Preek zondagmorgen 26 juni 2016

Preek zondagmorgen 26 juni 2016
Bediening Heilige Doop
Schriftlezing: Psalm 105: 1-15

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, beste doopouders,

Vanmorgen hebben jullie een belofte afgelegd,
namelijk de belofte om je kind met de Heere God bekend te maken.
Je hebt die belofte om over God te vertellen voor God en Zijn gemeente afgelegd.
Een hele verantwoordelijkheid,
want als je deze belofte aflegt, betekent ook dat je die belofte moet waarmaken:
dat je dan ook steeds weer opnieuw vertelt over de Heere,
de enige God die er is – Vader, Zoon en Geest,
Die leeft en regeert tot in eeuwigheid.

In deze belofte sta je er niet alleen voor:
je hebt deze belofte afgelegd in het midden van de gemeente.
Wij zijn allen getuige van de belofte die jullie hebben afgelegd,
maar tegelijkertijd is er ook voor ons de verantwoordelijkheid,
dat ook wij naar jullie kinderen toe
niet verzwijgen dat God ook hun God wil zijn
en dat wij de verantwoordelijkheid hebben om het geloof voor te leven,
zodat jullie kinderen ook van ons kunnen leren
hoe zij kunnen geloven
en hun leven in dienst van de Heere kunnen stellen.
Het is onze taak als overige aanwezigen om voor hen een voorbeeld in het geloof te zijn.
Jullie staan  met deze belofte om te vertellen over God er niet alleen voor.
Je mag ook van ons als overige aanwezigen verwachten,
dat wij jullie helpen om je belofte waar te maken
om als ouders in de opvoeding ook het geloof door te geven.

Dat kan alleen als wij zelf doen waartoe Psalm 105 oproept:
om heel dicht bij de Heere te leven:
vraag naar de HEERE en Zijn kracht, zoek Zijn aangezicht voortdurend.
De belofte die jullie gegeven hebben
– en iedereen die de belofte bij de doop van een kind gegeven heeft
wordt ook weer aan die belofte eens gegeven herinnerd –
vraagt dat je hele leven bepaald wordt door het leven met de Heere.
Daar kan je elke dag weer en ook heel praktisch mee bezig zijn.
Als je bij het wakker worden, beseft: dit is weer een dag die ik van God ontvang.
Hoe mijn dag ook zal zijn: deze dag heeft Hij mij gegeven.
Ik moet Hem er voor danken en moet er op een verantwoordelijke manier mee omgaan.
Tegelijkertijd mag ik vragen of Hij erbij is deze dag
en of Hij mij op deze dag bij alles wat ik doe wil zegenen.
Heel praktisch: dat je de dag begint met zoeken van de Heere – elke morgen weer opnieuw
en te vragen of Hij meegaat en Zijn kracht aan je geeft.
om Zijn nabijheid en Zijn kracht.

Maak hier een gewoonte van,
want met een goede gewoonte is niets mis.
We hebben baat bij goede gewoonten:
een huwelijk en een gezin kunnen niet zonder de goede gewoonten
van het samen aan tafel zitten tijdens het eten, vertellen wat je hebt meegemaakt,
bij het weggaan even elkaar gedag zeggen.
Zo kan ons leven met de Heere niet zonder vaste gewoonten:
vaste momenten om te bidden en te lezen in de Bijbel, naar de kerk gaan,
er met elkaar over praten, zingen niet te vergeten.
Al die goede gewoonten zijn voor ons van belang,
want zij helpen ons om dicht bij de Heere te leven
– voortdurend Zijn aangezicht te zoeken, zoals Psalm 105 dat verwoordt.
Stel dat je dat achterwege zou laten: het bidden, het lezen uit de Bijbel, kerkgang,
hoe zou je leven er met de Heere er dan uit zien?
Je zult veel minder vaak met Hem bezig zijn:
alleen nog maar op de momenten waarop je aan Hem denkt.
Hoe vaak is dat dan per dag, in de week?
Dan kan de Heere zo ongemerkt uit je leven verdwijnen.

