Preek zondagavond 26 juni 2016

Preek zondagavond 26 juni 2016
Psalm 77

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Soms kun je op de stoep met krijt een pijl getekend zien.
Als je de kant oploopt, die de pijl wijst,
kun je later weer een pijl zien die de richting aanwijst.
Als je dat spoor volgt, loop je een spoor dat is uitgezet
door een groepje kinderen, die aan het buitenspelen waren of een kinderfeestje hadden.
Af en toe wordt er een opdracht gegeven: hier een rondje hinkelen.
Zo kan de groep die het spoor uitzoekt, tijd winnen op de groep die achtervolgt.
Het is de bedoeling dat de groep die het spoor uitzet, steeds weer een pijl tekent.
Als de groep vals speelt en op een gegeven moment geen pijlen meer zet,
maar wel verder door loopt en een andere weg inslaat,
is het helemaal niet zo makkelijk om die groep nog te achterhalen.
Degenen die de achtervolging hebben, kunnen dan denken:
‘Nou ja zeg, als het zo moet, dan heb ik er geen zin meer in.’

In Psalm 77 gaat het over het spoor dat God heeft uitgezet, dat niet meer te volgen is.
Op het spoor dat God heeft uitgezet, ontbreken de pijlen.
Uw weg was door de zee, uw pad door grote wateren en uw voetstappen waren niet bekend.
God ging verder, zonder dat er pijlen zichtbaar waren
en degene voor wie het spoor is uitgezet blijft vertwijfeld achter:
welke kant moet ik op gaan?
Je volgt het spoor maar opeens houdt het op, want je komt bij de zee en houdt het op.
En dan?

Er is een korte film, van een minuut of 7: vader en dochter (Michael Dudok de Wit).
De film begint met een vader en zijn kleine dochter op de fiets.
Ze fietsen een dijk op, tegen de wind in.
Halverwege de dijk, bij een aantal bomen stapt de vader af,
loopt de dijk af, loopt nog eens naar boven en omhelst zijn dochtertje.
Dan loopt hij weer naar beneden en stapt in een roeiboot en vaart weg.
In de rest van de film wordt getoond hoe de dochter steeds weer die dijk op fietst.
Heen tegen de wind in en dan weer terug. Steeds wordt ze wat ouder.
Totdat ze als oude vrouw door het water heenloopt en uiteindelijk de roeiboot vindt: leeg.
De vader die vertrokken is en een lege plaats achterlaat
En zijn dochter die niets anders kan dan naar die plek te gaan
waar haar vader vertrok.
Uw weg was door de zee, uw pad door grote wateren en uw voetstappen waren niet bekend.
Net als bij het dochtertje dat haar vader zag vertrekken,
laat de weg van God een raadsel achter: waar gaat Hij heen? Waarom?
En wat moet ik?
Hoe kan ik die weg door ze zee volgen? Dat pad door die grote wateren?
Dat meisje in de film blijft stil. Er wordt niet in gesproken.
Asaf blijft niet stil:
Mijn stem klinkt tot God.
Kan ik – als ik aan het water sta en Gods weg niet meer zie –
naar Hem roepen, over het water, tot Hij mij hoort?
Luid roep ik tot Hem, totdat Hij mij wel moet horen.
Geen gelatenheid, zoals bij dat dochtertje, maar een rusteloos zoeken.
Tot God gevonden wordt.
Iedereen die een mooie verklaring heeft voor de afwezigheid van God:
Ik wil het niet horen – mijn ziel weigerde om getroost te worden.
Het geloof geeft iets hardnekkigs:
Ik leg mij niet neer bij de afwezigheid van God.
God, ik merk Hem niet op, Zijn spoor kan ik niet vinden,
maar ik geef mij niet gewonnen.
Hij moet ergens zijn, Zijn pad, Zijn spoor – ik moet het ergens kunnen vinden.
Het heeft iets groots, als je je niet laat troosten.
Soms kan troost niet gepast zijn, of goedkoop.
Zoals dat meisje niet kan berusten in het vertrek van haar vader, steeds moet zoeken.
Zo kan een gelovige niet berusten als er van God niets te zien is.
Het is wel een forse strijd, een gevecht om niet gewonnen te geven
aan de stilte van God.
En toch – het lijkt of die stilte die de leegte van God achterlaat het wint.
De psalm begint met luid schreeuwen, een geroep
– Ik mag niet zwijgen, dan moet ik maar naar God gaan door mijn stem te laten horen.
Roepen – tot God mij hoort.
In het begin van de Psalm is er nog het geloof: God zal mij horen.
Maar de strijd is te sterk: Eerst een luid roepen, dan een zuchten,
gedachten de van binnen rondgaan en tot slot een zwijgen
omdat er door de onrust geen woorden meer te vinden zijn.

