogen de gelovigen weten dat ze geleid en beschermd zullen worden,
ook al krijgen ze met dreiging te maken en zal de dood hen niet bespaard worden,
ze mogen vertrouwen op Gods leiding.

Als vertegenwoordiger van God zelf daalt de engel neer.
Voordat het beest uit de afgrond kan komen als vertegenwoordiger van de boze,
daalt de engel af als degene die de strijd reeds gewonnen heeft
en de zege voor zich opeist
door zijn voet te zetten op de aarde, die het toneel zal worden van dat beest,
en op de zee.
De zee, die in de Bijbel staat voor de chaos, de horror,
de vernietigende kracht die er op aarde kan zijn en alles wat goed is kapot kan slaan.
Wie eens bij storm bij zee gestaan heeft, of de beelden van de tsunami nog kan herinneren
begrijpt waarom de Bijbel de zee koppelt aan de horror, aan vernietigend geweld.
Op de zee plant deze engel zijn voet – namens God.
Zoals Jezus op het water liep, om te laten zien dat Hij deze horrormacht bedwong,
zo staat deze engel vastberaden,
niet als een bange Turkse soldaat op de brug over de Bosporus,
die zich overgeeft als de kansen verkeken zijn,
maar onoverwinnelijk, als een baken van rust voor de gelovigen die op aarde zijn.
Zo mogen degenen die door Christus gewonnen zijn weten dat ze in goede handen zijn,
omdat hun Heer deze wereld bestuurt.
De engel verkondigt dat niet voor niets
dat God de schepper is van de hemel – daar kwam de engel vandaan,
schepper van de aarde, van de zee, de gebieden waar om gestreden gaat worden.
Alles wat er is, zelfs de afgrond waar het beest vandaan komt,
is door God geschapen.
De engel, die zijn voeten plant op de aarde en de zee, met zijn hemelse afkomst,
geeft aan dat God de gebieden die Hij geschapen heeft weer opeist, claimt,
de staatsgreep, de coup van de boze ongedaan maakt.

Onze Heer, die alles geschapen heeft, bestuurt deze wereld en ook waar alles naar toe gaat. Dat mogen we ook weten aan de boekrol die deze engel in zijn hand heeft.
Het is dezelfde boekrol die eerst verzegeld was
en die alleen door het Lam geopend kon worden,
de boekrol die vol is van de gebeurtenissen die nog op aarde plaats zullen vinden.
Deze boekrol, die geopend is door het Lam, dat eruit zag als geslacht
Christus, die in een adem de Leeuw van Juda genoemd wordt die overwonnen heeft.
Het Lam dat geslacht is, gedood aan het kruis,
dat kruis dat tegelijkertijd de overwinning bracht – niet alleen op de zonde,
maar ook macht van de duivel en van elke kwade macht brak.
Alles wat er gebeurt, is in Zijn handen.
We kunnen ons meegesleurd voelen in de stroom van wat er gebeurt,
geen duidelijkheid hebben over wat er gebeurt,
we kunnen geschokt zijn door wat er gebeurt ergens anders
en als het onszelf treft verslagen en verbijsterd,
toch is deze wereld in handen van Hem, die zelf de ondergang in ging,
te lijden had onder geweld, gepijnigd en gemarteld werd,
terwijl hij onschuldig was de schoenen in de schuld geschoven kreeg,
Hij onderging dat allemaal, maar kwam als overwinnaar uit de strijd.
De engel daalt op aarde neer om daar weer te aan herinneren,
om de overwinning op aarde uit te roepen
met een machtige stem, die op het gebrul van een leeuw lijkt,
angstaanjagend voor Gods tegenstanders, huiveringwekkend,
maar juist voor wie van God zijn vertrouwen geeft op de redding die komt,
het Lam aankondigt, dat geslacht is, en dat tegelijkertijd de leeuw uit Juda is.
Dat is de boodschap die de engel heeft in de open boekrol:
Laat je, beste gelovige, niet gek maken door welke macht ook.
Laat je geen angst aanjagen, beste christen, want je Heer regeert.
Ook al kun jij zelf Zijn weg op deze aarde niet begrijpen,
al kun je zelf niet begrijpen waarom Zijn kerk met zoveel tegenstand te maken heeft,
Zijn boodschap niet geloofd wordt, Zijn dienaren worden gemarteld en gedood
en het beest uit de afgrond de sterkere lijkt te zijn – wanhoop niet!
Op die rol staat de overwinning reeds beschreven
en alles wat voor de komst van Christus zelf op aarde – zijn Wederkomst – zal gebeuren.
Die gebeurtenissen tot aan de Wederkomst zijn gepland door God zelf,
de toekomst is in Zijn hand.
Niet als een poging om de macht te grijpen, zoals de soldaten in Turkije
een soort wanhoopspoging deden en toen ze geen effect hadden

