Preek zondagmorgen 5 juni 2016

Preek zondagmorgen 5 juni 2016
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Psalm 23

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

We hebben de nogal eens de neiging om van het geloof iets moeilijks te maken.
Neem nou het avondmaal (of de voorbereiding daarvan).
We kunnen in de week vooraf aan het avondmaal
allerlei intense gevoelens in onszelf oproepen
en piekeren over de vraag of wij daar horen te zitten
(en dan misschien wel opgelucht zijn als de avondmaalszondag voorbij is).
Maar geloven gaat om iets eenvoudigs:
om deze belijdenis: de Heere is mijn herder
en dat u, dat jij, dat ik zo ook in het leven sta:
Ik heb een God die voor mij zorgt.
Ik ben in goede handen – Zijn handen
en daarom hoef ik nergens over in te zitten.
Als je zo leeft, wat heb je dan nog meer nodig?
Als je dit vertrouwen hebt, dat de Heere er is
en dat je Zijn zorg ook ziet en ervaart, dan heb je toch genoeg?

Dat vertrouwen in God, zo kunnen leven met de Heere dat Hij je herder is,
dat is het belangrijkste in het geloof.
Want ook al kun je aan iemand uitleggen
wat het betekent dat de Heere je herder is
en ook al kun je het in de Bijbel terugvinden waar dat staat,
als je dat vertrouwen niet in praktijk brengt,
als je niet uit dat vertrouwen leeft, dan mis je het belangrijkste van het leven met de Heere.
Want dan zie je niet dat de Heere jouw God, uw herder is.
Je raakt Hem dan uit het oog.
We hebben het steeds weer nodig
dat het vertrouwen gevoed wordt
en dat we ook zien en ervaren dat de Heere er is.
Dat je het van Hem ontvangen hebt als je gezond bent opgestaan
en een nieuwe dag gekregen hebt.
Dat Hij bij je is op het moment als je ergens tegen opziet:
Een examen, een sollicatiegesprek.
Dat Hij met je meegaat als je naar het ziekenhuis moet
voor jezelf of met iemand mee,
of naar een begrafenis om een geliefde te begraven.
Dat Hij er dan is, niet alleen maar als iemand die er bij is om je te steunen,
maar omdat Hij dan op dat moment jouw leven in Zijn hand heeft
en over jouw leven kan besluiten wat er moet gebeuren.
Als de Heere niet wil dat je iets overkomt,
Dan is er geen ziekte, geen duivel, geen macht jou iets aandoen.
Vandaag in deze dienst van de voorbereiding kijken we terug
naar de afgelopen 3 maanden, vanaf de vorige keer
dat we avondmaal gevierd hebben
en gaan bij onszelf na:
Heb ik in de afgelopen 3 maanden uit dit vertrouwen geleefd?
Hebben we in de afgelopen 3 maanden ook dat vertrouwen steeds weer gevoed?
Zijn we bezig geweest – voor zover wij het kunnen –
omdat vertrouwen sterker te maken
en te zien dat Hij er elke keer is.
Daarvoor is de voorbereiding bedoeld:
om zo onze dagen van de afgelopen 3 maanden na te gaan:
Hoe was ons vertrouwen op de Heere?
Met welke verwachting ging ik al die keren naar de kerk?
Was ik er op berekend dat Hij er was
in de dagen door de week, toen ik aan het werk was,
was ik mij ervan bewust dat Hij mijn leven leidt
toen ik zo in de weer was met dat conflict in de familie?
Als dat vertrouwen er niet is geweest,
dan moeten we dat in vandaag en in de komende week aan de Heere belijden:
Heere, u vroeg mijn vertrouwen, maar het was er niet.
U wilde mijn leven leiden, maar ik wilde dat niet zien.