Daar aan de zee, uitkijkend over het water, om toch nog iets te zien.
Daar is een tweestrijd – waar moet ik aan denken?
Aan vroeger, aan die mooie momenten dat God er was?
De herinneringen, waardoor ik nog op zoek ga naar God, het niet opgeef?
Of nu – het zwijgen, waar ik tegenop loop, de onrust omdat ik God niet vindt?

De leegte die God achterlaat – wat moet ik daar van denken?
Zou er aan de weg van God toch een einde komen?
Maak ik nu het einde van Gods weg op aarde mee
omdat God zich heeft teruggetrokken en niets meer van zich zal laten horen?
Maken we het einde van het verbond mee,
waarvan we altijd zeggen dat het tot in eeuwigheid duurt?
– we zeggen het Gods eigen woord na –
Zullen er geen mensen meer geroepen worden?
En houdt de kerk dan toch op
– al zegt onze belijdenis dat tot aan de wederkomst er een kerk zal zijn.
Het spoor dat ophoudt, de pijlen die niet meer gevonden worden
– het wordt in deze psalm een vraag aan God zelf.
Is er iets gebeurd, waardoor Gods karakter is veranderd?
Deze psalm is opgenomen in een collectie van Psalmen waarin geworsteld wordt
met Gods weg in deze wereld,
Gods weg die niet gezien wordt of niet begrepen wordt.

Psalm 73 – waar de vraag opgeworpen wordt, hoe het kan dat de mensen die leven alsof er geen God is, het hier op aarde goed voor elkaar hebben.

Psalm 74 – een psalm die over de verwoesting van de tempel gaat: de vijanden van Jeruzalem die in de tempel als beesten te keer zijn gegaan en spotten met Israëls God.

Psalm 79 en 80 die vertellen over de vijanden die als een kudde zwijnen het land Israël hebben omgeploegd.
Allemaal Psalmen die een hartstochtelijk appèl op God doen:
Ziet U dan niet, wat er ons overkomen is? Hoe kunt U het zover laten komen?

Net als in de andere Psalmen verwoordt Psalm 77 dat wat er gebeurt
niet zomaar, bij toeval overkomt en ook niet dat God het alleen maar toelaat,
maar dat God heeft afgewend
en meer nog, dat alle rampspoed, alle ellende die er gebeurt, uit Gods hand komt.
We hoorden vanmorgen in het doopsformulier
dat onze hemelse Vader al het kwade van ons weert,
of als dat kwade toch komt, doet meewerken ten goede.
Hier is daar niets van zichtbaar.
Integendeel: van de genadige God is niets meer over.
Eerder een God die het gemunt heeft op Zijn eigen volk.
Zijn hand, die voor het volk zou moeten opkomen, die voor Zijn volk zou moeten strijden,
stort nu over Zijn eigen volk al die ellende.
Dat is een diepe ervaring als God zich tegen je keert.
Als Hij zich niet meer voordoet als een genadige God.
In de aanvechting, als je leven helemaal overhoop gegooid wordt
en je worstelt met God, wat Hij doet en je vertwijfeld afvraagt,
waar God is en of Hij nog iets voor je zal doen,
kan het voorkomen alsof God je tegenstander is, je vijand,
die je niet met rust laat, maar je opjaagt.
Je weet het niet meer.
Je weet niet meer of je in Gods hand bent of dat de duivel de macht over je heeft.

Toch is dat niet het slot.
Er is meer.
In de psalm is op het diepste punt een kanteling:
Op het diepste punt van de wanhoop is er dan toch hoop
en de vertwijfeling, hoe sterk ook, redt het niet van het geloof.
Er gebeurt in de Psalm iets als de naam van de HEERE wordt uitgesproken,
de naam waarmee God zich bekend maakte,
de naam die herinnert aan het verbond met God:
HEERE – Ik zal er zijn, Ik sta klaar, Ik kom voor je op.
De naam die als een sterke toren is, een beschuttende ruimte.
De naam waardoor we eraan herinnerd worden, dat God er altijd is,
in alle omstandigheden
zelfs in het dal waar de schaduw van de dood overheen is gevallen (Psalm 23)
zelfs als ik mijzelf neerleg in het rijk van de dood, of in de hel – U bent daar
die machtige woorden uit Psalm 139.
Dat zijn woorden die gestoeld zijn op ervaring – zo was het: God was daar.
Waar je God niet verwacht, waar je denkt dat God niet komt
en je helemaal van God verlaten zou moeten zijn,
Daar daalt God neer.
Als kerk belijden wij van onze Heere, van Christus
dat Hij is neergedaald tot in de hel (tot in het rijk van de dood).
Waar je Hem niet verwacht, daar is Hij gekomen
om daar Zijn macht te tonen,
om de macht van de hel, van de duivel te verbreken.
Om te laten zien dat geen enkele macht sterker is dan Hij.
Ook niet de macht van het water.
In de Bijbel staat het water vaak voor een macht
met een vernietigende kracht, een macht die niet door mensen te temmen is,
niet tegen te houden en als die kracht loskomt,
alles overhoop kan halen en een chaos kan veroorzaken.
Het water met zijn sterke stroming na een dijkdoorbraak
dat de huizen, de mensen, het vee, de bomen meesleurt,
waar de verdrinkingsdood wacht.
In Israël kunnen beken lang droog staan,
maar na de regentijd veranderen in woeste, gevaarlijke stromingen.