De Psalm roept ons om het tegenovergestelde te doen:
om aan de Heere en ook aan Zijn wonderen te denken.
Dat denken aan de wonderen houdt in
dat je je daar elke dag van je leven van bewust bent.
Weet je nog dat God de hemel en de aarde geschapen heeft?
Vergeet je dat niet als je weer een dag hebt,
waar je tegenop ziet, dat God de dag geschapen heeft
en als het nacht is, Hij het ook weer dag kan laten worden.
Vergeet je niet dat diezelfde God ook met jou bezig is, elke dag weer opnieuw?
Weet je nog van Abram, die geroepen werd?
Zo kan de Heere ook jou roepen om een bepaalde weg te gaan.
Weet je nog dat het volk Israël in Egypte was
en dat het toen een hele moeilijke tijd had – een diensthuis, een slavenbestaan
en dat de Heere, jullie God Egypte raakte met plagen
waardoor ze jullie moesten laten gaan, eerst door de Rode Zee, naar de Sinaï
en dan door de woestijn naar het beloofde land Kanaän.
Dat is wat de Heere, jullie God, voor jullie deed
en dat moet je steeds in herinnering houden.

Waarom is dat van belang om dat steeds te blijven bedenken?
Waarom moeten jullie deze verhalen aan je kind doorvertellen?
Omdat die verhalen niet alleen maar over vroeger gaan.
De God over wie deze verhalen vertellen is dezelfde God
en kan wat Hij toen gedaan heeft opnieuw doen.
Als je die verhalen doorverteld over de schepping, over Abram, over Israël
moet je je zo vertellen, dat je kind het idee heeft alsof hij, zij er zelf bij is.
Misschien heb je ook wel zo’n meester of juffrouw gehad,
die zo mooi kon vertellen dat je zelf meeliep door de woestijn
en die verhalen mee beleefde.
Misschien ook wel dat Abraham, Mozes, de profeten, de Heere Jezus
in deze omgeving, hier in Oldebroek rondliepen.

Door de verhalen levendig te vertellen, als verhalen die over nu gaan,
kan het geloof van je kind gevoed worden:
de God van Abram is ook nu nog God en wil ook mijn God zijn.
Binnen het Joodse volk worden die verhalen doorgegeven tijdens gezinsmomenten,
als het gezin met elkaar de grote feesten vieren,
die herinneren aan wat de Heere heeft gedaan voor Israël:
de uittocht wordt steeds weer opnieuw gevierd
en dan op zo’n manier dat de aanwezigen zelf ook de ervaring hadden
dat zij op dat moment bevrijd werden.
Er zijn verhalen bekend van Pesachvieringen uit Auschwitz en de ghetto’s
dat de Joden het Pesach daar zo vierden.
Door een loofhut te bouwen steeds herinnerd te worden aan de herkomst:
We hebben als volk een reis door de woestijn gemaakt.
Dit land is ons gegeven door de Heere.
Dat schept verplichtingen om de Heere niet te vergeten.
We kunnen van de Joden leren om ook binnen ons eigen gezin
met ons gezin stil te staan bij alles wat de Heere heeft gedaan:
door de maaltijden met Kerst, in de week van Goede Vrijdag met Pasen,
met Hemelvaart en met Pinksteren in het teken te zetten van die feestdag.
Of om de doopdag van je kind op de kalender te zetten
en op te zoeken wanneer jijzelf gedoopt bent
om op die datum stil te staan bij je doop.
Door bijvoorbeeld aan je eigen ouders te vragen, als ze nog in leven zijn,
naar de dag van de doop, hoe dat ging
en waarom ze jou gedoopt hebben
en wat ze in de loop van de jaren gezien hebben van de belofte die de Heere gegeven heeft.
Kunnen zij vertellen dat de Heere Zijn belofte als Vader, Zoon en Geest waarmaakt?
Het is goed om van de doopdag een speciale dag te maken,
waarop je tijdens het eten tijd hebt voor elkaar,
tijd hebt om stil te staan bij de doop, jaren terug
en dan te vertellen hoe die dag verliep en welke beloften de Heere gegeven heeft,
te vertellen hoe de Heere God de beloften die Hij gedaan heeft
waar gemaakt heeft.
Je moet dan natuurlijk niet vergeten te vertellen
dat de doop ook betekent dat jouw kind ook bij de Heere God mag horen
door de doop,
maar dat de doop ook betekent dat zij zelf een antwoord moeten geven op God.
In onze kerk is daar de belijdenis onder andere voor bedoeld:
Dat je de Heere dankt voor je ouders, voor hun opvoeding in het geloof
en dat je tegen de Heere zegt – en ook tegen je ouders, tegen de gemeente –
ik wil nu zelf gaan in het spoor van de Heere Jezus.
Ik geloof nu zelf, ik kan niet meer zonder de Heere Jezus
als mijn redder, mijn verlosser
en ik merk dat de Heilige Geest in mij werkt
en ik wil niets liever dan dat ik deze weg ook ga.
Vertel dan hoe zij dat kunnen doen en hoe jij dat zelf hebt gedaan.
Niet iedereen van jullie heeft nog belijdenis gedaan.
Wees naar je kind open over de aarzelingen die er zijn geweest
maar vergeet ook niet te vertellen hoe de Heere jou geholpen heeft
om meer over Hem te weten,
om elke dag met Hem te leven,
om te kunnen bidden,
om de Bijbel te lezen, zodat je dan ook de stem van God hoort
of – zoals in de Psalmen een antwoord dat gegeven kan worden op de Heere
een antwoord dat ook ons antwoord wil zijn:
Loof de Heere, roep Zijn naam aan,
Maak Zijn daden bekend onder de volken.
Zing voor Hem, zingen Psalmen voor Hem.
Spreek met aandacht over Zijn wonderen.