en het volk niet meekregen, niet wisten wat ze moesten doen.
God weet wat Hij doet.
Hij bepaalt, Hij regeert en het glipt Hem niet uit de hand.
De 7 donderslagen die klinken roepen het over deze aarde uit
dat God regeert en de wereld waarop Gods tegenstander regeert is veroordeeld.
Het vonnis is getekend: dat ze van de aarde verbannen zullen worden, voorgoed geknecht.

Schrijf dat niet op, zegt de engel tegen Johannes.
Maar verzegel het, zegt de engel tegen Johannes.
Daarmee bedoelt de engel niet dat deze kennis geheim moet blijven
en dat Johannes ingewijd wordt in een supergeheim plan dat alleen hij mag weten.
Als er in de Bijbel gesproken wordt over geheim
wordt daarmee het plan van God bedoeld om deze wereld te bevrijden van de zonde, de duivel, de dood, het lijden, welke kwade macht er ook maar is.
Geheim duidt niet op geheimzinnig, mysterieus en duister,
zoals we bij bepaalde regeringsleiders moeten gissen naar het doel van hun werkwijze.
Nee, geheim duidt dat het in Gods handen is
en dat wij als mens niet alles kunnen begrijpen van Gods plan.
Johannes moet het verzegelen
– dat is niet hetzelfde als afsluiten en opbergen, onzichtbaar maken.
Maar dat duidt dat de bedenker van het plan, God zelf, het plan uitvoeren zal – door Christus
Als kerk hoeven we niet alle details te weten.
We hebben er genoeg aan om te weten dat het God niet zal mislukken,
maar dat Zijn plan betrouwbaar is en dat Hij het ook kan en zal uitvoeren.
God weet wat Hij doet. Hij heeft de volledige controle, volledige regie
en dat is voor ons genoeg om te weten.
Het is genoeg om te weten dat het tijd is dat Gods plan helemaal uitgevoerd wordt.
Hoe lang nog – die vraag wordt op aarde gesteld
door de gelovigen die op de proef worden gesteld,
door de heiligen die reeds in de hemel zijn, verlost en gereinigd.
Hoe lang nog? Niet lang meer. Het is de hoogste tijd – Gods tijd!
God bepaalt de tijd.
Geen enkele andere macht kan die tijd bepalen.
Niet de keizer uit Rome, geen hedendaagse leider, geen duivel of kwade macht.
God bepaalt of het tijd is.
Het is de hoogste tijd.