Dat is het belijden van onze schuld, op deze manier.
Niet door met een heel intensieve toer heel ons innerlijk overhoop halen,
maar concreet kijken naar de afgelopen 90 – 100 dagen
wat wij deden met Gods aanwezigheid,
wat het voor ons betekende, welk verschil het in ons leven maakte,
dat de Heere onze herder is.
Dat is wat er met het mishagen van onszelf wordt bedoeld:
dat je eerlijk onder ogen komt, als je in je vertrouwen tekort geschoten bent
terwijl dat niet nodig was, omdat de Heere steeds liet zien dat Hij er was.
Dat belijden van onze schuld is niet bedoeld om onszelf af te kraken.
maar om eerlijk onder ogen te zien hoe wij tekort zijn geschoten
en beseffen: zo kunnen we niet verder leven.
Zou dat een reden zijn om weg te blijven?
Heer, hier kom ik.
Ik heb het niet verdiend, want mijn vertrouwen was zo best nog niet.
Als u om die reden niet durft aan te gaan,
dan hebt u niet begrepen wat het doel is van het belijden van de schuld
en ook niet begrepen waarom de Heere Jezus het avondmaal heeft ingesteld.
Dat is niet bedoeld als een stopbord: Ho, niet verder!
Eerst maar even wat meer vertrouwen hebben en het beter doen.
Nee, dat inzicht in ons tekort schieten is juist ervoor bedoeld
om naar de Heere Jezus toe te gaan.
Want hoe kunnen we anders van dat te weinig vertrouwen loskomen?
Hoe kan ons vertrouwen anders gevoed worden als wij niet bij de Heere Jezus aankomen?
Als u niet komt, zegt u eigenlijk tegen uzelf: Ik moet het zelf doen,
terwijl de Heere Jezus zegt: Ik zal het doen.
Ik neem het op Me, dat je tekortgeschoten ben.
Ik heb dat op Golgotha gedragen
en Ik geef het je weer dat je gaat vertrouwen, dat je uit vertrouwen gaat leven.
zodat dat gebrek aan vertrouwen doorbroken kan worden
en dat vertrouwen er weer is, wij weer leven vanuit dat vertrouwen:
De Heere is mijn herder – ja, echt!
Het is waar wat de Bijbel zegt: Ik kan mijn weg met Hem gaan!
De Heere is mijn herder: Hij leidt mijn leven en Hij beschermt mij.
Het avondmaal is ingesteld om dat vertrouwen weer te voeden, te versterken,
terug te brengen als het er niet is geweest.