De geschiedenis van Israël kent veel wonderen.
Voor de kerk komt dat nog een wonder bij.
Dat ook wij mogen spreken over een verbond dat de Heere met ons maakt.
Verbond – een afspraak die de Heere maakt, die voor altijd blijft gelden.
Voor eeuwig denkt de Heere aan Zijn verbond.
Voor altijd zal Hij zich er bewust van zijn en er naar handelen.
Hij zal wél zich aan Zijn verbond houden.
Een belofte voor duizend generaties: er zal geen generatie zijn
voor wie die belofte niet zal gelden.
De doop geeft aan dat de deur naar dit verbond is opengegaan
ook voor ons, die niet tot het volk Israël behoren.
Daarmee vervangen we Israël niet – ook dat verbond van God blijft voor altijd van kracht
en wordt zelfs vernieuwd.
Toch krijgen wij een plek in dat verbond, we mogen delen in wat Israël ontving:
in de verhalen, in de liederen, in de liefde en het verbond, dezelfde God.
Dat heeft alles te maken met wat er op Golgotha gebeurde:
Gods eigen Zoon die stierf daar in onze plaats.
De doop laat ook zien, dat Christus daar voor ons moest sterven.
De doop is meer dan een stempeltje dat we op ons kind plaatsen
en daarmee zeggen: jij hoort er ook bij.
Nee, er moet eerst wat gebeuren.
Het doopformulier spreekt over een onreinheid binnen in ons, in ons hart
een onreinheid die afgewassen moet worden
En alleen afgewassen kan worden door het bloed van Christus.
En in het gebed over een doortocht door de Rode Zee,
een beeld dat aangeeft dat de doop aangeeft
dat we een land achter ons hebben te laten: het land van de zonde.
In de doop mag je je kind meenemen uit het land van de zonde,
omdat de doortocht al is betaald: met het bloed van Christus.
Dat is het mooie van de doop, van Gods genade die zo overweldigend, zo uitnodigend, zo gul is, dat is ook Zijn verbond: dat Hij het ons gunt.