Dat is de boodschap die op aarde moet klinken: de tijd zit er bijna op.
Als je als gelovige zo lijdt, wanhoop dan niet,
de tijd van het lijden is voorbij, van de vervolging, van de tegenstand,
de tijd van de aanvallen van de boze.
Ze zijn bijna voorbij. Hou vol, houd moed, geef niet op!
Hef je hoofd omhoog om te zien dat de Koning komt
en denk aan de engel die nu al de macht van Christus uitroept over de gehele aarde.
De tijd is bijna voorbij – als waarschuwing tegen elke macht
die zich nog tegen Christus keert: je macht, hoe sterk die nu ook lijkt, zal gebroken worden.
Die boodschap moet door Johannes klinken.
Johannes wordt Gods stem op aarde.
Dat geeft de taak van de kerk aan in deze tijd
Daarvoor moet hij eerst dat boek met de plannen van God eten.
Die plannen moet hij helemaal in zich opnemen,
zodat alles wat hij zegt één is aan wat God wil.
(Niet omgekeerd: niet alles wat een dienaar van God zegt is Gods wil)
Johannes, de banneling, veilig weggestopt op een onbetekenend eiland,
verbannen als gevaarlijke tegenstander,
de eenling op het kleine eilandje, onbetekend geworden,
deze onbeduidend gemaakte Johannes wordt de stem van God.
Niet vanuit eigen behoefte om mee te doen,
maar vanuit gehoorzaamheid, omdat God hem geroepen heeft
om een getuige te zijn van Gods plannen,
om die getuigenis, door te vertellen, niet te zwijgen over wat hij heeft gezien.
De eenling, geen partij voor de gouverneur van Klein-Azië of keizer in Rome,
zal profeteren, zal Gods plannen doorgeven, aankondigen, verkondigen
Tegen elke macht die er op aarde is,
tegen elke macht die zich in laat winnen door het beest uit de afgrond
en de verkeerde kant gekozen heeft, tegen God.
Net als Ezechiël moet Johannes dat boekje eten.
Eerst smaakt het zoet
– het smaakt naar de verlossing die Christus zal brengen als Hij verschijnt.
Maar de gevolgen zijn bitter
Bij het Pascha, Pesach is de bitterheid een herinnering aan wat is geweest:
Het lijden in Egypte, de zweepslagen, het harde slavenbestaan, de uitbuiting,
de wens van de Farao om het volk klein te krijgen, te kunnen beheersen.
Deze bitterheid van het boek wijst vooruit
naar de gevolgen voor de gelovigen:
Er staat een bittere tijd te wachten.
De engel kondigt eerst het bittere aan en dan de zoete smaak.
Zo is dat voor de gelovige: een moeilijke tijd eerst, lijden, vervolging, verachting,
De boodschap van God die geminacht en genegeerd wordt.
Maar daarna – als Christus komt – het zoete, omdat er dan redding is, verlossing,
een leven bij God, met God, door onze Heer – die u, jou heeft liefgehad tot het einde toe.
Voor de wereld tegen wie Johannes moet verkondigen is het andersom:
Eerst het zoete – leven zonder God, dat kan op aarde prima.
Je hebt God niet nodig, zonder Christus ben je er blijkbaar beter van af.
Maar het einde is bitter, als het oordeel komt, en het mooie leven voorbij is.
Als de boze voorgoed van deze aarde verbannen wordt
en er geen plek is in Gods koninkrijk voor iedereen die het zonder Christus kon redden.
Zeg het opnieuw.
Deze boodschap moet niet opgeborgen en verzegeld worden.

Dat is ook de taak voor de kerk, om deze boodschap uit te dragen:
een oproep tot bekering, een uitnodiging om te geloven nu het nog kan,
om de genade aan te grijpen en tot Christus te wenden,
om niet te vergissen in een leven dat nu zoet is, maar uiteindelijk bitter zal zijn.
Het is de hoogste tijd.
Dat vraagt van ons ook dat we Gods woord eten.
Zonder het uitvoeren van die opdracht kunnen we niet Gods boodschap uitdragen.

Het is de hoogste tijd.
Maar elke keer stelt God het definitieve oordeel uit.
De zevende bazuin moet nog klinken.
Het is alsof God Zijn pas inhoudt – niet uit aarzeling,
maar uit bewogenheid met deze wereld, om nog een kans te geven om te geloven.
Een oordeel, dat is waar, maar zolang Christus nog niet gekomen is,
is het oordeel niet definitief en is het nog mogelijk om tot inkeer te komen.
Dat is onze boodschap voor de wereld waarin wij leven:
God heeft alles in Zijn hand, leidt deze wereld naar Zijn doel.
Wie Hem tegenstaat, zal dat op de laatste dag merken.
Wie Hem nu nog erkent, neerknielt, vindt alsnog het leven in Hem.
We leven niet alleen in een rare tijd, maar ook in een hoopvolle tijd,
omdat we mogen weten dat God regeert en dat Hij komt.
Hoopvol en vol genade.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s