Toen dat water, die sterke macht, waar wij niet de baas over zijn,
toen die macht, die zo verschrikkelijk kan huishouden, zo onbetrouwbaar is
en zoveel leed en chaos kan veroorzaken,
toen die macht U zag – die macht zag U wel.
Terwijl voor ons God verborgen kan zijn, is Zijn macht voor anderen zichtbaar.
Als de duivel ons aanvecht en mee wil sleuren,
weet hij van Gods macht.
Toen het water U zag – zij beefden,
waren onder de indruk, zagen in U een meerdere.
De machten om ons heen, die ons aan kunnen vallen, bedreigen:
Zij weten wel van Gods macht: ontzag.
Toen het water u zag, o God, toen het water u zag, begon het te beven,
een huivering trok door de oceanen.

Dat geeft een andere uitleg aan dat een-na-laatste vers:
Uw weg was door de zee, uw pad door grote wateren en uw voetstappen waren niet bekend.
Door de zee, dwars door die verschrikkelijke macht.
Een herinnering aan de doortocht door de Rode Zee,
toen het water moest wijken en er een pad kwam.
De zee moet een doorgang bieden aan God.
Dit is de oudtestamentische voorbode van het neerdalen tot in de hel.
Elke macht, zelfs de hel, moet doorgang bieden
als God dat wil.
Ook een oudtestamentische voorbode van dood van Christus,
die de dood inging om daar een doorgang te bieden.
Uw weg was door de zee, uw pad door grote wateren.
We kunnen deze psalm zelfs zien als een oudtestamentische voorbode
van Christus die over het water wandelt
en zo laat zien dat Hij alle macht heeft in hemel en op aarde
en de zee bedwingt en aan Zijn macht onderwerpt.

En dan die voetstappen, die onzichtbaar zijn?
Allereerst die voetstappen.
Een mooi beeld, want dat geeft aan dat Gods voeten deze aarde hebben geraakt.
En dan niet op een vredig stukje paradijs,
maar waar de chaos is, waar de dood lijkt te winnen,
Daar zet God zijn voeten neer.
Ook dat laat al iets zien van het Nieuwe Testament,
dat Jezus kwam om hier op aarde rond te lopen,
in onze wanhoop en onze sores, op de plaats waar voor ons de weg doodloopt,
daar loopt Jezus en baant een weg voor ons.
Uw weg was door de zee, uw pad door grote wateren en uw voetstappen waren niet bekend.
Zijn die voetstappen wel onzichtbaar?
Is het niet beter om te zeggen dat Gods weg voor ons niet opgemerkt wordt.
Dat we net als de dochter zijn, die niet zien en niet begrijpen wat er met haar vader gebeurde – de vader die uit haar leven verdween om niet levend terug te keren
en slechts een herinnering was.
We zien Gods voetsporen niet – terwijl er zoveel is dat er op wijst dat Hij er is.
Een weg die gebaand wordt.
Wie anders kan het water uiteen doen gaan?
Wie anders kan door de dood heen een weg banen?
Wie anders kan een weg banen, waar voor ons de weg ophoudt.
Het volk Israël werd opgejaagd door de farao en zijn leger.
Aan beide zijden waren de bergen, waardoor ook daar geen uitweg was.
En voor hen – daar was het water:
als ze die weg zouden kiezen, zou het collectieve zelfmoord zijn.
Een keuze om te ontsnappen aan het slavenbestaan
zonder leven, zonder bevrijding te vinden.
Uw weg was door de zee, uw pad door grote wateren en uw voetstappen waren niet bekend.

Hij kan en wil en zal – zelfs bij het naderen van de dood – volkomen uitkomst geven.
Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s