De Heere is mijn herder – het is een eenvoudige, maar ook diepe belijdenis.
Het raakt mij altijd als iemand kan aangeven uit dat vertrouwen te leven.
Deze psalm wordt nogal eens gekozen voor een rouwdienst
en bij de voorbereiding lees ik dan deze psalm
en dan lees ik ook die regel Mij ontbreekt niets.
Terwijl er dan juist alle reden is om gemis te ervaren
of waarvan juist verteld is over degene die is overleden
over alles wat er gebeurd, ook de moeilijke momenten.
Mij ontbreekt niets – als een samenvatting: zo is het geweest.
Natuurlijk, er is veel dat we missen, maar er is meer,
onze God is er en omdat Hij ons leven in Zijn hand heeft.
We zijn in goede handen en zo kunnen we het aan.
Er is meer dan gezondheid, hoe belangrijk dat ook is,
er is meer dan geld, er is meer dan ons werk, zelfs meer dan de relaties die we hebben:
de Heere is er – onze herder.
Dat kan heel gemakkelijk klinken, zoals deze woorden in een kamer
waar iemand is opgebaard ook heel makkelijk kunnen klinken.
Je zou met dit beeld van de herder, de grazige weiden en de vredige wateren
ook een idyllisch landschap voor je kunnen zien,
een soort paradijsje op aarde,
wat je kunt hebben als je op vakantie bent en onder de indruk bent van de omgeving
of gewoon dichtbij, als je in de tuin zit en geniet van het mooie weer,
met een kopje koffie en rust om je heen.
Ja, dan is het niet zo moeilijk om te zeggen dat je niets tekort komt,
dat je tot rust komt en kunt bijtanken.
Deze psalm heeft echter niets van een ongestoorde idylle,
maar is geboren in de ruigheid van het bestaan,
waarin je opgejaagd kunt worden door de mensen om je heen,
die je niet mogen, die je het leven zuur maken, kleineren, dwarszitten
– vijanden, tegenstanders worden ze genoemd.
We kunnen die categorie van tegenstanders heel breed maken:
de duivel die je geloof aanvecht,
bepaalde machten die er zijn die je van God willen lostrekken,
mensen om je heen, familieleden, buren met wie je overhoop ligt
en waardoor je geen rustig bestaan meer hebt.
Je vindt zelf geen rust meer, opgejaagd
en dan is de Heere er, die je doet neerliggen.
Je hebt nu de rust om bij te komen, om te eten en te drinken,
je hoeft niet steeds angstig om je heen te kijken
of er iets zal opduiken, waardoor je je leven niet veilig bent,
niet meer steeds op je hoede voor een nare opmerking,
nu niet meer die slapeloze nacht, niet meer de spanning voor een uitslag.
De dreiging kan er nog wel zijn, het nare is niet verdwenen,
je tegenstander loert nog steeds,
maar er is iemand bij door wie je – te midden van het gevaar – kan bijkomen.
Er is voor het schaap niet alleen tijd om te eten,
maar ook om te herkauwen, daar heb je die rust voor nodig.
En de Heere geeft je die rust
om de dag nog eens na te gaan en te bedenken: O ja, de Heere was er
en wat ben ik ook weer vandaag gezegend geweest.
Ook al heb ik het niet makkelijk, ik kom niets tekort.
Ook al is er zoveel hectiek in mijn leven, of spanning,
er is ook die rust – al is het maar een kort moment, zoals vanmorgen in de kerkdienst,
waar je even bij de Heere komt,
maar ook door de week heen momenten, waarop je gesterkt wordt
in de zorgen van alledag:
Als je niet naar bed durft, omdat je bang bent voor de nacht …
een mantelzorger, die het toch weer aankan,
een ouder die zorgen heeft over zijn of haar kind, de conflicten die er steeds zijn
en dan toch opeens voelt dat de last even wordt weggenomen.
Maar ook in het geloof: als je op zoek bent naar God
en je Hem niet kunt vinden, dat je het opeens merkt,
je kunt het niet uitleggen, je kunt het niet verklaren – dat je opeens iets ervaart,
misschien alleen maar binnen in jezelf en dan voor een kort moment:
Ik word gesterkt, ik kom op adem, ik kan er weer tegen.
Het kan zelfs als je weet, dat je niet lang meer hebt
en je aan het afscheid aan het nemen bent
dat je het merkt: de Heere laat mij neerliggen.
Ik kan in dat vertrouwen de laatste dagen ingaan:
In vrede zal ik slapen – elke avond die ik heb, maar ook op als mijn tijd gekomen is,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Eten en drinken – heel eenvoudig,
een stukje brood, een slokje wijn. Zo doet God dat: ons vertrouwen versterken,
onze aandacht – ook in een hectisch bestaan, of een leven vol spanning, zorg –
onze aandacht richten op de Heere Jezus.
Een stukje brood, een slokje wijn – je raakt er niet vol van, maar het is genoeg
om de stem van de Goede Herder te horen:
Ik geef je weer nieuwe kracht,
Denk aan mijn lichaam, aan mijn bloed,
Mijn lichaam werd voor jou verbroken, mijn bloed vergoot ik voor je.
Als je daaraan denkt in de komende week,
als je daaraan denkt als je brood en wijn ontvangt,
dan wordt je gesterkt, dan vind je Mij weer en ga je met mij verder.
Zo eenvoudig kan geloven zijn,
dat je geloof gesterkt wordt door een stukje brood, een slokje wijn,
die je herinneren aan wat je Heer voor je heeft gedaan.
Dan moet u het voor uzelf niet ingewikkelder maken,
door allerlei barrières op te werpen omdat u voor uzelf aan bepaalde voorwaarden moet voldoen voordat u dat stukje brood en dat slokje wijn mag ontvangen.