Als ik het zo zeg, dan is de reactie: dat is toch wel erg makkelijk.
Ik begrijp die reactie eerlijk gezegd nooit zo goed.
Want ik geloof dat Gods genade zo ruim is.
Daarom kan ik predikant zijn en de verhalen vertellen en kinderen dopen.
Maar makkelijk is het niet,
dat laat de geschiedenis van Israël tijdens de woestijnreis
en bij aankomst in het beloofde land zien:
Steeds de heimwee naar Egypte, de keuze voor andere goden.
Als onze kinderen niet zelf ook gaan geloven in God en in Zijn grote daden,
dan kiezen ze er weer voor om terug te lopen, door de Rode Zee
naar dat oude leven, van Egypte, van de zonde, weg van God.
Van de week kozen de Engelsen voor een brexit.
We zouden kunnen zeggen dat kinderen die niet dat geloof eigen willen maken,
zelf willen geloven ook kiezen voor een leave, een vertrek uit Gods gemeenschap.
Net als het brexit van de Britten kan het een ondoordachte keuze zijn.
Daarom is die opvoeding in het geloof van de Heere zo van belang.
Om te doen wat wij kunnen om onze kinderen bij de Heere Jezus te houden.
Door hen voor te leven dat alleen bij Hem leven te vinden is
en hen te waarschuwen dat leven niet op het spel te zetten.
Wellicht hebben we onze eigen ervaringen van een leave, een weggaan
en zijn we nu weer teruggevonden door de Heere.
Vertel over die ervaringen van een leven zonder God
om duidelijk te maken dat zo’n leven niet te verkiezen is.
De EU stuurde er gelijk aan dat de Britten dan ook maar weg gaan.
Gelukkig is onze God zo niet.
Hij is barmhartig en zet ons niet zomaar uit het verbond.
En als Hij ons eruit zet, is dat om ons door de schok duidelijk te maken
dat we zonder Hem niet kunnen, dat we verloren gaan en verloren zijn.
Niet alleen maar later, als ons einde gekomen is, maar nu al.
God blijft Zijn verbond voor eeuwig gedenken,
Maar niet als wij ervoor kiezen weer terug te gaan.
Dat we gedoopt zijn, betekent nog niet dat we niet verloren kunnen gaan.
Dat is dan onze eigen keuze om uit het verbond te stappen
en bij God weg te gaan.
Maar God is oneindig genadig en geduldig.
Misschien heb je zelf van die genade ook wel gemerkt,
omdat je weer terug mocht komen, welkom was bij de Heere – tot je eigen verrassing.
Dat is de hoop voor degenen die nu niet meer met de Heere leven.
We kunnen voor hen een beroep doen op Gods verbond:
Heere, vergeet hen niet.
Wil voor hen ook uw verbond gedenken.
Ook daarom moeten we Gods grote daden doorvertellen
en vertellen hoe jezelf er weer bij gekomen bent.
Als ik terugkijk op mijn leven is er ook een tijd geweest,
Dat ik had kunnen afhaken.
Ik ging wel naar de kerk, maar van binnen geloofde ik niet altijd meer in God.
Ik geloofde niet meer in Zijn grote daden
en had het idee dat God onbereikbaar was
en dus niet meer naar Hem hoefde te vragen, te zoeken.
Als de Heere mij, u, jou het geloof kan geven, teruggeven,
dan is Hij ook in staat om anderen, die nu niet geloven, het geloof te geven, terug te geven.
Daarom: gedenk Zijn wonderdaden, ook die je zelf heb meegemaakt.
Om voor jezelf, voor je gezin, voor anderen om je heen vertrouwen te hebben
dat de Heere ook nu nog werkt en morgen en over honderd jaar.
Tot in duizend geslachten – heel de geschiedenis, tot aan de wederkomst
zal dit verbond overeind staan
en zal God bezig zijn Zijn beloften te vervullen: voor u, voor jou, voor de kinderen.
Daarom: Loof de Heere, roep Zijn naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van Zijn wonderen.
Beroem u in Zijn heilige Naam.
Laat het hart van wie de Heere zoeken zich verblijden.
Amen





Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s