De HEERE, Hij is mijn herder.
Ik heb geen andere herder dan Christus,
die voor mij aan het kruis ging, die opstond uit de dood
en nu in de hemel is en mij volgende week aan Zijn tafel nodigt.
De HEERE is mijn herder.
Hij droeg mijn zonde, mijn schuld.
Hij ging voor mij de dood in,
om voor mij een weg te banen op een plaats waar die niet was:
een weg door de dood heen naar het Vaderhuis.
Als Hij door de dood heen een weg kan banen,
Kan Hij ook straks als ik thuiskom een weg banen, of morgen,
als ik er niet meer uitkom.
Er is geen plek te diep, hoe diep je ook gaat,
de Goede Herder kan daarin afdalen.
Hij daalde neer tot in het rijk van de dood, daalde neer tot in de hel.
Legde ik mijzelf neer in het rijk van de dood, in de hel – U bent daar.
Psalm 23 is geen idylle: in het centrum, in het midden van de psalm
is er dat diepe dal: je vindt er uit jezelf geen uitweg meer,
de wanhoop vliegt je naar de keel en je loopt vast
en je voelt dit is mijn einde,
maar dan dat onverwachte, waar je niet op rekende, misschien op hoopte,
waar je misschien om riep, in vertwijfeling: God, laat me niet alleen.
Laat mij niet in de steek,
of misschien was je zelfs het roepen naar God al afgeleerd.
Moet je zien wat er midden in de psalm gebeurt, op dat allerdiepste moment:
dan wordt God aangesproken: U – U bent bij mij.
Nou, dat maakt nogal uit! Gelukkig, God is geen sprookje.
Wat anderen vertelden, dat kan ook voor mij waar zijn!
Psalm 23 is niet een te mooi plaatje, een romantisch schilderij aan de muur
Dat aangeeft welk leven ik eigenlijk zou willen hebben: vredig en ongestoord,
maar een ervaring van opluchting die dankbaar doorgegeven wordt:
God is er. Zoals Zijn naam dat aangeeft: Heere (Ik zal er zijn, Ik sta klaar)
Ik ben waar jij bent, zelfs in het allerdiepste,
maar ook als het iets minder diep is en je worstelt
met wat meer huis-, tuin- en keukenzonden kunnen lijken,
maar waar je toch niet van afkomt.
Ik ben er ook aan het avondmaal en geef je daar brood en wijn
om je geloof te versterken, om je weer te doen ervaren: Ik ben er.
Om je een nieuwe start te geven:
vergeving, maar ook gehoorzaamheid, zodat je de weg gaat die Ik je wijs.

Die weg gaan we niet alleen.
De Heere is mijn herder. Daar kunnen we makkelijk iets van mij alleen maken,
maar is een belijdenis van een gemeenschap.
Zoals we met elkaar als gemeente avondmaal vieren
– ja, wel ieder voor zich, ook degenen die niet aangaan zijn erbij betrokken –
zo is deze belijdenis niet iets dat ik alleen beleef,
maar ik kan mij optrekken op momenten dat ik er niets van beleef
aan de mensen om mij heen in de kerk,
aan de gelovigen die voor mij geweest zijn,
aan degenen van wie ik het geloof geleerd heb
en wie weet mag ik zelf wel iets betekenen voor anderen om mij heen,
zodat ze door mij het ook kunnen zeggen:
Ik heb het gezien en nu zelf ook voor mijzelf ontdekt:
inderdaad, de Heere is mijn herder
en ik zeg het in dankbaarheid.
We hebben elkaar nodig op deze weg
en we worden door de Heere aan elkaar gegeven.
Daarom is avondmaal niet iets van mijzelf en mij alleen,
maar ook van ons allemaal, van onze gemeente,
Van de Dorpskerk en de Maranathakerk samen, wijk 1 en wijk 2 samen,
van alle kerken in Oldebroek samen,
heel de gemeenschap rondom Christus door alle tijden heen samen.
Samen zingen we deze psalm en spreken deze belijdenis uit,
samen danken wij de Heere, dat Hij onze herder is
en we houden elkaar scherp.
We roepen elkaar op, vandaag in deze dienst, na afloop,
morgen als we elkaar zien, als we met de Bijbelkring bij elkaar zijn:

Schaart u om de goede Herder,
gij, zijn schapen, hoort zijn stem!
Zoekt hier ruste, dwaalt niet verder,
o, het is zo goed bij Hem!

Zoek het niet ergens anders en loop niet voor Hem weg,

Uit de verste zandwoestijnen
brengt Hij eens zijn kudde saam.

Dat kan ook met u, met jou gebeuren.
Dat kan met iemand gebeuren die nu helemaal nog geen interesse heeft.
Hij is met u bezig, vandaag reeds – en misschien al heel lang.
U nodigt mij aan tafel.
De psalmen van Israël zijn bedoeld om antwoord te geven,
ze zijn het antwoord van Israël op God, die ook onze God wil zijn.
U nodigt mij aan tafel.
Is dat ook uw antwoord op wat de Heere voor u heeft gedaan?
Is dat ook jouw antwoord nu God je roept?
Amen



 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s